U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=2680 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1445 woorden.

1. Praktische gegevens

1.1 Titel
Hersenschimmen. Er is voor deze titel gekozen omdat het verleden van Maarten Klein, de hoofdpersoon, langzaam aan verdwijnt. Het worden vage herinneringen, of terwijl 'hersenschimmen'.

1.2 Auteur
De schrijver van 'Hersenschimmen' is J. Bernlef, een pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Marsman is geboren op 14 januari 1937 in St. Pancras, Noord-Holland. Na zijn jeugd in de hoofdstad gewoond te hebben, verhuist hij in 1949 naar Haarlem. Vijf jaar later gaat hij weer terug naar Amsterdam, waar hij de HBS afmaakt. Op die school wordt hij door zijn leraar Nederlands geïnspireerd om te gaan schrijven. Na zijn studie gaat hij in dienst, waar hij zijn debuut als schrijver maakt. Na zijn diensttijd gaat hij op aandringen van zijn moeder naar het buitenland. Zodoende belandt hij in Zweden, een land dat een grote betekenis krijgt voor hem. In de jaren '58-'60 is hij veel in Zweden (hij werkt er in een hotel), waar hij veel begint te schrijven. In Zweden gebruikt hij voor het eerst de naam J. Bernlef. Op 23-jarige leeftijd trouwt hij met Eva Hoornik, familie van schrijver Ed Hoornik. Zijn beroep als schrijver/ dichter wordt in 1965 definitief. In zijn beroep is voor hem ook het vertalen van Zweeds naar Nederlands en het schrijven van kritieken inbegrepen. In 1933 wint Bernlef de PC-Hooft prijs voor zijn proza, terwijl hij zichzelf vooral als dichter ziet.

2. Inhoud en Opbouw

2.1 Typering
Het gaat hier om een roman. Deze roman is psychologisch.

2.2 Samenvatting
Maarten Klein staat voor het raam en verbaast zich erover dat de schoolkinderen er nog niet zijn. Dan realiseert hij zich dat het zondag is. Maarten realiseert zich dan ook dat hij de laatste tijd steeds vaker vergeetachtiger wordt. Lezen gaat ook niet zo gemakkelijk meer dan vroeger, hij mist de concentratie. Zijn gedachten dwalen terug naar vroeger en hij handelt ook alsof hij in het verleden leeft. Vera brengt hem weer naar de werkelijkheid. Als hij op een dag Robert (de hond van de familie Klein) uitlaat en in een bar wat drinkt, ziet hij in het meisje aan de tap degene met wie hij voor het eerst vrijde. Plotseling meent hij naar een belangrijke IMCO-vergadering te moeten. Thuis moet hij nog de benodigde papieren halen, maar Vera is niet thuis en hij forceert de deur met een schroevendraaier. Hij denkt dat Vera naar de bibliotheek is waar ze altijd gewerkt heeft, maar is vergeten dat ze daar niet meer werkt. De plaats waar hij denkt dat de vergadering wordt gehouden, is een leegstaand vakantiehuis en dan realiseert hij zich dat hij in de war is. Vera is naar de dokter geweest en deze (dr. Eardly) raadt haar aan, samen met haar man aan de hand van hun fotoalbum zij herinneringen te ordenen. Dokter Eardly komt ook langs en adviseert de fototherapie voort te zetten. Maarten dementeert steeds meer. Dingen die hij aan het begin van het verhaal nog weet, herinnert hij zich halverwege het boek niet meer. Aanvankelijk weet hij nog dat Graham Greens Our man in Havanna verfilmd is met Alec Guiness in de hoofdrol. Op blz. 72 kan hij zich daar totaal niets meer van herinneren. Met Robert mag hij van Vera en de dokter niet meer uit wandelen, omdat hij anders zal verdwalen. Steeds meer gaat hij op in zijn jeugdjaren, in Vera ziet hij soms zijn moeder. Als Vera weg moet, sluit ze alle ramen en deuren. Robert is echter nog buiten en Maarten slaat een raam in om de hond binnen te laten. Later moet William de ruit weer repareren. Maarten vraagt William steevast hoe het met diens hond gaat. De hond in waarover het gaat, Kiss, is al jaren dood en William vindt het pijnlijk om steeds weer te zeggen dat Kiss niet meer leeft. Maar Vera is op een gegeven moment zover dat ze zegt:" Je weet toch dat het altijd ruzie heeft met ónze hond." Vera accepteert, zij het met verdriet, dat ze Maarten aan het verliezen is. Als Maarten naast de WC plast en soms met injecties gekalmeerd moet worden, komt er een verzorgster in huis: Phil Taylor. Soms denkt Maarten dat Phil zijn dochter Kitty is. Daags daarop bevuild hij zijn hele bed en zichzelf erbij. Vera en Phil stoppen hem in bad en Maarten gaat schuine verhalen vertellen. Terwijl hij zijn omgeving niet meer herkent, zwerft hij zonder jas door de duinen. De vuurtorenwachter pikt hem op in zijn jeep. Maarten denkt dat hij door de Amerikanen wordt meegenomen die Nederland komen bevrijden. Ook de dokter en de ambulancechauffeur ziet hij aan voor bevrijders. Dan neemt de ambulance hem mee naar de kliniek. Het einde heeft nog een lichtpuntje, als Vera hem komt vertellen dat het lente wordt. Maarten schijnt dit te begrijpen. De lente waar hij zo naar verlangd heeft, is toch gekomen, ook voor hem.

2.3 Decor
Het verhaal speelt zich ergens in de tachtiger jaren af. Het verhaal speelt zich af in en rond het huis van Maarten in Gloucester in de Verenigde Staten. De sneeuw en Amerika hebben ook een symbolische betekenis nl. isolatie en ruimte. De 'couleur locale' komt goed tot uiting, de sfeer is gedesoriënteerd. Maarten vergeet van alles en is erg in de war, de sfeer is ook wel zielig en sober (sober taalgebruik). Zo liep Maarten eens door de sneeuw in de duinen, op weg naar zijn vader, om die een pick-up te schenken. Maar zijn vader was al in 1956 overleden.

2.4 Tijdverloop
Het verhaal duurt al met al slechts 9 dagen (dit wordt aangeduid met cursief gedrukte zinnen), dit is een zeer korte periode. De periode is zo kort, omdat Maarten in ca. 9 dagen dement wordt. Het verhaal is wel chronologisch, maar er zitten wel flashbacks in de vorm van Maartens gedachten in. Bepaalde gebeurtenissen of zaken in het heden doen Maarten terugdenken aan vroeger. Voorbeeld: De buitenthermometer doet Maarten terugdenken aan zijn ouders en aan zijn grootouders. Er zijn ook tijdsversnellingen, nl. tussen slapen en ontwaken. Ook zijn er vertragingen, nl. als hij aan het pianospelen is en als zijn gevoelens dan uitgebreid beschreven worden.







2.5 Personen
PERSOON KARAKTER
Maarten Klein (hoofdpersoon) 72-jarige oude man, afkomstig uit Alkmaar en wonende in Amerika. Hij heeft een hekel aan de winter met zijn sneeuw. Hij is soms een beetje naïef.
Vera Klein (hoofdpersoon) De vrouw van Maarten, deed vroeger altijd vrijwilligers werk in de plaatselijke bibliotheek. Echt veel komen we niet over haar te weten.
Phil Taylor (bijpersoon) Een meisje rond de 20, ze komt bij Maarten en Vera in huis wonen om daar samen met Vera Maarten te verzorgen.
Dr. Eardly (bijpersoon) Hij is de gene die medicijnen aan Maarten geeft.
Fred en Kitty (kinderen van Maarten en Vera, bijpersonen) Je komt alleen te weten dat de kinderen in Nederland wonen.

2.6 Vertelwijze
Het grootste deel van het boek heeft een ik-perspectief. De ik-persoon is een beetje onbetrouwbaar; hij is aan het dementeren. Aan het einde van het boek praat Maarten tegen zichzelf (in de jij-vorm) of over zichzelf (in de hij-vorm). Dit komt door zijn dementie, daarmee raakt hij zijn identiteit kwijt.

2.7 Structuur
Het boek is verdeeld in 9 (niet genummerde) hoofdstukken, die allemaal na een regel wit openen met een cursief gedrukte zin. Elk hoofdstuk is een nieuwe dag. Het boek opent met een handeling, nl. Maarten zat voor het raam en dacht: "Misschien komt het door de sneeuw dat ik me 's morgens zo moe voel. Het einde is open, je weet niet wat er met Maarten gebeurt.

3. Thema en Titel

Het thema van het boek is dementie en desoriëntatie. Maarten vergeet veel dingen (door zijn dementie) en raakt daardoor gedesoriënteerd. De verklaring van titel staat eveneens bij 1.1, maar ik zal hem nog een keer zeggen: Er is voor deze titel gekozen omdat het verleden van Maarten Klein, de hoofdpersoon, langzaam aan verdwijnt. Het worden vage herinneringen, of terwijl 'hersenschimmen'.

3 Persoonlijk Oordeel
Het mooiste stukje uit het boek vond ik gelijk het begin al, dat Maarten op zondagmiddag naar de kinderen keek die naar school moesten, maar op zondag gingen er geen kinderen naar school. Ik vond dit mooi omdat mijn opa ook altijd naar de schoolgaande kinderen kijkt, en dat stukje deed me dus aan m'n opa denken. Ik ken verder geen boeken van Bernlef.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen