U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Frederik Hermans - Nooit Meer Slapen.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20411/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2888 woorden.

Samenvatting:



Auteur: Willem Frederik Hermans

Titel: Nooit meer slapen

1e jaar van uitgave: 1966

Motto: “I do not know what I may appear to the world, but to myself I seem to have been only like a boy playing on the sea-shore, and diverting myself in now and then finding a smoother pebble or a prettier shell than ordinary, whilst the great ocean of truth lay all undiscovered before me.” Sir Isaac Newton



De hoofdpersoon, Alfred Issendorf, is 25 jaar oud, geoloog en gaat op expeditie met zijn Noorse vriend Arne en twee andere Noorse geologen. De expeditie gaat door Finnmark in het uiterste noorden van Noorwegen.



Alfred wil een stelling van zijn hoogleraar bewijzen en hoopt op deze manier beroemd te worden. Hij wil namelijk zijn vader rehabiliteren, die bij een expeditie van biologen verongelukt is.

De hypothese gaat over het ontstaan van grote ronde gaten in de aardbodem, die ontstaan zijn door de inslag van meteorieten. Hij heeft luchtfoto’s van het betreffende gebied nodig en hoopt deze van de Noorse professor Ornulf Nummedal te krijgen. Deze man is een collega en rivaal van Sibbelee. Sibbelee heeft Alfred per brief bij Nummedal geïntroduceerd, die zijn medewerking heeft toegezegd.



Bij aankomst van Alfred in Oslo zegt Nummedal dat de luchtfoto’s niet op zijn instituut aanwezig zijn. Hij verwijst Alfred naar de geologische dienst in Drontheim, maar ook daar blijken ze onvindbaar. Zonder luchtfoto’s gaat Alfred nu met Arne, Mikkelsen en Qvigstad op weg. Door gebrek aan training kan hij ondanks uiterste krachtsinspanningen nauwelijks meekomen. De tocht wordt een ware marteling voor hem, ook al omdat hij ‘s nachts geen oog dichtdoet. Onderweg ontdekt hij, dat Mikkelsen de luchtfoto’s die hij mist, in zijn bezit heeft. Nu verdenkt hij Nummedal ervan Mikkelsen en Qvigstad te hebben uitgezonden om hem voor te zijn. Hij mag van Mikkelsen de luchtfoto’s bestuderen, maar er blijkt niets op te staan dat Sibbelee’s theorie kan ondersteunen. Nu ziet Alfred in dat hij ten onrechte vertrouwen in Sibbelee heeft gehad en dat hij de luchtfoto’s voordat hij naar Noorwegen afreisde, had moeten bestuderen.



Qvigstad en Mikkelsen gaan nu op eigen gelegenheid verder. Later raakt Alfred door een vergissing van zijn kant ook Arne kwijt. Dagen later vindt hij hem terug, gedood door een val van een rots. Alfred geeft nu zijn pogingen op en keert terug. Onderweg ziet hij een lichtschijnsel en hoort een harde klap. In het vliegtuig naar Nederland leest hij in een krant, dat er waarschijnlijk een meteoriet ingeslagen is. Thuis krijgt hij van zijn moeder een stel manchetknopen, gemaakt van een doorgezaagd meteorietsteentje, dat zijn vader hem voor zijn zevende verjaardag cadeau had willen geven. Alfred's moeder had het hem bij zijn promotie willen geven, maar dat gaat nu niet door.



Ervaringsverslag:



Personen

Alfred Issendorf is de hoofdpersoon. Hij heeft last van faalangst, is sceptisch, onhandig en ontzettend pessimistisch. Een voorbeeld van dat pessimistische vind je op pagina 201. Hij denkt daar namelijk dat Qvigstad en Mikkelsen hen (Arne en Alfred) hebben verlaten, omdat hun geduld met hem op was, maar waarschijnlijk hebben ze gewoon een ander onderzoek en moesten ze de andere kant op. Ook denkt hij daar dat Arne liever alleen was verder gegaan, maar waarschijnlijk vind Arne een beetje aanspraak wel fijn.

Citaat pagina 201: Ach lieve Jezus, ik ben bang. Zelfs als ik van die rotswand te pletter zou vallen, morsdood, zou ik mij na mijn dood nog doodschamen. De kruk der krukken, de klungel uit de lage modderlanden. Qvigstad en Mikkelsen hebben hun geduld ermee verloren. Hij veroorzaakt te veel tijdverlies Arne is te beleefd om iets te laten merken, maar hij denkt: Was ik maar alleen. Ik zou vlugger opschieten. Ik zou mijn aandacht beter bij mijn werk kunnen houden. Ik zou niet hoeven sjouwen voor twee. Duivel in de hel! (Dit is het Noorse equivalent van godverdomme.)

Alfred wil zich losmaken van de herinnering aan zijn vader. Voor zijn moeder begint hij aan een studie geologie om carrière te maken en om zo zijn verongelukte vader te overtreffen. Na zijn mislukte expeditie geeft Alfred toe dat hij eigenlijk niet geschikt is voor zijn vak. De reis heeft hem wat dat betreft veranderd. In het begin is hij er nog van overtuigd dat hij een goed proefschrift zal schrijven en zal promoveren, zie citaat pagina 38-39. Maar aan het eind is hij ervan overtuigd dat hij nog veel moest leren en eigenlijk niet klaar was voor deze expeditie, zie citaat pagina 266 en citaat pagina 285.

Citaat pagina 38-39: Ik draag tenminste in mijn kompas één soldaat mee die mij door dik en dun trouw is. Hij zal mijn proefschrift voor mij schrijven, hij zal het zo goed doen dat ik cum laude tot doctor promoveer en naderhand zal hij professor worden.

Citaat pagina 266: -Ik geloof dat mijn punt van uitgang niet juist geweest is. Ik geloof ook dat mijn opleiding niet voldoende is geweest om dat onderwerp te bestuderen. Ik heb geprobeerd een suggestie van professor Sibbelee te volgen, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat ik daar niet veel mee opschiet. Ik zou het onderzoek van Arne willen voortzetten. Ik wil Noors leren. Ik wil mijn studie over doen voor zover nodig. Ik zou bij u in Oslo willen studeren, twee, drie jaar misschien en dan weer naar Finnmark gaan. Voor een buitenlander als ik, nooit eerder in zo’n soort landschap geweest, is het anders geen vruchtbare onderneming.

-Denkt u? Maar dan ziet u de toestand veel te somber in. Ik kan begrijpen dat u teneergeslagen bent. Maar professor Sibbelee heeft mij, voor u naar Noorwegen kwam, een brief geschreven waarin hij uw capaciteiten de hoogste lof heeft toegezwaaid. Wilt u mij wijsmaken dat het onderwijs van professor Sibbelee niet voldoende geweest zou zijn?

-Misschien heeft professor Sibbelee te veel van mij verwacht.

-Wat u mij daar zit te vertellen is het meest ongelofelijke dat ik in lange tijd heb gehoord. Professor Sibbelee zou u bij mij aanbevolen hebben terwijl u niet voldoende voorbereid was op uw taak? Ik begrijp niet waar u het over heeft, meneer!

-Voor ik weg ging heeft professor Sibbelee mij deelgenoot gemaakt van bepaalde denkbeelden. Veronderstellingen die ik moest verifiëren.

-Dat zullen interessante veronderstellingen zijn geweest!

Stamelend geef ik antwoord.

-Ik heb niets gevonden waaruit blijkt dat die veronderstellingen waarschijnlijk zijn.

Citaat pagina 285: Ik kijk ook naar mijn moeder. Ik zal haar nooit kunnen uitleggen waarom ik verdrietig ben. Zij is trots op mij. En, trouwens, er is geen enkele instantie in mijn omgeving die iets anders van mij wil, dan wat ik zelf ook altijd heb gewild. Hier zit ik, in elke hand een manchetknoop, aan elke manchetknoop een halve meteoriet. Samen een hele. Maar geen enkel bewijs voor de hypothese die ik bewijzen moest.

Behalve Alfred zijn er nog wat belangrijke personen in het verhaal, zoals Arne, Qvigstad en Mikkelsen, alledrie ook onderzoekers die met Alfred mee waren in Finnmark. Arne, Alfred’s vriend, is intelligent en heeft een praktische instelling. Hij doet die dingen, die Alfred graag zou willen doen met een grote vanzelfsprekendheid. Qvigstad is een heel zelfverzekerd en optimistisch persoon in tegenstelling tot Mikkelsen, die is meer onzeker. In mij zelf herken ik af en toe een beetje dat optimisme van Qvigstad. Als er allemaal dingen tegen zitten kan je het altijd nog vanaf de positieve kant bekijken.



Relaties

De belangrijkste relaties in dit boek zijn Arne en Alfred en professor Nummedal en professor Sibbelee. Arne en Alfred trekken elkaar aan, omdat ze samen op expeditie gaan en dus in hetzelfde schuitje zitten. Ze praten samen niet veel over intieme dingen, maar toch hebben ze onderweg veel steun aan elkaar. Hun relatie blijft het hele boek hetzelfde, maar als ze wat opener tegen elkaar waren geweest waren ze nog veel betere vrienden geweest. Want Alfred denkt dat hij een blok aan het been is van Arne, maar Arne kijkt juist heel erg tegen Alfred op omdat hij zo doorzet ondanks al zijn tegenslagen. Ik heb hier een citaat bij gedaan van de eerste keer dat Alfred Arne ontmoet.

Citaat pagina 77: -Het is een lange reis, van Amsterdam hiernaartoe, hè?

De banale dingen die ik terugzeg (Hoe het met hem gaat? Hoe lang hij al in Alta is?) brengen niets tot uitdrukking van mijn opluchting dat de afspraak blijkt te kloppen. …….Het zweet breekt mij aan alle kanten uit. Voortdurend veeg ik muggen van mijn handen en mijn gezicht. Als ik naar Arne kijk zie ik dat hij ook in een wolk van muggen loopt.

Professor Nummedal en professor Sibbelee stoten elkaar juist af. Dat komt omdat ze al heel lang rivalen van elkaar zijn. Ze zijn heel beleefd tegen elkaar, maar achter elkaars rug zijn ze niet over elkaar te spreken, zie citaat pagina 10-11. Daarom vind ik het ook heel dom dat Sibbelee Alfred naar professor Nummedal stuurt. Ook hun relatie blijft het hele boek hetzelfde, ze blijven rivalen van elkaar, wat ik overigens onzin vind, want om nou om één meningsverschil de rest van je leven elkaar niet te mogen is gewoon onzin.

Citaat pagina 10-11: - Sibbelee is toen met mij daarover in debat getreden. Het is er warmpjes aan toegegaan. In geen enkel opzicht kon hij zich bij mijn opvattingen aansluiten. Stelt u zich voor! Wat een toestand! Sibbelee is dertig jaar jonger dan ik en hij was toen nog heel, heel erg jong. Geestdrift van de jeugd!

Nummedal barst in lachen uit. Zelfs als hij lacht lopen de rimpels in zijn veel te ruime gezichtshuid nog voornamelijk verticaal. Ik lach terug, maar het bevalt mij niet dat hij deze herinnering aan de man die mij bij hem aanbevolen heeft, ophaalt. Ziet hij wat ik denk?

-Das sind jetzt natürlich alles alte Sachen! Sibbelee is op den duur wel tot andere gedachten gekomen. Hij heeft toen zelfs nog een poosje hier op mijn instituut gewerkt. Al slaat u mij dood, ik zou niet precies meer weten wat voor onderzoeken hij gedaan heeft. Een mens kan niet alles onthouden. In elk geval is hij hier een hele tijd geweest. Veel resultaten heeft het niet opgeleverd, voor zover ik weet.

Sibbelee af door een valluik. Ik voel hoe het bankroet van mijn leermeester mij besmet. Zou ik niet beter afscheid kunnen nemen? Maar de luchtfoto’s?



Het vertelstandpunt

Het perspectief in dit verhaal ligt bij Alfred, de hoofdpersoon. Dat wil zeggen dat alles vanuit Alfred wordt verteld, gedacht of beschreven. Hij doet dat in de ‘ik’-persoon. Dat heeft wel een nadeel, want je ziet dus alles zoals Alfred het ziet en dat is niet altijd de waarheid. Je bent daardoor heel snel geneigd de kant van Alfred te kiezen, terwijl hij niet altijd gelijk heeft. Alfred is namelijk een pessimistisch persoon, waardoor hij veel mensen en gebeurtenissen veel te negatief beoordeelt, dus je krijgt een scheef beeld van de waarheid. Je beleeft het verhaal heel anders dan het waarschijnlijk in werkelijkheid of vanuit één van de andere personen gebeurd is. Maar als je het niet vanuit Alfred vertelt, heb je meteen een heel ander verhaal en dat is nu ook weer niet de bedoeling.



Tijd

Het verhaal begint op 15 juni en eindigt in september van een zomer in de jaren zestig. De tijd is van belang in dit verhaal, want als het tien jaar eerder had afgespeeld, hadden ze veel apparatuur voor het onderzoek nog niet gehad. Voor het grootste deel verloopt de tijd chronologisch, met enkele flashbacks naar Alfred’s jeugd.



Plaats

Het verhaal speelt zich af in Finnmark rond de berg Vuorje.Finnmark is een groot ongerept gebied in Noorwegen met maar weinig nederzettingen. Zelf weet ik praktisch niks van Noorwegen, maar ik ben van mening dat het voor het verhaal van grote betekenis is. Je kan zo’n trektocht namelijk niet in Nederland lopen, want dan kom je om de tien kilometer een dorp tegen. En ze zijn daar met geologische onderzoeken bezig –die speciaal over dat gebied gaan- dus die kan je moeilijk ergens anders doen. Het landschap is erg kaal en eentonig met veel bergen en heuvels en dus veel bergriviertjes. Hoewel ze de tocht in de zomer lopen is het toch nog heel koud in vergelijking tot Nederlandse zomers. Als hun kleren eenmaal nat waren geregend, werden ze ook niet meer droog. Ik vind dat deze omstandigheden bij het verhaal horen, want zonder deze omstandigheden zou het verhaal veel minder interessant zijn. Maar toch vind ik het niet het onderwerp van de tekst, want het draait niet alleen om de plaats waar het zich afspeelt. Het gaat meer over de hoofdpersoon Alfred en de trektocht met het onderzoek, dus e plaats is het decor waartegen het verhaal zich afspeelt.



Thema

Het centrale thema in dit boek is:

de mens heeft behoefte aan zekerheid en orde in deze chaotische wereld



Motieven

Ø meet- en regelinstrumenten (meetlint, kompas, horloge en spiegel)

Deze dingen helpen zoeken naar orde en zekerheid in de wereld, bijvoorbeeld iets is zolang, het noorden ligt daar, het is zo laat en zo zie ik eruit. Op die manier zijn ze verbonden met het thema.

Ø slapen

Slapen is het symbool van levenskracht en van de dood. Op die manier is het motief ook met het thema verbonden. De mens is maar een nietig wezentje in deze chaotische wereld en aan de dood valt niets te doen, er is maar één ding zeker in het leven: de dood. Slapen is ook het symbool van levenskracht, dat is ook aan het thema verbonden, je hebt die levenskracht nodig om orde en zekerheid te vinden en om het hoofd boven water te houden in deze chaotische wereld.

Ø reismotief (expeditie, zoektocht)

De expeditie en de zoektocht zijn ook een motieven die nauw verbonden zijn met het thema. De onderzoekers zochten naar zekerheid, bijvoorbeeld bevestiging van een stelling.



Stijl

Het taalgebruik is op zich niet zo moeilijk in dit boek. Het moeilijke in dit boek is om de diepere betekenis achter het verhaal te snappen. Het is niet altijd even makkelijk om zinnen te lezen die eigenlijk heel iets anders betekenen dan dat je denkt dat ze betekenen.



Verwerkingsopdracht:



In de eerste alinea van de recensie staat geschreven dat Alfred niet kan slapen als gevolg van de muggen en de lange dagen. Daar ben ik het niet mee eens, want hij ligt ook hele nachten wakker, omdat hij nadenkt: over zichzelf en wat zijn medereizigers van hem denken en over zijn vader. Volgens de recensent is Alfreds eenzame tocht, als hij Arne kwijt is, het meest fascinerende deel van de roman. Ik vind van niet, want het stuk daarvoor, waar ze nog met zijn vieren reizen, vind ik ook heel interessant. Daar zie je namelijk goed hoe de vier ‘vrienden’ met elkaar omgaan, want op de eenzame tocht van Alfred lees je alleen zijn gedachten en dat wordt op den duur ook een beetje saai.

Als je de recensie nu verder leest, komt er een stuk over een van de belangrijkste thema’s van het boek; de mislukking van de wetenschap. Dat hele stuk ben ik het volkomen met de recensent eens. Over dat Arne zijn hele onderzoek voor niets heeft gedaan, terwijl hij toch iets op het spoor was en dat Alfred alles voor niets heeft gedaan, omdat hij geen bevestiging voor zijn hypothese kon vinden. Voor Alfred was dat heel zwaar, omdat hij zijn vader, een omgekomen bioloog, wilde overtreffen of ten minste evenaren. Zodat hij en vooral zijn vader in de wetenschap zouden worden herinnerd.

Nog een stuk verder in de recensie schrijft de recensent het verblijf van Alfred in Noorwegen als een soort ontwaken. Dat vond ik eerst wat ver gezocht, maar toen ik het ging lezen, vond ik het eigenlijk wel goed bedacht. Bijvoorbeeld dat de dood van Arne vergelijkbaar is met de dood van Alfreds vader, maar dat hij het nu beter beseft dan toen. De titelverklaring van Nooit meer slapen dat het een gebiedende wijs is, zo van niet in slaap vallen nu: blijf erbij, vind ik wel goed. Maar dat de titel een wens is van de hoofdpersoon vind ik echt onzin. Hij bedenkt zelf heus niet dat hij bezig is met zijn eigen bevrijdingsproces.

De volgende alinea is een beetje filosofisch en volgens mij heeft de recensent daar heel goed o9ver nagedacht. Op zich ben ik het wel met deze alinea eens, alleen hij zegt dat de slothoofdstukken ven de roman een beetje zwak zijn en een goedkope bevestiging. Daar ben ik het niet mee eens, want misschien dat de recensent dat uit het verhaal opmaakt, maar als het er anders stond, zodat je nog verder door moest denken, had ik er echt niets van gesnapt. Vervolgens schrijft hij dat Hermans zich op een nogal vervelende manier in zijn verhaal mengt, maar daar heb ik niets van gemerkt.

Daarna beschrijft de recensent het hoofdbezwaar van het verhaal, daar ben ik het wel helemaal mee eens. Alfred heeft namelijk twee kanten: een onzekere en onnozele kant en een kritische en scherpzinnige kant. Dat past gewoon niet bij elkaar in één persoon.

Tot slot staat er dat Nooit meer slapen niet zo spannend en niet zo’n eenheid is als De donkere kamer van Damocles. Ik heb dat boek niet gelezen, maar ik vind Nooit meer slapen een best goed boek en ik vind dat het die spanning helemaal niet mist.





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen