U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=9397 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3141 woorden.

OVER DE AUTEUR



Op 14 januari 1937 wordt Hendrik Jan Marsman geboren in het Noord-Hollandse plaatsje Sint-Pancras. Hij gaat na de lagere school naar de hbs in Haarlem en later naar die in Amsterdam. Na zijn eindexamen in 1955 gaat Marsman politiek-sociale wetenschappen studeren aan de Universiteit van Amsterdam, maar na een jaar stopt hij en vertrekt hij naar Scandinavië, waar hij de kost verdient als hulpober en bordenwasser. Als hij even niet hoeft te werken, schrijft hij verhalen en gedichten.

Marsman schrijft niet onder zijn eigen naam, maar onder de naam J Bernlef, vernoemd naar een blinde Friese dichter uit de achtste eeuw. Hij koos voor een pseudoniem om niet verward te worden met de in 1940 overleden dichter H. Marsman.



In 1950 richt hij samen met oude klasgenoten het blad Barbarber, tijdschrift voor teksten op. Dit blad was een reactie op moeilijk toegankelijke poëzie, maar bevatte ook teksten die de redacteuren zomaar op straat of in het café aantroffen. Het alledaagse leven werd in Barbarber literatuur.

" Waarom was een pet-sonnetje uit een literair blaadje beter dan een mooie tekst op een toevallig gevonden ansichtkaart? Die hiërarchie openbreken, daar ging het ons om."aldus Bernlef.



Tot 1960 reist Bernlef heen en weer tussen Nederland en Zweden. In 1959 wint hij de Reina Prinsen Geerligs Prijs, waarna hij debuteert met de dichtbundel Kokkel en de verhalenbundel Stenen Spoelen. Hij besluit om voorgoed terug te keren naar Nederland om zich vervolgend volledig op het schrijven te richten. Hij brengt onder andere de volgende boeken uit:

In 1960 maakt hij zijn debuut met Stenen spoelen. Hierna, in de periode 1960 - 1980, verschijnen er tientallen boeken die echter nauwelijks bekend worden onder het publiek, zoals: De overwinning (1962), Stukjes en beetjes (1965), Het verlof (1971), De maker (1972), Meeuwen (1975), De man in het midden (1976) en Onder ijsbergen (1981).



In 1984 komt zijn grote doorbraak als hij de roman Hersenschimmen (1984) uitbrengt. In dit boek beschrijft hij hoe het geheugen van de dementerende Maarten Klein verloren gaat. Sinds Hersenschimmen keren de werking van de hersenen en de verhouding tussen taal en werkelijkheid steevast terug in Bernlefs romans. Ook is de hoofdpersoon niet langer een buitenstaander maar iemand waar alles in de roman om draait. Hij (het is bijna nooit een zij in Bernlefs verhalen) staat centraal en niet meer aan de rand van het verhaal zoals in Bernlefs eerdere boeken altijd het geval was.



Na Hersenschimmen verschijnen onder andere nog Vallende ster (1989) (over autisme), Eclips (1993), waarin een man na een beroerte zijn leven weer opnieuw moet opbouwen, Cellojaren (verhalen) (1995), Verloren zoon (1997) en Boy (1999). Bernlef kreeg na Hersenschimmen vaak het verwijt van recensenten dat hij zich nogal veel bezig hield met allerlei hersenstoornissen en allerlei andere ziektes.



"Lezers zien mij als een man die altijd over eenzaamheid en enge ziektes schrijft, maar het is niet zo dat ik daar bewust op aan stuur. Op de een of andere manier komt het er wèl vaak van. Ik weet niet hoe dat komt. Misschien heb ik het gevoel dat ik het wezen van wat mensen voor mij zijn het beste kan beschrijven als ik ze van hun omgeving isoleer. Je zou het een soort klinische benadering kunnen noemen." aldus Bernlef.



WAT IS DEMENTIE?



Dementie is de aftakeling van de persoonlijkheid, met het accent op de achteruitgang van het verstandelijke functioneren (met betrekking tot aandacht, geheugen, waarneming en oriëntatie). Vooral het korte-termijn geheugen neemt af, het lange- termijngeheugen blijft vaak goed functioneren. De oorzaak is altijd een belangrijke stoornis in het functioneren van de hersenen, door bijvoorbeeld aftakeling van hersenweefsel, ziekteprocessen in de hersenen of door hersenletsel. Het dagelijkse leven en de zelfredzaamheid van de patiënt kunnen in korte tijd enorm veranderen.

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Deze vorm werd voor het eerst beschreven door de Duitse neuroloog en psychiater Alois Alzheimer (1864–1915) in 1907.Bij de ziekte van Alzheimer is de stoornis in de hersenen zelf gelegen. In andere gevallen ligt de oorzaak buiten het zenuwstelsel, zoals bij dementie ter gevolg van stofwisselingsziekten en vergiftigingen.

De ziekte begint meestal tussen het veertigste en zestigste jaar. Het begin van de ziekteverschijnselen is sluipend. Voor alle stadia van de ziekte geldt dat de ziekteverschijnselen meer opvallen aan mensen in de omgeving dan aan de patiënt zelf. In de eerste fase van de ziekte blijft de patiënt er relatief gezond uitzien. Het bewustzijn is helder, maar er treden toenemende geheugenstoornissen en desoriëntatie op. Ook taalgebruikstoornissen treden betrekkelijk snel op.



Familieleden van patiënten met de ziekte van Alzheimer hebben een verhoogde kans de ziekte zelf ook te krijgen. Oudere patiënten met het syndroom van Down krijgen later vaak de ziekte van Alzheimer.





OMGAAN MET DEMENTIE



Wanneer iemand dementeert vallen de verschijnselen meer op aan de omgeving dan aan de persoon in kwestie zelf.



De opa en oma van mijn vader woonden vroeger op een boerderij. Na de dood van haar man ging zijn oma naar een verzorgingstehuis omdat ze het allemaal niet meer zo goed aankon, ze was nogal verward. Eenmaal in het verzorgingstehuis werd haar verwardheid steeds groter. Ze bouwde een heel eigen wereldje op. Zo was ze er heilig van overtuigd dat de vader van mijn vader de burgemeester van Eibergen was (iets wat onzin is) en af en toe was ze hevig op zoek naar een krukje omdat ze de koeien moest melken. Binnen een half jaar leefde ze compleet in haar eigen wereld.

Tijdens gesprekken was het het beste om maar gewoon mee te praten alsof haar wereldje de werkelijkheid was. Soms kon je er tegenin gaan maar dat begreep ze dan toch niet echt.

Voor haar omgeving was het niet altijd gemakkelijk. Ondanks het feit dat ze er nog normaal uit zag, kon je (vrijwel) geen contact meer met haar leggen. Daar kwam nog bij dat ze haar eigen zoon niet meer herkende.



RUIMTE

In Hersenschimmen speelt de ruimte een belangrijke rol, zoals Bernlef al zegt: " het is een vertaling van een mentale toestand". In de tijd dat Maarten Kleins dementieproces begint is het namelijk winter en sneeuwt het volop. Naast het feit dat de winter al staat voor somberheid houdt de hoofdpersoon zelf ook al helemaal niet van de winter en sneeuw.



"Misschien komt het door de sneeuw dat ik mij ‘s morgens al zo moe voel. Vera niet, zij houdt van sneeuw. Volgens haar gaat er niks boven een sneeuwlandschap. Als de sporen van de mens uit de natuur verdwijnen, als alles een smetteloze witte vlakte wordt; zo mooi! Dwepend bijna zegt ze dat. Maar lang duurt die toestand hier niet. Al na een paar uur zie je overal schoenafdrukken, bandensporen en worden de hoofdwegen door sneeuwruimers schoon geploegd..."

Bovendien staat het huis van de familie Klein aan zee. Je zou kunnen zeggen dat de zee hier ook een symbolische betekenis heeft, namelijk de leegte die in Maartens hoofd ontstaat als hij begint te dementeren.





MOTIEVEN



Belangrijke motieven uit het verhaal zijn onder andere de foto's, de spiegel en de ruit in de voorkamer.



De spiegel

Op een dag komt Ellen Robbins, een vriendin van Vera, bij hen thuis op bezoek. Omdat Maarten er blijkbaar een beetje onverzorgd uit ziet, moet hij zich gaan scheren van zijn vrouw. Als hij voor de spiegel in de badkamer staat, bekijkt hij zijn gezicht.



"...Niemand kan er aan zien hoe ik er vroeger uit zag. Ikzelf ook niet..."



Dit voorval laat zien dat hij niet meer weet wie hij zelf was. Ook staat hij op een gegeven moment voor de spiegel en staat zijn vrouw achter hem. Hij weet echter niet wie dat is.



"...Er staat een vrouw achter me, ik kan haar in de spiegel zien. Een chocoladebruine blouse met bladgroene Franse lelies bedrukt, een zwarte rok..."



Als hij bijna naar de inrichting gaat, staat Phil in een klein spiegeltje te kijken om haar lippen te stippen. Op een gegeven moment pakt Maarten dit spiegeltje uit haar handen en gooit het van zich af. Het is net alsof hij boos wordt omdat hij zichzelf niet meer herkent. Hij ziet een raar oud mannetje in de spiegel en vindt dat maar niets.



De betekenis van dit motief is dat Maarten zichzelf steeds minder herkend en na een tijdje ook niet meer weet wie zijn vrouw en andere mensen om hem heen zijn.



De foto's

Van de dokter moet Maarten foto's gaan kijken omdat hij zo misschien wat herinneringen terugkrijgt. Samen met zijn vrouw bekijkt hij de fotoalbums. Over de Tweede Wereldoorlog, dus ver in zijn verleden, weet hij aardig nog wat te vertellen.



"... ‘Dingen uit de oorlog herinner ik mij het best van alles.',zeg ik. ‘Ze zijn scherp, alsof toen alles stilstond, alsof er niets bewoog..."



Maar als de foto's het heden dichter bij naderen, laat zijn geheugen hem in de steek.



"...Gek zoals het verleden na een bepaalde bladzijde -oktober 1956- opeens vol kleur schiet. Maar ook die kleuren helpen mij niet. Misschien komt het door de foto's zelf. Een camera maakt geen verschil tussen belangrijk en onbelangrijk, voor- of achtergrond. En op zo'n toestel lijk ik dit ogenblik zelf wel. Ik registreer, maar niets of niemand komt naderbij, springt naar voren; niemand raakt me met een gebaar, een verraste gelaatsexpressie vanuit het verleden aan en deze gebouwen, straten en pleinen bestaan in steden waar ik nooit ben geweest en nooit komen zal. En hoe dichter de foto's, blijkens de datering eronder, het heden naderen, des te ondoordringbaarder en raadselachtiger lijken ze wel te worden..."



Dit is overigens niet alleen te merken aan het feit dat hij nieuwere foto's niet meer herkent, maar ook aan de gebeurtenissen om hem heen. Zo komt er op een gegeven moment een monteur aan om de (door Maarten zelf) geforceerde deur weer te maken. Hij vraagt wat die man komt doen, en Vera legt dat aan hem uit. Zo'n tien minuten later zegt Vera dat de deur weer gemaakt is. Maarten weet echter niet waar ze het over heeft.

Uit deze verhaalgegevens kan je opmaken dat de hoofdpersoon steeds vergeetachtiger wordt. Vooral zijn korte-termijngeheugen wordt slechter. Hier kan je dan weer uit af leiden dat Maarten zich in een beginnend stadium van dementie bevindt.



Ook komt de dokter een keer samen met hem foto's kijken van hun trouwdag. Maarten wil dit niet en duwt het boek van zich af en stuurt de dokter weg.

Later, als hij al ver in zijn dementieproces zit, verbrandt hij een aantal foto's. Het is net alsof hij hiermee zijn verleden wil vergeten, alsof hij alleen nog maar vooruit wil kijken.



De betekenis van dit motief is dat zijn verleden hem niet meer zoveel zegt, hij weet slechts nog een paar dingen. (zoals de Tweede Wereldoorlog) Hij lijkt er overigens ook een beetje bang voor te zijn om de foto's te kijken, iets wat zou kunnen wijzen op het feit dat hij zijn dementie niet wil erkennen.



Het raam

Dit raam keert elke keer terug in het verhaal. Zo staat hij in het begin van het boek er voor te wachten op de schoolkinderen.



"...Iedere ochtend sta ik hier zo voor het raam. Eerst controleer ik de temperatuur en dan wacht ik tot ze in de vroege winterochtend van alle kanten tussen de boomstammen te voorschijn komen met hun rugtassen, hun kleurige mutsen en dassen en hun schelle Amerikaanse stemmen..."



Later komt het raam weer terug, maar dan gooit hij er een stoel doorheen om de hond binnen te laten.



Elke keer als het raam weer voorkomt in het verhaal staat er wel iemand voor te wachten, zowel Maarten als Vera. Zo is Maarten een keer weggelopen en komt pas na een hele tijd terug. Vera is natuurlijk ongerust omdat ze niet weet waar hij uithangt. Als Maarten weer thuis komt staat Vera voor het raam te wachten op hem.



Het is een leidmotief, omdat het voorkomen van het raam in het verhaal in de eerste instantie niet van betekenis is. Later blijkt echter dat er wel degelijk een betekenis achter zit, namelijk dat hoe verder in het boek, des te minder Maarten weet waarom hij bij het raam staat. Het raam is als het ware een soort vastknopingspunt waarmee de schrijver een soort samenvatting geeft van hoe het nu met Maarten gaat.

Nog zo'n soort leidmotief is de verschijning van het boek "Our Man In Havana" van Graham Greene. Telkens als dit boek weer wordt genoemd in het verhaal weet Maarten er steeds minder van. Zo komt het boek op de volgende manier als eerst in het verhaal voor:

"Graham Greene. Was dat ook niet de schrijver van "Our Man In Havana"? Heb ik een keer in de bioscoop gezien, een film met Alec Guinness. Ik herinner me alleen een scène met twee mannen die een partij dam spelen. Maar dan in plaats van damschijven spelen ze met kleine flesjes drank. Bourbon en Scotch. Ieder stuk dat geslagen wordt moet worden leeggedronken. De verliezer wint."



Later in het verhaal komt het op deze wijze terug:

"Vera staat op, legt het boek dat ze in haar hand hield omgekeerd op haar stoel en loopt naar de deur. Ik kan de titel lezen. "Our Man In Havana". Komt me bekend voor. Waarschijnlijk heb ik het vroeger al eens gelezen, al heb ik geen flauw idee waar het over gaat."



Ook hierdoor krijg je een idee in welk stadium van het dementieproces Maarten zich nu eigenlijk bevindt.



De betekenis van dit motief is dat hij kijkt naar dingen uit zijn (vroegere) leven maar ze niet begrijpt of de betekenis er van is vergeten. Hij verlangt naar dingen die hij niet meer kan krijgen.





MAARTENS TAALGEBRUIK



Maarten is van oorsprong Nederlands maar woont als sinds lange tijd in de Verenigde Staten. Zijn oertaal is vandaar dan ook Nederlands, maar zijn Engels is als het ware zijn tweede taal en hij beheerst deze dan ook aardig.

In het begin van het boek is zijn taal normaal. Dit verandert echter snel. Na een korte tijd begint hij dingen uit te kramen die niet echt meer begrijpelijk zijn voor de buitenwereld. Er zit als het ware geen structuur meer in zijn taalgebruik. Van het ene op het andere moment gaat hij in een ander onderwerp over. Ook begint Maarten veel te herhalen.

Na verloop van tijd kan hij niet meer echt duidelijk maken wat hij wil, omdat hij zijn omgeving niet begrijpt. Hij denkt dat hij in de oorlog leeft en praat daarom tegen de dokter alsof hij een Amerikaanse soldaat is. Mensen begrijpen hem niet meer en gaan hem daarom vreemd aankijken, waardoor hij steeds eenzamer wordt. Hij wordt als het ware een persoon zonder stem en mening.





PERSPECTIEF



Hersenschimmen is geschreven in ik-vorm met als ik-figuur Maarten, omdat Maarten over zijn eigen belevenissen vertelt. Dit heeft als gevolg dat je op het einde steeds onzekerder wordt over wat Maarten vertelt, omdat je niet weet of het allemaal wel waar is wat hij loopt te verkondigen.



Aan het einde, vanaf bladzijde 132, gaat het verhaal over in een personaal verhaal met af en toe nog passages in de ik-vorm. Dit is het moment dat Maarten wordt afgevoerd naar de inrichting. Deze wisseling is waarschijnlijk toegepast omdat Maarten op het moment dat hij wordt weggevoerd niet meer in staat is om goed te denken en de waarheid te vertellen. Zo wordt er dus eigenlijk duidelijk gemaakt dat Maarten al heel ver in zijn dementieproces is, en dat een verteller zijn verhaal moet overnemen.





VERA



Vera komt soms heel koel en afstandelijk over op de lezer omdat ze een personage is in het verhaal waar je maar heel weinig van af weet. Ze zegt nauwelijks iets in het verhaal en je weet dus alleen dingen van haar die Maarten over haar verteld. Of deze waar zijn weet je echter niet. Je kan je dus eigenlijk niet goed in haar verplaatsen omdat je nauwelijks karaktereigenschappen van haar kent. Zo weet je niet waarom ze sommige handelingen doet.

Daarnaast heeft ze het natuurlijk moeilijk met het dementieproces van haar man, waardoor ze misschien anders reageert.



Vera is denk ik een hele lieve en zorgzame vrouw, dat zie je wel aan het feit dat ze blijft proberen om haar man te verzorgen. Ze neemt Maarten niets kwalijk als hij bijvoorbeeld de deur heeft geforceerd. Ook is ze denk ik heel bescheiden, omdat ze tijdens Maartens ziekteproces niets opeist, ze wil alleen maar een keer haar vriendin Ellen bezoeken.





TITEL, MOTTO EN THEMA



De titel van het boek is Hersenschimmen.

Dit woord is terug te vinden in het boek. Aan het einde vraagt Maarten zich namelijk af:

"In het leven terug?...maar waar is zoiets gebleven?...is er wel zoiets?...of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?...hersenschimmen?

Er wordt mee bedoeld, dat in het geval van dementie, van uiteindelijk alles van wat we meemaken in ons leven niets anders overblijft dan hersenschimmen of illusies. Al je herinneringen zijn vaag, je heb er alleen nog maar vage beelden van in je hoofd die je niet goed begrijpen kan.



Het motto van de roman Hersenschimmen is:

"A touching dream to which we are lulled, but wake from separately." (Philip Larkin)

Dit betekent: "Een mooie droom waar iedereen in wordt gewiegd, maar elk afzonderlijk uit wakker wordt."

Je zou kunnen zeggen dat de droom het leven is. Iedereen wordt geboren op dezelfde manier, maar we sterven allemaal op een andere wijze. De een sterft aan een hartaanval, de ander verdwijnt langzaam door dementie, zoals de persoon in dit boek.

Net als de titel gaat het over dementie, en dan vooral het einde van het ziekteproces. In de titel gaat het over je gedachten en herinneringen, in het motto gaat het over je dood.



Zowel de motieven (niet mee weten wie je bent, vergeetachtigheid, je verleden "kwijt raken"), de titel als het motto wijzen op een thema als dementie of depersonalisatie.





RECENSIE

Hugo Bousset zegt in zijn recensie:



De lezer voelt hoe Maarten weg kantelt in het zwarte gat van het niets, raakt angstig bij het steeds sneller wegstromen van zijn werkelijkheidsbesef, identiteitsgevoel en taalvermogen, wordt ontroerd door de schaarser wordende momenten van helderheid -als wakken in het ijs.



Ik ben het wel met de recensent eens. Alhoewel ik het boek niet echt als spannend ervaarde, omdat je nou eenmaal al wist dat Maarten zou gaan dementeren en dus steeds meer veranderde, vond ik wel dat je heel erg bij Maarten betrokken was. Je kon je goed inleven in zijn situatie en kon zo heel goed zijn ziekteproces volgen. Het leek haast alsof je bij hem thuis was en hem zag dementeren.

Je bent dus heel betrokken bij het verlies van zijn "werkelijkheidsbesef, identiteitsgevoel en taalvermogen". Omdat het hele proces vrij snel gaat, ga je je realiseren dat het eigenlijk iedereen kan overkomen, maar vooral het besef wat er dan allemaal met je gebeurt, hoe sneu het eigenlijk is als iemand niet meer beseft hoe zijn omgeving eruit ziet en wie de mensen waren van wie hij hield.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen