U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : 16 Tot 19 Maanden - Tenerife Ingezonden Door: Leentje Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1128 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Aardrijkskunde en het aantal woorden bedraagt 3062 woorden.

Tenerife

1. Het land zelf.



Tenerife is het grootste van de zeven Canarische Eilanden, gesitueerd op enige honderden kilometers afstand van de Noordafrikaanse kust. Vanuit Nederland en België is het ongeveer vier uur vliegen. Evenals de andere eilanden in de archipel valt Tenerife onder Spanje; Spaans is dan ook de voertaal, hoewel Engels ook veel gesproken en verstaan wordt. Het eiland heeft zich de laatste twintig jaar ontwikkeld tot een zeer populaire vakantie bestemming, niet in de laatste plaats te danken aan het schitterende klimaat. Het gemiddelde aantal dagen met enige regen ligt rond de tien per jaar en in het staatje hieronder is te zien dat de temperaturen mede door de lage luchtvochtigheidsgraad ook zeer aangenaam zijn.







Is de TW ≤ 10? Nee

Is de TJ ≤ 0? Nee

Is de NJ ≤ 200? Nee

Is de TK ≤ 18? Ja

Is de NJ ≤ 400? Ja



Gematigd , droog klimaat.



De bevolking :



In tenerife leven circa 600 000 inwoners maar de bevolkingsdichtheid varieërt naar gelang het toerisme. Tenerife is enorm bekend voor de overwinteraars en dit geeft de schommeling tussen de inwones. De inwoners zijn zeer katholiek en spreken een dialect van spaans.



Welvaard en economie :

Ja,veel welvaard door de goede economie :

Bananenplantages :



:

De bananen zijn de balangrijkste inkomsten van het land. Jaarlijks vervoeren

ze meer dan 200 000 ton bananen.

De bananenbomen groeien daar heel goed door middel van de vulkanische

ondergrond. De plant werd voor het eerst in de 15de eeuw op het eiland

geïntroduceerd; een grote op een palboom lijkende plant die afkomstig was uit

de valleien van de Himalaya en waarvan de vruchten niet eetbaar waren. Pas

aan het einde van de vorige eeuw,in het jaar 1855 , introduceerde de consul van

Frankrijk in Santa Cruz,Sabin Berthelot, een chineese variëteit , de "cavendish" ,

ook wel bekend als de dwergbanaan. Het telen van de bananen vereist echter een

speciale verzorging en alvorens de boom te planten moet de aarde met een

laag vulkanische gesteente afgedekt worden zodat een goede drainage en

vochtdoorlatende werking van de bodem bereikt word. De plant groeit langzaam

(16 tot 19 maanden) afhankelijk van de zon,de besproeiing en de hoogte waarop

de plantage zich bevindt. De bloem die de vruchten voortbrengt groeit van beneden

naar boven en kan 15 tot 60 kg wegen.



2.Toeristische aantrekkelijkheden.



Vulkaan El Teide :

De vulkanische oorsprong van Tenerife is van vrijwel overal op het eiland te herkennen aan het uitzicht op de Teide. De aanzienlijke hoogte van het centrale gebergte van het eiland is de voornaamste oorzaak voor het verschil in klimaat in verschillende gebieden Tenerife. Ook zorgt het voor een grote verscheidenheid in plantengroei en landschap; van vochtige loofbossen in het uiterste noorden, naaldbossen en bloemenpracht in de Orotava-vallei, tot een woestijnachtig landschap in het zuiden.









De top van deze indrukwekkende vulkaan die imposant boven het eiland uitsteekt,ligt op 3718m boven de zeespiegel,waarmee het het hoogste punt van Tenerife bereikt.

Net als de rest van de Canarische eilanden is Tenerife een zoon van Pluton. Terwijl 20 miljoen jaren geleden vorming van het vulkanische gebergte in het Oosten van het eiland ontstond, kwam het oudste berglandschap pas veel later(ongeveer 8 tot 12 miljoen jaren geleden).



Voor ongeveer 3 miljoen jaren geleden geloofden we dat er 3 eilanden met ANAGA, TENO en VALLE SAN LORENZO GEBERGTE waren.De oude centrale vulkaan en een groot gebergte ( Cumbre Dorsal ) zijn samen gesmolten door een gigantisch vulkanisch proces, en dit samen is nu het eiland, wat we heden deze dagen Tenerife noemen.

Hoogstwaarschijnlijk is de top van de vulkaan niet geexplodeerd maar geimplodeerd in zijn eigen krater en is nu in het heden één van de grootste geimplodeerde krater van de wereld ( Las Cañadas ). Deze oude krater is 17 km. lang.

500 jaar geleden werdt voor het laatst vulkanische activiteit waargenomen op Tenerife. De "Pico Viejo" (oude top) barste als eerste uit en een kortere tijd later begon ook de hogere "Pico del Teide".

Deze laatste heeft een vorm van een echte top van een vulkaan. De laatste vulkanische uitbarsting op Tenerife was in 1909 vlakbij het dorp Santiago del teide.







Piramides van Güímar

Ja, het is officieel, Tenerife heeft zijn eigen Piramides!!

Maar de vraag blijft hoe ze hier terecht zijn gekomen? Eén van de favorieten theoriën is dat het "Stap" Piramides zijn, net zoals die gevonden zijn in Peru en Mexico, maar er zijn ook mensen die zeggen dat het gewoon een stapel stenen is, gemaakt door de boeren die hun stenen van het land haalden en ze op een grote berg bij elkaar gooiden en dat in de loop van de jaren, op een piramide is gaan lijken!? Mischien moet U zelf maar eens gaan kijken.

De wereld beroemde Noorse ontdekkingsreiziger en schrijver (onlangs overleden), had de taak op zich genomen om van deze vreemde formatie een Piramide Park en onderzoekscentrum te maken.



Güímar is een van de oudste steden in Tenerife en heeft een culturele en gelovige geschiedenis, met een inwonersaantal van nog géén 16.000 mensen en verdeeld in twee natuurlijke gemeenten, die van Valle de Güímar en die van Agache. De Valle de Güímar is omringdt door kraters, terwijl Agache op een hoger grondgebied ligt met veel "Barrancos"(ruwe afgronden).

Güímar was één van de eerste gebieden op Tenerife die contact had met de Europese cultuur.

De stad Güímar zelf is gevonden in het jaar 1600, omringdt door grotten, orgineel vroeger gebruikt als woningen, die nu gebruikt worden als wijnkelder en opslagruimte voor aardappelen. Het water dat naar beneden komt uit de bergen"Las Cañadas", heeft het droge zand gebied omgetovert in een groene en flora rijke vallei.

Vandaag de dag worden producten die hier groeien zoals: Bananen, Tomaten, Tropisch fruit, Aardappelen en Sinasappelen voor de export geteeld. De wijnen die hier gemaakt worden zijn van zeer hoge kwaliteit!!

Het Piramide Park en de stad Güímar hebben een aantal bezienswaardigheden die jaarlijks duizenden bezoekers naar zich toehaaldt.





















3.Parkoer uitstippelen.



Op maandag 24 februari stapten we om 16.15 uur vanaf Schiphol in het vliegtuig voor onze vakantie van een week naar Tenerife. Bij aankomst op Tenerife Sur om 8 uur plaatselijke tijd was het reeds donker. Onze reeds bij de boeking gehuurde auto bleek een Renault Mégane Coupé te zijn, een diesel die wat moeilijk op gang kwam. Vanaf het vliegveld was het nog een uur rijden naar Los Gigantes, waar we een appartement hadden geboekt. ‘Royal Sun’ heette het, en koninklijk was het zeker. Vanaf de vijfde verdieping hadden we een prachtig uitzicht op het onder ons liggende plaatsje en het eiland Gomera. Pas de volgende morgen bij daglicht konden we ook zien dat we vlak bij de ‘Acantilados’ zaten, de reusachtige kliffen die recht uit zee op rezen.

Omdat een week vrij kort is, hadden we al van te voren besloten optimaal gebruik te maken van de 7 dagen die ons restten. We hadden ons goed voorbereid, met dank aan de internet-site van Frank Catry. Voor onze wandelingen hadden we de Sunflowergids “Tenerife” en Deltas Wandelgids Tenerife in onze bagage zitten. Een luierdagje was niet ingepland!

De eerste dag besloten we een autotochtje te maken in het noordwesten. We maakten daarbij gebruik van de route die door Frank Catry op zijn internet-site ter beschikking wordt gesteld. Onderweg stopten we (uiteraard) in Icod de los Vinos bij de drago milenario, in Garachico om even door het stadje te wandelen en bij de Punta de Teno. Om daar te komen rijd je over een prachtige weg, die bij veel wind en regen gevaarlijk schijnt te zijn vanwege de vallende stenen. Hoewel er wel wat wind stond, besloten we toch de waarschuwingsborden te negeren, mede door het advies van Frank op z’n routebeschrijving. Vanaf de Punta de Teno konden we ons appartementencomplex in Los Gigantes zien liggen. Daarna reden we naar Masca. Hier kochten we een aantal kaarten voor de familie en voor Frank. Op een terrasje aan het eind van het dorpje werden we aangesproken door een aantal Belgische wandelaars. Zij hadden de wandeling door de Mascakloof net volbracht; mede door hun verhaal, en de verslagen die we eerder op de site hadden gelezen, besloten we deze wandeling niet in ons programma voor de volgende dagen op te nemen. Steil, gevaarlijk, angstig voor mensen met hoogtevrees, het leek ons beter een andere wandeling te maken, die bóven de kloof over een bergkam voerde.

Het weer, dat in de ochtend nog mist bracht, was ’s middags stukken beter, en het zou op een enkele uitzondering na de hele week mooi blijven.

De tweede dag reden we naar Las Cañadas, het vulkaangebied rond de Teide. Hier wilden we de kabelbaan naar de top (of bijna-top, de kabelbaan stopt op 3555m) nemen. Mocht de kabelbaan buiten dienst zijn vanwege de wind, dan hadden we als alternatief de lange wandeling door de Canadas-krater voorhanden. Gelukkig stond er weinig wind en konden we met de ‘teleférico’ naar boven. Voordat het zover was hadden we wel een uur moeten wachten. Kom je later dan 11 uur zoals wij bij het kabelbaanstation dan kan het nog veel langer duren. Boven was het fris, maar prachtig! Sneeuwmuren omlijstten het wandelpad naar de mirador aan de oostkant, de ijskristallen op de rotsen schitterden in het zonlicht en zorgden voor een sprookjesachtige sfeer. Het uitzicht op de wolkenpartijen onder ons en de andere eilanden was door het heldere weer fenomenaal. Na dit genieten liepen we ook nog naar het uitzichtpunt aan de andere kant van de kabelbaan. Hier veel minder sneeuw, geen ijskristallen, maar wel een prachtig uitzicht op de kloven in het noordwesten. Volgens ons kaartje mochten we maar 1 uur op de top blijven, maar door alle pracht stapten we pas 2 uur later weer de cabine in voor de terugrit.

Daarna reden we naar de ‘Roques de Garcia’. Met de wandelgids van Sunflower in de hand maakten we een wandeling om de rotsen heen (wandeling 11). De route was gelijk aan route nr. 3 van het nationaal park, met een uitstapje naar een aantal grotten. Die waren bijna niet te vinden; volgens de beschrijving moesten we via de middelste van drie lavastromen naar boven lopen. Ik gaf het al gauw op, maar Aart zette door. Met enig geluk wist hij toch de eerste en tweede grot te vinden. Niet spectaculair (de eerste was te klein om af te dalen), wel leuk. Het laatste stuk van de route was een klauterpartij terug naar de parkeerplaats. De route was hier slecht aangegeven, maar uiteindelijk vonden we toch het goede pad.

Op de derde dag togen we weer naar het noordwesten; vanaf restaurant Fleytas maakten we wandeling nr. 18 uit de Sunflowergids. Deze daalde eerst af langs een aantal poeltjes, waarna we naar een bergkam klommen. Vanaf hier zouden we een mooi uitzicht op de Teide moeten hebben. Helaas had hier op deze hoogte (ca. 1100m) de mist en bewolking de overhand. Het bos dat volgde zou op warme dagen verkoeling moeten geven, nu was het extra fris. Via een bosweg, later een asfaltweg bereikten we de top van de Montaña Jala. Vlak voor de top kwamen we een aantal wandelaars tegen die hier net van terugkwamen en niets anders hadden gezien dan wolken. Wij hadden wat meer geluk: de zon brak zowaar door, en we kregen schitterende uitzichten op de Teide en de barranco’s voorgeschoteld!

Nu moesten we een eind dezelfde weg teruglopen. We pauzeerden bij een verlaten nederzetting.

Daarna was het weer klimmen geblazen naar de top van de Degollada de la Mesa. Het laatste stuk moest bedwongen worden met handen- en voetenwerk, maar het uitzicht was weer prachtig.

De rest van de wandeling ging met name bergafwaarts; de mist kwam helaas voor ons weer terug, waardoor we onze truitjes weer nodig hadden. Op de terugweg naar Los Gigantes kwam de zon weer snel terug en konden we nog even lekker bij ons appartement in het zwembad liggen.

Op dag vier maakten we de wandeling die we als alternatief voor dag 2 hadden bedacht. Een lange wandeling van 18 kilometer van El Portillo naar de parador in het Nationale Park. We parkeerden de auto bij de parador en namen daarvandaan de bus naar het bezoekerscentrum, een tocht van een halfuur. Nadat we een kijkje hadden genomen in het bezoekerscentrum begonnen we om 12 uur aan de wandeling door de Cañadas-krater, wandeling nr. 9 uit de Sunflowergids. Een routebeschrijving hadden we hier niet nodig: we volgden de vrij brede zandweg die door het kale, rotsachtige landschap slingerde. We maakten een bijna halve cirkel om de Teide heen, die daardoor regelmatig van aanzien veranderde: van een berg met een besneeuwde top (noordoostkant) naar een met nauwelijks een spoortje sneeuw (zuidwestkant).

De grootste moeilijkheid was ditmaal niet het parcours, maar het weren van de felle zonnestralen. Met 1 pet voor twee personen waren we niet echt gewapend tegen de zon. Gelukkig hadden we wel in ruime mate zonnebrandcrème van verschillende factoren voorhanden. Aangezien we op de tweede dag al aardig waren verbrand, bood dat echter te weinig soelaas, zodat we uiteindelijk toch maar in een trui (Aart) en een in de vorm van een niqaab gevouwen hemdje (Nella) de wandeling besloten.

Het mooiste deel van de wandeling was voor het laatst bewaard, waar we vlak langs de Piedras Amarillos (gele stenen) liepen. Zo van dichtbij waren ze een stuk indrukwekkender dan vanaf de weg!

Na een verfrissende slok bij de parador reden we via Vilaflor terug naar Los Gigantes.

De vijfde dag begon wat relaxter dan de vorige dagen, hoewel… Aart besloot ’s morgens een stukje te gaan hardlopen; ik dook het zwembad in. Daarna ontbeten we rustig, en ervoeren voor het eerst het tijdstip waarop de zon de uiterste rand van ons gigantische terras begon te verwarmen (10.15 uur).

Een uur later reden we weg om in de buurt van Masca te gaan wandelen over het Guerguespad, een wandeling uit Deltas wandelgids dit keer (nr. 14). We parkeerden de auto op een veilig plekje langs de smalle en bochtige Mascaweg. We wandelden over een prachtig pad, deels geplaveid door de vroegere bewoners van het nu vervallen Finca de Guergues. De route was prima te volgen dankzij de vele stapeltjes stenen. Het eerste deel liepen we over de kam tussen twee kloven, rechts de Barranco de Masca, links de Barranco Seco. De kam loopt uit in een weids landschap met aangelegde terrassen, waar vroeger de haver en de gerst groeiden. Het pad liep aardig naar beneden; na de lunch bij een vervallen huisje, moesten we dat hoogteverschil nu omhooglopend overwinnen. Aart liep nog een stukje verder, tot een punt waar hij zowaar ons appartement kon zien liggen. Hoewel de wandeling relatief kort was (8 km volgens het boekje) waren we zo’n drieënhalf uur onderweg. Tijdens de wandeling voltrok zich een weersverandering die zich de komende dagen zou handhaven: het zicht liep binnen een zeer korte tijd sterk terug. De zon bleef schijnen, maar de mooie vergezichten waren vanaf dit moment verleden tijd.

Dag 6 was een zondag, en dat was te merken. Zondag is voor de ‘locals’ blijkbaar picknickdag, zeker in het Orotavadal dat onze bestemming voor deze dag vormde. We wilden een wandeling in de buurt van Aguamansa maken, de Organoswandeling (nr. 8 uit Deltas wandelgids) langs door de natuur gevormde orgelpijpen. Het beginpunt was een aardig eindje uit de buurt, dus reden we bijtijds weg. Via Santiago del Teide en Icod reden we naar Orotava en vandaar weer richting de Teide. We parkeerden de auto bij La Caldera, waar het aardig druk was met etende mensen.

Het eerste stuk van de wandeling was goed te vinden; op een gegeven moment haperde de beschrijving en bracht het kaartje in de gids ons ook geen hulp. Later bleek het kaartje gewoonweg niet te kloppen. In plaats van op de Organosweg kwamen we terecht op een zeer smal paadje bedekt met afgevallen naalden, met een flinke afgrond naast ons! We besloten maar vlug terug te keren, en pikten een andere wandeling op die ons weer terug naar La Caldera bracht. Al met al waren we toch vier uur onderweg geweest!

Via El Portillo en de Teide reden we terug naar Los Gigantes.

De zevende dag was tevens de dag van de terugreis. Omdat het vliegtuig pas tegen negen uur zou vertrekken, hadden we nog een hele dag te besteden. We moesten wel voor tienen onze accommodatie verlaten. Dat deden we dan ook braaf, maar niet voordat we nog eerst het zwembad hadden bezocht voor een frisse ochtendduik.

We reden eerst naar Adeje om de wandeling door de Barranco del Infierno te maken (nr. 16 uit Deltas wandelgids). Op het laatste stukje na een wandeling over een goed onderhouden pad. Dat het een van de populairste wandelingen op Tenerife is, was goed te merken. Tot aan de ‘waterval’ aan het begin (of eind) van de kloof liepen we regelmatig in een file. De wanden van de kloof zijn bedekt met prachtige planten, zodat het soms lijkt alsof je in een botanische tuin loopt. De temperatuur liep al snel aardig op, mede doordat we maar een paar honderd meter boven zeeniveau liepen. De wandeling was wel afwisselend, eerst langs de hete kloofwand met cactussen, daarna door de koele kloof met een vegetatie van wilgen, Canarisch klokje en andere mooie planten.

Terug bij het begin aten we ons middagmaal bij bar Otelo, om alvast voorbereid te zijn op het (te weinige) eten in het vliegtuig. Daarna reden we via de snelweg naar het noorden en brachten een kort bezoek aan Candelaria. Daarna toerden we nog hoog langs de kust richting La Laguna, om voortijds weer richting Teide te rijden. Deze weg voert door een prachtig eucalyptusbos, waarbij je nu weer eens uitzicht hebt op de noordkant en dan weer op de zuidkant van het eiland. Helaas was het zicht nog steeds slecht, zeker aan de noordkant. Bij Arafo doken we weer de snelweg op om op tijd bij het vliegveld te arriveren. Om kwart voor negen steeg de Boeing 767 op en zeiden we Tenerife gedag.

Na een toch wel aardige maaltijd (boerenkool) bereikten we om kwart voor twee Schiphol weer. Toen we uiteindelijk thuis het bed in rolden was het inmiddels half vijf. Maar wat hadden we een prachtige week achter de rug….

4.Conclusie

De dorpjes waar ik op vakantie ben gegaan waren heel mooi. Van het vele toerisme heb je geen last. Maar natuurlijk wel als je op openbare stranden gaat liggen. En soms is het fijn dat er zoveel toerisme is want dan zijn er ook wel nederlands talige bij en dan kan je daar mee omgaan. Dus dan leer je ook onmiddellijk nieuwe mensen kennen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen