U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : 2000-1500 Voor Chr. - Griekenland Ingezonden Door: Leentje Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1145 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Aardrijkskunde en het aantal woorden bedraagt 3184 woorden.

Griekenland:







Historie:

De bevolking van de Cycladen bevoer vanaf 3000 jaar voor Chr. het hele Middellandse Zeegebied. Ze dreven handel met het Midden-Oosten, Noord-Afrika en zelfs Zuid-Frankrijk. De Cycladische kunst is te zien in het Cycladisch museum in Athene.



De bevolking van Kreta, de Minoers, domineert de Middellandse Zee vanaf 2500 voor Chr. De Minoische en de Egyptische cultuur stonden in nauw contact met elkaar. Resten van de paleizen uit de bloeiperiode van de Minoische Cultuur (2000-1500 voor Chr.) zijn vandaag de dag te bewonderen op Kreta.



Rond 1600 voor Chr. komt de Myceense beschaving(Peloponnesos)op. De verzwakte Minoische cultuur op Kreta wordt verdreven door de Myceense. De indrukwekkende Myceense koningsgraven zijn op de Peloponnesos iets ten noorden van de stad Nafplion te bezichtigen.



Tussen 900 en 700 voor Chr. stuurden de moedersteden Athene, Sparta, Argos, Korinthe kolonisten onder andere wegens overbevolking naar gebieden rond de Middellandse en de Zwarte Zee. De kolonisatie was een zeer belangrijke factor van de Griekse geschiedenis omdat de handel floreerde en zo de klassieke cultuur zich kon verspreiden over het hele Middellandse Zeegebied. De Grieken stichtten kolonieen op Zuid-Sicilie en in Milete en Efese in Klein-Azie (het huidige Turkije). Door de ontwikkeling van het Griekse schrift kunnen de gedichten van Homerus, de Ilias en de Odyssee, voor het nageslacht worden bewaard. In de 8e eeuw voor Chr. is een eerste vorm van grondwettelijke staatsinrichting aangetroffen in de stadsstaten Sparta en Athene. In 776 voor Chr. worden de eerste Olympische Spelen gehouden.



In de 11e eeuw voor Christus veroveren de Doriers vanuit het Noorden bijna het hele Griekse gebied. Toen ontstonden naast elkaar 2 machtsblokken. De Dorische wereld op het Griekse vasteland, de Peloponnesos en Kreta met als voornaamste stad Sparta en de Ionische wereld, verspreid over de eilanden en Klein-Azie met Athene als centrum. Deze twee machtsblokken gaan samen vechten tegen de Perzische dreiging. Dat is de eerste keer dat er sprake is van een Griekse identiteit.

In de 6e eeuw ontstaat een democratische structuur en worden de eerste Griekse munten geslagen. Dan volgt de Gouden Eeuw van Pericles(5e eeuw), waarin de basis wordt gelegd voor de democratie. De Peloponnesische oorlog tussen Athene en Sparta luidt het einde in van de Gouden Eeuw.



In de 4e eeuw voor Chr. maakt Philippos II van Macedonie gebruik van de situatie en verovert heel Griekenland. Zijn zoon Alexander de Grote volgt hem op en breidt het rijk uit tot Perzie en India. Na hem begint de Hellenistische periode. De Romeinen maken in de 2e eeuw voor Christus een einde aan de Macedonische heerschappij.



In 324 sticht Konstantijn de Grote het Byzantijnse rijk. Hij is Christen en onder zijn bewind bekeren grote delen van het rijk zich tot het Christendom. De hoofdstad van het rijk is gevestigd in Byzantium/Konstantinopel (het huidige Istanbul). Het Byzantijnse rijk houdt stand tot 1453, dan nemen de Ottomanen de stad Konstantinopel definitief in. Griekenland wordt ingelijfd in het Ottomaanse rijk.



In 1821 breekt de opstand uit tegen het zwakker geworden Ottomaanse rijk, de zieke man van Europa. In 1833 is de Griekse onafhankelijkheid, mede dankzij steun van Frankrijk, Engeland en Rusland een feit. Het Griekenland van 1833 is veel kleiner dan het huidige Griekenland. Later verwerft Griekenland door oorlogen en buitenlandse interventie geleidelijk meer grondgebied. Om de stabiliteit van Griekenland te waarborgen, krijgt het land een koning, de Beierse koning Otto I.



In 1912 en 1913 vecht Griekenland met de Serven tegen de Turken. Na deze 'Balkanoorlogen'wordt Noord-Griekenland weer Grieks. Griekenland heeft meegevochten aan de kant van de Geallieerden in de 1e Wereldoorlog.



Als dank hiervoor moedigen de geallieerden uitbreiding van het Griekse grondgebied in Klein-Azie toe, waar veel grieks-orthodoxen woonden. Koning Konstandinos trok zonder buitenlandse steun Turkije binnen met een leger en werd verslagen. In de stad Smyrna vond een grote slachting plaats, de Grote Katastrofe genaamd. De Grieken werden gedwongen na 2500 jaar dit gebied te verlaten. De Griekse president Venizelos en de Turkse president Kemal Ataturk besloten dat een grote bevolkingsuitwisseling de enige oplossing was om de rust in het gebied te herstellen (Verdrag van Neuilly). Alle moslims in Griekenland moesten naar Turkije en alle Grieks-orthodoxen moesten naar Griekenland verhuizen. Uitzondering op de regel waren de gebieden in Thracie, Istanbul en Smyrna. Zo moest Griekenland met een bevolking van 4,5 miljoen inwoners, 1,5 miljoen vluchtelingen opvangen.



Tijdens WO II biedt Griekenland verzet, eerst tegen de Italiaanse en later de Duitse bezetter. Veel Grieken zijn omgekomen. Een groot deel van de Joodse bevolking van Thessaloniki is afgevoerd naar vernietigingskampen. Na de Duitse bezetting wordt de Griekse eenheid bedreigd door de Burgeroorlog. Deze duurt tot 1949. De gevolgen grijpen heel diep in in de Griekse samenleving.



In 1967 vindt een staatsgreep plaats om een eind te maken aan het gematigd democratische bewind van Georgios Papandreou.

Griekenland kent tot 1974 een militair regime dat valt nadat Turkije de republiek Cyprus is binnengevallen.

Na de val van het militaire regime in '74 wordt de gematigd rechtse Konstandinos Karamanlis minister-president van de Republiek Griekenland.

In 1981 wordt de socialist Andreas Papandreou minister-president. Op scholen wordt het gebruik van de ouderwetse katharevousa afgeschaft. Kinderen mogen op school de gewone taal van alledag gebruiken, de dimotiki.

In 1990 behaalt na lange tijd de rechtse partij Nea Dimokratie weer een verkiezingsmeerderheid onder Konstandinos Mitsotakis. Alle hoge ambtenaren worden vervangen, want Griekenland kent net als Israel en de VS het zgn. 'lootsystem': hoge bestuursposten worden verdeeld onder sympathisanten van de regerende partij.

Het is van korte duur, in 1993 wint de socialistische partij, de PASOK, met Andreas Papandreou aan het hoofd, die opnieuw ministerpresident wordt.

In 1995 volgt de socialist Konstantinos Simitis hem op. Hij is nog steeds de Griekse premier. In 2004 zijn er weer verkiezingen.















ATHENE



Attika

Athene ligt in de regio Attika, waar men alle fasen uit de Griekse geschiedenis kan terug vinden. De regio werd voor het eerst bewoond tijdens de Neolitische periode. Haar rijke verleden wordt getoond door vele belangrijke monumenten uit de geschiedenis die nu nog zichtbaar zijn. Akropolis was het belangrijkste vererings -en bestuurscentrum in de geschiedenis en nu het belangrijkste oud-Griekse monument.

De stad Athene speelde de voornaamste rol in de ontwikkeling van de oud-Griekse beschaving en haar betekenis zette zich voort tijdens de Romeinse -en Byzantijnse jaren. Ook na de Turkse bezetting neemt de stad weer haar oude positie in als hoofdstad van de pas gevormde Griekse staat.



Geografie





Griekenland is ruim drie keer groter dan Nederland. Het heeft maar liefst 15.000 kilometer kust. Geografisch gezien valt het uiteen in drie delen: het vasteland, de Peloponessos en honderden Griekse eilanden. Grappig detail: de Grieken weten zelf niet eens precies hoeveel eilanden er zijn. Het merendeel van de Grieken woont in de hoofdstad Athene en haar voorsteden. Verder is de bevolking vooral geconcentreerd in de kustgebieden.









Geschiedenis :

Hoewel de Griekse geschiedenis zich uitstrekt over ruim drieduizend jaar is de natiestaat Griekenland betrekkelijk jong. Pas in 1947 kreeg Griekenland de thans bekende staatsgrenzen. Griekenland was van de 15e tot in de 19e eeuw bezet door de Turken. Op 13 maart 1822 werd na een korte onafhankelijkheidsstrijd de onafhankelijkheid uitgeroepen. Na de Eerste Wereldoorlog brak oorlog uit tussen Griekenland en Turkije. Griekenland trachtte daarbij zijn pas verworven grondgebied in Klein-Azië uit te breiden. De Turkse overwinning resulteerde in een exodus van etnische Grieken uit Turkije, die er o.a. in resulteerde dat de bevolking van Athene in enkele weken verdubbelde. Bij het Verdrag van Lausanne van 1923 werden de grenzen van het huidige Griekenland vastgelegd (zonder de Dodecanesische eilanden, die pas in 1947 door Italië werden overgedragen aan Griekenland). Duitsland viel Griekenland in april 1941 binnen, nadat een eerdere Italiaanse inval was afgeslagen. Nadat de Duitsers in oktober 1944 uit Griekenland waren verdreven brandde de strijd tussen links en rechts in alle hevigheid los. De Griekse burgeroorlog duurde van 1944 tot 1949 en heeft in Griekenland meer slachtoffers geëist dan de Tweede Wereldoorlog. In 1952 kwam een rechtse regering onder veldmaarschalk Alexander Papagos aan de macht. Zijn opvolger Constantinos Karamanlis nam de nationale wederopbouw ter hand en aan het eind van de jaren ’50 en het begin van de jaren ’60 behoorden de Griekse economische groeicijfers tot de hoogste binnen de OESO.

In 1967 kwam na een staatsgreep een militaire junta onder kolonel Papadopoulos aan de macht. In december van dat jaar ondernam Koning Constantijn een poging de macht opnieuw in handen te krijgen. Toen dit mislukte verliet hij het land. Papadopoulos en diens rechterhand Patakos kondigden de noodtoestand af, hieven de politieke partijen op, verboden de vakbonden, stelden censuur in en zetten duizenden potentiële tegenstanders gevangen. Vele Grieken verkozen in ballingschap te gaan, onder wie Melina Merkouri en Mikis Theodorakis. In 1972 riep Papadopoulos de Republiek uit en benoemde zichzelf tot president. In november 1973 werden studentenonlusten onderdrukt, waarbij enkele tientallen doden vielen. Later die maand werd Papadopoulos vervangen door generaal Dimitrios Ioannidis, hoofd van de militaire veiligheidsdienst. In juli 1974 trachtte Ioannidis de populariteit van zijn bewind te vergroten door een staatsgreep op Cyprus te ensceneren die had moeten leiden tot aansluiting van Cyprus bij Griekenland. Dit plan mislukte en leidde tot de Turkse bezetting van Noord-Cyprus. In de resulterende politieke crisis deed het militaire bewind een beroep op Constantinos Karamanlis om uit ballingschap terug te keren en leiding te geven aan herstel van de democratie.



Staatsinrichting :

Krachtens de huidige grondwet (1975) is de Republiek Griekenland een parlementaire democratie, met een president als staatshoofd. Tenminste elke vier jaren vinden parlementsverkiezingen plaats. Van de 300 parlementsleden worden 288 gekozen in 56 kiesdistricten. Het kiesstelsel is ingericht op het produceren van een meerderheidsregering. De toedeling van zetels binnen de kiesdistricten wordt daarbij bijgesteld ten voordele van de partij die in heel Griekenland de meeste stemmen heeft behaald. Twaalf zetels zijn gereserveerd voor "staatsafgevaardigden" (het betreft hier extra zetels voor de grootste partij, teneinde de politieke stabiliteit te vergroten). Het parlement kiest de president. De uitvoerende macht berust bij de regering. De regering wordt benoemd door de president maar kan door het parlement worden heengezonden. Rechters worden voor het leven benoemd en zijn onafhankelijk.

In aanvulling op de staatsinstellingen van de Trias politica kent Griekenland de "Raad van de Republiek", die bestaat uit de premier, de oppositieleider en alle voormalige staats- en regeringshoofden. Deze Raad staat onder voorzitterschap van de President van de Republiek en wordt bijeengeroepen in geval van nationale crisis of wanneer de politieke partijen er niet in slagen een regering te vormen. In dat geval benoemt de Raad een premier ad interim totdat nieuwe verkiezingen kunnen worden gehouden.

De grondwet legt de bijzondere positie van de Grieks-orthodoxe Kerk vast. Vrijheid van godsdienst wordt gegarandeerd, maar missie- en zendingsactiviteiten zijn niet toegestaan. Het in omloop brengen van andere bijbelversies dan de door de Grieks-orthodoxe Kerk goedgekeurde is evenmin geoorloofd.

Binnenlandse politiek :

Sinds 1974 wordt de Griekse politiek gedomineerd door de linkse Panhellenistische Socialistische Beweging (PASOK-partij) en het rechtse samenwerkingsverband Nieuwe Democratie (ND). Na het overlijden van Premier Papandreou in juni 1996 werd Constantinos Simitis premier en tevens politiek leider van de PASOK-partij. Na de vervroegde verkiezingen van september 1996 werd een nieuwe regering gevormd door PASOK.

Premier Simitis voerde een stringent monetair beleid en trachtte ook in andere opzichten Griekenland nauwer bij het Westen te betrekken dan onder zijn voorganger Papandreou het geval was.

De PASOK-partij veranderde onder leiding van Simitis in een meer pro-Europese partij, meer in het politieke centrum gesitueerd. Door de verkiezingsnederlaag in 1996 kwam de ND-partij dichtbij een schisma. Frequente veranderingen in het partijleiderschap zorgden ervoor dat de koers van de ND fluctueerde tussen corporatistisch en liberaal.

Toen in februari 1999 bleek dat Griekenland enige tijd onderdak had geboden aan de Koerdische leider Öcalan leidde dit tot het aftreden van o.a. minister van Buitenlandse Zaken Pangalos. Hij werd opgevolgd door Giorgios Papandreou, de zoon van de vroegere premier.

Tijdens parlementsverkiezingen in april 2000 werd de PASOK-partij van premier Simitis herkozen met een kleine parlementaire meerderheid; qua stemmenaantal boekten zowel PASOK als ND winst. Centraal in het regeringsprogramma van de huidige regering staat de uiteindelijke volledige convergentie met de andere EU Lidstaten. Het hierin passende doel van toetreding tot de euro-zone op 1 januari 2001 is inmiddels gerealiseerd.

Mensenrechten :

Griekenland is partij bij de belangrijkste mensenrechtenverdragen, zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Griekenland is voorts lid van de Raad van Europa, de Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), en is als zodanig gehouden aan een groot aantal verplichtingen op het terrein van de bescherming van mensenrechten in de ruimste zin des woords. Soms doen zich problemen voor ten aanzien van de behandeling van minderheden, dienstweigeraars, de rechtspositie van homoseksuelen en de positie van andere religies dan de Grieks-orthodoxe. De pogingen van de regering de rol van de Grieks-orthodoxe Kerk terug te dringen stuiten op weerstand.

Sociale situatie:

Griekenland heeft geen uniform sociaal-verzekeringssysteem. De ongeveer 200 sociale- en pensioenfondsen, waaronder aparte fondsen voor bijvoorbeeld juristen, docenten, handelsondernemers en boeren. worden de komende jaren samengesmolten tot zeven fondsen om slagvaardiger te kunnen opereren. Een groot probleem voor het Griekse verzekeringswezen vormt het groot aantal Griekse burgers dat na pensionering in het buitenland naar hun geboorteland terugkeert. Voor deze Griekse migranten die in een derde land zijn gepensioneerd en zich daarna weer in Griekenland vestigen, geldt dat de kosten voor medische verzorging voor rekening van Griekenland zijn, indien ze voordien enige tijd in Griekenland verzekerd waren. Dit ondanks het feit dat ze een leven lang de premies hebben betaald in het land waar ze hebben gewerkt. Daarbovenop neemt de vergrijzing in Griekenland snel toe.

Economische situatie :

Binnen de EU steekt de Griekse economie ongunstig af. In de jaren tachtig steeg het aandeel van de publieke sector van 55% naar 70%. De staatsschuld bedraagt 120% van het BNP. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten. Landbouw vormt in Griekenland een veel groter deel van het BNP dan in de andere EU-lidstaten (± 10 %). Griekenland is als geen andere lidstaat afhankelijk van de structuurfondsen van de EU. De regering tracht thans om met een "harde drachma-politiek" de inflatie te beteugelen, en boekt hierbij enig resultaat. In juni 2000 werd Griekenland formeel aangenomen als deelnemer in de Economische en Monetaire Unie vanaf 1 januari 2001, hetgeen het belangrijkste beleidsdoel was van de regering in de afgelopen vier jaar. Het concurrentievermogen van Griekenland dient echter sterk vergroot te worden teneinde effectief mee te kunnen doen in euroland. Het privatiseringsprogramma is minder robuust dan op het eerste gezicht lijkt, en ondervindt aanhoudend vertragingen. Met het oog op de EMU-deelname zal Griekenland ook verregaande hervormingen moeten doorvoeren op het terrein van het onderwijs, de sociale voorzieningen (o.a. vergroting van de arbeidsmarktflexibiliteit), en de gezondheidszorg. De gestaag stijgende arbeidlozenquote vormt, mede tegen de achtergrond van een aanzienlijke verborgen werkloosheid, eveneens een punt van voortdurende zorg. Voor de hier genoemde problemen heeft de regering nog geen probate oplossingen gevonden; de sensibilisering van de bevolking gaat voorts gepaard met de aankondiging van overheidsmaatregelen die op de kortere termijn de schatkist eerder belasten dan verlichten.

Rondreis:

Het kanaal van Korinthos werd gegraven eind 19de eeuw en is ongeveer 6 km lang, 25 meter breed en ligt zo'n 80 meter beneden je voeten. De afmetingen vallen pas echt op als er een schip door vaart. Via de secundaire weg rijden we naar Athene, waar we de komende drie nachten op een camping zullen overnachten. De geselecteerde camping ligt buiten het centrum en is in goed met de bus en metro in ongeveer een uurtje te bereiken.

Ons eerste bezoek is aan het Archeologisch Museum. Hier bekijken we alle schatten die in Mycene gevonden zijn. Vooral de gouden dodenmaskers, diademen en gouden sierraden zijn indrukwekkend. In dit museum zijn tevens de bekende beelden te zien die in onze vroegere geschiedenisboekjes stonden.



dodenmasker uit Mycene Poseidon

Vanaf het museum is het een klein stukje lopen naar de Plaka, een oude volkswijk waar tegenwoordig de vele souvenirswinkels te vinden zijn. Je kan hier in de vele kleine restaurantjes uitstekend eten. Wij bezoeken de romeinse Agora met de Toren der Winden. 's Avonds hebben we een prachtig uitzicht op de verlichte Acroplolis vanaf het Filopappou-monument.

Plaka de Acropolis vanaf Folopappou

De tweede dag bezoeken we de Acropolis. Lopend door de Propylaeën kan je je voorstellen hoe indrukwekkend de oude processies hier moesten zijn geweest. Het Parthenon is indrukwekkend door de grootte, het Erechtheion door de ingewikkelde bouw en de zes Kariatiden. Het museumpje mag je beslist niet

Missen.

Zeus-tempel en poort van Hadrianus



de Kariatiden van het Erechtheion

Wij vonden de theaters die aan de rand van de Acropolis gebouwd zijn en verbonden door de Stoa van Eumens, ook bijzonder interessant. Prachtig ingelegde oude vloeren van het orchestra en de mooie, voor een deel uitgewerkte zetels waarin de namen van de eigenaars zijn gegraveerd. Daarnaast ligt het Odeion van Perikles, de plek waar de moderne democratie geboren is.

Zetels in theater van Dyonisos

theater van Herodes Atticus

Omdat bleek dat de Griekse Agora al halverwege de middag gesloten was, hebben wij dat bezoek helaas moeten overslaan. Dat bewaren we voor de volgende keer.

De munt:

Griekenland



€ 0,01

Deze munt draagt een afbeelding van een Atheense trireem, vanaf de tijd van de Atheense democratie (vijfde eeuw voor Christus) gedurende twee eeuwen het grootste oorlogsschip ter wereld, met drie rijen roeiers.

Griekenland



€ 0,02

Deze munt laat een korvet zien, een scheepstype dat werd gebruikt tijdens de Griekse onafhankelijkheidsoorlog (1821-27).

Griekenland



€ 0,05

Deze munt toont een moderne mammoettanker en verbeeldt daarmee het innovatieve karakter van de Griekse scheepvaart.

Griekenland



€ 0,10

Deze munt draagt een afbeelding van Rigas Velestinlis-Fereos (1757-98), een van de voormannen van de Griekse verlichting en voorvechter van de bevrijding van de Balkan van de Ottomaanse overheersers.

Griekenland



€ 0,20

Op deze munt wordt Ioannis Capodistrias (1776-1831), een vooraanstaand nationaal en Europees politicus en diplomaat, herdacht. Hij was de eerste gouverneur van Griekenland (1830-1831) na de Griekse onafhankelijkheidsoorlog (1821-1827).

Griekenland



€ 0,50

De vooraanstaande Griekse politicus Eleftherios Venizelos (1864-1936) is op deze munt afgebeeld. Hij was een bekend diplomaat en een vroege voorvechter van sociale hervorming, en speelde een sleutelrol in de modernisering van de Griekse staat en de bevrijding van Noord-Griekenland en de Egeïsche eilanden.

Griekenland



€ 1,00

Deze munt is voorzien van een uil, die is overgenomen van een Atheense munt van vier drachme uit de vijfde eeuw voor Christus.

Griekenland



€ 2,00

Deze munt toont een sc¨¨ne uit een mozaïek in Sparta (derde eeuw na Christus), waarin de mythologische figuur Europa, naar wie het werelddeel Europa is vernoemd, wordt ontvoerd door Zeus, die de vorm van een stier heeft aangenomen. Randschrift op de munt: ΕΛΛΗΝΙΚΗ ΔΗΜΟΚΡΑΤΙΑ * (Helleense Republiek).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen