U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Verloren Zoon.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=3485 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3079 woorden.

B. SAMENVATTING

De 47-jarige Rob Noordhoek, regisseur bij het Nationaal Theater, zit op het cruise schip de Bournemouth. Hij maakt daar kennis met de gezelschapdame van een groep bejaarden, Stella de Winter. Zij vertelt hem een verhaal over een '’steenkind.” Later gaat hij even aan de bar zitten, maar als hij naar zijn kamer wil gaan neemt hij de verkeerde deur. Door de storm slaat hij overboord en word in het water, hangend aan een boomstam, meegesleurd naar een eilandje.
Het is 12 mei als Rob aanspoelt op het eilandje van 900 bij 300 meter.
Het eilandje werd in 1633 in kaart gebracht en het heette Klein Nassau. Later heeft het de namen Portugese, Engelse en Franse gekregen. Toen in 1869 het Suezkanaal geopend werd het fort van de Nederlanders ontmanteld door de Franse. Er is een lange tijd niemand op het eiland geweest. Na die tijd heeft zich er een groep vissers zich er gevestigd. Later was het bestemd voor toerisme. Toen er een ziekte uitbrak werd het weer een onbewoond eiland als voorheen.
Rob ging er op onderzoek uit en vond er een verlaten, ingestort dorpje. Hij vond een huis, met een ommuurde tuin en daar vestigde hij zich. In een kast vond hij blikken soep en groenten. Wanneer hij in het donker door het dorp loopt hoort hij ‘Merde’ roepen. Als hij de volgende dag naar het witte huis op de heuvel gaat, waar hij papier en pennen vindt, hoort hij weer ‘Merde.’ Hij vindt er een papegaai die hij Vrijdag noemt. Rob besluit ook voortaan elke dag op te schrijven wat hij heeft gedaan.
Ook heeft Rob een Maria beeld gevonden dat een arm kwijt is. Hij noemt het Madonna zonder arm. In een huis is hij ook een verse drol tegen-gekomen. Later ontdekt hij dat die van een hond is. Hij noemt de hond Tim terwijl hij eigenlijk Wolfgang heet. Wolfgang heeft in lange tijd geen mensen gezien en is daardoor ban g van Rob. Ook is hij boos omdat Rob ‘zijn’ eieren opeet. Maar hij is te ban g om hem aan te vallen.
Als Rob een kaartje van het eiland aan het tekenen is vindt hij per toeval een grote kartonnen vrouw. Het is sprekend Suzan Schuurman, een meisje dat in een van zijn toneel stukken heeft gespeeld. Ze staat er met een wit badpak en een blauwe nivea bal boven haar hoofd. Suzan had de rol gespeeld van Jimmy, een autistische jongen. Suzan had zich zo sterk met Jimmy geidentificeerd dat die rol haar noodlottig werd. Rob besluit zijn verhalen voortaan aan haar op te dragen. Hij vergelijkt haar vlucht met die van zichzelf. Zij was uit zichzelf gevlucht, hij op een schip.
In de brieven naar Suzan schrijft Rob over het toneelstuk voor de gouden bruiloft van zijn ouders. Hij moest een levensloop in de vorm van een toneel-stuk schrijven. Aangezien hij zelf niet meer veel kon herinneren ging hij veel familie langs. Zo ontdekt hij ook dat zijn oom eigenlijk zijn echte vader is.
Rob probeert allerlei dingen om van het eiland af te komen. Hij hangt een vlag op en probeert een vuur te maken. Zijn vlag waait na enkele dagen weg en het hout voor het vuur wordt nat door de regen.
Rob kleedt zich al een tijdje niet meer aan. Hij krijgt last van zware dui-zelingen. Op een dag gaat hij zelfs bij madonna zonder arm bidden. Dit alles werkt allemaal niet. Als het begin van de regenperiode aanbreekt gaat Rob naar zijn voedsel voorraad om die bij hem in huis neer te leggen. Op de terugweg struikelt hij en krijgt hij erge last van zijn knie. Hij bereikt strompelend het huis en kruipt met een blocnote in bed. Hij wil zo lang mogelijk blijven schrijven. Op een morgen is zijn rechterbeen gevoelloos en lopen en twee vurige strepen naar zijn lies. Een paar dagen later merkt Rob dat het zover is. Hij kruipt naar het strand, naar de boomstam waarmee hij ook is gekomen. Hij gaat het water in en sterft.



C. ANALYSE EN INTERPRETATIE

1. Titelverklaring
Je kunt de titel op twee manieren verklaren. Rob Noordhoek is zijn eigen ‘ik’ verloren en probeert die op een of andere manier terug te vinden. En hij is zonder dat iemand er iets van weet overboord geslagen en op het eiland terecht gekomen. Hij is nu door zijn familie uit het oog verloren. “Aan het eind van het boek keert hij als een verloren zoon naar zijn familie terug; hij wordt als het ware opnieuw geboren (terwijl hij in werkelijkheid sterft).” (citaat Eerste druk ’97)

2. Motto
Het boek bevat geen motto.

3. Genre
Het genre is roman. Het sub-genre is de vereenzaming van Rob Noordhoek. Hij spoelt aan op een eiland waar helemaal niemand is. Rob kan tegen niemand praten en met niemand omgaan. Hij vereenzaamt en begint langzaam in zichzelf te praten. Het graven in de vuilnisbelt symboliseert het graven in het eigen verleden om zijn identiteit te achterhalen. Als hij de papegaai vindt gaat hij hem een naam geven. Zodat het lijkt of et ook een volwaardig individu is. Aan het eind van het verhaal is Rob geheel vereenzaamd en sterft hij.

4a. Thema
Het thema in het boek is vereenzaming. Rob Noordhoek was een toneelschrij-ver. Hij ging op in zijn werk. Hij dacht nooit na bij de luxe die hij in zijn leven had. Toen hij nog gewoon thuis was had hij ook niet overdreven veel interessen in zijn familie. Zijn zus vroeg hem een toneelstuk te schrijven over het leven van zijn ouders, maar hij wist niks wat hij ervoor kon gebruiken. Op het eiland realiseerde hij zich pas echt hoe weinig hij van zijn familie afwist. Hij voelde zich alleen op het eiland. Om een beetje grip op de werkelijkheid te houden schreef hij brieven aan Suzan. Ondanks dat bleef hij eenzaam en kon hij tegen niemand praten.

4b. De Idee
Er bestaat geen eenheid in de wereld. Er blijven altijd mensen die alleen zijn. Deze mensen kunnen zelfs zo eenzaam zijn dat ze er onder leiden of zelfs aan kunnen sterven. Het kan te veel voor ze worden. Ze kunnen dan niet meer omgaan met zichzelf en komen dat in beknelde situaties, waarin ze tot het uiterste kunnen gaan. Rob is een voorbeeld van een eenzaam persoon. Hij heeft er alleen zelf niks aan kunnen doen. Hij probeert zijn eenzaamheid zoveel mogelijk voor zichzelf te verbergen, maar de waarheid komt toch naar boven. Alleen redt hij het niet. Hij wordt ziek en kan zichzelf niet genezen.
4c. Motieven
Een belangrijk motief in het boek is Robinson Crusoe. Rob Noordhoek heeft het verhaal als kind gelezen en vergelijkt zijn situatie een beetje met die van Robinson. Maar Rob ziet ook dat hij niet na zoveel jaar nog iemand op het eiland zal vinden. Daarom noemt hij de papegaai Vrijdag. Vrijdag is een tweede motief in het boek. Hij keert ook meerdere keren terug en er zitten zelfs stukjes in het boek die vanuit de papegaai verteld worden. “De man had zelfs geprobeerd em de woorden in zijn taal te leren. De woorden pasten in zijn hoofd al waren ze heel anders dan de Franse. Schip, Suzan, Vuur. Waar is vuur? Hij hoorde het zinnetje in zijn hoofd rondtollen.” (citaat P.100) Tim de hond, Madonna het beeld en de brieven zijn ook motieven. In benarde situaties keert Rob terug naar het beeld om te bidden. Tot slot heb je nog Suzan en haar kartonnen foto, die vaak terugkeren.

4d. Thematiek
De motieven passen helemaal aan bij het thema. De motieven zijn er om de eenzaamheid te verzachten. De hond en de papegaai zijn er om tegen te kunnen praten. Suzan is er om brieven aan te schrijven. Madonna zonder arm is er om te bidden zodat alles goed komt. Maar ondanks al deze middelen red Rob het niet.

5a. Volgorde van gebeurtenissen
Het verhaal is chronologisch verteld. Alleen de brieven die Rob schrijft (vanaf hoofdstuk 6) zijn terugblikken. Hij vertelt daarin wie Suzan, het meisje aan wie hij de brieven schrijft, is. Ook verteld hij wat over zijn familie en over het toneelstuk voor zijn ouders. De terugblikken duren tamelijk lang, maar dat is niet erg. Zo krijg je ook iets te weten over zijn verleden.

5b. Samenhang
De gebeurtenissen hangen nauw met elkaar samen. Rob neemt de verkeerde deur, waait overboord, spoelt aan en gaat op onderzoek uit. Omdat hij eten vindt kan hij in leven blijven. Omdat hij een geel shirt vindt kan hij een vlag maken. Omdat hij pen en papier vindt kan hij een dagboek maken en tenslotte vindt hij de kartonnen Suzan aan wie hij brieven gaat schrijven. Alles staat met elkaar in verband. En al de handelingen van Rob zijn bedoeld om zijn eenzaam-heid te verzachten.

5c. Verhaallijn
Het boek heeft maar één verhaallijn. Dat is het steeds meer vereenzamen en steeds verder aftakelen van Rob Noordhoek. Alle gebeurtenissen draaien om deze verhaallijn. Alles wat Rob doet is om te proberen de eenzaamheid te verzachten, maar niks lukt. Hij takelt steeds verder af, totdat hij uiteindelijk sterft.

5d. Spanning
Het verhaal bevat één spanningsboog. Het verhaal wordt spannend omdat je zo weinig informatie krijgt. Je hoort niks over de familie van Rob op het moment dat hij op het eiland zit. Ik had steeds het vermoeden dat hij niet gered zou worden omdat daar geen enkele aanleiding toe was. Hij schreef brieven die waarschijnlijk nooit gevonden zouden worden. En hij heeft in al die tijd niet één boot aan de horizon gezien. Toch hoopte ik dat het boek goed af zou lopen. Het climax moment is als hij naar de zee kruipt om daar te sterven. “Dit is wat het eiland ziet. Een man, met zijn middel over een wit uitgeslagen boomstam hangend, zijn gezicht in het golvende water, zijn benen wijd gespreid in het zand.” (citaat P.189)

5e. Begin en eind van het verhaal
In het begin van het verhaal zit Rob op de boot. Daar ontmoet hij Sandra, die hem een verhaal vertelt over een steenkind. Ik had het verwacht dat Rob hier aan ook zou sterven omdat voor in het boek stond: “Als een man aanspoelt op een onlangs door de bewoners verlate eiland moet hij zich nieuwe inzichten zien te verwerven waarbij hij een grote handicap bezit; zijn bijna aangeboren onhandigheid.” (citaat binnenkant kaft) Het motorisch moment is als Rob de verkeerde deur neemt en overboord waait. Dit zorgt voor het verloop van de rest van het verhaal. Het eind van het boek bevalt mij niet. Ik had liever gezien dat er nog iets met die brieven werd gedaan, of dat Rob gered zou worden. Ik vind het jammer dat hij uiteindelijk gestorven is. Zijn ware aard, zijn onhandigheid, komt tegelijk met zijn dood naar voren.

6. Personages
De hoofdpersoon in het boek is de 47-jarige Rob Noordhoek. Hij is een toneel schrijver bij het Nationaal Theater. Hij is hevig op zoek naar zijn ware identiteit. Dat geeft de eerste zin van het boek al aan. “Rob Noordhoek?” (citaat P.5) Dat hij zijn identiteit kwijt is komt door de onthulling van zijn ware afkomst. Niet Arie maar oom Niek blijkt zijn echte vader te zijn. Hij is op het cruise schip gevlucht om na te denken. Dit heeft nare gevolgen. Hij komt op het eiland waar hij ook nog eens ontdekt dat hij ‘twee linkerhanden’ heeft. Op het eiland leeft hij in volledig isolement. Hij vergelijkt zichzelf met Suzan die ook haar ware ik ‘verloren’ was.
Bijfiguren zijn: 1)Suzan: Ze heeft Jimmy gespeelt in het toneelstuk ‘Bevel is
bevel’ Jimmy was een autistische jongen, en Suzan heeft zich zo in de rol ingeleefd dat de rol haar noodlottig werd. Ze is in een inrichting gekomen waar Rob haar eens opgezocht heeft.

2) Arie: Arie is de man die Rob opgevoed heeft. Hij is eigenlijk niet de echte
vader. Hij heeft Petra verboden om Niek nog te zien.
3) Petra: Dit is de moeder van Rob. Ze is vreemd gegaan met Niek en heeft daar
een kindje aan over gehouden. Ondanks dit zijn Arie en Perta 50 jaar
getrouwd.
4) Niek: Dit is een oom en tevens de natuurlijke vader van Rob. Hij zit in een
tehuis en heeft een zoon die Joost heet. Hij heeft in Australië gewoond en is
10 jaar getrouwd geweest met Fran.
Ook heb je nog zijn zuster Froukje van wie hij vroeger een pop kapot heeft gemaakt. En wie hem de opdracht gaf voor het toneelstuk.
Verder zijn er nog enkele figuren die hij opzoekt voor het toneelstuk, maar die verder geen belangrijke rol spelen zoals: tante Alie, oom Jan en tante Nelie, Theo Baars, Wim IJlstra (oud klasgenootje), Willie en Thea Roos.

7a. Periode waarin het verhaal zich afspeelt
Rob spoelt aan op het eilandje op 12 mei van een bepaald jaar dat niet genoemd word. Ik denk dat het ergens ligt tussen 1980 en 1995. Ik heb zo het gevoel dat het dicht bij de 1980 ligt omdat ik me niet kan voorstellen dat deze dingen nu nog gebeuren.

7b. Vertelde tijd
Ik denk dat Rob ongeveer 40 dagen op het eiland heeft geleefd. Hij zei zelf dat er best veel streepjes in het hout stonden. Een andere reden is dat hij 36 blikken eten had, en er van uitgaand dat hij één blik per dag eet, en ook nog een paar dagen eieren op heeft kom ik op 40 dagen.

7c. Verteltijd
Het verhaal is verspreid over 189 bladzijde.

7d. Verhouding tussen verteltijd en verhaaltijd
Ik vind de verhouding wel ongeveer kloppen. Als je ook kijkt naar de terugblikken die in het boek voorkomen vind ik dat het zeker klopt. Als het boekje dunner moest zijn zou je er niet genoeg informatie in krijgen. En als het veel dikker zou zijn zou het saai worden.

7e. Tijdsvolgorde
Het verhaal is chronologisch verteld met hier en daar een terugblik naar het verleden van de hoofdpersoon. De terugblikken zijn om te verklaren waarom hij zo met zichzelf in de knoop zit. Maar dat kom je pas in één van de laatste terugblikken te weten. Dan weet je ook pas de werkelijke reden voor zijn verblijf op het eiland. Hij wou even aan zijn leven ontsnappen om na te denken.

7f. Tijdsperspectief
Het boek is geschreven in vision par derrière. De schrijver vertelt vanuit de hij vorm. Alleen in de brieven is het een vertellende-ik. Ook spreken in het verhaal de hond, de papegaai en het eiland.

8. Perspectief en vertelsituatie
Het boek is vanuit de alwetende vertelsituatie geschreven. De schrijver presenteert de gebeurtenissen over het algemeen van uit de hij-figuur. Af er toe verschuift hij het perspectief naar de papegaai: “Vrijdag voelde zich door deze plotselinge vloed van Franse woorden overweldigd.” (citaat P.107) Of naar de hond: “Wolfgang was inderdaad minder bang.” (citaat P.151) Of zelfs naar het eiland: “Dit was wat het eiland zag.” (citaat P.14) In de brieven ligt het perspectief op de ik persoon. Wat wel leuk is, is dat de eerste zin van het verhaal als Rob op het eiland komt zo gaat: “Dit is wat het eiland zag.” (citaat P.14) en een van de laatste zinnen luidt: “Dit is wat het eiland ziet.” (citaat P.189) De tijd van de zin is veranderd maar verder is de zin gelijk gebleven.

9. Ruimte
De ruimte waar het grootste gedeelte van het verhaal zich afspeelt is het eiland. Het is een eiland van 900 bij 300 meter met een smal zandstrandje. Er staan wat ingevallen huizen en een fort en een kanon. Er is een grote vuilnisberg, waar nog wat oude verroeste spullen liggen.
Het huis waar Rob zich in heeft gevestigd heeft een tuin, afgezet door een stenen muur. In het huis zijn veel ramen gesneuveld en er staan wat kapotte, afgedank-te meubels. Het eilandje heeft een plas met zoet water, dat Rob als drinkwater gebruikt. Verder vliegen er mussen, die afstammelingen zijn van de Nederlandse mussen die op een schip in 1617 meereisde. Er is ook een stomme papegaai en een bange hond. In het boek zit een plaatje van het eiland.
Helemaal in het begin speelt het verhaal zich af op een boot, waar veel bejaarde op meereizen. Ook is er een kleine bar.

10. Taalgebruik
Het taalgebruik is eenvoudig. Er staan maar enkele moeilijke woorden in en de zinnen zijn niet moeilijk opgebouwd. Je kunt makkelijk door het boek heen lezen. Bernlef maakt gebruik van originele beelden zoals: “Even later liep een eenzame wolk leeg boven het eiland, blij zich van zijn last te kunnen bevrijden.” (citaat P.31) en ook “Het schrijven is als het uitwerpen van een anker. Het zorgt ervoor dat ik niet weggespoeld word.” (citaat P.165)
Er komt maar weinig dialoog in het boek voor. Dit komt vooral omdat Rob in zijn eentje op een eiland zit, en omdat er vanuit de hij-persoon geschreven word.
Er komen zinnen in vreemde talen voor. Het stoort niet tijdens het lezen maar ik kan het ook niet helemaal vertalen. Het Engels en Duits gaat nog wel maar het Frans is een stuk moeilijker.
Er zit geen humor of ironie in het verhaal. Het is een droevig verhaal en dat spreekt ook uit de tekst. Je krijgt vaak de mening van Rob te horen. Hij laat dan zelf al merken dat hij geen hoop meer heeft. Dat geeft een treurige tint aan het boek.
Alles bij elkaar was het een leuk, eenvoudig en makkelijk te lezen boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen