U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : 284-305 - Christenvervolging Ingezonden Door: Ikke Catego.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1179 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 467 woorden.

CHRISTENVERVOLGING



In het begin van de Romeinse geschiedenis was de godsdienst een veelgodendom. Naarmate het rijk groter werd kwamen de Romeinen steeds meer in aanraking met vreemde godsdiensten. Mysteriegodsdiensten werden steeds populairder. Het Romeinse rijk werd één drukke en bonte mengeling van volkeren en godsdiensten.



De geschiedenis van het christendom



Waarschijnlijk in het jaar 7 v.C. werd Jozua geboren, die later door miljoenen mensen als de verlosser van mens en wereld zou worden beschouwd. Jozua betekent oorspronkelijk “God helpt”. Later werd deze naam vergriekst tot Jezus. Jezus, trad op als godsdienstleraar en verkondigde dat het Godsrijk nabij was. Jezus kwam in botsing met de Farizeeën en de Sadduceeën. Beide partijen gingen samenwerken om Jezus ten val te brengen. Rond ca.29-33 stierf Jezus. De daaropvolgende jaren maakte Paulus zendingsreizen om het christendom te verspreiden. Bij de dood van Petrus was de stad Alexandrië in Egypte het centrum van het jonge christendom. Het christendom kon zich gemakkelijk en snel verspreiden door het voortreffelijke wegennet en doordat alle inwoners Grieks konden.



De christenvervolgingen van keizer Nero



In 64 n.C. was er een heel erge brand in Rome. Om aan het gerucht dat de brand op bevel was aangestoken een eind te maken schoof keizer Nero de schuld op de mensen die door hun schandalen gehaat en door het volk christenen genoemd werden. Hij liet ze op een bijzondere manier martelen. Hun geloof werd daardoor voor korte tijd onderdrukt. Late dook het echter weer op en verspreidde het zich. Men leverde weliswaar niet het overtuigend bewijs van hun brandstichting, maar wel van hun algemene mensenhaat.bij hun terechtstelling dreef men ook nog de spot met hen.



Het wrede optreden zoals van Nero tegen de christenen was tot in de derde eeuw gelukkig een uitzondering. Onder keizer Decius werden de christenen een korte tijd hevig vervolgd. Ook onder Valerianus hadden ze het lang niet gemakkelijk. De zwaarste vervolgingen vonden echter plaats onder Diocletianus (284-305). Aan het einde van de derde eeuw bekeerden velen zich tot het christendom. Keizer Diocletianus liet zich als een godheid vereren en kon niet verkroppen dat de christenen aan die verering weigerden mee te doen. Onder het bewind van keizer Maximianus Hercules vond de laatste christenvervolging plaats. Bovendien vormden de christenen met hun eigen regels als het ware een staat in een staat. Dit strookte niet met het absolute gezag dat de keizer over zichzelf opeiste.



In 306 en in 308 werden opnieuw wetten tegen de christenheid uitgevaardigd die nog harder waren dan die uit 303. In 311 zag Galerius in dat de bestrijding van de christenen zinloos was. Met keizer Constantijn werd de kerk een door de overheid beschermde en zelfs een stuk bevoorrechte instelling.









Bronnen: - Het Romeinse Rijk: Afgoderij en christendom pg. 321-330

- De Bijbel en het christendom, deel 1: Het Vroege christendom pg. 72-89

- Wereldgodsdiensten: christendom
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen