U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Stad In De Storm.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9460906/ en is laatst upgedate op 22/04/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1173 woorden.


Inleiding




Het boek “Stad in de storm” van Thea Beckman gaat over de bezetting van de Fransen in 1672 en de storm met zijn vernietigende kracht die veel mensenlevens eiste. Het verhaal speelt zich grotendeels af in Utrecht, maar ook in Oudewater waar de “heks” gewogen werd. Het boek wordt verteld vanuit een ik- vertelsituatie en de gevoelens worden goed geuit.




Auteur




Thea Beckman is geboren in Rotterdam op 23 juli 1923. Ze was enig kind en wou graag schrijfster of ontdekkingsreiziger worden maar ze mocht niet studeren van haar vader.


Ze trouwde op haar éénentwintigste en kreeg drie kinderen, toen die groot waren volgde ze een middelbare opleiding en ging daarna psychologie studeren in Utrecht. In 1947 begon ze met verhalen te schrijven in jeugdtijdschriften en journalistieke stukjes in kranten. Daarna begon ze met boeken te schrijven waarvoor ze verschillende prijs kreeg, zo ontving ze voor “Stad in de storm” bijvoorbeeld een zilveren griffel.


Zelf zegt ze dat ze twee belangrijke redenen heeft om jeugdliteratuur te schrijven, namelijk dat ze dol is op kinderen en dat ze boeken schrijft die ze vroeger zelf als kind had willen lezen…




Inhoud




Hans Stevenszoon Ortilius was met de trekschuit op weg naar Oudewater, waar hij bevriend raakte met een vondeling, Joris. Enige tijd later toen Hans in Oudewater was, werd er een “heks” gewogen, maar dan bleek het geen heks te zijn en kreeg ze een certificaat dat ze een normaal gewicht had. Hans zijn vader was drukker en Hans ging naar Volkertz achter de teksten die zijn vader moest drukken. Hans bleef daar eten en kwam de volgende dag terug met de teksten die hij zelf erg gortig vond tegen Jan de Wit. Hans’ familie was er dan ook wel tegen Jan de Wit maar niet zó erg.


Toen Hans terugliep naar Montfoort, om daar op de trekschuit te stappen, kwam hij de vrouw die gewogen was en haar dochter tegen. Ze raakten in gesprek maar de dochter werd erg boos omdat ze vond dat het een ondervraging was. Van schrik bood Hans hen aan om bij hem te blijven logeren tot de kapotte voeten van moeder genezen waren, dat wouden ze graag. Hans betaalde de tocht met de trekschuit voor hen en bracht hen naar zijn huis waar hij Joris terugzag. Toen ze thuiskwamen stelde hij Elisabeth en haar dochter, Lina voor aan Moeie Neele, die direct bezig was met de voeten van Elisbeth. Na verloop van tijd was er sprake van oorlog met verschillende landen want de bezoekers woonden in Ausburg in Duitsland maar de weg was daar afgesneden, dus konden ze niet terug en moesten ze nog langer bij de familie Ortelius blijven.


De rijken wouden de stad Utrecht spoedig verlaten maar de armere burgers hielden hen tegen.


Lina maakte kennis met nog enkele vrienden van Hans, zoals Gerrit-Jan. Hij had een oogje op Lina, net zoals Hans haar héél apart vond maar Lina had het niet zo voor jongens zoals Gerrit-Jan.


Een poos later vielen de Fransen de stad binnen en namen de stad in. Terwijl gingen Hans en zijn vader ’s nachts in het geheim illegale krantje’s drukken.


’s Ochtensvroeg werden die krantje’s verspreid in de stad en niemand wist waar ze vandaan kwamen. Toen de bezetting al een poos geduurd had kwam het vreselijke nieuws dat de gebroeders de Witte vermoord waren, dat vond de hele familie heel erg, alsook meester Saftleven, de man waar Hans schilder-en tekenlessen van kreeg. Op een avond stond ineens Willem Finke voor de deur terwijl Hans en zijn vader krantje’s aan het drukken waren, ze ruimden alles snel op en lieten hem binnen. Finke vertelde dat de hele drukkersgilde wist van de geheime krantje’s en dat ze het prachtig werk vonden. Finke stelde voor om samen te gaan werken. Er was bij Finke ook nog een deserteur, Kobus genaamd, die verstopt zat op zolder. Finke zocht eigenlijk nog een onderduikadres voor hem.


Ondertussen waren de Franse legers vervangen door Zwitsers. Hans vader werd opgepakt, maar kwam later weer vrij omdat ze niks uit hem kregen. Hij bleef volhouden dat hij niks te maken had met die krantje’s. Het werd winter en de sloten begonnen te bevriezen evenals de waterlinie, maar het ijs was nog te dun om over te steken.


Lina werkte in een naaiatelier en werd elke avond afgehaald door Hans. Op een avond was Gerrit-Jan er ook bij en kwamen er twee zware jongens af en begonnen te vechten, ze wouden Lina slaan maar Gerrit-Jan redde Lina.


Ondertussen werd er al een geheime drukpers opgericht onder de kerk en de krantje’s werden verspreid door de twee zoontjes van de pastoor. Ze werden gesnapt door een soldaat maar ze werden al snel terug vrijgelaten want ze hadden de opdracht gekregen zich zo dom mogelijk te houden, wat ze goed deden en het leger werd er niet wijzer van.


Gerrit-Jan had een valstrik opgesteld en vertelde Hans dat Naarden belegerd was door de prins en dat hij het geheim moest houden, natuurlijk stond het de volgende dag al in de krantje’s. Gerrit-Jan had Hans nog eens goed ondervraagd zodat hij de locatie van de geheime drukpers zou zeggen maar Hans was niet dom en zei een andere locatie. Een tijdje later werd er binnengevallen op de plaats die Hans gezegd had waar de drukpers stond. Toen kwam na een paar weken het bericht dat de prins in aantocht was met een heel leger, de vijandelijke legers trokken weg uit de stad zodat de prins gewoon kon binnenrijden. Maar er bleven nog een hoop deserteurs achter die in de Pieterskerk verborgen zaten. Iedereen was blij en vrolijk maar dat zou niet lang duren want de legers die nu kwamen waren ook al niet te vriendelijk. De oorlog van Utrecht was eigenlijk zo goed als afgelopen. Hans was opgelucht maar mistte toch de spanning die zo’n oorlog met zich meebracht. En Joris die eerst in het leger van de prins zat hoefde niet meer te vechten, hij was op “Boerenzaterdag” op de “Knechtenmarkt” door de vader van Hans aangenomen als werker. Ondanks hij zijn werk goed deed was hij teveel weg en dat vond meester Ortelius niet goed.


Toen kwam er een verschrikkelijke storm over de stad, huizen in de stad werden vernietigd en kades in de Vecht bezweken voor de hevige storm. Hans, Lina en Gerrit-Jan waren op dat moment buiten en Gerrit-Jan redde opnieuw het leven van Lina toen er een grote schoorsteen van een dak viel, hij moest dit wel met zijn leven bekopen… Toen Lina en Hans naar hui liepen stond hun huis er nog.


Joris werd een poos later ontslagen en trok daarom de wijde wereld in, Lina ging met hem mee. Hans was dertig jaar later nog niet getrouwd en had nog steeds veel verdriet om Lina. Hans was toch drukker geworden en Elisabeth was met Hans’ vader getrouwd.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen