U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Vallende Ster : Novelle.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=1745 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1297 woorden.

Samenvatting

Wim Witteman is ongeneeslijk ziek. Dit ontdekt hij terwijl hij op het toneel staat en hij zich zijn tekst niet meer kan herinneren. Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in het bed van Wim Witteman in het ziekenhuis. Hier blikt hij terug op zijn leven. De gebeurtenissen heden en verleden lopen kriskras door elkaar heen. In bed mist Wim Witteman het touw waarmee hij aan zijn broer vastzat. Zijn broertje was autistisch en hij moest altijd op hem passen. Omdat zijn broertje, Peter, geheel onverwacht wegliep en daarna onvindbaar was, moest hij altijd aan een touw vastgehouden worden. Zo nam Wim hem dan vaak met zich mee. Peter was een groot mysterie. Je wist nooit wat er in hem omging, hij leek in een andere wereld te leven. Op een avond gaat Wim naar het dak om daar vallende sterren te bekijken. Inderdaad krijgt hij deze te zien terwijl hij op een stoel zit. Zijn broertje zag dit. Enige tijd later wordt zijn broertje dood gevonden. Hij was met stoel en al van het dak gesprongen. Hij moet op de een of andere manier de vallende ster en het op een stoel zitten met elkaar gecombineerd hebben. Zo was Peter: hij deed altijd zijn broer na. Van zijn moeder moest Wim hem zo vaak mogelijk met zich meenemen, aangezien dit een van de weinige manieren was om Peter buiten te laten komen, dit alles tot ongenoegen van Wims vriendjes, die Peter maar niets vonden. Mede door deze dingen behandelde Wim zijn broertje nogal eens slecht. En toch hield Peter van zijn broer. De verklaring die Wim hiervoor geeft is dat Peter niet de dingen kan onthouden die hij hem aandoet.
Peter mocht Wim steeds imiteren, omgekeerd geldt precies hetzelfde. Wim Witteman is een komiek. Hij gebruikt de onnozele dingen die Peter doet in zijn shows. Hiermee heeft hij groot succes. Later wordt hij gevraagd in een serieuzer stuk van Beckett te gaan spelen. Hij begrijpt dit stuk niet, maar hij vervult de rol met groot succes. Eigenlijk speelt hij daarin weer de rol met zijn broer.
Het boek kent geen echt einde. In de laatste zin gaat het voordoek open: het boek is rond, er is sprake van een cyclus. Ook dit kun je vertalen naar Peter, die alles verzamelde wat rond was. Maar het verwijst nog naar iets anders. In het stuk tekst van Beckett, dat hij zich aan het begin van het boek niet meer kon herinneren, staat: "Geboorte werd hem zijn dood, dood werd hem zijn einde." Weer een cyclus...

Hoofdpersonen

Wim Witteman. Heeft een moeilijke jeugd gehad, waarvan hij nooit helemaal los is gekomen. De moeilijke jeugd werd veroorzaakt door zijn autistische broertje, met wie hij opvallend hard en koel omgaat. Zijn gedachten worden zeer uitgebreid beschreven, maar zijn gevoelens krijgen weinig aandacht. Peter. Een groot mysterie. Wat hij denkt en voelt weet niemand, alleen hijzelf. Praten kan hij niet, maar ook met andere communicatiemiddelen kan hij zich niet uiten. Een schilder probeerde zijn ogen eens te tekenen, maar het lukte niet. Ze waren leeg, zei hij, er zat niets in. Dit typeert het jongetje.

Titelverklaring

De titel is op twee manieren op te vatten. Allereerst is de hoofdpersoon een ster, die door zijn ziekte ‘valt’. Zijn carrière is ten einde.
Ten tweede is er de dood van Peter. De oorzaak hiervan was het zien van een vallende ster en een stoel op het dak. Ook zou je kunnen zeggen dat Peter de vallende ster was. Voor zijn manier van leven bleek soms ook respect te zijn van de schrijver en zijn hoofdpersoon. Leven met niets is ook een kunst. Er gaat een aantrekkingskracht van uit, het jongetje lijkt geen angst voor de dood te hebben, leeft altijd in het heden

Thema

Het thema van ‘Vallende ster’ is een veelvoorkomend thema is Bernlefs boeken. Er is weer grote aandacht voor gedachten, zich niet meer kunnen herinneren, vergetelheid. De onderwerpen zijn dingen waar de mens nog vrij weinig van weet. Weer dat oningevulde.
Ook het autisme van Peter is weer zo’n typisch voorbeeld van Bernlefs thematiek. Het niet weten wat er in Peter omgaat, wat hij voelt en denkt is weer dat oningevulde.

Mijn mening

Vallende ster is een moeilijk geschreven boek. Na tien bladzijden gelezen te hebben was me nog maar weinig duidelijk. Ik las de eerste bladzijden opnieuw, maar hieraan veranderde niets. En dus las ik verder. Hoe meer het boek vorderde, hoe meer ik begon te zien waar het over ging, wat er speelde bij de hoofdpersoon, enz. Dit gaf mij de indruk dat ik iets aan het lezen was waar veel in zat, waar diep over nagedacht was, maar wat ik gewoon niet zag. Toch was dit niet het geval, want het bleek dat je in het begin dingen gewoon nog niet kon begrijpen, simpelweg omdat je daarvoor nog niet genoeg informatie had.
Deze manier van schrijven heeft twee kanten. Als je eenmaal ziet hoe het verhaal in elkaar zit wordt je opeens veel duidelijk en zit je met bewondering te kijken wat een wonderlijke puzzel het boek eigenlijk is. Maar op het moment dat je het voor de eerste keer leest en je nog zo weinig weet vond ik het minder leuk om te lezen; je wist niet goed wat je las.
Verder vond ik het jammer dat in het boek zoveel tijd werd besteed aan gebeurtenissen en gedachten terwijl er weinig gevoelens bod komen. Dit heeft, denk ik, te maken met het feit dat het boek maar 220 bladzijden telt.
Te weinig om alles uit te diepen.
Toch vond ik het boek knap en goed geschreven. Het verhaal van de autistische Peter vond ik aangrijpend, maar had ook iets meer uitgediept mogen worden.

Recensies

Doeschka Meijsing van Elsevier schrijft: "De verhalen zouden langer uitgewerkt moeten zijn, waardoor het jonglerende effect ervan minder duizelingwekkend zou worden. Er is niets tegen jongleren, maar alles tegen duizelingen verwekken. Bernlef wil op de korte baan te veel."
Dit verwoordt heel goed mijn mening over het boek. Met het jonglerende effect doelt Doeschka Meijsing op de ingewikkelde manier van schijven die Bernlef in deze roman hanteert. Doordat dit zich zo snel opvolgt wordt vrij laat in de roman pas duidelijk hoe alles in elkaar zit. Het had allemaal toch wat uitgebreider kunnen zijn. Dan was het wat duidelijker en minder duizelingwekkend geweest.

Janet Luis van NRC Handelsblad schrijft: "Bovendien is het praktisch onmogelijk zich met een hoofdpersoon te identificeren die alleen maar een hoofd heeft waarmee hij denkt, maar die geen gestalte krijgt, geen leeftijd, geen huiselijke omstandigheden, alleen maar een fragmentarisch verleden."

Hier ben ik het gedeeltelijk mee eens. Doordat dit alles aan de hoofdpersoon ontbreekt, is het in het begin onmogelijk je met hem te identificeren, maar naarmate het boek vordert, kreeg ik toch wel een goed beeld van hem en kon ik best met hem meeleven. Het fragmentarisch schrijven is, denk ik, meer de reden van het zich niet met hem kunnen identificeren dan de dingen die Janet Luis noemt. En, als je je niet meer alles herinnert, wordt je leven fragmentarisch.

Tom van Deel van Trouw schrijft: "De collage-achtige vorm, met hier en daar fragmenten gecursiveerde tekst uit Becketts monoloog, maakt een overtuigende indruk."

Dit sluit aan bij wat ik al eerder schreef. Het leek alsof je iets las waar heel veel achter zat, maar wat je gewoon niet begreep. Er valt echter eigenlijk weinig te begrijpen. Het maakt indruk. Het boek is op een ingewikkelde manier knap in elkaar gezet.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen