U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simon Vestdijk - De Koperen Tuin.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=390 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1700 woorden.

Samenvatting
B. BESCHRIJVING:

THEMATISCH ASPECTEN

De titel van het boek is ‘de koperen tuin’.

Als Nol’s moeder op sterven ligt gaat Nol naar ‘s avonds naar de koperen tuin toe en ontmoet daar Trix. Daar zegt Nol tegen Trix: (blz. 189)

“En dan de Tuin. Het is heilige grond, waarop we ons bevinden. Voor mij was het een wonderlijke tuin, nog voordat je in mijn leven kwam om met me te dansen. Er waren – ze zijn er nog – gouden vogels, ook wel ganzen en pauwen, maar voornamelijk gouden vogels. Het was een gouden tuin. Toen zag ik opeens al die instrumenten, en ik hoorde die mars, en de zon schitterde in het koper, en ze bliezen erop met rode koppen van de inspanning, en toen werd het een koperen tuin, en dat is lang zo gebleven. Koper is mooier en eenvoudiger, ook vrolijker dan goud. De Carmen was een koperen opera…[...]De tuin is nòg van koper, nu in het najaar, maar daar let niemand op, en voor ons is hij nu van zilver: niet het duurste, maar wel het bijzonderste, edelste metaal. Het metaal van het afscheid...”

In dit stukje wordt de titel al voor een groot gedeelte verklaard. Hierin valt het ook op dat niet alleen koper wordt genoemd, maar ook zilver en goud. In het hele boek kom je deze woorden zilver-goud-koper tegen. Op de eerste bladzijde van het boek begint het al met:
De bal begaf zich naar een boslandschap in gouden lijst.
In dit boslandschap kan men nog zijn kinderlijke verbeelding zien gevat in het rustige goud.
Toen kwam het uitbundige en stralende koper: Ik droeg een matrozenpakje met koperen ankers, drie mannetjes met koperen instrumenten in de hand, de zwaarste koperinstrumenten, koperen gebladerte.
En uiteidelijk (tijdens de ziekte van zijn moeder)gaat het stralende koper over naar de bleke, weinig vitale zilverglans.
De zilveren rimpels in het water...

VERHAALTECHNISCHE ASPECTEN

PERSONEN (belangrijke letterkundige werken dl. 3, J.J Gielen)

Nol Rieske is de ik-figuur van het boek. Hij vertelt zijn belevenissen van zijn 5e tot ong. 23e jaar. Hij groeit uit tot een sterke jongeman, even gezond en blozend als zijn moeder. Psychologisch is hij een dualistische figuur: enerzijds is hij zeer fantasierijk (de eerste bladzijde al: ..alsof een onzichtbare goochelaar met mij en de breekbare dingen wel rekening wilde houden.)en emotioneel, anderzijds nuchter, rationeel. Hij heeft een feilloos instinct en een aangeboren zin voor zelfbeheersing.
Maar zijn gevoelens worden hem soms te baas. Bijvoorbeeld de nacht voor de dood van Cuperus: (blz. 166)

Maar die nacht kwam de inzinking , die mij misschien al maanden had bedreigd. Het verdriet kwam uit mijn ingewanden op als een bol lauw vuur, en ik moest in mijn kussen bijten om het niet uit te schreeuwen. Als een razende sloeg ik mijzelf, niet uit woede of verontwaardiging om wat het lot mij scheen te willen toebedélen, maar om mij te beheersen: iets wat ik altijd had gedaan, iets wat zelfs tot de voornaamste prestaties van mijn leven had gehoord.

Tegen het avontuur met Trix is hij niet opgewassen. Langzamer-hand groeit zijn kinderlijke genegenheid voor haar uit tot een hartstochtelijke, fatale liefde. Als Trix gestorven is, wordt het hem teveel. Hij herinnert zich niet meer, dat zij dood is en belt de dokter op om naar haar te informeren. Hij begrijpt de dood niet en beseft, dat dit altijd zo zal blijven. Hij staat tenslotte verbijsterd voor de Tuin, met het ongeneselijke verdriet, dat nu mijn enig bezit is geworden.
Chris: Chris is drie jaar ouder dan Nol. Hij tyranniseert zijn broertje, maar wordt later door hem overvleugeld. Hij heeft, in tegenstelling tot Nol ‘in het geheel geen instict. Chris is niet muzikaal, heeft geen gevoel voor humor en lijkt op zijn vader, terwijl Nol meer heeft van zijn moeder.
Hij probeert zich onder zijn kamaraden te handhaven door stunts als de pepermuntfabriek. Als Nol hem op hardhandige wijze van zijn pepermuntaffaire heeft afgeholpen, verandert Chris: hij wordt volstrekt normaal, ingetogen, fantasieloos. Hij wordt een knap advocaat en een degelijk huisvader, maar is eigenlijk van binnen uitgedroogd, levenloos.
Nols vader, rechter te W…, is van Duitse afkomst. Hij is typisch Duitser: vlijtig, nadenkend en droog, blikkend door opmerkzame brilleglazen, die Chris van hem had geërfd, vormelijk, zelfs voor een rechter.
Nols moeder is geestig en muzikaal. Je kan uit het verhaal opmaken dat zij een aantrekkelijke vrouw is: de bezoekers op de muziekavondjes én Cuperus zijn min of meer verliefd op haar. En zij weet het! Zij is van haar man vervreemd, zózeer dat ze niet eens meer gezamenlijk konden opvoeden.
Cuperus is eerst voor Nol een geweldenaar, de koninklijke vertolker van de mars van Sousa. Nol vergelijkt hem met Napoleon of Alexander de Grote, al deed zijn uiterlijk mij meer aan Michiel de Ruyter denken. Hij is een groot musicus. Hij speelt niet zonder fouten, maar bezield. Hij vereert vooral Wagner. En dat o.a. wordt hem in het bekrompen provinciestadje noodlottig. Wagner gold toen nog als nieuwlichter. Dit is des te erger omdat Cuperus een sterk zelfbewustzijn heeft. Hij betreedt de woning van de Rieskes als een vorst. Nadat moeder Rieske zijn bloemen heeft geweigerd, bekent hij aan Nol dat hij op haar verliefd was. Maar zij was deze liefde niet waard: zij hield mij voor een muzikant, een huisknecht, en toen mij dit duidelijk geworden was, besloot ik mij als een huisknecht te gedragen, en zoende het dienstmeisje. Deze liefde was rein, rein als de liefde van Lohengrin voor Elsa van Brabant, van Parsifal voor Kundry.
Uit dit laatste blijkt al een zekere wereldvreemdheid. Hij is inderdaad geen levenskunstenaar. Hij bederft zijn toch al niet zo goed naam door zijn drankzucht. Hoewel hij van zijn vrouw en dochter houdt, kan hij toch niet de juiste houding tegenover hen vinden. Trix’ jeugd wordt bedorven door zijn drankzucht, waarmee andere kinderen haar plagen. Het ergste is nog, dat hij op de avond na de Carmen uitvoering haar niet beschermt tegen Vellinga. Dit zit ook Cuperus erg dwars. Hij spreekt met minachting over vrouwen: ‘Ik zal nog bij Bach eindigen, daar zijn tenminste geen...Alle andere muziek is verpest. Brünnhilde, Isolde,-Carmen,’-hij sprak de naam uit alsof hij er vies van was, - en Kundry niet te vergeten, al dat smerige tuig, tuig...’
Zijn leven als artiest, als echtgenoot en vader is een misluk-king ondanks zijn prachtige kwaliteiten.
Trix bij Nols eerste bezoek aan de Tuin ziet hij een lang, bleek meisje.’ ‘Ik voelde in haar een verwante spanning om het wonder, dat zich daar aan de overkant (in de muziektent) voltrok.’ Als hij haar later ziet , is zij bleek en hoogharig, fier en ongenaakbaar. Zij gaat langzamerhand ten onder eerst door de scheldpartijen van de kinderen, die zich vrolijk vermaken over de drankzucht van haar vader, later door het avontuur met Vellinga, waarna anderen volgen. Uit haar gezicht spreken opstandigheid en mismoedigheid. Zij gaat haar vader haten, slaat hem zelfs. Tijdens het laatste gesprek is haar gezicht grauw, zij is een geteisterd wezen. Nol spreekt van mijn liefde voor haar, die zelf woedend was geweest van het ene jaar op het andere, oud voor haar tijd door woede, diep gewond, uiterlijk koel en schamper. Zij zelf vindt, dat trots haar grootste ondeugd is.
Vellinga is een lange, zware, met zijn 27 jaren reeds enigszins dikbuikige man. Hij bezat in overvloed de deugden van leider van de jeunesse dorée, ijsbaancommissaris, fuifnummer en donderjournalist. Nol vermoedt, dat hij evenals de andere bezoekers op de muzieka-vondjes thuis, verliefd was op mevrouw Rieske. Langzaam komt Nol achter het geheim van Vellinga’s verhouding met Trix. Nol vraagt hem Trix te huwen, maar Vellinga weigert dit; hij is als het ware getrouwd met W.. Hij zegt dat, als hij geweten had van Nol en Trix, hij nooit aan het avontuur met haar zou begonnen zijn.
Caspers is een jong bankier met culturele neigingen. Hij heeft les gehad van Cuperus. Ook Caspers heeft een verhouding met Trix gehad, maar hij maakte het snel uit, omdat hij gemerkt had, dat Trix van een ander hield. Na Trix’ zelfmoord heeft Nol een lang gesprek met hem. Hij zegt echt van Trix gehouden te hebben; maar als hij geweten had, dat ze van Nol hield, had hij hen samengebracht.
Dijkhuizen is een al iets oudere man, vrijgezel zoals Caspers en Vellinga, dik en bol, tevreden met het leven en met zichzelf, een braaf drinker, een groot minnaar van de muziek, voor de leus nogal kerkelijk. (zoals ook Caspers alleen in het openbaar Christelijk is.)Hij bewerkt, dat Cuperus bij het kerkkoortje wordt ontslagen.



C. EVALUATIE:

De leukste stukjes uit het boek om te lezen vond ik de ontmoeting van Nol en Trix en de gespreken die ze dan hebben.
Bijvoorbeeld de eerste ontmoeting dat ze samen dansen, en het laatste gesprek dat ze hebben.
Een ander stukje dat ik ook leuk vind, omdat het zo onverwachts is wat Nol hier doet, is het stukje dat Nol, zijn broer Chris van het idee de pepermuntfabriek afhelpt.

(blz. 43-44)
Langzaam naderde ik hem. “Chris,” zei ik zachtjes, en toen begon mijn hart te hameren. Haten deed ik hem niet, maar hij had mij tegen mijn blote beentjes geschopt, onder de tafel, onder de door mij ouders behoede tafel, jaren lang… Toen hij eindelijk opkeek, - zijn bril zat scheef, herinner ik mij, waarschijnlijk door de ongelijke druk van zijn steunende handen, - liep ik een paar passen om, tot ik schuin tegenover hem kwam te staan, en sloeg hem met de vuist op de neus, heel hard en vrij hoog, zodat zijn bril op de planken vloer viel, zonder dat de glazen braken, dat hoorde ik aan het geluid. [...] “Waarom deed je dat Nol?” vroeg hij op mate, slepende toon, Ik zei niet, hij herhaalde de vraag, weer met mijn voornaam erbij. “zo maar,” zei ik, [...] “Om die pepermunt van je, altijd datzelfde gelazer! Daar moet je mee ophouden doet het pijn?” “Verschrikkelijke pijn,” zei hij met veel nadruk. [...] “Als je er niet mee ophoudt, sla ik je wéer,” zei ik.

Erg saai en oninteressant vond ik de stukken waarin de muziek beschreven werd, ook de opvoering van de opera Carmen vond ik niet interessant.

Ik zou een ander niet aanraden het boek te lezen, ik vind het erg saai en langdradig. Wel is het zo, dat nu ik me erin verdiept heb, ik het boek mooier ben gaan vinden.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen