U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Godfried Bomans - Dagboek Van Een Gymnasiast.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=2552 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 588 woorden.

Soort boek: autobiografie

Samenvatting:

Het boek is ingedeeld in twee soorten herinneringen nml. eerste jeugdherinneringen en jeugdherinneringen.

Eerste herinnering:

Hoofdstuk 1: Godfried blikt terug op enkele herinneringen die hij zich nog maar vaak kan herinneringen. Hij ziet bijvoorbeeld zijn moeder voor het raam koken en een liedje neuriën, ook hij herinnert zich het geluid van een fluit. Later ontdekt hij de man die erop speelt nml. een muzikant.

Jeugdherinneringen:

Hoofdstuk 2: Hij beschrijft zijn huis dat een groot huis moet zijn geweest met een bruine schutting begroeid met een klimop en een schommel op het grasveld. Op een avond ging hij na het eten achter een boom zitten en het was net of de tijd, het ogenblik van hem afviel en opgeheven werd naar een heel andere wijze van bestaan. Hij krijgt nog meer van die ogenblikken en hij besefte dat er achter gewone dingen een andere wereld schuilde. Aan het einde van hoofdstuk 2 gaat hij experimenteren met dieren.

Hoofdstuk 3: Hij gaat voor de eerste keer naar de kerk en ziet pastoor Reynberg die ze Vaaier noemen (Vader de beschermer van alles). De Vaaier gaf leering in de school van meester Prinsen in de Jacobijnstraat. Godfried weet nog dat Hildebrand ook op deze school heeft gezeten. Toen hij voor het eerst naar school ging werd hij door een zwarte zuster die hem bij de hand pakte, en naar het lokaal bracht. Het rook er naar boterhammetjes. De pastoor vertelt hem over het katholieke geloof zoals biechten etc. Hij moet ook communie doen. Als hij thuiskomt zingt iedereen een loflied voor hem.

Hoofdstuk 4: Godfrieds eerste schooldag op 7-jarige leeftijd op de heer Roodnat school. Mijnheer Roodnat is bovendien hoofd van deze school. Hij heeft eerst een gesprek met moeder en daarna op 1 september begint de eerste schooldag. Hij gaat tussen broer Herman en zuster Wally naar school. Hij weet nog dat zijn lerares jufvrouw Beuns is.

Hoofdstuk 5: Hij probeert zich de namen te herinneren van enkele klasgenoten. Hij was verliefd op Hanneke Brunelle. In de zangles zat hij even aan haar vlechtjes. Het lievelingetje was Truusje te Mey.

Hoofdstuk 6: Als hij 's woensdagsmiddags vrij heeft gaat hij naar Beyer toe die een stal heeft. Beyer heeft een wrat op zijn hoofd. Als Godfried hierna vraagt zegt Beyer dat het godsbestel is. Beyer neemt hem te pakken. Hij zegt tegen Godfried dat een goed paard ƒ3.70,- kost net zoveel als Godfried in zijn spaarpot heeft zitten. Godfried rent naar huis om zijn geld op te halen. Als hij weer bij de stal aankomt liggen Beyer en zijn baas dubbel van het lachen.

Hoofdstuk7: In dit hoofdstuk legt hij uit hoe je een beukennootje en een kastanje moet openmaken en over dat eikels niet om te gooien zijn. Ben je moe van het zoeken dan ga je op de rug liggen en ga je nadenken over het regen, hoe je over wolken kunt lopen, en kun je mooi zingen. Het boek eindigt met een versje.

Achter op het boek staat: In een grote doos op zolder verscholen tussen plakboeken en fotoalbums liggen een paar oude schoolschriftjes. Berkenrode Heemstede, Dagboek van een gymnasiast staat erop. Het blijkt het begin te zijn van een dagboek dat omstreeks 1931 geschreven moet zijn. Dit jeugdwerk dat vanwege de authenticiteit in de originele spelling is uitgegeven, toont een onmisbaar schrijverstalent.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen