U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anna Blaman - Eenzaam Avontuur.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=14249 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2220 woorden.

Blaman, A. [Johanna P. Vrugt], Eenzaam Avontuur. Amsterdam, 1988, 36ste druk [1948]. Uitg. Meulenhoff, ISBN 90-290-3938-8



Inleiding

Dit werk heb ik gelezen op aanraden van Peter Mahu. Ik wilde graag een boek lezen uit de periode 1940-1960 en hij gaf dit boek op als tip. Het leek me wel een grappig boek, omdat hij vertelde dat er nogal veel opschudding door ontstond. Die opschudding wilde ik eerst ook voor mijn verdiepingsopdracht nemen, maar dat bleek niet te realiseren omdat de secundaire literatuur die aangegeven stond in de Kritisch Literatuur Lexicon overal uitgeleend of vooral NIET aanwezig was. Daarom heb ik mijn verdiepingsopdracht gehaald uit de informatie die mij ter beschikking stond.



Vertelperspectief

Het perspectief verandert: in de proloog is vooral Bart aan het woord, maar later in het boek zie je afwisselend de gevoelens van Alide, Berthe en Kosta.



"Is de mens iets dat werkelijk bestaat, en ziet alleen het gebrek aan inzicht en intuïtie hem tegensprakig?" Dit vraagt de hoofdpersoon zich af.

Mijn verdiepingsopdracht bestaat uit het onderzoeken van de structuur van het boek: hoe is het boek ingedeeld en wat kun je daar als lezer uithalen? Omdat het lastig is om de dingen te beschrijven zonder de tekst in het boek erbij, vallen mijn verdiepingsopdracht en de samenvatting samen.



Opbouw

De roman bestaat uit vijf onderdelen: ‘Proloog’, ‘Een’, ‘Twee’, ‘Drie’ en ‘Epiloog’. De proloog heeft acht passages, waarvan er vier de titel ‘Aan Alide’ dragen. De ikfiguur richt zich dus tot Alide. Als je de proloog goed leest, kom je erachter dat Alide de ikfiguur verlaten heeft: bijvoorbeeld op bladzijde 12, “Toen dacht ik nog…” of “geluk dat voorbij is”. De ikfiguur schrijft deze proloog na zijn geestelijke crisis, en weet al hoe Alide is: “als een reflex op al wat er gebeurt, een speelse geheimzinnige en bijna altijd commentaarloze reflex.”



Proloog

De proloog is zeer belangrijk. Met veel vooruitwijzingen erin heeft de proloog niet alleen een compositorische functie, maar ook voor de interpretatie van de roman heeft de proloog een belangrijke rol. Als je namelijk begint aan Een, weet je al dat het volkomen geluk en een liefde, boven verraad verheven geacht, verwoest zijn. De ikfiguur, Bart Kosta, is tot de ontdekking gekomen dat alles wat in zijn leven, maar ook in het leven in het algemeen, écht belangrijk is, tussen hem en zijn vrouw Alide verzwegen is gebleven. Deze ontdekking vertelt hij in de Proloog. Bart heeft het over de terrasscène, die hij heeft gezien in de Vogezen op zestienjarige leeftijd. Na een hartstochtelijk gesprek tussen een man en een vrouw grepen ze elkaars handen, naderden elkaar en stonden onbeweeglijk, lijf aan lijf, zonder elkaar te zoenen... Een symbool van de vervreemding en de vereenzaming die tussen mensen bestaat. Die levenswijsheid kreeg hij dus al vroeg mee, maar stopte hem weg in zichzelf.

De belangrijke dingen bleven verzwegen. Allereerst dat hij zelf iemand uit de terrasscène werd en een meisje dat van hem hield, afwees (kopje ‘Het bal’). In die nacht fantaseerde hij een ideaalbeeld, een Alide, met wie hij een terrasontmoeting had. Ook verzwegen was zijn laffe optreden in de dancing Le Palais Blue, toen je een duidelijk onderscheid kon maken tussen zijn gedrag en zijn innerlijk. En tenslotte de waarschuwing van een verbitterde Danser, Alides ex-echtgenoot, die Bart waarschuwde voor de tegenstelling tussen Alides binnen- en buitenkant. Bladzijde 10: "Ze doet gul en hartstochtelijk, maar ze is gierig, gierig en koud."

Al deze 'verzwegen' (opgeborgen) scènes met de terrasscène in de Vogezen, verbonden door het motief van het blauwe paleis (=> symbool voor het onderbewuste), leefden in Kosta en behoorden tot zijn onderbewuste. Gemeen hebben ze de eenzaamheid, het onvermogen de ander te bereiken omdat de mens onherkenbaar is voor een andere mens, en de wanhoop daarover. Na een lange speurtocht komt Bart tot dit inzicht. De beschrijving van die zoektocht volgt in het verhaal in de geschiedenis van Kosta zelf en die van King. Beide geschiedenissen zijn speurtochten en leggen het blauwe paleis, symbool van het onderbewuste, bloot. Ze brengen de waarheid, dat mensen onherkenbaar en onbereikbaar voor elkaar zijn, aan het licht en wie dit onder ogen durft te zien, heeft nooit te hoge verwachtingen. Kosta had die wel, hij achtte zijn liefde boven verraad verheven en moest dus het verlies van zijn geliefde ervaren als vergiftigd worden. In het laatste deel van de proloog maakt de auteur de verbinding tussen het drinken van vergif en het verlaten worden van de vrouw van wie men houdt.



Hoofdstuk 1

Hoofdstuk Een heeft als thema het probleem van schijn en wezen. De schrijver Bart Kosta, getrouwd met Alide, huurt een vakantiehuisje en wil voor haar een detectiveverhaal schrijven over King en Juliette. Juliette heeft overduidelijk een moord gepleegd, en King, de detective, moet haar ontmaskeren. Hoewel ze niet wraakzuchtig is, heeft ze toch haar minnaar vermoord (dit is een transponering van de verhouding tussen Bart en Alide, zijn vrouw).

Alide gelooft sterk in een tegenstelling tussen het innerlijk en het uiterlijk van de mens, maar Kosta ziet de mens als een eenheid. Hun samenzijn is in zijn ogen een toonbeeld van geluk. Na enige tijd moet hij voor zaken naar de stad en hij zal thuis kijken of alles in orde is. Hij stelt Alide voor, bij de vier meiden in het vakantiehuisje Mon Plaisir de avond door te brengen. Wanneer Kosta thuis is, krijgt hij bezoek van ene Peps, die hem vertelt dat hij al een jaar lang een verhouding heeft met Alide. Hij vraagt Kosta of hij Alide wil laten gaan omdat ze van elkaar houden. Kosta, die niets vermoedt en zeer gelukkig was, krijgt hiermee een harde klap. Hij gaat diezelfde dag nog naar Alide terug. In de buurt van het vakantiedorp gaat hij aan een slootkant zitten, bang om de waarheid uit Alides mond te horen en onzeker over zijn houding tegenover haar. Hij beseft dat hij enorm veel van haar houdt, maar dat hij haar eigenlijk maar een beetje kent. De probleemstelling van de detective wordt ernst. Detective King heeft een serieuze missie!

In Mon Repos, hun vakantiehuisje, mijmert Alide en geeft een goed beeld van zichzelf. Haar liefde voor Bart was ‘veredeld’ en haar drang tot gemeenschap met Peps was onvermijdelijk (ze kon niet anders). Kosta komt thuis en dwingt haar de waarheid te vertellen. Na een ruzie, een verzoening, een verwijdering en een terrasscène gaat ze naar Mon Plaisir, waar de lesbische Berthe, de flirtende Yolande (naar Kosta), de verstandelijke Hilde en de onbeduidende Annie ieder een eigen mening hebben over Kosta, Alide en hun verhouding. Berthe en Annie hebben de terrasscène tussen Bart en Alide gezien. ’s Avonds bezoekt Yolande Kosta en kijkt hem doordringend aan wanneer hij vertelt dat er een conflict is van voorbijgaande aard. Ze vraagt of hij dat wel zeker weet, hij vergeet haar blik nooit meer en stuurt haar weg. Berthe ligt naast de slapende Alide en mijmert over de verhoudingen: Kosta zoekt Alide, Alide zoekt een ander, Yolande zoekt Kosta en zijzelf is verliefd op Alide.

De volgende morgen vertrouwt Alide Berthe toe dat ze ooit verliefd was op een vrouw en ze vraagt haar of ze voor haar een telegram wil verzenden. Bart rijdt langs en is vastberaden Alide nooit te laten gaan. Diezelfde morgen lossen ze de ruzie op.

Wanneer ze in de stad terug zijn, zegt Alide dat ze Peps zelf gaat vertellen dat zijn ‘idee’ niet doorgaat. Ze wil er echter niet meer over praten met Bart. Kosta leest haar het fragment uit zijn boek voor, dat hij in Mon Repos heeft geschreven. Hij verklaart dat het schrijven nu geen zin meer heeft en betreurt het dat “zo’n volkomen waardeloos individu” hem daar vanaf heeft gebracht. Hij vraagt haar of de relatie met Peps echt voorbij is, en Bart en Alide krijgen weer ruzie. Ze leggen het bij en Alide zegt alleen van Bart te houden. Ze gaat naar de naaister en brengt hem ertoe verder te schrijven. Hij laat iemand onderzoek doen naar de negatieve kanten van Peps. Hij wil graag alles met Alide uitpraten, maar Alide vindt dat het toch voorbij is. Op een middag vermoedt Kosta dat Alide, in plaats van naar de winkel, bij Peps is en vindt haar in zijn winkel. Hij zegt dat ze haar eigendommen moet komen ophalen en dat ze niet meer terug hoeft te komen.



Hoofdstuk 2

'Twee' beschrijft eerst wat er gebeurt als Kosta vertrokken is. Alide krijgt een harde klap. Ze wil in een erotische roes haar verdriet uitwissen en geniet van haar macht over Peps. Daarna geeft ‘Twee’ een beschrijving van hun leven. Ze mijmert over het verleden, voelt zich eenzaam en houdt helemaal niet van Peps. Toch gaan ze op vakantie. In het hotel verdwijnt Alides feeststemming omdat ze de burgerlijkheid van Peps ziet. Als Peps naar de stad is, wandelt ze met een lesbische vrouw. Peps keert terug en maakt ruzie met Alide, omdat zij volgens hem schuldig is aan de ontslagneming van zijn filiaalchef. Alide toont haar minachting voor de vulgaire Peps.



Hoofdstuk 3

'Drie' vertelt uitvoerig over de vier meiden in Mon Plaisir. De gebeurtenis tussen Kosta en Alide heeft op ieder van hen een andere uitwerking gehad. Berthe zoekt Kosta op. Die is eenzaam en drinkt. Ze vertelt dat Alide tegen Annie heeft gezegd dat ze hem maar niet kan vergeten. Kosta, die een juist beeld van Alide zoekt, vertelt haar dat hij Alide helemaal niet kent, maar alleen zijn fantasie-Alide. Hij begint weer over King en Juliette te schrijven en dat bezorgt hem afleiding. Hij ontmoet Alide en ze gaat met hem mee. Bart vraagt naar haar leven met Peps, en als ze weg is vernielt hij alles omdat hij kwaad is over zijn lafheid. Het wordt hem steeds duidelijker hoe Alide is. Ze mag niet weten dat hij in zijn manuscript afrekent met haar en zichzelf. Als ze weigert definitief bij hem te blijven, bedenkt hij zich dat hij niet meer van haar houdt, maar van de liefde die in hem bestond. King en Juliette worden steeds belangrijker: ze redden hem uit zijn eenzaamheid. Hij stelt Alide nog eenmaal voor een keuze, bij familie in A. Daar gaan ze naar het Parkhotel en als Alide na het dansen, op het terras, voor Peps kiest, voor de erotische in plaats van de geestelijke liefde, nemen ze voorgoed afscheid. Thuis maakt Bart zijn detective af: dat is ‘Epiloog’.



Epiloog

Kosta’s zoektocht naar de verhouding tussen schijn en wezen heeft opgeleverd, dat er in de mens een grote tegenstelling kan bestaan tussen zijn innerlijk en zijn gedrag. Een goede buitenkant wijst niet, zoals bij Alide, op een goede binnenkant. Alides gedrag is onvoorspelbaar, als een reflex. Deze onderscheiding in de mens geldt slechts voor de ander, want de mens zelf is een eenheid: King en Kosta horen bij elkaar. King is het onderbewuste van Kosta. Deze wordt zich van de waarheid bewust door zijn boek te schrijven en te lezen wat er in zijn innerlijk aanwezig is. Al schrijvende wordt hij zichzelf, en krijgt een goed beeld van zijn verhouding tot Alide. Kings grote ontdekking is, dat Juliette zich onvoorwaardelijk aan hem geeft, maar hem even later wil vergiftigen. Ze weet niet waarom, en dat was de waarheid. King had haar ontmaskerd, en haar daarmee ontzield en overwonnen. Haar innerlijk is leegte, ze is instinctief en dierlijk.

Belangrijk is dat de verbeelding richting geeft aan de realiteit, en dat Kosta leert van King. King ontdekt de waarheid en Kosta gaat ernaar leven.



Compositie

De roman is, wat compositie betreft, beïnvloed door Johan Daisne’s ‘De trap van steen en wolken’. Daarin legt ook een schrijver zijn belevenissen vast in een roman. ‘Eenzaam Avontuur’ is ook een boek over het schrijversschap: Kosta overwon zijn eenzaamheid door over King te schrijven en zo overwon Anna Blaman de hare door weer over Kosta te vertellen.



Eigen mening

In het begin vond ik dit boek zeer vervelend om te lezen. De proloog heb ik zelfs meerdere malen moeten doorlezen, voordat ik het een beetje begreep. Dat komt door het vage taalgebruik, denk ik. Zeker in het begin gebruikt Blaman sprookjesachtige taal, de taal van een verliefd iemand. Dat drukt de sfeer waarin de ikfiguur het stuk schrijft natuurlijk wel uit, maar toch vond ik het wat moeilijk te volgen. De rest van het boek vond ik redelijk leesbaar, al was het voor mij soms wat verwarrend om de verhalen van King en Juliette te scheiden van het verhaal van Bart en Alide. Omdat de verhalen veel met elkaar te maken hebben, is een scheiding niet noodzakelijk maar je moet de verhalen niet echt door elkaar gaan gooien.

Mede door de durf (zomaar over een lesbische vrouw te schrijven), vind ik dit boek erg goed. En als je het boek een beetje gaat analyseren, kom je erachter dat het ook compositorisch goed in elkaar steekt. Ik vind het echt grappig dat de Epiloog (en dus eigenlijk het boek) eindigt met het einde van het verhaal van King en Juliette. Zo van ‘De relatie tussen Bart en Alide is over, dus nou eindigt de detective ook’ (= gedachtegang van Bart).

Ik weet niet of ik iemand anders zou aanraden dit boek te lezen. Je moet er toch wel wat moeite voor doen om tot het leukere stuk van het boek te komen, want dat ligt, naar mijn mening, ergens vanaf pagina 80. Maar als je een boek graag wilt lezen, kost het natuurlijk nooit te veel moeite.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen