U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Multatuli - Max Havelaar.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20409/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2324 woorden.

Samenvatting:



Auteur: Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker)

Titel: Max Havelaar

Ondertitel: of de koffieveilingen der Nederlandse Handel-Maatschappij

1e jaar van uitgave: 1858

Motto: De inleiding van het boek, namelijk het Onuitgegeven Toneelspel, kan je zien als het motto.



Het boek begint met een inleiding, een Onuitgegeven toneelspel. Lothario staat in dit stuk voor de rechter. Hij zou Barbertje hebben vermoord. Na deze daad zou hij hem in stukken gesneden en gezouten hebben. Getuige is Barbertje zelf, die beweert dat Lothario een goed mens is. Toch spreekt de rechter het vonnis uit: Lothario wordt opgehangen, hij is schuldig aan eigenwaan.

Het echte verhaal begint na deze inleiding. Batavus Droogstoppel is makelaar in koffie. Hij wil een boek gaan schrijven over zijn handel. Dan ontmoet hij een oude schoolvriend, Max Havelaar. Droogstoppel noemt hem Sjaalman, omdat hij geen jas draagt, maar een ‘soort sjaal die over zijn schouders hangt’. Sjaalman vraagt hem of hij een pak manuscripten wil verwerken en uitgeven. Droogstoppel ontdekt dat hij wel een paar delen uit dat pak kan gebruiken en neemt het aan. Hij laat zijn medewerker, de Duitser Ernest Stern, de belangrijkste delen uitzoeken. Deze maakt echter een verhaal van de ervaringen van Havelaar in Lebak in plaats van een studie over de koffiehandel.

Er wordt verteld, dat Max Havelaar werkzaam is in Lebak in Indië. Hij is daar assistent-resident en ziet het als zijn plicht, de misstanden in Lebak aan te pakken. Er wordt uit de doeken gedaan dat de regent, een inlandse leider, mede schuldig is aan de slechte situatie van de Javanen. Deze buit zijn eigen volk uit, door ze onbetaalde arbeid op zijn land te laten verrichten. In het archief van zijn voorganger staan hierover gegevens vermeld. Ook de resident van Bantam, Slijmering, is bekend met deze gegevens.

Droogstoppel vindt het nodig om een ‘meer solide’ hoofdstuk in te bouwen. Hij geeft zijn commentaar op het, volgens hem, oninteressante verhaal over Lebak. Hij beschrijft een preek van dominee Wawelaar. Hij betrapt Stern op het voordragen van poëzie en laat hem voor straf een aantal gedichten analyseren. Droogstoppel is namelijk een puur materialistisch persoon, die niets moet hebben van ‘zwevend’ taalgebruik, als in poëzie gebruikt wordt.

De levensgeschiedenis van Havelaar komt aan het licht en het blijkt, dat deze niet geheel vlekkeloos is. Hij wil de misstanden aanpakken, maar de regent is niet voor rede vatbaar. Havelaar beschrijft in het verhaal van Saïdjah en Adinda de leefomstandigheden in Lebak. Havelaar besluit de regent aan te klagen bij Slijmering. Slijmering ontvangt geld van de regent en vraagt Havelaar zijn aanklacht in te trekken. Dat weigert Havelaar, zodat de zaak bij de Gouverneur-generaal terechtkomt. Havelaar neemt ontslag en wacht op een reactie van de Gouverneur-generaal. Die krijgt hij niet.

Multatuli neemt nu zelf het woord en stuurt Stern en Droogstoppel weg. Hij heeft genoeg van zijn scheppingen, hij heeft ze niet meer nodig. Hij legt de twee doelen van zijn boek uit: ‘Ik wilde in de eerste plaats het aanzijn geven aan iets dat als heilige poesaka (erfstuk) zal kunnen bewaard worden voor Max en zijn zusje, als hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende.’… ‘En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden. (door staatlieden, letterkundigen, handelaren, Gouverneurs-generaal in ruste, enz.)

Ervaringsverslag:



Personen

Max Havelaar is de hoofdpersoon in het boek. Hij wordt ook wel ‘Sjaalman’ genoemd door Batavus Droogstoppel. Hij is werkzaam als assistent-resident in Lebak, Indië. Hij is getrouwd met Tine en heeft een zoontje, Max, en een dochtertje. Havelaar is sociaal bewogen en wil iets doen tegen de slechte omstandigheden waarin de inlanders leven. Hij is een heroïsch figuur in het verhaal, maar kan in feite niets doen. Ook is hij eerlijk en intelligent. Het is een rond karakter.

Citaat pagina 77-78: Al wat groot en verheven was, lokte hem aan, en tegelijkertijd was hij onnozel en naïef als een kind. Hij was eerlijk, vooral waar eerlijkheid in ’t grootmoedige overging, en zou honderden die hij schuldig was, onbetaald laten omdat hij duizenden had weggeschonken. Hij was geestig en onderhoudend wanneer hij gevoelde dat zijn geest begrepen werd, maar anders stug en teruggetrokken. Hartelijk voor zijn vrienden, maakte hij –wat te snel soms –zijn vriend van al wat leed. Hij was gevoelig voor liefde en aanhankelijkheid…trouw aan zijn gegeven woord…zwak in kleinigheden, maar standvastig tot hoofdigheid toe, waar het hem de moeite waard scheen karakter te tonen…nederig en welwillend voor wie zijn geestelijk overwicht erkenden, doch lastig wanneer men poogde zich daartegen te verzetten… rondborstig uit trots, en bij vlagen achterhoudend, waar hij vreesde dat men zijn oprechtheid zou aanzien voor onverstand… evenzeer vatbaar voor zinnelijk als voor geestelijk genot… beschroomd en slecht bespraakt waar hij meent niet begrepen te worden, maar welsprekend als hij gevoelde dat zijn woorden op willigen bodem vielen… traag als hij niet werd aangespoord door enigen prikkel die voortkwam uit zijn eigen ziel, maar ijverig, vurig, en doortastend waar dit wel het geval was… voorts, vriendelijk, beschaafd in zijn manieren, en onberispelijk van gedrag: ziedaar nagenoeg Havelaar!

Er is geen sprake van verandering van het karakter van Max Havelaar, behalve dat hij op het eind inziet dat hij als ambtenaar niets kan bereiken voor de mensen in Nederlands-Indië.

Citaat pagina 264: en eindelijk, ik zie in dat ik om een eind te maken aan al dat geknoei geen ambtenaar moet wezen. Als ambtenaar staan er tussen Regering en mij te veel personen die belang hebben bij ’t loochenen der ellende van de bevolking.

Enkele mindere belangrijke personen zijn Batavus Droogstoppel, Ernest Stern, Adipatie en Slijmering. Droogstoppel is een makelaar in koffie, die zeer materialistisch is ingesteld. Zijn principe is ‘waarheid en gezond verstand’. Poëzie is veel te zweverig voor hem. Hij vindt zichzelf heel slim, maar hij is eigenlijk een bekrompen figuur. Hij hangt het christelijke geloof alleen aan, als dat hem uitkomt. Stern is de zoon van een bevriende relatie van Droogstoppel. Hij is een Duitser die als vrijwilliger bij Droogstoppel in huis woont. Stern vertelt een deel van de Havelaar-geschiedenis. Adipatie is de inlandse regent in Lebak. Hij is een beschaafde man tegenover de Nederlandse leiders. Intussen buit hij op onbeschaafde wijze zijn eigen volk uit. Slijmering is de resident van Bantam. Hij is de superieur van Havelaar. Mijzelf herken, of liever wil ik herkennen, in Havelaar. Ik wil namelijk ook altijd opkomen voor mensen die het slechter hebben. Mijn probleem is alleen dat ik te lui ben om iets te doen en dat Max Havelaar echt wat deed.



Relaties

De belangrijkste relatie in het boek is de relatie tussen Havelaar en de Adipatie. Zij zijn in conflict met elkaar, omdat Havelaar opkomt voor de onderdrukte bevolking en de Adipatie is juist degene die de bevolking onderdrukt. Hun relatie blijft het hele boek lang hetzelfde. Op het laatst klaagt Havelaar de Adipatie zelfs nog aan.

Citaat pagina 244: dat ik den Regent van Lebak, Radhen Adhipatti Karta Nattâ Nagara, beschuldig van misbruik van gezag, door het onwettig beschikken over den arbeid zijner onderhorigen, en verdenk van knevelarij, door het vorderen van opbrengsten in natura, zonder, of tegen willekeurig vastgestelde, onvoldoende, betaling; dat ik voorts den Dhemang van Parang-Koedjang –zijn schoonzoon –verdenk van medeplichtigheid aan de genoemde feiten.



Perspectief

Het hele verhaal wordt in de ik-vorm geschreven. Het perspectief wisselt van Droogstoppel naar Stern en naar Havelaar en weer terug naar Droogstoppel. Die wisseling van het perspectief gaat het heel boek door. Dat heeft wel gevolgen voor het lezen, want je moet wel goed beseffen vanuit wie wat verteld wordt anders haal je alles door elkaar.



Tijd en tijdvolgorde

Er lopen twee verhaallijnen naast elkaar, de eerste speelt zich af in 1856 (de gebeurtenissen in Indië). Deze worden verteld in de verleden tijd. De tweede verhaallijn speelt zich af in 1858, het jaar waarin het boek geschreven wordt. Deze wordt verteld in de tegenwoordige tijd. Deze tijd is wel van belang voor het verhaal, want het gaat speciaal over de gebeurtenissen toen. Er wordt gebruik gemaakt van flashbacks, maar de aparte verhaallijnen lopen grotendeels chronologisch.



Plaats

De eerste verhaallijn speelt zich af in Indië, in de streek Lebak. De tweede verhaallijn speelt zich af in Nederland, in Amsterdam. De plaats van de eerste verhaallijn in Indië is van groot belang, omdat de gebeurtenissen zich daar afspelen. De plaats van de tweede verhaallijn is van minder belang, want het maakt niet zoveel uit waar dat verhaal werd geschreven.



Thema

Als je niet veel betekent, kan je ook niet veel doen in de strijd tegen het onrecht.



Motieven

Ø Ambtenarij: Al ben je een ambtenaar, je kan nog niet alles doen en zeggen wat je wilt om te strijden tegen het onrecht. Dat komt in het hele boek terug.

Ø Onrecht: Het is en onderdeel van het thema en het loopt door het hele boek heen: het onrecht dat de onderdrukte bevolking wordt aan gedaan en het onrecht dat Max Havelaar wordt aangedaan door hem te ontslaan.

Ø Kritiek op de kerk: De kerk zegt:”Geef al je geld aan de armen.”Maar als je dat echt zou doen denkt de dominee dat je niet goed bij je hoofd bent. Dus Havelaar vindt de kerk niet erg sociaal en dat laat hij duidelijk merken.



Stijl

De stijl waarin Multatuli zijn verhaal geschreven heeft, is nu, na meer dan honderd jaar, nog goed leesbaar. Er is van een, voor die tijd, zeer frisse stijl gebruikgemaakt. Wel leverde enkele verouderde woorden en omslachtige beschrijvingen problemen op.

Citaat pagina 17: Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik ertoe overging een paar riem extra papier te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoëven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt.

Citaat pagina 244: den Regent van Lebak voornoemd, met den meesten spoed naar Serang op te zenden, en zorg te dragen dat hij noch voor zijn vertrek, noch gedurende de reize in de gelegenheid zij, door omkoping of op andere wijze te influenceren op de getuigenissen die ik zal inwinnen;



Stroming

De roman behoort tot de stroming van het Realisme, want de ‘ware werkelijkheid’ wordt in het boek weergegeven. Qua compositie zijn er ook invloeden uit de Romantiek, de voorafgaande periode, te vinden. Want in de romantische periode werden veel boeken geschreven, waarbij het lijkt alsof ze vanuit een gevonden manuscript zijn opgesteld.



Verwerkingsopdracht:



In deze verwerkingsopdracht geef ik commentaar op een recensie over Max Havelaar. Eigenlijk is het meer een reactie op hoe Eduard Douwes Dekker zichzelf voorstelt in het boek.

De schrijver(Rob Nieuwenhuys) schrijft dat E.D.Dekker veel te weinig wist van het Indonesische rechtsgevoel. Hij klaagde namelijk de regent Karta Nata Negara aan, dus hij beoordeelde de Indonesische cultuur met zijn eigen waarden en normen. En Nieuwenhuys(een cultureel relativist) vindt dat je dat niet mag doen. Als je na een maand al begint te rebelleren dan weet je gewoon niet waar je mee bezig bent, omdat je eerst nog moet wennen aan de omgeving. Hij zei ook dat Dekker het koloniale verschijnsel helemaal niet aan wilde tasten, want hij wilde zelfs gouverneur-generaal worden. Ik ben het daar niet mee eens, want hij kan best gouverneur-generaal worden en dan het systeem een beetje aanpassen of alle ‘slechte’ mensen ontslaan.

Nieuwenhuys wil ons de ‘schreeuwende tegenstrijdigheden’ in het figuur Multatuli laten zien en de reacties daarop. Hij vindt dat Dekker de fictie en de werkelijkheid zo erg door elkaar heeft gegooid als geen ander. Met alleen als doel om zichzelf als een held af te schilderen. Ook heeft hij het niet zo op met Dekker zelf, want als deze drie jaar in Europa is heeft hij al een speelschuld van een half miljoen(nog veel meer dan een half miljoen nu) en hij schijnt een rokkenjager te zijn. Daar kan ik niet over oordelen, want dit is de enige bron waar ik dat uit heb gehaald dus ik weet niet of het de waarheid is. Wel vind ik het fout als Dekker zich meer voor een held heeft uitgegeven in Max Havelaar dan hij in het echt was, want ik ging er toch vanuit dat het een waargebeurd verhaal was.

In Lebak wordt er nog steeds gediscussieerd over de reputatie van E.D.Dekker. De nazaten van Karta Nata Negara willen namelijk dat de Nederlandse regering een onderzoek heropent over de Nederlandse heerschappij in Lebak, zodat hun voorvader eindelijk eerherstel krijgt. Dat vind ik nou echt onzin, ik bedoel;’gedane zaken nemen geen keer’. Ze moeten het verleden maar laten rusten.

Ook schrijft Nieuwenhuys dat hij de schrijver Multatuli bewondert, maar de ambtenaar E.D.Dekker hekelt. Dat komt omdat hij het een goed boek vond en het een mooi verhaal is, maar Dekker haalt de fictie en de werkelijkheid door elkaar in zijn boek en de mensen lezen het dan als waar gebeurt verhaal. Zo is volgens hem de mythe rondom Max Havelaar gevormd.

Er is door Nieuwenhuys een onderzoek gedaan inzake de functie van E.D.Dekker in Lebak. Hij kwam erachter dat Dekker bij het aanklagen van de regent Negara alle normale ambtelijke procedures aan zijn laars lapte. Daardoor kwam hij in een fout voetlicht bij de gouverneur-generaal en dat is dus zijn eigen schuld. Daar ben ik het ook helemaal mee eens. Slijmering en Verbrugge worden in Max Havelaar ook heel minuscuul afgebeeld om Havelaar heel groot en belangrijk te laten lijken, terwijl dat helemaal niet zo is. Nieuwenhuys is er van overtuigd dat Dekker zwaar overdrijft, want de befaamde reden tot de hoofden van Lebak van Havelaar duurde in werkelijkheid maar vijf minuten. Ik weet niet of dat waar is, maar als dat zo is heeft Havelaar inderdaad zwaar overdreven.

Het is in ieder geval duidelijk dat met het boek van Nieuwenhuys(De mythe van Lebak) de mythe van Max Havelaar of Eduard Douwes Dekker duidelijk wordt verstoord. Maar toch blijf ik erbij dart het een mooi boek is; of het nu fictie is of werkelijkheid.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen