U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anke De Vries - Belledonne Kamer 16.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20402/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3519 woorden.

Samenvatting:



Als Robert samen met zijn moeder bij z'n grootvader aan het opruimen is na z’n overlijden, vindt hij een zakboekje en een kogel. Het is van ene Robert Macy. In het zakboekje staat maar weinig. Het eerste wat Robert leest, is: “Ik leef, ik leef. Mijn God hoe is het mogelijk…” Er staan ook een aantal mensen in het boekje genoemd. Van alle namen zijn alleen de beginletter opgeschreven. Op een naam na; Eleonore. Ook staat de naam van een pension voluit geschreven; Belledonne. Voor de rest staan er alleen nog wat korte gedachtes. Robert besluit wat rond te trekken in Frankrijk, om het raadsel achter het boekje te vinden. Na lang zoeken komt hij bij Belledonne. Daar hoorde hij twee mensen ruzie maken. Hij besloot tussen bijde te komen. Hij wilde een kamer huren, maar toen bleek dat het al jaren geen pension meer was, maar een gewoon cafe. Maar de man van het stel, monsieur Mons, wilde voor hem wel een uitzondering maken. Het waren erg brakke kamers, maar daar nam Robert wel genoegen mee. ’s Avonds kreeg Robert van de man een rare opdracht: hij moest een gele roos op het graf van iemand legen die de volgende dag begraven zou worden. Robert beloofde hem het te doen.

De volgende dag ging Robert naar de begravenis. Hij wachtte tot iedereen weg was, en legde toen de roos op het graf. Toen hij omkeek, zag hij iets verbazingwekkends. Hier rust Robert Macy, stond er, op de grafsteen naast die van Pauline (de vrouw die was begraven).

Toen hij die middag naar huis liep, vloog een bromfietser die met veel te hoge snelheid reed, uit de bocht. Robert snelde de bestuurder te hulp. Hij nam d’r mee naar het cafe, en daar werd goed voor haar gezorgd. Het meisje bleek de dochter van de net overleden dame te zijn, en ze heette Cristine. Samen met monsieur Mons moest Robert haar thuis brengen. Daar aangekomen werden ze meteen binnen gelaten. De stemming was erg treurig. Weer ‘thuis’ aangekomen, vroeg Robert aan monsieur Mons wie met madame de B. wordt bedoeld. Het was zo’n naam waarvan alleen de beginletter in het boekje stond. Meneer Mons dacht dat daar madame de Befort mee werd bedoeld. Dus besloot Robert de volgende dag naar haar toe te gaan. Toen madame de Befort hoorde dat Robert de neef was van Robert Macy (een smoes die hij gebruikte), werd hij er meteen uitgezet.

Op een middag ging Robert weer eens op bezoek bij Cristine. Samen gingen ze een ritje maken op de brommer. Ergens buiten de stad, informeerde Robert over de dood van Cristines moeder. “Ik denk dat ze er gewoon geen zin meer in had,” zei ze. “Zelfmoord?” vroeg Robert. “Nee… dat hoort bij drukke mensen. En druk of spanning was er bij m’n moeder niet. Er was helemaal niets aanwezig.” “Kende je je moeder goed,” vroeg Robert. “Niemand kende haar,” was het vage antwoord. “En ze hield ook van niemand. Niet van m’n vader, niet van mij.”

Het regende, keihard. Robert was een stukje gaan wandelen, maar toen was de lucht zwart geworden. Nu liep hij richting het cafe van Lucette. Daar ontmoette hij de oom van Lucette, die gestoord was. Door het onweer was hij bang geworden, en riep hij telkens: “Paf, paf, dood! Monsieurs Moustache!” Lucette legte uit dat Luncien (de oom) gek is geworden doordat de Duitsers hem aan het eind van de oorlog in een ravijn gegooid.

Toen Robert die avond thuis kwam, werd hij weer opgewacht door monsieurs Mons. Daar praatte ze samen over dokter Pascal, die in Nizier had gewoond in de 2e wereld oorlog. Robert dacht dat dat de P. uit het zakboekje was. Dus besloot Robert hem maar eens op te zoeken.

Dokter Pascal wist meteen wie Robert Macy was. “Dat is die jongen die ze aan het eind van de oorlog te pakken hebben gehad tegelijk met Lucien.” Toen realiceerde Robert zich dat de L. die in het boekje voorkomt wel Lucien moet zijn. De dokter ging over Macy vertellen: “Robert Macy was een expert in ontsnappen, en is op wonderlijke wijze uit een concentratie kamp weten ontsnappen. In dat kamp is zijn hele familie uitgemoord. Amacy kwam na zijn ontsnapping aan bij madame de Befort, die al veel mensen had laten onderduiken. Daar ontmoette hij een meisje wat daar ook vaak over de vloer kwam. Ze werden verliefd, en ontmoetten elkaar in het geheim. Op een dag was het gebeurd. Ze hadden hem te pakken gekregen, en die Lucien hebben ze ook in het ravijn gegooid.” “Dat meisje waar Robert Macy van hield, was dat Eleonore? Die naam komt namelijk vaak in het boekje voor, en is de enige naam die vol uit word geschreven.” Vertelde Robert. “Nee, ze heette Pauline Gireauld.” “Dat is die vrouw die laatst is begraven,” zei Robert verrast. Later vroeg Robert nog aan dokter Pascal of hij misschien wist waar de laatste naam, monsieurs M, voor stond. Ook hij wist dat niet.

Weer in Nizier terug gekomen, hoorde Robert dat Cristine weer terug ging naar haar woonplaats, eerder dan geplant. Toen Robert haar belde, kreeg hij te horen dat het moest van monsieur Girauld. Cristine wilde het adres doorgeven, maar opeens werd de telefoon opgehangen. Dus besloot Robert naar haar toe te gaan. Daar zag hij vanaf een afstand monsieur Girauld zitten, aan een tafel, met een fles alcoholische drank. Opeens stond hij op, pakte een boek uit de kast, en pakte er iets uit. Het was een sleutel. Hij deed er een bureaula mee open, en pakte daar weer iets uit. Het was een pistool! Ging hij zelfmoord plegen? Robert moest wat doen, dus ging hij inbreken. Op een goed moment ging hij door de openstaande achterdeur naar binnen, en liep naar het bureau waar daarnet monsiuer Girauld nog zat. Robert griste het pistool uit de la, en verliet het gebouw.

Robert was uitgenodigd door madame de Befort, om een keer koffie bij haar te drinken. Aan de tafel praatte ze over wat er nou precies was gebeurd met Robert Macy: “Op de avond dat Macy vermoord werd, zat Pauline, ook wel Eleonore genoemd, in het pension te wachten op de komst van Robert. Toen hoorde ze schoten. Ze was er naartoe gegaan, en had hem daar gevonden… dood. Ik vraag me af hoe Robert Macy, die altijd zo goed op de hoogte was van gevaar, zo’n makkelijke prooi kon worden van de Duitsers.” “Er staat nog een monsieur M. in het boekje, weet u misschien wie dat kan zijn?” vroeg Robert, toen het weer stil was geworden. “Het kan natuurlijk monsieur Moustache zijn,” zei madame de Befort. Robert stokte. “Wie was dat?” “Dat was de naam die Lucien voor monsieur Girauld had verzonnen,” was daarop het antwoord.

’s Middags besloot Robert dan maar naar monsieur Girauld te gaan. Daar aangekomen vroeg Robert om het adres van Cristine. Maar Girauld weigerde. Robert vertelde dat hij had beloofd Cristine op te zoeken in Parijs. Monsieur Girauld negeerde hem. “Is het om Robert Macy?” vroeg Robert. “U haatte hem immers?” “Wat wil je?” zei monsieur Girauld verbaasd? “De waarheid,” was het antwoord. Eerst ontkende monsieur Girauld nog, maar toen Robert met de bewijzen kwam, werd hij boos. “Vuile jood! Dat was die oom van je! En die had wat met MIJN dochter! Ja, ik heb hem gedood. Op een avond heb ik hem op gewacht. Hij was niet slim! Hij liep recht op me af toen ik hem riep. Ik schoot…”

De volgende ochtend hoorde Robert dat monsieur Gilaurd zelfmoord heeft gepleegd…



Verhaalanalyse



Titel: Belledonne kamer 16. Deze titel is gekozen omdat de plaats waar het verhaal zich afspeelt voornamelijk het pension Belledonne is. Op kamer 16 is de man vermoord van wie het boekje was.



Soort boek: Ik denk dat het een soort detective is. Er is een geheimzinnig boekje gevonden, en Robert gaat uitzoeken van wie het boekje is. Je komt steeds iets meer te weten



Personages:

* Karakters: - Robert Reuling; Robert is ongeveer 16 jaar, maar zijn leeftijd niet precies wordt genoemd. Hij kan makkelijk vrienden maken, en kan ook goed geheimen bewaren. Hij is nooit boos, en altijd vriendelijk. Over zijn uiterlijk word niet geschreven. Robert is soms wel twijfelachtig, maar is bijna nergens bang voor. Hij gaat recht op z’n doel af. Andere mensen helpt hij graag. Hij is weinig eisent. In het begin was het voor Robert een gewone vakantie. Aan het eind van het verhaal besluit hij nog langer te blijven, omdat hij zich in het dorp thuis voelt. Door zijn spontane karakter is hij snel geliefd bij de andere personages. Als hij boos is, zegt hij dingen die hij eigenlijk niet had durven zeggen. Z’n opvattingen zijn vrij standaard. Maar het is niet iemand die meteen z’n oordeel uitspreekt, over iemand. Iedereen over een kamer scheren doet hij niet.



* Types: - Robert Macy; Hij wist altijd aan de Duitsers te ontsnappen in de 2e wereld oorlog. Van hem was het boekje wat Robert (andere) een aantal jaren later vond. Vanwege de geheimzinnige teksten is Robert naar hem opzoek gegaan. Doordat hij al dood was, had hij geen verhouding met de hoofdpersonage. Hij was verliefd op de moeder van Cristine.



- Monsieur Mons; Hij is oud, en kan moeilijk lopen. Hij zweet heel veel, en stinkt. Hij verhuurt een kamer aan Robert. Hij geeft Robert de opdracht een gele roos bij het graf van Pauline te leggen. Hij komt bijna nooit buiten, en dus is de verhouding tot de andere personages onduidelijk. Citaten: “Ta gueule… Hou je bek.” “Waarschijnlijk zit er een vrouw achter.”



- Lucette; Ze is aardig tegen Robert, en ook tegen de andere mensen. Ze werkt in een cafe, en als ze wegloopt hebben haar heupen veel bekijks. Ze helpt Robert als hij in de problemen zit. Citaten: “Tis een lief kind, die Cristine, maar je moet haar wat beter kennen.” “Ouwe taarten letten alleen maar op haar kleren, en kerels vinden dat ze te weinig vlees om haar botten heeft.”



- Cristine; Ze is in de war. Ze kende haar eigen moeder niet goed, en was dus niet onder de indruk tijdens de begravenis. Tegen Robert was ze niet erg vriendelijk, in het begin. Later bespreekt ze haar problemen met hem. Citaten: “De dokter zegt zoveel…” “Daar moet je je niet veel van aantrekken, doe ik ook niet.”



- Moeder van Cristine (Pauline); Leeft niet meer op het moment dat Robert in de stad komt. Dan wordt ze net begraven. Ze zei gaf om niemand of niks. Er kwamen altijd mannen bij haar over de vloer, maar het was binnen een korte tijd weer “uit”. Tijdens de oorlog kwamen zij en Robert Macy in het geheim samen. Na Robert Macy z’n dood is ze nooit meer normaal geworden. Ze wilde naast Robert Macy begraven worden. Citaten: NVT



- Monsieur Gireauld; Het is een ouwe man, maar sterk en nooit ziek. Hij is fel tegen Robert. Dat komt onder andere omdat Robert heeft ontdekt dat hij Robert Macy heeft vermoord “Dacht je ooit dat ik zou toestaan Cristine aan te raken? Net als die oom van je deed? Die smerige jood.” “Pauline, die alles voor me was en die zich verlaagde met een jood!”



- Madame de Béfort; Ze komt ongeinteresseert over. Ze is oud, en heeft in de 2e wereld oorlog Robert Macy geholpen met onderduiken. Eerst stuurt ze Robert (andere) weg als hij aanbeld. Later legt ze het hele verhaal aan Robert uit. “Och, misschien bedoelde hij daar monsieur Moustache mee.” “Zo? Gaat u zitten…”



Tijd: Het verhaal speelt zich rond de jaren 80, omdat er mensen zijn die in de 2e wereld oorlog ongeveer 20 waren, die nu ongeveer 50 zijn. Maar er wordt iets uitgezocht wat in de 2e wereld oorlog is gebeurd.

Tussen begin en eind van het verhaal verloopt ongeveer 1 week.

Het verhaal is geschreven in de verleden tijd. Alle zinnen staan in de verleden tijd; “Nu het echt zo ver was, vond hij het erg moeilijk”.

Het verhaal is niet chronologisch geschreven. Het gaat namelijk over een jongen die gaat uitzoeken wat er zo’n 45 jaar geleden is gebeurt, en je komt er steeds meer van te weten.

Het verhaal is (natuurlijk) niet continu geschreven. Er zijn vele tijdsprongen gemaakt. Voorbeeld: “Robert kon die avond niet in slaap komen.”

Het verhaal is achteraf verteld. Dat is logisch, want het staat in de verleden tijd.



Vertelsituatie: Het is een personale vertelsituatie, want je ontdekt alles wat de hoofdpersoon ook ontdenkt. Echter wordt er ook wel is van persoon veranderd, en krijg je dingen te weten die de hoofdpersoon niet weet.



Ruimte: Het verhaal speelt zich af in Nizier, een plaatsje in Frankrijk, waar Robert op onderzoek uitgaat. Er wordt niet uitvoerig verteld hoe een bepaalde plek eruitziet. De plaats heeft verder geen invloed op het verhaal, alleen dat er Frans wordt gesproken, en dat hij er niemand kent.



Opbouw: Het verhaal begint in medias ras. Meteen in het begin worden er vragen bij je opgewekt, zoals: Wie is madame Mons? Wie wordt er begraven? Etc… De belangrijkste gebeurtenis in het verhaal is dat Robert naar dokter Pascal gaat. Als hij daar aankomt, krijgt hij alles te weten. Alle namen in het boekje werden verklaard, op een paar na. Een heleboel raadsels worden opgelost. Het verhaal eindigt raar. Robert zou terug naar huis gaan, na zijn zoektocht. Net op het moment dat hij zou vertrekken, maakt hij duidelijk dat hij blijft. Ook geeft Robert niet de rede waarom monsieur Girauld zelfmoord heeft gepleegd. Dat wekt weer vragen op. De vragen die je in het verhaal kreeg, zijn opgelost, maar nu volgen er weer nieuwe. Het is dus wel een gesloten einde, maar er blijven wel onbeantwoordde vragen.



Thema: Robert gaat op onderzoek uit in een wildvreemde stad nadat hij een raadselachtig boekje heeft gevonden.



Motieven: Onzekerheid, bijvoorbeeld als Robert een geweer gaat stelen. Angst, bijvoorbeeld toen Cristine met haar moeder praatte, en nooit een normaal antwoord kreeg. Vrijheid: Robert heeft geen verplichtingen van z’n ouders. Zelfmoord, Robert probeert te voorkomen dan monsieur Girauld zelfmoord wil plegen.



Bedoeling: De diepere bedoeling in het verhaal, heb ik niet kunnen vinden. Ik denk dat er ook niet echt een diepere bedoeling in hoort te zitten. Dus wil de schrijver alleen maar amuseren.



Taal: Het taalgebruik in het boek is heel eenvoudig. Het verhaal bevat vrij veel dialoog.



Mening:

- Het verhaal eindigt vaag. Robert heeft besloten dat hij in het dorp blijft. Dat vind ik raar. Ik was nadat ik dit allemaal had meegemaakt, zo snel mogelijk naar huis gegaan.



- Ook pleegt monsieur Girauld aan het einde van het verhaal zelfmoord. Robert weet de rede, en sowieso het hele verhaal achter de moord op Robert Macy. Ik had op vele momenten anders gereageert dan Robert, dus herken ik mezelf er niet in. Aan de ene kant leef je dan misschien minder mee, maar aan de andere kant ben je benieuwd hoe Robert reageert.



- Het verhaal is dus niet herkenbaar voor mij. Robert is heel anders dan ik, en met iemand anders zou ik hem ook niet vergelijken. Er zijn ook geen situaties die herkenbaar zijn. Ik zou bijvoorbeeld nooit dat geweer hebben gestolen, maar had hem zichzelf gewoon dood laten schieten.



- Het taalgebruik is best makkelijk, maar ik vind het irritant dat er afentoe van die Franse zinnetjes tussen staan. Par example: “Begin nou niet opnieuw, Bon Dieu…” Het leest minder vlot, maar aan de andere kant laat het je wel meer mee leven.



- Ik vind het verhaal best spannend. Het had nog spannender gekund, maar dan was het verhaal waarschijnlijk ook groter geworden.



- In het verhaal zit veel tijd in om je te laten denken. De hoofdpersoon redeneert voor je, zet alles op een rijtje, terwijl jij met hem meedenkt.



- Er zitten weinig leerzame feiten in het verhaal. Het gaat puur om de personages, en daar leer je niks uit. Het enigste wat je leert is misschien met wat voor geweer de Duitsers in de 2e wereld oorlog schoten.



- Soms weet je niet meer waar de hoofdpersoon zich begeeft. Je leest het later wel, maar het is toch verwarrend. Je leest bijvoorbeeld opeens dat het heel hard regend, en dat Robert naar huis rent. Waar hij dan naartoe was gegaan, werd pas veel later verteld. Hij was gewoon een stukje gaan lopen.



- Het idee achter het verhaal is raar. Welke gek gaat er nou naar een stadje 1000 kilometer verderop, alleen maar omdat hij nieuwsgierig is naar de teksten die in een klein, stom, toevallig gevonden zakboekje staan. Hij doet het dan wel bij wijze van vakantie, maar ik ga toch liever dan aan het strand liggen bakken.



- Echter is idee wel orgineel. Ik zou geen vergelijkend boek kennen, over iemand die in een wild vreemde stad opzoek gaat naar iemand die al jaren dood is. En dat terwijl hij die man zelf helemaal niet kent.



- De mensen in het dorp zijn zo “overdreven”. Niet normale mensen, maar ze hebben allemaal iets apparts. Aan de ene kant passen ze met dat apparte allemaal in het verhaal, maar het geeft me toch een raar gevoel. Alsof er alleen maar rare mensen in die stad wonen. Je hoeft raar niet negatief op te vatten. Lucette bijvoorbeeld is heel aardig. Maar juist iets te aardig. En ze heeft een rare oom, en een rare baan. Ook is zij het enige meisje in het hele dorp waar de kerels op vallen.



- Het boek wordt in duidelijke taal geschreven. Zoals: “Waarom heb jij dan een gele roos op het graf van Cristines moeder gelegt?”



Informatie over de schrijver:



Bibliografie:

1972 De vleugels van Wouter Pannekoek

1975 Het geheim van Mories Besjoer, Zilveren Griffel 1976

1977 Belledonne kamer 16, Eervolle vermelding Europese Jeugdboekenprijs, Padua 1977

1978 Bij ons in de straat,

1979 Wedden dat ik durf!

1982 Weg uit het verleden

1985 Medeplichtig

1986 De Blauwe Reus

1988 Het keteldier en andere verhalen

1988 Opstand! , Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1989

1990 Kladwerk, Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1991

1992 Blauwe plekken, Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1993

1994 Fausto Koppie (kinderboekenweekgeschenk)

1995 Mijn olifant kan bijna alles

1996 Memo zwijgt

Alle boeken van Anke de Vries vielen in de prijzen bij plaatselijke kinderjury's.



Anke de Vries werd geboren in Sellingen (Groningen), op 5 december 1936. Ze groeide op in de Veluwe. Na haar middelbare schoolopleiding in Ede ging ze reizen, onder andere naar Frankrijk en Griekenland. Zij trouwde met een Fransman en woonde na haar huwelijk een aantal jaren in het buitenland, waaronder in Pakistan. Ze heeft drie kinderen: een zoon en twee dochters. Sinds 1963 woont zij met haar gezin in Den Haag.

Haar echtgenoot moedigde Anke de Vries aan om te gaan schrijven. Ze volgde een cursus creatief schrijven en dat verliep zo succesvol dat ze direct daarna De vleugels van Wouter Pannekoek schreef. Dit boek verscheen in 1972 bij Lemniscaat en werd geïllustreerd door haar man. Het werd meteen door de Haagse kinderjury bekroond. Met dit boek is ze bekend geworden. Haar tweede boek begon ze te schrijven toen er actie werd gevoerd in de buurt waar ze woonde. Tegenover haar huis was ook het hofje waar de kinderen uit haar tweede boek, Het geheim van Mories Besjoer, zoveel plezier hebben.

Kinderen van ongeveer zeven jaar lezen graag haar gezellige boeken over gewone kinderen, zoals: Bij ons in de straat, Wedden dat ik durf! en De Blauwe Reus. Anke de Vries kreeg het idee om Kladwerk te schrijven toen ze een lezing hield op een school. Op deze school was net de nacht daarvoor ingebroken en was er van alles vernield. Het boek gaat over een groep klasgenoten, waaronder kinderen uit Suriname, Marokko, en Turkije, die erachterkomen wie hun school tot twee keer aan toe heeft beklad.

Anke de Vries schreef ook spannende boeken voor oudere kinderen zoals: Belledonne kamer 16, Weg uit het verleden, over een jongen die angstige herinneringen de baas wil worden, Medeplichtig, waarin een heel dorp is betrokken bij een moord en Opstand! over een jongen die een wijnboeren opstand meemaakt. Al deze boeken spelen zich af in Frankrijk. In het laatste boek van Anke de Vries, Blauwe plekken, gaat het over Judith, die vaak door haar moeder word geslagen. Voor de kinderboekenweek 1994 schreef Anke de Vries het kinderboekenweekgeschenk Fausto Koppie. In 1995 maakte zij, op basis van schilderijen van de kunstenaar Ilja Walraven het prentenboek Mijn olifant kan bijna alles. Bij haar laatste boek, Memo zwijgt, liet zij zich inspireren op het scenario Mohammed zwijgt van Lou Brouwers voor de film De jongen die niet meer praatte, onder regie van Ben Sombogaart.

De boeken van Anke de Vries zijn vertaald in het: Duits, Frans, Engels, Fins, IJslands, Spaans (Castiliaans, Catalaans, Baskisch), Deens, Zweeds en Zuidafrikaans. Over het algemeen schrijft Anke de Vries over jongeren die een probleem hebben, en daar eigenlijk niet met iemand over kunnen of willen praten. De genres zijn avontuurverhalen, en detectiveverhalen (weet ik niet zeker).



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen