U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marion Bloem - Geen Gewoon Indisch Meisje.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=5815 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2981 woorden.

I. Persoonlijke reactie en beoordeling

Thematiek/ onderwerp

Het onderwerp, schizofrenie die veroorzaakt wordt door een cultuurverschil, wordt volgens mij iets te eenzijdig benaderd. De idee van Bloem is namelijk dat het niet mogelijk is twee culturen te verenigen, of een eigen cultuur te bewaren, terwijl ik in mijn vrienden- en kennissenkring ook een voorbeelden kan noemen die de twee culturen waar zij mee zijn opgegroeid perfect weten te verenigen.
De thematiek die Bloem aansneed is geheel nieuw voor mij. De benadering van het onderwerp schizofrenie is naar mijn mening heel inventief, maar niet verduidelijkend.
Gebeurtenissen/intrige/ plot

Er gebeurt enerzijds heel veel in het boek, maar grote gebeurtenissen krijgen nauwelijks de aandacht van de schrijfster. Het zijn vooral kleine, subtiele dingetjes waaruit je moet afleiden wat er zich nu daadwerkelijk af heeft gespeeld in het leven van Sonja en Zon, zoals het interview met Sonja aan het einde van het verhaal, waaruit min of meer blijkt dat haar Indische zus zelfmoord heeft gepleegd. Over die zelfmoord lees je niets in het boek. De gebeurtenissen zijn absoluut ondergeschikt aan de gedachten van de hoofdpersoon, wat mij betreft gaat dit iets te ver.
Compositie/ structuur/ spanning

Twee jaar geleden heb ik dit boek al een keer gelezen, maar niet op mijn lijst gezet. In eerste instantie vond ik het een belachelijk verhaal, onrealistisch, hoewel ik daar geen bezwaar tegen had, maar het was vooral een chaotisch geheel. Door de niet-chronologische opbouw begreep helemaal niets van het verhaal, niet omdat er symbolen of metaforen werden gebruikt, maar simpelweg doordat de tijd in het boek een enorme puzzel is.
Dit is dan ook meteen mijn grootste kritiek op Marion Bloem. Naar mijn mening was het boek een stuk duidelijker geweest wanneer het boek gewoon in chronologische volgorde was geschreven, dan zou de ontwikkeling in de splijting van het karakter van Zon en Sonja duidelijker zijn.
Marion Bloem is in mijn optiek absoluut geen uitblinker in het schrijversvak. Het plot vond ik wel aardig, maar de opbouw van het boek is wat mij betreft echt een minpunt. Omdat schizofrenie een zeer complex probleem is wat voor een buitenstaander amper te bevatten is, was het misschien wat verstandiger geweest als dit iets simpeler werd benaderd.

Het boek bevat absoluut geen spanningsboog, opbouw naar een climax of iets dergelijks. Het boek was wel interessant. Door de enorm ingewikkelde structuur van het verhaal, word je wel tot denken gedwongen. In feite word je aangespoord om de legpuzzel van Sonja’s en Zon’s geest zelf in te vullen, omdat zij zelf niet in staat is om haar geest te ordenen. De vraag blijft aanwezig of deze twee karakters ooit nog tot een zullen komen, maar dit wekt geen grote spanning op, wel nieuwsgierigheid
Personages

Bloem heeft een duidelijke tweedeling aangebracht wat betreft personages. Of er is een Nederlands type, of de personage hoort bij de Indonesiërs. Wat mij betreft was die tweedeling iets te extreem, het heeft iets weg van een hokjesmentaliteit.

Taalgebruik/ stijl

Het taalgebruik was eenvoudig, soms zo eenvoudig dat een fragment volledig uit elliptische zinnen bestaat. De Indische woorden die gebruikt werden door de Indische personages, waren eenvoudig door de context te verklaren. Wat niveau van taal betreft was het boek aangenaam te lezen.



Overige opmerkingen

Momenteel verkeer ik nog steeds in een soort van tweestrijd over wat ik nu van “Geen gewoon Indisch meisje” moet vinden, omdat ik enerzijds de benadering erg goed vind, je blijft nadenken over het boek. Anderzijds wordt dat nadenken veroorzaakt, doordat het boek meer dan nodig ingewikkeld is. Ik vind het in ieder gevl knap dat Bloem zo’n indruk op mij heeft weten te maken, dat ik er toe kwam dit boek voor de tweede maal uit de kast te halen, om het te lezen.



II. Samenvatting, analyse en interpretatie

A. Voorwerk
A.1. Titel/ondertitelbeschrijving

Titel: Geen gewoon Indisch meisje
Auteur: Marion Bloem
Het boek is voor de eerste keer uitgegeven in 1983, door uitgeverij in de Knipscheer.
De versie van de Penta- pockets is in Amsterdam uitgegeven door Bulkboek Amsterdam.

A.2. Uiterlijke beschrijving

De versie van de penta pockets bevat een kaft met daarop een foto van een wajangpop in een Nederlands aandoend landschap.

De roman bestaat uit 224 bladzijdes, die onderverdeeld zijn in vijf delen, namelijk in een proloog, in een epiloog en in drie verdere delen, genaamd vader, moeder en boy.

A.3. Motto

Het motto van dit boek is een strofe uit een gedicht van G.J. Resink:

Schizofrenie

Wanneer komt de tijd dat de Europeaan
de Indonesiër of de Javaan
de Hollander in mij vermoordt, of minder
nog, de achterhoeker de Jakartaan

A.4. Opdracht

Er is geen opdracht vermeld


B. Samenvatting

Zie: kopieën volgende pagina’s
Bron: Penta dossier 97/98






C. Analyse en interpretatie

C.1. Titel- en ondertitelverklaring

De titel Geen gewoon Indisch meisje slaat op de hoofdpersoon. Sonja of zon, is van Indische afkomst en leeft in Nederland. Zij heeft veel moeite zich aan te passen aan de Nederlandse cultuur omdat zij tegelijkertijd haar eigen cultuur wil behouden. Zij is dus geen Nederlands meisje, maar ook geen gewoon Indisch meisje, omdat zij met een complexe identiteitscrisis kampt.

C.2. Mottoverklaring

De keuze door Marion Bloem voor dit gedicht is gezien het thema van het boek eenvoudig te verklaren. Het motto, een gedicht van Resink gaat over de innerlijke tweestrijd om moeten kiezen tussen twee culturen, of het verliezen van een cultuur die je niet hebt bezit. Dit maakt ook de hoofdpersoon in het boek mee. Een deel van haar pleegt ook figuurlijk zelfmoord, omdat zij beseft dat zij geen cultuur heeft, en ook niet in de Nederlandse cultuur past.

C.3. Genre

Geen gewoon Indisch meisje is een psychologische roman. De hoofdpersoon doorgaat een uitgebreid geestelijk proces bij de tweestrijd tussen haar afkomst en haar huidige leven. De gespleten persoon staat daarvoor symbool.

C.4. Idee thema en motieven

C.4.1. Idee
De idee in dit boek is dat wanneer je als allochtoon sterk aan je cultuur blijft hangen, wordt deze cultuur geïdealiseerd en leef je in illusies.


C.4.2. Thema

Het hoofdthema in dit boek is het probleem van een Indische identiteit hebben. Dit is duidelijk af te leiden uit de motieven, zoals gespletenheid, ontheemd zijn, schrijven (ter verwerking en verrijking) en tussen oost en west in staan.


C.4.3. Motieven

Ø Gespletenheid
Fragmenten uit de tekst
Ze hadden zusjes kunnen zijn, maar niemand weet of ze gelijktijdig zijn geboren. Ze hebben hetzelfde lichaam, al beweert Sonja van niet.

“Nou zeg,” Sonja’s stem is schel. “Blijf daar dan als dat je thuis is,” bijt ze haar toe. Zon vertelt van de boot. De gleuf, waar je niet in zwemmen kunt.
“Ach toe Zon”, onderbreekt Sonja haar


Ø Ontheemd zijn
Fragmenten uit de tekst
(Indonesië, de eerste keer)
Halim. Ze denkt hier hoor ik. Alles is bruin. Alles lacht. Alles is familie. (Waar ik me later voor schaam.)

Ze schaamt zich voor haar heimwee naar hun kleine etage, waar de slordigheid meer orde heeft dan het onbekende hier. Ze voelt zich niet thuis, zoals ze gemeend had, het eerste moment op Halim. Ze voelt zich nog meer een vreemde. Nu echter ook van Eddie en haar Hollands verleden. Hoop sterft.


Ø Er niet bij horen, emotioneel isolement
Fragmenten uit de tekst
Sonja leerde het woordenboek uit haar hoofd toen ze merkte dat anderen meer woorden kenden dan zij en de mijnen.

De meisjes op de bank in het gymnastieklokaal duwen hun benen tegen elkaar aan. Wisselen. Juichen. Lachen. Bewonderen elkaars getintheid na een weekeind zon. Ik begrijp de betekenis er niet van, maar schuif aan, strek ook mijn been, en steek het vooruit naast een van de andere om deel te nemen aan het warme plezier van de anderen. Complimenten over en weer.
Hilariteit. “Ja? Jìj telt niet!” roepen ze. Als in koor.


Ø Racisme
Fragmenten uit de tekst

Straks, als Mary terug is, schommelen we samen. Hoog. Ik staand en zij zittend, omdat ik weet hoe we de touwen vast moeten houden. Als Mary weer verschijnt is haar witte gezicht strak. “Ik mag niet met je spelen,” zegt ze. “Ga weg.”
Versteend ben ik één met de plank en het touw. Mijn handen zitten verkeerd.
“Waarom?”
“Omdat je zwart bent.”


Ø Tussen oost en west instaan
Fragmenten uit de tekst
Zon noemde Sonja Petrus als zij bij de groenteboer 1 pond pisang en een handvol lombok - zo stond het in moeders regelmatige handschrift op een stukje envelop geschreven – vertaalde in een halve kilo banen en drie groene pepers en geloofde dat zij door deze kleine ingreep ons anders-zijn verbloemen kon.

Ø Schrijven

Sonja hield zich staande in de Nederlandse cultuur doordat zij de taal machtig was. Zon daarentegen had moeite met de Nederlandse taal en gebruikte veel Indische woorden. Sonja werd zelfs schrijfster, terwijl Zon alleen warrige gedichten schreef.


C.5. Opbouw, structuur en spanning

De roman is niet chronologisch opgebouwd. De roman kent een korte proloog en een korte epiloog. Daartussen bevinden zich drie hoofdstukken, getiteld 'vader', 'moeder', en 'boy,. Het eerste hoofdstuk is uit fragmenten van jeugdherinneringen en beschrijvingen van een reis door Indonesië van de hoofdfiguur en haar vriend opgebouwd. Het staat in het teken van de Indische vader. Het tweede hoofdstuk heeft een tweede Indonesische reis van de hoofdfiguur als uitgangspunt, waarop zij haar moeder vergezelt. Het derde hoofdstuk staat in teken van een verliefdheid op en Molukse jongen. Ook deze hoofdstukken zijn uit fragmenten opgebouwd die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. Tussen de hoofdstukken zit een regel wit en drie sterretjes.



C.6. Personages

Er wordt in de roman duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee groepen optredende personages: Indiërs (Zon, Boy, vader en Alinda) en de Nederlanders, of zij die zich aan hen aanpassen (Sonja, moeder, Eddie, Mary.)

De hoofdfiguur die soms als de vertelster in de ik-vorm optreedt, is gesplitst in twee schrijnbaar aparte personages. In de eerste plaats Sonja die de nuchtere, rationele, aan de Nederlandse levensstijl aangepaste kant van haar persoonlijkheid vertegenwoordigt. En in de tweede plaats Zon (Indisch verbasterde vorm van de naam Sonja), die de oosterse, irrationele, in magie en dromen levende kant van dezelfde persoonlijkheid vertegenwoordigt. Sonja en Zon beschouwen elkaar als “zusjes”.

De “ik”-figuur is op zoek naar haar identiteit. Om enig inzicht in zichzelf te krijgen, splitst ze zichzelf op in twee personen.

C.7. Tijd

Het boek is niet-chronologisch geschreven. De fragmenten, die bestaan uit herinnering, fantasie en directe belevenissen staan lopen kriskras door elkaar in de tijd.

C.8. Perspectief

De roman is vanuit verschillende perspectieven geschreven, althans wanneer Sonja en Zon als twee verschillende personages of figuren worden beschouwd. Vrijwel het gehele boek is in de derde persoon geschreven, hoewel de “ik” figuur aan het woord is.
Door deze beschrijving vanuit de derde persoon wordt heel duidelijk dat de hoofdpersoon zichzelf, althans een deel van zichzelf letterlijk als een vreemde beschouwd.

C.9. Ruimte

Het verhaal speelt zich gedeeltelijk in Nederland en in Indonesië af, deze twee landen staan symbool voor de twee karakters in wie Sonja en Zon te verdelen zijn.
Uitgebreide ruimtelijke beschrijvingen worden niet gegeven. Slechts wanneer de sfeer van een bepaalde ruimte een duidelijk verband houdt met de gemoedstoestanden of gedachten van de hoofdpersoon, speelt ruimte een rol.

C.10. Taalgebruik en stijl

Bloem hanteert een korte vertelstijl, ook wel staccato genoemd. In haar boek maakt ze veel gebruik van Indische woorden, wanneer Zon aan het woord is.
Korte, schijnbaar losstaande scènes, begrenst door witregels, versterken het idee dat alleen de kern van wat belangrijk is verteld wordt: Alle ballast is vermeden. Belangrijke gebeurtenissen zijn niet door middel van overgangsscènes aan elkaar geplakt, maar volgens elkaar abrupt op.









III. Achtergronden


A. Achtergronden van de schrijver


Marion Bloem werd in 1952, als kind van Indische ouders, geboren in Amsterdam. In 1976 studeerde zij af als klinische psychologe. Zij had toen al verschillende kinderboeken op haar naam staan. Naast kinderboeken schrijft zij jeugdboeken en romans voor volwassenen, waarvan in 1983 de eerste wordt gepubliceerd: Geen gewoon Indisch meisje.
De veelzijdige Marion Bloem heeft ook films, documentaires en televisieprogramma's gemaakt. De documentaire 'Wij komen als vrienden' maakte zij samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers. Zij is ook actief als beeldend kunstenaar en maakt voor haar eigen boeken de omslagen. Ook exposeert ze in verschillende galeries. Marion Bloem heeft een passie voor reizen.
In haat boeken en films spelen de thema's erotiek, intimiteit, passie en het zieken naar een balans tussen behoud van eigenheid en aanpassing een grote rol. Haar meest recente roman, Mooie meisjesmond, verscheen in 1997.
De roman Geen gewoon Indisch meisje van Marion Bloem verscheen in 1983 bij de uitgeverij In de Knipscheer als haar literaire debuut, waaraan Bloem met grote tussenpozen tussen 1975 en 1983 had gewerkt. Zij had eerder twee wetenschappelijke publicaties en enkele kinderboeken en jeugdromans geschreven. Bij In de Knipscheer verschenen, zonder wijzigingen, drie drukken van de roman ( maart 1983, juli 1983 en september 1984) en een bijdruk in 1987. Van de paperbackversie werden 10.340 exemplaren verkocht. In 1985 bracht Maarten Muntinga een editie in pocketvorm op de markt, in de reeks Rainbowpockets ( nr. 13), die twaalf ongewijzigde herdrukken beleefde met een oplage van 80000 exemplaren.
De roman, die inclusief het voorwerk en de inhoudsopgave 250 bladzijden beslaat, bevat een proloog, drie delen en een epiloog, en is opgebouwd uit door al dan niet met asterisken gemarkeerde witregels gescheiden fragmenten. De schrijfster heeft haar tekst vooraf laten gaan door een motto, dat ontleend is aan Transcultureel, gedichten van G.J. Resink.


B. Achtergronden van het boek/ Literatuurgeschiedenis

Bron: Lexicon van literaire werken 20
Met "geen gewoon Indisch meisje' sneed Marion Bloem in 1983 een nieuw onderwerp aan, zowel gezien binnen de traditie van de Nederlandse letteren als binnen de Indische literatuur. Voor het eerst kreeg de tweede generatie Indischen, hier en Nederland geboren of op zijn minst hier opgegroeid, een stem. Voor de meesten geldt dat zij lange tijd heimwee voelden naar een land dat zij uitsluitend uit de verhalen van hun ouders kenden. Tegelijkertijd beseften zij dat zij ook niet tot echte Hollanders waren opgevoed, omdat er zoveel van de Indische sfeer in hun opvoeding was geslopen. Zij zijn uiteindelijk volwassenen geworden die weliswaar twee vaderlanden hebben, maar eigenlijk in geen van tweeën echt thuis zijn. Doordat de tweede generatie zich verbonden weet met een land dat zij niet uit eigen ervaring kent, is haar identiteitscrisis wezenlijk anders dan die van de ouders die beide landen kennen en heen en weer geslingerd worden tussen heimwee en het verlangen een nieuw leven te beginnen. De thematiek van de tweede generatie Indischen dook spoedig na het verschijnen van 'Geen gewoon Indisch meisje' ook op in het werk van tweede- generatieschrijvers als Adriaan van Dis (Nathan Sid), Jill Stolk, Ernst Jansz en Frans Lupulalan. Thematisch gezien laat dit debuut van Marion Bloem een caleidoscopisch beeld van haar verdere oeuvre zien. Alles waar zij later over ging schrijven, lag al in kiemvorm in 'Geen gewoon Indisch meisje' besloten. Thema's als schrijven, zoeken, erotiek en seksualiteit, de Indische geschiedenis en cultuur, heeft zij in haar andere wek laten terugkomen. Vormtechnisch lijken latere romans als 'lange reizen korte liefdes'(1987), 'vader van betekenis'(1989) en 'de leugen van de kaketoe'(1993) nog het meest op haar debuutroman: De verbrokkelde verhaallijn, die alleen met enig puzzelwerk te achterhalen is, is er vermengd met herinneringen, overpeinzingen en dromen. Enigszins geschrokken van de kritiek op haar schrijfstijl, die door sommige recensenten dagboekachtig wordt genoemd, is Marion Bloem in latere romans, na de eerste drie, steeds terughoudender is geworden met het gebruik van de typische Indische stijl.


Zie: Ingevoegd interview uit Het Parool van 16 maart 1983 en bibliografie achterin mijn leesdossier.


IV. Bijzondere opdrachten en bijlagen

Niet aanwezig


V. Gebruikte secundaire literatuur



Lexicon van Literaire werken, editie 20, november 1993, door Saskia van Rijswou

Internet: http://www.internetcollege.nl/
http://www.blyswyk.com/
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen