U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Saartje Tadema.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/4398316/ en is laatst upgedate op 27/02/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2261 woorden.


Inleiding


Dit is een leesverslag over het boek “Saartje Tadema”. Ik vond het een mooi boek om te lezen en ik heb dan ook geprobeerd dat zo goed mogelijk te beschrijven in dit verslag. Hopelijk krijgt u door het lezen van dit verslag een beetje een idee over het boek en de schrijfster ervan: Thea Beckman.

Gegevens over het boek en de schrijfster


Het door mij gekozen boek is: "Saartje Tadema" en is geschreven door Thea Beckman. Het boek heeft 217 bladzijden en heeft geen plaatjes, tekeningen etc… Behalve de voorkant dan en aan het einde van het boek is nog een plattegrond van het Burgerweeshuis, maar dat heb ik niet meegerekend bij het aantal bladzijden. Met dit wel meegerekend en nog een korte biografie van Thea Beckman bestaat dit boek uit 222 (geen grapje) bladzijden.

De uitgever van dit boek is Malmberg uit Den Bosch, die dit boek heeft uitgegeven in 1998 in een serie als één van de zes boektoppers van 1998. Dit is met toestemming gebeurd van Lemniscaat, die dit boek als eerste uitgaf in 1996. De omslag is gemaakt door Jan Wesseling.

Het boek is tot nu toe niet bekroond geweest, maar is wel door de Kinderjury getipt voor de categorie 10 t/m 13 en 14 t/m 16 jaar in 1997.



Thea Beckman werd op 23 juli 1923 in Rotterdam geboren. Haar vader was werkloos, waardoor ze niet rijk opgroeide, ze hielp thuis dan ook mee in de huishouding. Ze kon dan dus ook niet studeren of zo. Als kind wilde ze al schrijfster of ontdekkingsreiziger worden. Na haar mulo-diploma, had ze wat kantoorbaantjes, totdat ze trouwde in 1945. Ze kreeg drie kinderen. Sinds 1956 woont ze in Bunnik. Naast het huishouden en de kinderen opvoeden begon ze met schrijven, puur om bij te verdienen. Ze schreef journalistieke stukjes voor in damesbladen en de Haagse Post. Toen haar kinderen groot waren, besloot ze om echt te gaan schrijven. Ze haalde haar atheneumdiploma en ging psychologie studeren. Ze interesseert zich vooral voor geschiedenis en de toekomst. Vanaf 1970 begon ze echt met boeken schrijven. Ze schrijft hele verschillende boeken. Voordat ze aan een boek begint bereidt ze zich goed voor; ze bezoekt het gebied waar het verhaal zich afspeelt, bestudeert plattegronden en boeken… Haar boeken bevatten dan ook aardig wat feiten. Aardig wat van haar boeken zijn al bekroond, zoals: Zwerftocht met Korilu, Kruistocht in Spijkerbroek, Stad in storm en nog vele anderen. In 1984 kreeg zij de Huib de Ruyterprijs voor haar historische boeken, omdat zij daarmee een nieuwe tintje aan het geschiedenisonderwijs heeft gegeven.

Haar boeken (dat zijn er nu inmiddels 29) zijn ook in andere talen vertaald, zoals in het Engels, Spaans, Duits, Japans, Russisch…

Kortom, ze is een bekende schrijfster geworden.

Samenvatting van "Saartje Tadema"


Saartje Tadema is een meisje van zeven jaar oud als haar moeder overlijdt. Haar vader is al een jaar eerder overleden, waardoor de drie kinderen wees worden. Haar broer Dirk en zij gaan naar het Burgerweeshuis (in Amsterdam), haar jongste broertje Kobus moet eerst nog naar een minnemoei, want hij is nog maar ruim een jaar als hun moeder overlijdt. Dirk komt in het jongenshuis terecht, want daar ga je vanaf je elfde naar toe. Hun vader was scheepstimmerman en van Friese afkomst. Vanwege dat hij scheepstimmerman was mogen ze naar dit weeshuis, anders hadden ze naar een gewoon weeshuis gemoeten, waar het er niet goed aan toe ging.

Saartje moet in het begin wel wennen, maar ze past zich aardig snel aan. Vooral in de klas heeft ze niet veel moeite, want ze is een vlugge en bijdehand ding. Ze heeft thuis al leren lezen en een beetje schrijven, waar de hoofdmeester heel versteld van staat. Ze heeft al snel alle rekenboeken, voorschrijfboeken en leesboeken uit en "zeurt" (zo noemen de meester en de ondermeester het) al snel om nieuwe boeken en heeft heel veel vragen. De rest van de klas is lang niet zo vlug en slim, dus als er dan ook inspectie komt naar de vorderingen, wordt Saartje altijd naar voren gehaald. Zo krijgen de regentessen het idee dat de meester goed les geeft. Ze begint opgegeven moment ook een hekel aan de meester te krijgen, want hij helpt haar niet echt bepaald verder, Als er dan ook weer een keer een regentes komt voor inspectie, vraagt ze de meester ook om haar asjeblieft niet op de billen te slaan. Dit is heel ongehoord, dus er ontstaat dan ook een heftige discussie. Wat Saartje zegt gebeurd eigenlijk niet, maar de bal is wel gaan rollen, en ze komen erachter dat hij toch teveel slaat en materiaalgeld in eigen zak steekt… hij wordt dan ook ontslagen en een nieuwe meester wordt aangesteld. Saartje denkt ook veel na, waardoor ze niet veel met de andere kinderen omgaat. Ze heeft ook vaak ruzie met de anderen, omdat ze eigenlijk hoog begaafd is en dus beter dan de anderen; niet geïnteresseerd is in hun, in haar ogen, kinderachtig gedoe. Hierdoor krijgt ze vaak straf, wat ze helemaal niet erg vindt, want zo krijgt ze de gelegenheid om dingen te leren, schrijven…

Na drie jaar opstandig, brutaal en zeurderig zijn, volgens de volwassenen en in haar ogen gewoon nieuwsgierigheid, komt haar broertje Kobus ook naar het weeshuis, want hij is dan vier jaar. Saartje is dan tien. Maar Kobus is in die drie jaar erg veranderd, hij is in zichzelf gekeerd. Saartje kan dit aardig doorbreken, totdat ze hoort dat ze naar het meisjeshuis moet. Ze is dan nog maar tien (je moet elf zijn om er heen te mogen), maar de volwassenen hebben het zo besloten, omdat ze haar niks meer leren konden moet ze er heen. Kobus neemt het haar erg kwalijk en kijkt haar haast niet meer aan als ze een keertje op bezoek komt. Maar Saartje heeft het er erg naar haar zin. Ze ontmoet hier ook weer haar vriendin Geesje en krijgt de gelegenheid om haar leeslust te bevredigen. Maar ook hier botst ze opgegeven moment, waardoor ze als ze op een dag in de stad loopt een herberg binnenduikt: De Herberg-op-het-IJ. Hier vraagt ze of ze kan komen werken, maar de herbergier twijfelt, maar met de stemmen van zijn vrouw en een aantal gasten (een klerk, een Fries: Auke en Hein: een oude zeeman) geeft hij toch toe. De regentessen stemmen ook toe, waardoor ze het weeshuis uitgaat en gaat werken. Ze is een goede hulp en serveerster en weet te grijpgrage handen goed af te weren. Al snel begint de klerk haar lastig te vallen, maar Saartje mag hem absoluut niet wat ze duidelijk laat merken.

In de loop van de tijd, mag ze Auke wel erg graag en hij haar, maar hij is er haast nooit, want hij vervoert hout naar Zweden per boot. Maar nadat hij haar een keer mee uit heeft genomen en lang wachten, vraagt hij haar ten huwelijk en zal ze eerst met hem met de boot naar Zweden gaan en vervolgens in Harlingen gaan wonen. Haar broer zal hier wel versteld van staan, want hij had haar min of meer vervloekt toen hij hoorde dat ze in een herberg ging werken. Dat was in zijn ogen vreselijk: een kroeghoer.

Saartje Tadema door Thea Beckman


Ik heb dit boek gekozen, omdat ik graag een boek van Thea Beckman wilde gebruiken voor een leesverslag. En dit leek me wel een leuke, ik had hem ook al een paar keer gelezen, en hij is niet te dik om te beschrijven. De eerste keer dat ik dit wilde lezen, interesseerde het me wel, omdat de achterkant van het boek, de inleiding van het boek, me echt nieuwsgierig maakte naar het verhaal aan de binnenkant ervan. En ook omdat ik vind dat Thea Beckman goed kan schrijven, dus wilde ik ook dit boek van haar lezen. Ik wist eigenlijk echt niet wat ik van dit boek moest verwachten, want al haar boeken zijn weer totaal anders. Maar na het boek gelezen te hebben, komt ook deze op mijn lijstje te staan van mooie boeken.



De titel is eigenlijk heel goed gekozen. Wel simpel, maar kort en krachtig, want eigenlijk gaat heel het boek over Saartje Tadema. Dus logisch dat je haar naam als titel gebruikt. Maar aan de andere kant toch ook weer niet, want ook aan haar oudere broer Dirk wordt twee hoofdstukken besteedt. Maar als het puntje bij paaltje komt, dan is de titel toch goed, want het wordt toch voor het meest vanuit haar gezichtspunt etc… beschreven. Wat eventuele andere mogelijke titels zouden kunnen zijn, zijn:

  1. van weeskind tot verloofde vrouw

  2. de dochter van de Tadema's

  3. vrijgevochten

  4. Wie snapt me nou eigenlijk wel?


De eerste, omdat het boek begint als ze weeskind is en eindigt als ze is verloofd. De tweede, omdat het hele boek om Saartje draait, de dochter van Tadema. De derde, omdat ze de hele tijd niks mag, tenminste ze moet de hele tijd gehoorzamen en mag niet teveel nadenken. Totdat ze het opgegeven moment zat is en uit het weeshuis gaat. De vierde, omdat niemand haar snapt: haar leeshonger, haar vragen, haar denken over de wereld. Totdat ze Auke tegenkomt.



Ik denk dat dit boek tot de historische romans behoort, want het gaat vooral over hoe het er in een weeshuis aan toeging, het leven in een herberg, hoe de mensen tegenover Saartje staan en hoe zij dat vindt. Typerende begrippen voor dit boek vind ik:

  • Strijd komt in het hele boek voor. Saartje heeft telkens een strijd met zichzelf over wat nou goed en kwaad is en wie er nou gelijk heeft. Ook tussen Saartje en de mensen uit haar omgeving is er een voortdurende strijd. Saartje denkt dat zij gelijk heeft en de mensen uit de omgeving dat zijzelf gelijk hebben….

  • Gevoelens spelen ook een belangrijke rol. Saartje moet telkens leren om met haar gevoelens om te gaan.

  • Zelfstandigheid is ook een woord dat veel samenvat in dit boek. Saartje is van het begin af aan al zelfstandig en wordt het steeds meer.


Deze boeken gelden eigenlijk wel voor het hele boek, deze drie woorden spelen in het hele boek een grote rol. Ik kan me voorstellen dat een andere lezer hele andere karakteriserende woorden heeft voor dit boek, want wat ik bijvoorbeeld knap van Saartje vind, kan iemand anders juist heel dom vinden. Het hangt ook een beetje van je eigen karakter af denk ik hoe je zo’n boek zou omschrijven, want de één vindt weer andere dingen belangrijker dan de ander, en de ene bekijkt een gebeurtenis ook anders dan de ander.

Wat ik zo bijzonder vind aan dit boek is dat de schrijfster de gebeurtenissen uit die tijd heel goed geromantiseerd kan weergeven. Geschiedenis is meestal saai, maar door deze roman geeft ze heel goed aan hoe het er vroeger aan toe ging, en dan wel zo dat je niet het idee hebt dat je met geschiedenis bezig bent. Echt specifieke belangrijke passages heeft dit boek niet. Maar als er een belangrijke passage genoemd zo moeten worden, is dat toch wel wanneer Saartje uit het weeshuis gaat en in de herberg gaat werken. Dat is toch wel een ingrijpende verandering, want in het weeshuis was ze toch wel min of meer beschermd, maar als ze in de herberg intrekt, is er niemand om haar te beschermen, ze moet het zelf opknappen.



In het boek ben je toch wel het meest betrokken bij Saartje. Vanuit haar standpunt beleef je het meeste mee. Het zijn ook haar gevoelens en gedachten die het meest beschreven worden/naar voren komen. Dat is eigenlijk het hele boek door wel zo. Maar niet op alle momenten leef je even sterk met haar mee, want op sommigen momenten ben je het misschien eerder met een ander uit het boek eens, en dan leef je dus niet mee met Saartje die dan heel zielig beschreven wordt, omdat je het niet met haar eens bent. Je gevoelens gaan dan eerder naar die andere persoon uit. Maar over het algemeen beleefde ik het meest de gevoelens van Saartje tijdens het lezen. Ik kan me best met haar identificeren. Ik denk dat dat komt doordat haar gevoelens heel duidelijk naar voren komen. Door het lezen van dit boek ben ik toch wel meer gaan nadenken over hoe moeilijk de kinderen het wel niet moesten hebben als allebei hun ouders overleden waren. Want Saartje kwam nog in een redelijk goed weeshuis terecht, maar zelfs daar was het niet helemaal goed, zoals het onderwijs en de kinderen kregen geen echte liefde. Zoals bijvoorbeeld Kobus die geslagen wordt als hij is gevallen, dat is toch geen liefde?!!! Ik wist al wel dat het er in een weeshuis niet goed aan toe ging, maar door zo’n boek wordt dat toch ook weer bevestigd, wat eigenlijk best wel triest is. Ik denk dat de hoofdpersoon niet één van mijn vrienden zou kunnen zijn, want tegenwoordig gaat alles er lang niet meer zo aan toe (in Nederland en wat andere Europese landen dan). Meestal word je nu door familie of een pleeggezin opgevangen als je nu wees zou worden...



Ik vond dit boek persoonlijk toch wel goed. Het laat heel duidelijk zien hoe de mensen van toen in een weeshuis dachten, in het dagelijkse leven. Gewoon hoe het gebeurd zou kunnen zijn en hoe die mensen gereageerd zouden kunnen hebben op zo’n meisje als Saartje. Ik vind het heel knap van Thea Beckman dat ze aan zoveel dingen gedacht heeft; ze heeft het verhaal geschreven zoals het zo gebeurd zou kunnen zijn. Het laat dus echt duidelijk een stuk van de geschiedenis op een bepaalde plaats zien. Dus echt aan te raden om te lezen als je wilt weten hoe mensen in die tijd gedacht zouden kunnen hebben.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen