U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jaap Scholten - Tachtig.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2082 en is laatst upgedate op 10/01/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2121 woorden.

I Zakelijke Gegevens



1. Titelbeschrijving



Auteur: Scholten, J.

Titel: Tachtig

Plaats van uitgave: Amsterdam

Jaar van uitgave: 2000, 5e druk (eerste druk 1995)

Aantal bladzijden: 287





2. Motto en opdracht



Motto:

I wanna bite the hand that feeds me,

I wanna bite that hand so badly

Elvis Costello



Opdracht:

Voor mijn moeder,

En ter nagedachtenis van Pal Festetics





3. Korte inhoud



(uit: Uitgelezen 16, door Paul Will)





II Analyse





4. Structuur



Het boek is verdeeld in zes hoofdstukken getiteld Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag, Zaterdag en Zondag. Deze hoofdstukken zijn ieder weer onderverdeeld in kleine hoofdstukjes van gemiddeld zo’n vijf bladzijden. Deze hoofdstukjes zijn genummerd en hebben geen titels.

Door het duidelijke onderscheid tussen de dagen heb je goed in de gaten wanneer wat zich afspeelt. De chronologie van het boek wordt er extra door benadrukt. Door de onderverdeling in korte hoofdstukjes maakt het boek een scenische indruk, het leest vlot, snel en gemakkelijk.



5. Verhaalfiguren



Frederik van H. De hoofdpersoon van het verhaal, de enige round character. Frederik is 23 jaar oud, en komt uit een rijke familie in Twente. Hij stopt met zijn studie, hij is tegendraads en wil geen saai leven gaan leiden. Hij probeert zelfverzekerd en mannelijk over te komen, maar is eigenlijk gewoon nog een onzeker jongetje. Hij is op zoek naar zijn vader en zijn identiteit.



Calanda Calanda is de vriendin van Frederik. Zij is van Spaanse afkomst en, zo wil Frederik ons doen geloven, een beetje gestoord.



Elvis Huisgenoot en beste vriend van Frederik. Hij werkt in een fabriek waar slachtafval verwerkt wordt. Is een merkwaardige jongen, maar heeft duidelijk het beste met Frederik voor.



Mevrouw Lopez Cardozo Vriendin en Golfpartner van Frederiks moeder. Zij is erg mooi en Frederik heeft een oogje op haar. Ook zij lijkt een beetje van lotje getikt.





6. Tijd



Het verhaal speelt zich ongeveer anno nu af. Van het begin tot het einde van het verhaal verstrijken zes dagen. Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar er komen wel vele flashbacks voor, Frederik blikt terug op zijn leven.

Er komen niet echt grote hiaten in het verhaal voor, eigenlijk wordt er best uitgebreid verslag gedaan van de handelingen die Frederik verricht. Alles dat hij doet wordt rustig, zonder haast, verteld (‘Ik maak de aanrecht schoon met een doekje, ik zet de Bona en de pindakaas terug in de kast, het bord in de afwasmachine. Terwijl ik deze handelingen verricht dringt zich de gedachte op dat het allemaal tot niets leidt, dat mijn leven uit niets anders bestaat dan deze banale rituelen, deze onvermijdelijke, zich maar herhalende, handelingen. Dat ik nooit verder kom dan een poging mijn leven te ordenen.’).



7. Ruimte



a. concrete ruimte

Het verhaal speelt zich af in Twente en in Rotterdam. In Twente logeert Frederik in de grote villa van zijn moeder, in Rotterdam woont hij in een rommelige studentenflat.



b. symbolische ruimte

De luxe en grootte van het huis in Twente maken Frederik ietwat klein. Het is kil, net als de familie van Frederik en de manier waarop hij zich voelt (‘De keuken is wit, praktisch en hygiënisch als een ziekenhuis. Mijn moeder heeft smetvrees, vandaar’). De rommelige flat in het drukke Rotterdam weerspiegelt de hectiek en de drukte in Frederiks hoofd.





8. Perspectief



Het perspectief ligt bij Frederik, hij vertelt het verhaal vanuit de ik-vorm. Hierdoor heb je een subjectief op de zaken en mensen in het verhaal, want je ziet ze zoals hij ze ziet. Verder weet je evenveel als hij; wat voor hem onduidelijk is (waarom zijn vader is weggegaan, waarom daar zo over gezwegen wordt in de familie), is voor de lezer ook onduidelijk.









III Interpretatie



9. titeluitleg



Het boek heet ‘Tachtig’ omdat Frederik aan het einde van het boek naar de tachtigste verjaardag van zijn grootmoeder gaat. Die verjaardag komt steeds terug in het boek, onder andere omdat hij voortdurend twijfelt of hij Calanda er nou wel of niet mee naar toe moet nemen. Op de tachtigste verjaardag zelf spuwt Frederik zijn gal aangaande de familie, zijn gevoelens en zijn twijfels. Zijn familie is nauwelijks onder de indruk en Frederik gaat er vandoor.



10. Mottouitleg



Frederik is boos en vertwijfeld. Hij heeft een hekel aan zijn familie en op de manier waarop men binnen die familie met elkaar omgaat. Hij haat het feit dat zijn bestaan zo nutteloos is en hij ergert zich aan zijn moeder en aan Calanda en aan iedereen die hem wil helpen.

Dit wordt duidelijk weerspiegelt door het motto ‘I wanna bite the hand that feeds me. I wanna bite that hand so badly’. Die hand staat voor zijn moeder, Calanda en iedereen die hem wil helpen, die het beste met hem voor denkt te hebben.



11. Motieven

a. algemene motieven

- zoektocht naar eigen identiteit

- somberheid

- twijfels

- vriendschap, liefde

- familierelaties

b. verhaalmotieven

- koffers, reistassen en de bergschoenen die Frederik zelfs op feestjes draagt

 afstand nemen

- de pakken van zijn vader die hij bij bepaalde bezoeken draagt

 vasthouden

- vogels

 doen hem aan zijn vader denken. (‘Deze hoogvlieger heeft de patrijzenjacht ooit afgezworen en is een vrije vogel geworden in het Baskische berglandschap’)





12. Thema

Het thema van Jaap Scholtens ‘Tachtig’ is: ‘De epische zoektocht van een opstandige jongen naar vrijheid, identiteit en een verdwenen vader’.





13. Auteur

(uit: ‘Uitgelezen 16’, door Paul Will)





14. Recensie



(van: www.delta.tudelft.nl)



Boekbespreking



De Delftse de lotgevallen van Bernardo en Frederik



Begint Delft een literaire inhaalrace? Delftenaren staan niet bekend om hun literaire daden. Des te opvallender is het dan ook dat dit jaar al drie boeken van voormalige tu-studenten. In Delta 9 van dit jaar kwam 'Niet verstaan' van Gerard Durlacher al aan bod; onlangs verschenen 'Delft Blues' van Denis Henriquez en 'Tachtig' van Jaap Scholten.



'Delft blues' gaat over de lotgevallen van student civiel Bernardo Rincones, net als Henriquez afkomstig van Aruba, maar in de literatuur heet dat toeval. Bernardo is verliefd op de met haar identiteit worstelende Katinka Roos, wier joodse ouders in de oorlog zijn omgekomen. Als Katinka na lang aarzelen besluit af te reizen naar een kibboets in Israël, ontstaat de blues uit de titel.



Gelukkig heeft Henriquez' tweede roman (de eerste, 'Zuidstraat', dateert uit 1992) meer om het lijf dan dat nogal melodramatische gegeven. Eigenlijk komt het boek - ook stilistisch - pas echt goed op gang als Katinka eruit verdwenen is. Dat komt vooral omdat de kleurrijke bijrollen dan meer ruimte krijgen. Curaçaoenaar Ito Gums, bijvoorbeeld, een bouko die de 'marksistiese' revolutie predikt, en Bernardo's beste vriend Tim, die de glimlach van de Mona Lisa ontrafelt: ,,Dat brave wijf heeft een schuine mop gehoord en durft niet hard te lachen.'' Zo'n beetje alle huidige clichés passeren in een jaren-zestig-jasje de revue: kamerbriefjes bij Waltman, botte Delftenaren, losbandige Leidse studentes, de nerd die niet in meisjes geïnteresseerd is, enzovoort.



Tegen het eind van het verhaal is iedereen behalve de nuchtere Bernardo zijn oorspronkelijke idealen kwijt. De manier waarop natuurkundeleraar Henriquez die teloorgang beschrijft, is niet erg overtuigend - in alle gevallen is het een enkele gebeurtenis die de omslag veroorzaakt, maar de achtergrond daarvan wordt niet uitgewerkt. Voor Delftse lezers is het dan ook vooral het feest der herkenning dat van 'Delft blues' een aardig boek maakt.





Gesjeesd

'Tachtig' is andere koek. Jaap Scholten, die IO studeerde (maar dat niet afmaakte), schreef eerder de verhalenbundel 'Bavianehaar en chipolatapudding' en bedient zich van het soort Giphart-proza waar de hedendaagse jonge schrijver niet buiten kan. Een soepele stijl, kortom, die beter aansluit bij het taalgebruik van de Ritzen-student dan de meer traditionele pen van Henriquez.



Hoofdpersoon in 'Tachtig' is de zojuist gesjeesde techniekstudent Frederik, die lijdt aan postmodernistisch het-is-allemaal-niksisme. Dat leidt tot een lange stroom van misprijzende opmerkingen die op den duur knap vermoeiend wordt. Daar staat tegenover dat de observaties vaak uiterstscherp zijn.



Frederik gaat voor zijn oma's tachtigste verjaardag terug naar zijn geboorteplaats Enschede, waar zijn familie ooit rijk werd in de textiel. Zijn vader is na de teloorgang van de industrie als kluizenaar de Pyreneeën ingetrokken. Helaas wordt Frederiks zoektocht naar informatie over zijn vader pas tegen het einde van het verhaal fatsoenlijk uitgewerkt. Dat komt het evenwicht in het boek niet ten goede.



De rest gaat gewoon over sex, drugs & rock 'n roll. Frederik heeft een driestappenplan om vrouwen in bed te krijgen. Dat is tenminste iets dat zijn ingenieursaanleg verraadt, want verder komt het woord 'Delft' welgeteld vier keer voor. Een driestappenplan om vriendinnen te lozen heeft Frederik tot zijn spijt niet - daarvoor is hij waarschijnlijk te vroeg gesjeesd. Omdat het plot dus niet zoveel om het lijf heeft, moet 'Tachtig' het in de eerste plaats hebben van het rake tijdsbeeld dat het schetst.



Denis Henriquez, Delft Blues, Uitgeverij Bezige Bij, f. 34,50.



Jaap Scholten, Tachtig, Uitgeverij Thomas Rap, f. 34,50.





Christian Jongeneel



Voor de verandering ben ik het eens helemaal met een recensist eens, vooral met de gearceerde stukken. Ik weet dat het voor u wellicht een beetje saai is te lezen dat ik weinig aan deze recensie heb toe te voegen of op aan te merken, maar ik ben moe, heb ik weet niet hoe lang op dat stomme internet zitten zoeken naar een recensie en nu ik er eindelijk een gevonden heb, ga ik die echt niet niet gebruiken omdat ik het er toevallig mee eens ben. Jammer dan.







IV Eigen Mening



Ik vond ‘Tachtig’ van Jaap Scholten best aardig. Niet uitmuntend goed, niet vreselijk intrigerend of ontroerend en ook niet heel erg om te lachen. Maar het was ook niet saai, irritant of slecht. Het is best vlot geschreven, dus makkelijk door te lezen. Het onderwerp is vrij universeel; welk persoon van onder de dertig is er tegenwoordig niet op zoek naar zichzelf?



De stijl van Jaap Scholten is vrij vlot, maar tegelijkertijd kalm. Hij maakt hier en daar gebruik van tot cliché verworden uitdrukkingen, maar dat is niet storend. Hij neemt ruim de tijd om zaken te vertellen, situaties te beschrijven – Jaap Scholten heeft geen haast, maar is nog net niet traag. (‘Dit jaarlijkse Esterhazy-achtige vuurwerk was de grootste frivoliteit die mijn familie zich permitteerde. De laatste twee keer dat ik er bij was, werd er voor mijn grootvader een leren stoel op de veranda gezet. Om een minuut voor twaalf kreeg hij de Mannlicher aangereikt die hij alleen nog maar op scherp hoefde te zetten. Hij miste nooit. Hij was een topschutter en dat bleef hij tot de dag dat hij dood in zijn stoel werd gevonden.’)



Er is wel enige vorm van spanning in het boek te ontdekken, hier en daar wordt er wel een climaxje opgebouwd. Maar op zich is het verhaal van een jongen die zichzelf vijf dagen lang bezat en zijn vader zoekt, niet zo heel erg spannend. En het feit dat hij op het einde nog evenver is als op het begin laat je als lezer ook met een iet of wat onbevredigd gevoel achter.

Geloofwaardig is het zeker. Oké, Frederik kent misschien wel heel veel mensen die een beetje gestoord zijn, maar alles is tegenwoordig mogelijk, dus ach. Realistisch is het ook wel, er zijn zeer veel studenten die zich zo gedragen als Frederik. Ik denk dat het thema op zich van alle tijden is, dus ook nu actueel.



Ik vind het thema niet zo bijzonder. Wat de hoofdpersoon doormaakt maakt iedereen wel door. Maar het feit dat er van zo’n algemeen thema gebruik is gemaakt maakt het boek wel wat toegankelijker.



Ik herken wel een aantal situaties en/ of gevoelens; de feestjes waarvan Frederik verteld en de twijfels die hij heeft zijn voor niemand vreemd.



Ik kan me het beste in Frederik inleven, omdat hij de enige round character is en omdat bovendien het verhaal door zijn ogen wordt verteld. Maar eigenlijk vind ik alle verhaalfiguren stom en niet echt mee-identificeerbaar.



Voor mij persoonlijk betekent dit werk niet zoveel. Ik vond het niet echt geweldig om te lezen en bovendien vind ik de hoofdpersoon onsympathiek. Dit omdat hij het soort jongen is dat ik al te veel heb gezien en eigenlijk niet wil kennen: te veel drinken, te egoïstisch en teveel zelfmedelijden. Nergens voor nodig en bovendien vervelend voor de omgeving.





V Geraadpleegde literatuur



‘Uitgelezen 16’ door Paul Will, blz. 131 t/m 140 (voor: korte samenvatting, thema en motieven, informatie over de auteur)

De recensie is afkomstig van www.delta.tudelft.nl en geschreven door Christian Jongeneel.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen