U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Drs. J. W. M. Livius En Drs. J. C. Van Schaik - La Grande Parade I.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=408 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2513 woorden.

Samenvatting
1.1 Pierre Gripari p 11-15
La paire de Chaussures
(uit :Conte de la Rue Broca, ©Editions de la Table Ronde, 1967)

Er zijn twee schoenen die van elkaar houden en op een dag worden ze gekocht door een vrouw. Omdat ze elkaar graag willen zien onder het lopen, bedenken ze een plannetje. De mannelijke schoen (Nicolas) doet steeds een zijstapje zodat ze elkaar toch kunnen zien. Hierdoor valt de vrouw en ze gaat naar de dokter. Ze krijgt medicijnen voorgeschreven en de dokter zegt dat haar voet eraf moet. Nu doen ze het trucje andersom en de dokter vindt dat de andere voet er ook af moet. Nadat ze de schoenen heeft horen praten, begrijpt ze dat deze schoenen van elkaar houden. De vrouw geeft de schoenen aan haar schoonmaakster met de opdracht dat ze ze niet mag dragen, maar dat doet ze toch en daarom valt ze. De schoonmaakster geeft de schoenen vervolgens aan haar nicht die mank is zodat ze elkaar zien. Dan gaat één schoen kapot en de schoenen belanden in de prullenbak.
Een jongen en een meisje vinden het paar schoenen op de vuilnishoop. Ze binden de veters aan elkaar en timmeren ze vast op een plank al drijvend op water beleven zij hun huwelijksreis.

1.2 Sacha Guitry p 16-19
Tortisambert
(uit :Mémoires d’un tricheur, ©Editions Gallimard)

Het verhaal gaat over Tortisambert. Hij woont in een groot gezin van 12 mensen. ‘s Avonds mag hij niet mee eten van de champignons, omdat hij geld gestolen had om knikkers te kopen. Omdat de champignons die iedereen had gegeten giftig waren, ging stuk voor stuk iedereen dood. Behalve Tortisambert, want hij had de champignons niet gegeten.
Dan komen er allerlei mensen waaronder de dokter en de pastoor. De dokter probeert erachter te komen hoe het komt dat Totisambert niet dood is en hij biecht zijn diefstal op. Het verhaal gaat door heel het dorp en iedereen roddelt erover. Op de begrafenis wordt gezegd: ‘Hij leeft omdat hij heeft gestolen’.
Nu, na veertig jaar, zit hij in alleen in een verlaten huis en heeft hij nog steeds een tegenstrijdige mening over de diefstal en gerechtigheid.


1.3 André Maurais p 28-30
La Cathédrale
(uit :La paux chez les bêtes, ©Librairie Arthème Fayard)

Een student loopt langs een etalage met schilderijen en ziet het schilderij ‘La Cathédrale’. Omdat hij helemaal weg is van het schilderij vraagt hij wat het kost en dat is wel 2000 francs. Omdat hij geen geld heeft vraagt hij zijn oom via een brief om geld want dat mocht hij altijd doen als het nodig was. Hij vraagt aan Monet of hij het schilderij een paar dagen vast wil houden. Het geld wat de jongen had geeft hij uit aan hele andere dingen, namelijk zijn minnares en haar twee vriendinnen. Als hij terugkomt heeft hij het verkocht aan een verzamelaar, die het later weer naliet aan het Louvre.
Veel later, als hij inmiddels een oude, maar beroemde schrijver is geworden ziet hij zijn minnares terug die oud, lelijk en dik is geworden waar hij zijn geld aan uitgegeven had. Maar ook ziet hij zijn schilderij tentoongesteld en hij kijkt er lang naar en zucht nog eens diep.

1.4 Colette p 31-34
L’homme aux poissons
(uit: La paix chez les bêtes, ©Librairie Arthème Fayard)


Een man en een vrouw zitten beiden in een café. De man heeft een koffer en een vissenkom met drie goudvissen bij zich en terwijl hij wacht op de trein begint hij te vertellen over zijn beroep. Hij is artiest en om zijn publiek te vermaken slikt hij de vissen in die hij al drie jaar bij zich heeft. Als hij maar twee liter water drinkt kan hij de vissen heel lang in zijn maag houden, maar om het publiek niet ongeduldig te laten worden, spuugt hij ze na een half uur weer uit.
Hij vertelt dat hij eerst voor een manager werkte, maar die verdiende heel veel aan hem en daarom is hij voor zichzelf begonnen. Nu trekt hij van stad naar stad en gaat rond met een pet voor zijn inkomen.
De reden waarom hij dit kan doen, is omdat hij een maaguitstulping heeft, wat aangetoond was op een röntgenfoto. Omdat dit zo apart is, heeft hij zijn maag al verkocht aan de Faculteit van Parijs. Het papier met het bewijs van deze uitstulping laat hij soms ook rondgaan voor twee stuivers, om te bewijzen dat het allemaal wel echt is.
Dan zegt de man gedag en hij gaat weg.


1.5 Alphonse Allais p 42-46
Lex
(uit :Plaisir d’humour)

Er komt een vrouw bij de dokter om haar kind na te laten kijken omdat het dood lijkt. Maar de dokter ziet geen afwijking en zegt dat het kind door moet gaan met het nemen van de siroop tegen de scheurbuik. Wel zegt de dokter dat ze het kind elke dag moet laten baden in een bad met zout zeewater.
Ze gaat naar de zee om een paar emmers zeewater te halen maar wordt tegengehouden door een agent van de rijkswaterstaat, want het is volgens de wet verboden. De vrouw wordt heel erg boos en rent met het naakte kind het water in en dompelt hem onder. Als de douanier dichterbij komt ziet hij een dood kind en een vrouw die gek is geworden.


1.6 Marcel Aymé p 47 -61
Le chien
(uit :Les contes rouges du chat perché, © Editions Gallimard)

Twee jonge meisjes gaan boodschappen doen voor hun ouders en op de terugweg komen ze een blinde hond tegen. Hij komt namelijk op de geur van hun vlees wat ze gekocht hadden. De hond vertelt dat hij net de blindheid van zijn baas heeft overgenomen en dat toen zijn baas weer kon zien hij de hond in de steek liet. De hond wil mee naar huis, maar de meisjes denken dat de kat bezwaren heeft. Als de hond hen redt van een struikrover mag hij toch mee en de ouders vinden het later ook wel goed.
Enige tijd later wordt de kat steeds meer in de steek gelaten, omdat ze hem niet aardig vinden. Hij gaat nadenken op de zolder en besluit de blindheid van de hond over te nemen. De kat vindt dat de hond zijn zicht wel nodig heeft in huis om zich nuttig in huis te maken. Zo gezegd, zo gedaan en de hond gaat het huis voortaan bewaken.
Als de kat op een dag voor de openhaard ligt te spinnen, ziet hij een muis. Hij pakt hem beet en zegt dat hij hem zal opeten. De muis mag kiezen tussen opgegeten worden of de blindheid van de kat overnemen. En de muis kiest voor het laatste en is voortaan blind.
Dan komt de vroegere baas van de hond en hij wil zijn blindheid terug. Via de hond en de kat komt hij bij de muis terecht en neemt hij de blindheid weer terug. Als de man weer weg wil gaan, gaat de hond hem achterna om hem te begeleiden.


1.7 Romain Gary p 62-67
Un humaniste
(uit: Les oiseaux vont mourir au Pérou, ©Editions Gallimard.)


Het verhaal gaat over Karl, die een humanist is, dat betekent dat hij gelooft in de mensheid. Hoewel hij dacht dat het nooit zover zou komen, moet ook hij onderduiken in de Tweede Wereldoorlog. Dit doet hij in de verborgen kelder van zijn bibliotheek. Een echtpaar (meneer en mevrouw Schutz) nemen zolang zijn speelgoedfabriek over en ze maken goede afspraken dat als Karl weer ‘boven’ komt de fabriek weer van hem is. Mevrouw Schutz verzorgt Karl en brengt hem eten en meneer Schutz praat veel met Karl. Hoewel hij steeds vervelende berichten krijgt over de oorlog en de buitenwereld, blijft hij optimistisch. Op den duur leest hij ook geen kranten meer om zijn optimisme te behouden en hij leest alleen zijn eigen boeken in de hoop dat de rechtvaardigheid op de aarde zal winnen.
Karl is inmiddels heel erg ziek geworden en lijdt aan een aderontsteking en een slecht hart. Maar hij behoudt nog steeds zijn geloof in de mensheid.
Doordat hij zich afgesloten heeft van de buitenwereld neemt hij alles aan wat meneer Schutz hem ook maar vertelt. Karl heeft dan ook niet in de gaten dat zij hem bedonderen, want zij laten hem daar namelijk zitten terwijl de oorlog allang over is. Wat het plan is gaat dan ook gebeuren, de bedoeling is namelijk dat zodra Karl dood is kunnen zij de fabriek voorgoed overnemen die nu zo ontzettend goed loopt. En dan sterft Karl terwijl hij denkt dat hij sterft in de armen van zijn trouwe ‘vrienden’.


1.8 Maurice Druon p 76-89
Votre épouse d’un jour
(uit : Le bonheur des uns, ©Editions Plon.)

Monsieur Longville is een aristocraat en woont in een groot kasteel in zijn eentje. Dit komt doordat zijn bedienden waren gevlucht omdat ze bang waren te worden gepakt omdat de Franse Revolutie was begonnen. Doordat hijzelf niet goed voor het huis kan zorgen wordt het huis nogal verwaarloosd.
Op een dag komt de dochter van een van z’n pachters hem vertellen dat ze gehoord heeft dat ze hem willen pakken. De vader van dit meisje is burgermeester en voorzitter van het revolutiecomité en daarom had zijn dochter, Marquérite het per ongeluk gehoord.
Dan vlucht Longville met Marquérite naar een schuur die ze hem wijst. Het is een oude champignonkwekerij geweest met een overheersende stank van mest, maar Longville went er wel aan. Daar zal hij dan de komende winter moeten doorbrengen. Marquérite komt elke dag aar eigen middageten brengen en ze brengt ook wat oude kleren van haar vader Phillipon mee.
Phillipon achtervolgt Marquérite een keer omdat hij denkt dat Marquérite een geheime minnaar heeft, maar dan komt hij erachter dat Longville daar zit.
Marquérite wil met hem trouwen zodat hij niet vermoord wordt en dat gebeurt dan ook. Longville vlucht vervolgens naar Engeland en gaat daar franse les geven.
Na 4 jaar, wanneer de wet veranderd is, gaat hij voor de eerste keer terug. Ze gaan opnieuw trouwen en gaan samen in het kasteel wonen.


1.9 Victor Hugo p 107-119
Claude Gueux

Claude is een man die veel honger lijdt. Op een dag als hij, zijn vrouw en zijn kind heel erge honger hebben steelt hij een brood. Daarvoor komt Claude in een abdij-gevangenis. De directeur van de gevangenis is een vreselijke man. Claude wordt te werk gesteld in een werkplaats van de gevangenis, waar ze achter weefgetouwen zitten. Als hij zijn eten krijgt, komt Albin erbij zitten en vraagt of Claude hem helpt met het opeten van zij eigen eten omdat hij het zelf niet op kan.
Claude en Albin worden hele goede vrienden en dan is hij er ineens niet meer. Albin is namelijk naar een andere afdeling gestuurd door de directeur, omdat hij jaloers is op Claude omdat hij het zo goed kan vinden met zijn medegevangenen. Claude is hier erg boos over en vraagt elke avond als de directeur z’n ronde doet of Albin terug mag komen en hij stelt een ultimatum tot 4 november.
Op 4 november gaat Claude met een smoes naar de meubelafdeling om een bijl te halen. Aan het einde van de dag gaat Claude nog een keer naar de directeur en als hij weer nee zegt op de vraag of Albin terug mag komen slaat hij de directeur met die bijl dood. Dan probeert hij zichzelf te vermoorden met een schaartje dat hij nog van zijn vrouw had, maar dat lukt niet en hij komt in het ziekenhuisgedeelte terecht. Als hij veroordeeld wordt tot de doodstraf is hij blij dat hij eindelijk uit zijn lijden wordt verlost.


1.10 Guy de Maupassant p 120-127
Boitelle

Boitelle is een man met 14 kinderen die voor de kost allerlei vieze karweitjes opknapt voor iedereen. Waardoor hij dit is geworden ligt volgens hem aan zijn ouders; zij hebben hem namelijk niet vrij gelaten in de keuze met wie hij zo trouwen. Toen hij als jongeman in het leger zat, ontmoette hij namelijk een vrouw op wie hij helemaal stapelgek was. Maar hij moest de relatie breken van zijn ouders omdat de vrouw te zwart was, ze was namelijk een negerin. Toen hij de vrouw voorstelde schrokken z’n ouders wel, maar op den duur wenden ze er wel aan. Het dorp daarentegen kon er helemaal niet aan wennen en de ouders vonden het beter als maar ze weg ging. En nu heeft hij dus een andere vrouw en met haar 14 kinderen, waarvoor hij dit werk doet. Maar dit was nooit zo geweest als hij nog met de negerin samen was geweest.


1.11 Albert Camus p 134-146
Les Muets
(uit: L’exil et le royaume, © Editions Gallimard)

Yvars is mank en fietst met zijn manke been naar zijn werk, een kuiperij. De staking die gepland stond is uiteindelijk toch niet doorgegaan. Iedereen gaat nu weer gewoon naar zijn werk op voorwaarde dat ze loonsverhoging krijgen. De baas van hun is helemaal niet zo’n vervelende vent, eigenlijk best wel aardig en doet wel zijn best voor zijn personeel. Maar vanwege de staking praat niemand meer met hem.
Dan moet Yvars samen met een andere werknemer, de twee oudste werknemers, naar de baas toekomen. Hij legt uit dat hij hen niet kan geven wat ze willen, later misschien, maar de mensen praten uit boosheid nog steeds niet met hun baas.
Pas als de baas pech heeft omdat zijn dochter plots ziek is geworden, willen de werknemers wel goedendag zeggen als de baas dit tegen hen zegt als ze naar huis gaan.


1.12 Marcel Aymé p 147-159
Le proverbe
(uit: Le passe-muraille,, © Editions Gallimard)

Meneer Jacotin heeft een onderscheiding van zijn werk gekregen, maar vindt thuis niet de juiste gelegenheid om het te vertellen; daar heerst een gespannen sfeer. Lucien (het zoontje van meneer Jacotin) wordt hard aangepakt, want Meneer Jacotin komt erachter dat hij zijn franse huiswerk niet gedaan heeft. Hij wordt vooral vergeleken met de beste leerling van de klas.
Na het eten en de afwas moet iedereen naar bed en Lucien moet heel erg huilen. Vader komt erbij zitten en verteld dat hij wel streng móet zijn, want dat hoort bij de opvoeding. Meneer Jacotin wil zijn zoon helpen met zijn huiswerk en schrijft voor hem zijn opstel. Lucien is moe en valt in slaap. De volgende dag op school levert hij het opstel in en krijgt een 3: de slechtste van de klas. Hij vindt het zielig voor zijn vader en daarom vertelt hij het niet thuis en meneer Jacotin biedt het zelfs aan Lucien vaker met zijn huiswerk te helpen.


1.13 Michel Tournier p 169-177
Que ma joie demeure
(uit :Le coq de bruyere, © Editions Gallimard)


Raphaël is een wonderkind en speelt als een engel op de piano, ook ziet hij er nog eens uit als een engel. Maar na zijn puberteit wordt hij ontzettend lelijk. Dan ontmoet hij Benedicte. Zij gaan verloven, maar kunnen nog niet trouwen wegens geldgebrek.
Een vriend vraagt hem of hij voor 4 weken hem wil vervangen in een nachtclub. Hij twijfelt, maar het verdient goed. Op een avond, valt per ongeluk zijn bril van zijn hoofd. Doordat hij niets meer kan zien moet hij improviseren. De mensen beginnen allemaal heel hard te lachen, want ze denken dat het bij de act hoort. De baas ziet het wel zitten: Raphaël als komediant. Hij vindt het niet leuk, maar Benedicte ziet het voor het geld wel zitten. Hij gaat vervolgens optreden in een circus en gaat daar op een avond Bach zitten spelen: het publiek valt helemaal stil. Eigenlijk komt zo Raphaël’s droom toch nog uit: voor een groot publiek Bach spelen.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen