U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : K - Warmte Ingezonden Door: Sarewaar Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1187 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Natuurkunde en het aantal woorden bedraagt 4687 woorden.

1. Wat is warmte?







Warmte is een soort energie die ontstaat als materiedeeltjes bewegen. Warmte is bewegings-energie en gaat samen met het leven, zelfs al kan ook materie die wij als dood ervaren, bewegen en warmte produceren. Alles wat koud is staat absoluut stil! Het was de heer Kelvin die voor het eerst vaststelde dat bij -273 °C het absolute nulpunt wordt bereikt, waarbij elke beweging tot stilstand komt. Deze -273 °C definiëerde hij als 0 Kelvin (K), van waaruit hij zijn absolute temperatuur-eenheid ontwikkelde. Aldus smelt ijs bij 273 K en kookt water bij 373 K.

Wie de handen warm wrijft, weet dat de wrijving die ontstaat bij deze beweging voor het opwekken van warmte zorgt. Zo is het ook de wrijving tussen bewegende materiedeeltjes die warmte in de materie opwekt. Bij vloeistoffen en gassen, waarin de deeltjes nagenoeg vrij door elkaar bewegen, is het de toevallige botsing tussen deeltjes die warmte produceert. Bij vaste stoffen kunnen de deeltjes, die nagenoeg letterlijk aan elkaar vast zitten, slechts door trilling een interne wrijving en aldus warmte opwekken.

Verbranding is het meest typische voorbeeld van een zogenaamde exotherme chemische reactie, een uitwisseling tussen deeltjes die warmte voortbrengt. In dit geval brengt de botsing tussen deeltjes een ware explosie voort, waarbij deeltjes in kleinere fragmenten uiteenvallen die zich vervolgens met andere deeltjes, de zuurstofatomen, weer verbinden.

Als 2 voorwerpen “even warm zijn”, betekent dit dat ze eenzelfde temperatuur hebben, waarbij de temperatuur staat voor de warmteintensiteit. Dat is een directe maatstaf voor de interne beweging van deeltjes. Maar deze twee voorwerpen, zelfs al hebben ze eenzelfde volume of gewicht, bevatten niet noodzakelijk evenveel warmte.Hoeveel warmte twee voorwerpen met eenzelfde temperatuur en een gelijk volume of gewicht bevatten, is afhankelijk van de soortelijke warmteopnamecapaciteit van de materies waaruit deze twee voorwerpen bestaan. Zo kan 1 kubieke meter speksteen 3.000 KJ warmte opnemen voor elke graad Celcius dat de temperatuur stijgt. Een kubieke meter chamotte-steen accumuleert slechts de helft zoveel warmte bij eenzelfde temperatuurstijging (1.430 KJ).Warmteenergie werd voorheen uitgedrukt in calorieën, waarbij 1 calorie de warmte is nodig om 1 gram zuiver water bij 15°C met 1°C te doen stijgen onder atmosferische druk. Vandaag wordt warmteenergie eerder uitgedrukt in Joule, waarbij 1 cal = 4,185 J. De Joule is evenwel een maat voor arbeid of beweging, het mechanische equivalent van de calorie.





2. Soorten warmte







a. Convectiewarmte







Als je evenwel water in een hete kookpot giet, is er meer aan de hand. Het water dat met de wanden van de kookpot in contact komt, zal eerst door geleiding opwarmen. Die warme deeltjes 'springen' daardoor zodanig in het rond, dat ze lichter worden dan de koude deeltjes. En daardoor gaan ze stijgen, terwijl de koude deeltjes dalen, om op hun beurt te worden opgewarmd. Zo mengen warme en koude waterdeeltjes zich automatisch. Dat heet convectie of stroming.

De letterlijke vertaling van con-vectie is "samen bewegen". Convectie wordt dan ook best gezien als een stroming van deeltjes die samen in min of meer dezelfde richting bewegen. Gezien de noodzaak aan stromende deeltjes treedt convectie niet op in vaste stoffen, doch enkel in gassen en vloeistoffen.

Convectiewarmte is warmteoverdracht via stroming die onstaat door verschillen in dichtheid als gevolg van verschillen in temperatuur. Koude deeltjes bewegen minder, zitten daardoor dichter op elkaar en zijn globaal dus zwaarder dan warme deeltjes die veel bewegen, verder uit elkaar zitten en dus globaal lichter zijn. warmteconvectie is bijgevolg gewoon een moeilijk woord voor het fenomeen dat warme lucht stijgt en koude lucht daalt. Een fenomeen dat de mens voor het eerst in staat stelde het luchtruim te betreden via de hete luchtballon.

Convectieverwarming is dus luchtverwarming of verwarming via warme lucht. Breng warme lucht onderaan in een ruimte en ze zal automatisch stijgen, waarbij de warmte op koudere deeltjes wordt overgedragen via stralingswarmte en via geleiding bij contact. Er treedt daarbij ook gewoon een menging op van warme en koude deeltjes. De gemiddelde kamertemperatuur komt daardoor hoger te liggen dan de oorspronkelijke kamertemperatuur en lager dan de temperatuur van de geproduceerde warme lucht.

Soms worden lucht en water wel eens genoemd als de media waarlangs convectieverwarming warmte transporteert. Inderdaad, de circulatie van water in de radiatoren van een centrale verwarming berust eveneens op het principe van de convectie. Het warme water in een centrale verwarming wordt door convectie dus naar verschillende ruimten gebracht, maar het is via de opwarming van lucht dat de eigenlijke warmteoverdracht in de ruimte plaatsvindt. Zodat we de uitdrukking convectiewarmte veel beter kunnen vervangen door het eenvoudiger woord "luchtwarmte".

Wanneer koude lucht in contact komt met een warm vast lichaam, zoals een kachel, treedt eveneens convectie op. De warmteoverdracht door geleiding en straling veroorzaakt een opwarming van de luchtdeeltjes die zich het dichtst bij het kacheloppervlak bevinden en daardoor als geheel lichter worden en gaan stijgen. Zo koelt een voortdurende koudere luchtstroom elk warm voorwerp af.

Luchtwarmte is dus, in tegenstelling tot stralingswarmte en geleiding, een indirecte vorm van warmteoverdracht. De warmte van een convector wordt niet rechtstreeks op ons lichaam overgedragen, maar onrechtstreeks door tussenkomst van de kamerlucht als transportmiddel.





















b. Stralingswarmte







Een tweede manier om warmte over te brengen is warmtestraling. Het warme, onzichtbare licht dat een hete kachel uitstraalt zal elk voorwerp verwarmen waar het op valt. Dus ook ons lichaam. In onze huid stroomt ongeveer 1/4 van ons bloed, dat de opgevangen warmte meteen naar de rest van het lichaam voert.











3. Warmteaccumulatie







a. Wat is warmteaccumulatie ?







warmteaccumulatie is het opslaan of "vangen" van warmteenergie onder één of andere vorm. Praktisch gebeurt dat meestal in water of in een vaste stof.

Maar warmteaccumulatie betekent veel meer dan dat, omdat er zovele goede redenen zijn om warmte op te slaan.







b. voordelen







warmteaccumulatie laat je toe energie te besparen, doordat het minder snel verdwijnt uit je woning, die in feite zelf een grote warmteaccumulator is. En je kan ook specifieke materialen inzetten voor warmteaccumulatie en dan vooral rondom de warmtebron en de eventuele rookgasafvoer.

Met Elektrische warmteaccumulatie (zie verder) kunt u ook veel centen sparen, bijvoorbeeld in landen waar de elektriciteit goedkoper is ‘s nachts dan overdag.

Warmteaccumulatie stelt je in staat zelf te beslissen wanneer je wil stoken (in zoverre dit niet automatisch gebeurt), omdat je een warmtereserve kan opslaan. Met de moeite die we vandaag de dag hebben om onze tijd optimaal in te delen is dat geen overbodige flexibiliteit.

warmteaccumulatie staat toe de energie die vrijkomt bij grote wilde vlammen, die zo’n leuke sfeer brengen, op te slaan voor later gebruik. Dit zowel in accumulerende hout- als gaskachels.







c. Waar vooral?







Het is opvallend hoe warmteaccumulatie doorheen de geschiedenis steeds het meest populair gebleven is in de koudere landen. warmteaccumulerende houtkachels hebben zowat overal in Europa bestaan. Maar de opkomst van de convectiewarmtec deed ze in vele landen nagenoeg verdwijnen, met uitzondering van de koudere Scandinavische landen en het Alpengebied. Vooral in Oostenrijk en Finland bleven ze een dominante manier van verwarmen en dit vooral buiten de steden, waar brandhout verzamelen en stockeren eenvoudiger is.

warmteaccumulatie is het toppunt van een efficiënte verwarmingstechniek en het is dan ook niet verwonderlijk dat het is blijven bestaan in die landen waar voldoende warmte opwekken een belangrijk probleem was. Nu vandaag energiebesparing en ecologie op de voorgrond treden, is warmteaccumulatie ook in minder koude landen aan een duidelijke comeback toe.

Er wordt wel eens geopperd dat warmteaccumulatie enkel voor koude streken een voordeel biedt en dat het in gematigder klimaten te weinig flexibel is. Dat is gedeeltelijk juist, maar dan vooral voor de wat verouderde systemen die een zeer lange opwarmingstijd hebben. Dan wordt het inderdaad moeilijk om snel genoeg te reageren op wisselende buitenluchttemperaturen. Moderne warmteaccumulatie gebruikt evenwel materialen met een hoge warmte geleidingscoëfficiënt, die snel opwarmen. Dat is vooral speksteen met een warmte geleidbaarheid van 6,4 W/mK, wat zo'n 3 maal sneller is dan bij de typische klei stenen die in oudere systemen werden gebruikt. Recenter zijn ook speciale klei stenen op de markt die de snelheid van warmtegeleiding in speksteen benaderen, maar ze zijn nog steeds duurder dan de natuursteen speksteen.







Speksteen =>















d. verschillende technieken







1. warmteaccumulerende houtkachels







Warmteaccumulerende houtkachels bevatten meestal meer dan een ton materiaal om warmte in op te slaan. En ze beschikken nagenoeg altijd over een speciaal kanalensysteem, dat toelaat de warmte maximaal uit de rookgassen op te nemen. De mate waarin dit lukt varieert van 90 tot 95 %. Echte warmteaccumulerende houtkachels kunnen voor minimum 24 uur warmte opslaan, zodat het slechts nodig is één maal daags een paar uur te stoken.

Typisch voor accumulerende houtkachels is ook dat ze voornamelijk stralingswarmte voortbrengen. Accumulerende houtkachels uit klei steen worden ook tegelkachels genoemd, omdat ze met ceramiektegels zijn afgewerkt. Klei steen kan evenwel niet erg veel warmte opnemen en doet dit ook traag. Dat betekent dat tegelkachels altijd erg groot moeten zijn, traag opwarmen en een lange opbouwtijd vragen (al snel een week). Daardoor zijn ze in België en Nederland nooit echt populair geworden.

In Oostenrijk, waar ze een traditie vormen, zijn ze wel nog een belangrijke factor op de markt. Velen zullen ze zich van een bergvakantie herinneren. Vooral in Duitsland en Zwitserland zijn de meeste tegelkachels geen echte accumulerende kachels meer. Het zijn zogenaamde "Warmluftheizofen" die voornamelijk convectiewarmte produceren en nagenoeg geen warmte opslaan. Omdat dat sneller gaat dus.

Accumulerende houtkachels uitspeksteen werken bijna steeds overeenkomstig het tegenstroomprincipe. Dat betekent dat de rookgassen eerst stijgen en dan weer dalen. Ze zijn veel compacter dan de tegelkachels van weleer, want ze hebben minder dan de helft zoveel volume nodig. Ze zijn bijzonder snel op te bouwen, onder meer ook door gebruik van modules uit speksteen. Een model van een ton is ongeveer in 1 dag op te bouwen. Ze warmen ook heel wat sneller op dan tegelkachels. In plaats van 2 tot 3 uur hebben ze minder dan 30 minuten nodig om uit koude toestand op temperatuur te komen. In de meeste gevallen zullen ze overigens nog warm zijn van het stoken de vorige dag.

Sommige kachels met speksteen kunnen warmte opslaan voor 2 tot 8 uur. Dat worden nastralers genoemd en zijn geen echte accumulerende houtkachels. Ze bevatten meestal 150 tot 300 Kg speksteen. Dat nastralen is overigens best handig en aangenaam.



Houtkachel=>















2. warmteaccumulerende gaskachels







Deze vormen een zeer recente evolutie op de markt. Met gaskachels dient de warmteaccumulatie uiteraard niet om het de gebruiker gemakkelijker te maken. De aanvoer en verbranding van gas is er immers geautomatiseerd.

warmteaccumulerende gaskachels zijn echte sfeerbranders die toelaten grote gele gasvlammen te produceren zonder sterk warmteverlies. Zo'n grote gasvlammen produceren immers veel te veel energie om op het moment zelf in een ruimte te gebruiken. Wil men bij andere toestellen toch een indrukwekkend vlammenspel, dan gaat de meeste warmte langs de schoorsteen verloren. Niet zo bij de accumulerende gasbranders, waar een groot deel van de warmte wordt op ge slaan om later te worden vrijgegeven. En dit als zachte, gezonde en energiezuinige stralingswarmte, wat een extra troef vormt voor deze producten.







Gaskachel=>

















3. Elektrische warmteaccumulatie







In vele landen is elektriciteit goedkoper 's nachts dan overdag. In België is er overigens nog een prijsverschil tussen de piekuren en de rest van de dag. warmteaccumulatie betekent dan eenvoudig elektriciteit van het net nemen wanneer die het goedkoopst is en ze opslaan voor later gebruik. Meestal wordt de warmte vrijgegeven als convectiewarmte en maakt men daartoe gebruik van speksteen, die evenwel niet zichtbaar is. Er bestaan evenwel ook Elektrische toestellen die warmte opslaan in zichtbare speksteen en ze uitsluitend of voornamelijk als stralingswarmte vrijstellen







4. Warmte- afgevers







Warmte- afgevers zijn die elementen in het leidingnet van een cv- installatie die speciaal bedoeld zijn om de warmte van het ketelwater af te geven aan de omgeving. Alle andere elementen moeten dat zo min mogelijk doen en zouden dus goed geïsoleerd moeten zijn. De meest bekende warmte- afgevers zijn de radiatoren en de convectoren, maar ook lucht behandelingskasten en vloerverwarming vallen hieronder.

Warmte bestaat uit straling en convectie. Bij de laatste wordt de lucht verwarmd, die vervolgens opstijgt, en aldus ook de ruimte verwarmt. Straling verwarmt niet de lucht, maar straalt rechtstreeks door naar de mens. Men kan het voelen, bij een hete houtkachel of een kampvuur bijvoorbeeld. Het meest comfortabel voelt men zich als de warmte gelijkmatig verdeeld is tussen straling en convectie.

Het is belangrijk om te weten dat elke warmte- afgever het hoogste rendement produceert bij een eigen watertemperatuur. Zonder voorzorgsmaatregelen is een combinatie van verschillende warmte- afgevers (bijvoorbeeld radiatoren en convectoren) nadelig voor dat rendement.

















5. Aardwarmte







a. Hoe werkt aardwarmte?







Naarmate je dieper komt vanaf het aardoppervlak neemt de temperatuur ca. 30°C per kilometer toe. Om gebruik te kunnen maken van deze warmte moet er een watervoerende laag (aquifer) aanwezig zijn. Zo'n laag bestaat uit poreus gesteente of zand(steen) waardoorheen water kan stromen. Er worden twee putten geboord waarvan de uiteinden zo'n 1,2 tot 1,5 kilometer uit elkaar in de watervoerende laag liggen. Uit één put wordt warm water van ca. 95 °C opgepompt. De warmte wordt via een warmtewisselaar aan het warmte gebruiksnet van bijvoorbeeld een tuinder overgedragen. Het afgekoelde water wordt via de andere boorput weer teruggepompt in de watervoerende laag. Omdat de aanvulling van warmte uit de aardkern veel tijd vergt, raakt de warmtebron na zo'n dertig jaar afgekoeld.

In Nederland is de temperatuur van de watervoerende laag te laag voor elektriciteitsproductie, maar kan wel worden gebruikt voor bijvoorbeeld verwarming van gebouwen of kassen. In landen als Italië is de temperatuur op geringe diepte al zo hoog dat er direct stoom van hoge temperatuur aan de aarde kan worden onttrokken. Met behulp van een stoomturbine en een generator wordt hiermee elektriciteit opgewekt.











6. Centrale verwarming







a. Wat is de centrale verwarming?







De centrale verwarming, afgekort cv, is eigenlijk een verzamelnaam voor alles wat om de verwarming van het huis draait, de hele installatie. De centrale verwarming bestaat uit de cv-ketel, de leidingen, de radiotoren, een schoorsteen of muurrooster, een expansievat, een circulatiepomp en een thermostaat. Ik leg eerst deze onderdelen uit.





De cv-ketel De cv-ketel is eigenlijk het centrale punt van de centrale verwarming en staat meestal op zolder. Het is de verwarmingsbron.

De leidingen Hier stroomt het water doorheen.

De radiatoren De radiatoren zijn eigenlijk wat iedereen 'de verwarming' noemt. De temperatuur van de radiatoren kun je afzonderlijk regelen.

De schoorsteen Hierdoor kunnen de verbrandingsgassen naar buiten. Nieuwe huizen hebben een klein metalen pijpje en oudere huizen een gemetselde 'ouderwetse' schoorsteen. De verbrandingsgassen kunnen ook door een muurrooster naar buiten.

Het expansievat In het expansievat of drukvat wordt water opgevangen dat veroorzaakt is door het uitzetten van het leidingwater.

De circulatiepomp Deze pomp is nodig om het water rond te pompen door de leidingen.

De thermostaat Hiermee wordt de temperatuur geregeld. Dat kan door middel van een kamerthermostaat.













Cv-ketel=>











1 ) Aanvoerleiding (cv-water)

2 ) Warmwaterleiding (tapwater)

3 ) Sifon / afvoer condenswater

4 ) Gasleiding

5 ) Koudwaterleiding (tapwater)

6 ) Retourleiding (cv-water)

7 ) Verbrandingsgasafvoer

8 ) Verbrandingsluchttoevoer

9 ) Automatische ontluchter

10 ) Warmtewisselaar verbrandingskamer met brander

11 ) Buffertank (tapwater)

12 ) Platenwarmtewisselaar (tapwater)

13 ) Ventilator

14 ) Pomp





b. Hoe werkt de centrale verwarming?







De warmte begint in de cv-ketel. Zoals gezegd staat de cv-ketel meestal op zolder. In de cv-ketel verbranden branders aardgas met zuurstof. Voor de verbranding wordt aardgas gebruikt, omdat aardgas een schone verbranding heeft (als je de branders goed afstelt komen er geen schadelijke gassen vrij). Als het aardgas wordt verbrand met voldoende zuurstof ontstaan koolstofdioxide (CO2) en waterdamp. Het is noodzakelijk dat er genoeg zuurstof bij de verbranding wordt gebruikt, anders ontstaan roet en het giftige gas koolstofmono-oxide (zie het hoofdstuk 'Koolstofmono-oxide'). Door de warmte van de verbranding wordt het water in de ketel verwarmd. Met behulp van een elektrische circulatiepomp wordt het warme water door de aanvoerleiding naar de radiatoren gepompt. Door het warme water worden de radiatoren verwarmd en geven ze die warmte af aan de lucht. Daardoor wordt de kamer lekker warm. Doordat het warme water zijn warmte afgeeft aan de lucht koelt het water af en stroomt het door de retourleiding terug naar de ketel. In de ketel wordt het water opnieuw verwarmd en blijft het water maar rondstromen door de installatie.

Dat gaat alleen maar goed als er genoeg water in de cv-installatie zit: de installatie moet helemaal gevuld zijn. Als het water afkoelt krimpt het, waardoor een teveel of tekort aan water kan ontstaan. Daar is het expansievat voor.

Het expansievat vangt het teveel aan water op en vult daarmee de installatie weer op als er een tekort aan water is. Het expansievat is een bolvormig metalen vat met een rubberen balg in het midden. In de onderkant van het vat zit stikstofgas. De bovenkant staat in verbinding met de cv-installatie zodat er water in geperst kan worden door het stikstofgas. Het expansievat zit meestal onder aan de retourleiding.

Het warme water is een ander verhaal. In de cv-ketel circuleert cv-water. Als je de kraan aandoet, voelt een sensor dat er koud water stroomt. De sensor geeft een seintje aan de warmtewisselaar, die het cv-water i.p.v. langs de radiator, door de platenwisselaar stuurt. Dat cv-water warmt het tapwater op omdat ze langs elkaar stromen. Het warme tapwater wordt opgeslagen in een tankje, zodat je bijna meteen warm water hebt en niet lang hoeft te wachten (zie Figuur 5).

Dit is individueel, in één huis, zoals in Dronten. Dat in tegenstelling tot een groot deel van Almere, waar de huizen verwarmd worden door wijk- of blokverwarming. Dat betekent dat één of meer blokken, of de hele wijk, verwarmd worden door een gezamenlijke installatie.







c. Welke rol speelt de centrale verwarming in mijn dagelijks leven?







De centrale verwarming speelt een heel grote rol in mijn leven, in ieders leven! Een tijd geleden was er nog geen centrale verwarming, er waren alleen maar kachels.

Dat is eigenlijk nog niet zo lang geleden, rond 1970 hadden bijvoorbeeld veel mensen nog geen centrale verwarming. De kachels (of openhaarden) die ze hadden stonden in de woonkamer. In de kachel werd steenkool of hout verbrand en in Oost-Europa ook wel bruinkool. Omdat de kachel in de woonkamer stond, was het alleen daar warm. In de andere vertrekken was het steenkoud. Als je in bad wilde, moest er water in een ketel verwarmd worden. Dat water werd in een teil gedaan waar je dan in moest. Het is eigenlijk raar dat pas rond 1970 centrale verwarming kwam, meer dan 2000 jaar geleden hadden de Romeinen al (vloer)verwarming!

Nu staat in elk vertrek een radiator die je zelf zo warm kan zetten als je wilt en warm water is ook geen probleem. Je gaat naar de badkamer, draait de warme kraan open en je hebt na een tijdje warm! Er zijn ook thermostaatkranen, daarmee kun je de exacte temperatuur van je water instellen. Als je warm water nodig hebt om af te wassen kun je de kraan openzetten en je hebt warm water.

Dat afwassen met de hand gebeurt ook al steeds minder doordat de afwasmachine bedacht is. Die gebruikt trouwens ook warm water! Je kunt echt zeggen dat de centrale verwarming een hele grote rol in mijn leven speelt, want wat is er nou fijner dan op een koude winterdag met je rug tegen de warme radiator te zitten en een boek te lezen?















d. Vloerverwarming







-Dankzij de verminderde luchtcirculatie heb je minder schilderbeurten.

Het lastige poetsen van radiatoren of van stoffige convectorputten behoort definitief tot het verleden. Wanneer de vloer met water gepoetst wordt is hij ook sneller droog.



-vloerverwarming is plaatsbesparend. Je verliest geen wandoppervlakken door hinderlijke en stoffige radiatoren. Je plaatst en verplaatst je meubilair waar en wanneer je maar wil. Ramen tot op de grond, schuine daken, je kan je creativiteit de vrije loop laten.



-In de zomer is het mogelijk om koud water door de vloerverwarmingsbuizen te sturen. (vb. met een warmtepomp) Op die manier bereik je een aangenaam maar niet overdreven koeleffect in huis. En volledig geluidloos !

Met tegels of natuursteen kan het grootste koeleffect worden bekomen.



-Ten onrechte wordt er beweerd dat vloerverwarming spataders, gezwollen benen en voeten zou veroorzaken. We vermoeden, alhoewel er nooit een oorzakelijk verband werd aangetoond, dat deze verhalen afkomstig zijn uit de tijd dat vloerverwarming nog op hoge temperatuur werkte. Zo'n 40 tot 50 jaar geleden, toen de gebouwen nog niet geïsoleerd werden.

Zeker is echter wel dat vloerverwarming die op lage temperatuur werkt geen vaatziekten of andere problemen veroorzaakt.



-Vloerverwarming is het enige verwarmingssysteem waarbij praktisch geen stof wordt opgewerveld. Bij radiatoren en convectoren circuleert er permanent stof in het lokaal. Dit stof bevat de allergische stoffen die dan via de ademhaling in het lichaam geraken.



-Vloerverwarming werkt op lage temperatuur en geeft warmte af door straling.

Bij radiatoren en convectoren wordt de lucht fel opgewarmd en dus "gedroogd".

Bij vloerverwarming is de luchtvochtigheid meestal hoger, wat aangenamer is voor de luchtwegen.



-Daar zijn de volgende redenen voor:

1) De kamertemperatuur is lager:

in een lokaal met vloerverwarming heb je het al lekker warm bij een temperatuur van 18°C, terwijl je om hetzelfde gevoel te krijgen met een radiatorverwarming bijna 22°C nodig hebt.

Het comfortgevoel wordt bepaald door de luchttemperatuur en de gemiddelde temperatuur van alle vlakken die je omringen. Met vloerverwarming heb je een groot, warm oppervlak onder je en deze gemiddelde temperatuur is dus hoog.

Stel je een volledig betegelde badkamer voor en één volledig bekleed met kurk. Waar zal je het warmste gevoel krijgen ? Natuurlijk in die met kurk.

Hoe hoger de luchttemperatuur, hoe meer energie je verbruikt.

Elke graad lagere kamertemperatuur levert een besparing op van ongeveer 6%.

2. De temperatuur van de ketel of van de warmtepomp is laag: hoe lager de temperatuur van het verwarmingswater, hoe hoger het rendement en hoe lager de verliezen van de stookketel of de warmtepomp. Ook hierdoor wordt een flinke besparing gerealiseerd.

3. Extra besparing in lokalen die "hoog" zijn: mezzanines, lokalen open tot in de nok, e.d.: de warmte blijft beneden waar je ze nodig hebt! Bij een radiatorenverwarming stijgt de warme lucht, zodat de temperatuur ter hoogte van het plafond of de nok zeer hoog wordt en voor extra warmteverlies zorgt.



- Men denkt vaak dat vloerverwarming veel duurder is dan radiatoren. Dit is niet het geval. Bij de kostenvergelijking spelen vele factoren een rol.



Voorbeelden:

- indien de temperatuur van het verwarmingswater hoog wordt gekozen dan zullen de radiatoren wel kleiner en goedkoper zijn, maar je zal ook heel wat meer verbruiken !

- indien je rekening houdt met de plaats en de grootte van de radiatoren, dan blijkt vaak een groter bouwoppervlak of een andere indeling noodzakelijk te zijn.

In het algemeen kan men stellen dat vloerverwarming bij de investering ca. 15 % duurder is dan radiatoren. Hou je echter rekening met het lagere verbruik, het hogere comfort, de plaatsbesparing en de waardevermeerdering van uw gebouw, dan is vloerverwarming op lange termijn veel voordeliger dan radiatoren.







- Mensen denken vaak dat ze geld besparen door radiatoren op een verdieping te zetten.

Dit is niet het geval. Je hebt dan 2 systemen: één op lage en één op hoge temperatuur waardoor de regelapparatuur natuurlijk complexer en duurder is. Het lager verbruik dat je zou hebben dankzij een algemeen lagere keteltemperatuur wordt dan helaas ook teniet gedaan.



-Bij het nat systeem worden de vloerverwarmingsbuizen in de chape gegoten. Dit systeem wordt al meer dan 30 jaar toegepast en heeft zijn kwaliteit bewezen. Het is goedkoop en makkelijk te leggen.

Het droge systeem wordt vooral toegepast bij renovatieprojecten. Bijvoorbeeld op houten vloeren die niet het gewicht van een chape kunnen dragen.



-De vloerisolatie komt altijd direct onder de vloerverwarmingsbuizen te zitten, dus niet onder de betonplaat. Vele isolatiematerialen zijn hiervoor geschikt. Ook gespoten PU-schuim behoort tot de mogelijkheden.





-Bij het natte systeem wordt er een normale chape gegoten. Meestal wordt er een product aan toegevoegd dat de mechanische eigenschappen van de chape verbeterd.



-Voor de isolatie, de vloerverwarming en de chape heb je minstens 12 cm nodig + de dikte van de gekozen vloerbekleding. Wanneer je deze hoogte niet hebt voorzien, dan hebben we echter nog enkele speciale oplossingen daarvoor.



-Afhankelijk van de gekozen vloerbedekking zijn ongeveer 6 tot 8 cm te voorzien.





-In principe zijn alle vloerbekledingen geschikt voor vloerverwarming:

- tegels

- natuursteen

- linoleum

- parket

- laminaat

- vast tapijt

- hout



De warmteweerstand mag echter niet meer dan 0.15 m² K/W bedragen. (vb. tapijt van meer dan 1 cm dik ) De leverancier van de vloerbekleding kan je heel precies zeggen wat de warmteweerstand van zijn materiaal is.

De meeste houtsoorten zijn geschikt voor vloerverwarming. Sommige hebben echter een grote uitzetting en krimp (vb. Canadese ahorn en beuk) waardoor tijdens de verwarmingsperiode tijdelijke spleetjes kunnen optreden. De leverancier van uw parket zal u over de geschikte houtsoorten graag adviseren en u de nodige garanties geven.



-Vaak wordt beweerd dat men extra uitzetvoegen moet voorzien bij vloerverwarming. Dit is niet zo. Ook wanneer er geen vloerverwarming ligt zijn er uitzetvoegen nodig wanneer chape- oppervlakken groter zijn dan 40 m², langer zijn dan 8 m of van richting veranderen. Het voegenplan wordt samen met de architect, de bouwheer en de carreleur opgemaakt. Bij het plaatsen van de vloerverwarming moet er met deze uitzetvoegen rekening gehouden worden.



-Wanneer een verwarmingsinstallatie met water gevuld wordt, dan bevat dit water veel zuurstof. Deze zuurstof zal metalen onderdelen in de installatie doen roesten. Dit roesten is slechts heel weinig en stopt van zodra de zuurstof in het water is opgebruikt.

Kunststofbuizen zijn waterdicht, maar niet luchtdicht. Omdat er in de buizen water zit dat praktisch geen zuurstof meer bevat zal de zuurstof die in de lucht zit rond de buizen (ook al zijn ze in de chape gegoten) maar al te graag door de wand van de buis naar het water gaan.Dit fenomeen noemt men zuurstofdiffusie.

Langsheen de wanden van de buizen komt er in het verwarmingswater dus permanent nieuwe zuurstof die permanente corrosie en grote schade veroorzaakt.

De meeste vloerverwarmingsbuizen zijn uit cross-linked polyethyleen van de hoogste kwaliteit en hebben een speciale beschermlaag tegen zuurstofdiffusie. Ze kunnen overal probleemloos en zonder gevaar voor corrosie gebruikt worden.



-Een elektronische regelaar meet permanent de buitentemperatuur. Hoe kouder het buiten is, hoe hoger de temperatuur van het water is dat door de vloerverwarmingsbuizen stroomt. Zo geeft de vloer dus altijd de juiste hoeveelheid warmte af om binnen een constante temperatuur te bekomen.





-In een moderne, geïsoleerde woning wordt de vloer tijdens het verwarmingsseizoen gemiddeld 22 tot 23°C warm. Tijdens koude winterdagen kan deze temperatuur tot 25 à 26°C oplopen.

In oudere woningen is een maximale vloertemperatuur van 29°C voldoende om het gewenste comfort te verkrijgen.



-Afhankelijk van de hoeveelheid zon en de hoeveelheid hout in de haard, zal de omgevingstemperatuur natuurlijk wel stijgen. De warmte die de vloer afgeeft hangt enkel en alleen af van het verschil tussen de vloertemperatuur en de omgevingstemperatuur.

Als de omgevingstemperatuur stijgt geeft de vloer onmiddelijk minder warmte af en zal je minder verbruiken. Wanneer de omgevingstemperatuur 1°C stijgt, dan geeft de vloerverwarming gemiddeld 20 tot 30% minder warmte af. Dit noemt men het zelfregelend effect van vloerverwarming.

In de lokalen waar op datzelfde moment de zon niet binnenschijnt, blijft de vloerverwarming gewoon zijn normale warmte afgeven. (een kamerthermostaat in de living zou de warmtetoevoer in deze lokalen gewoon stoppen!)



-Als de buitentemperatuur gedurende enkele uren gevoelig daalt, dan blijft de temperatuur in huis quasi constant.

Dit komt door de goede isolatie van je woning. De vloerverwarming heeft dus ruimschoots de tijd om te reageren.

Het natte systeem heeft een iets langere reactietijd dan het droge systeem omdat de chape als een soort buffer dient. Bij een 68mm dikke chape van heeft men een gemiddelde reactietijd van 15 min per °C. Bij het droge systeem gaat het iets sneller.

Als je overdag de vloerverwarming uitschakelt, als je bv. uit werken bent, dan duurt het niet lang vooraleer de normale omgevingstemperatuur weer bereikt is. Het automatische regelsysteem zet de vloerverwarming precies op tijd weer aan.



-Met een weersafhankelijke regelaar is geen omgevingsthermostaat nodig.



- De temperatuur kan in elk lokaal apart geregeld worden.



- Als de oude installatie op hoge temperatuur werkt, dan zorgt een mengkraan ervoor dat de temperatuur van het water naar de vloerverwarming verlaagd word. Meestal is ook nog een evenwichtsfles nodig om hydraulisch alles perfect te laten werken.





-Warmtepompen en zonnecollectoren leveren veel warmte maar wel op lage temperatuur. Radiatoren en convectoren die gevoed worden met water van 30°C geven praktisch geen warmte meer af; zij hebben veel hogere temperaturen nodig.

Vloer- en wandverwarming werken wel met lage temperaturen, zodat zij bijzonder geschikt zijn voor deze alternatieve energiebronnen.

















7. Vanwaar heb ik deze info gehaald? Bronnen!







Internet=> zoekmachine: google





___________________________________________________
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen