U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Iadm - Bio-diabetes.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1101 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Biologie en het aantal woorden bedraagt 1291 woorden.

Diabetes



Wat is diabetes ?



Diabetes of suikerziekte is een stofwisselingsziekte ; het lichaam is nauwelijks in staat om koolhydraten om te zetten in energie. En energie is nodig om de dagelijkse bezigheden te verrichten. Hierbij draait alles om insuline. Dit is een hormoon, dat door de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier gemaakt wordt en er ook voor zorgt dat glucose in de lichaamscellen wordt opgenomen.

Bij een persoon zonder diabetes schommelt de bloedspiegel tussen de 3 à 7 mmol/l. Bij diabetespatiënten kan dit oplopen tot 20 à 30 mmol/l.



Soorten diabetes



· type 1: absoluut tekort aan insuline



Bij deze vorm van diabetes, vroeger ook wel jeugddiabetes of insulineafhankelijke diabetes (IADM) genoemd, wordt erdoor de bètacellen van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier geen insuline meer gemaakt. Er is hierbij dus sprake van een absoluut tekort aan insuline. De ziekte begint meestal vrij plotseling en ontstaat vaak voor het 40e levensjaar, maar kan ook daarna pas optreden. Zonder behandeling met insuline zullen patiënten met een type 1 diabetes uiteindelijk aan de ziekte sterven.

Waarschijnlijk is er voor dit type diabetes niet 1 duidelijke oorzaak, maar is er sprake van een samenspel van meerdere factoren. Aangenomen wordt dat er om te beginnen een erfelijke aanleg is. Die ziekte zou echter pas later tot uitdrukking komen nadat, bv: door een virusinfectie, een soort ontsteking is ontstaan van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Daarbij worden antistoffen tegen de eigen alvleesklier gevormd waardoor tenslotte de meeste bètacellen vernietigd worden. De diabetes ontstaat dan doordat er nauwelijks meer insuline gemaakt kan worden.





· type 2: relatief tekort aan insuline

Dit type diabetes manifesteert zich meestal pas na het 40e levensjaar en werd daarom ook wel “ouderdomsdiabetes” of niet-insulineafhankelijke diabetes (NIADM) genoemd. Vaak is het beloop veel sluipender dan bij type 1 op het moment dat de diagnose wordt gesteld is de ziekte waarschijnlijk al langer in lichte mate aanwezig zonder specifieke klachten.

De oorzaak van type 2 diabetes is ingewikkelder dan bij de type 1, omdat 2 factoren tegelijk een rol spelen. Allereerst is er een probleem in de weefsels, waar de insuline niet goed werkt doordat er in de weefsels een zekere weerstand tegen de werking van insuline (insulineresistentie) bestaat. In de tweede plaats is de alvleesklier niet in staat om aan de grotere behoefte aan insuline te voldoen. Men spreekt van een relatief tekort aan insuline. Bovendien beïnvloeden beide factoren elkaar in negatieve zin. Hoewel de alvleesklier een redelijke hoeveelheid insuline aanmaakt, zal uiteindelijk toch vaak een behandeling met insuline nodig zijn.

Meestal is de type 2 diabeet te zwaar en wordt de genoemde insulineresistentie vooral door het overgewicht veroorzaakt. Bij dit type diabetes zijn er, meer nog dan bij type 1, sterke erfelijke factoren. Daarnaast kunnen stress of medicijnen het begin van de ziekte uitlokken, waardoor de diabetes ook klachten geeft.

Mensen met een type 2 diabetes die niet te zwaar zijn vormen een aparte groep. Waarschijnlijk gaat het hier om mensen waarbij er sprake is van een type 1 diabetes die zich heel langzaam aan het ontwikkelen is.

De jonge mensen (20-25 jaar) met diabetes type 2 vormen ook een aparte groep.Op deze leeftijd is er immers meestal sprake van type 1, die met insuline behandeld moet worden. Er kan in deze leeftijdsfase echter ook type 2 voorkomen. Deze gedraagt zich dan net als de gewone type 2 diabetes.





· zwangerschapsdiabetes

Diabetes die ontstaat tijdens de zwanger schap. Na de geboorte van het kind verdwijnt de diabetes weer. Wel hebben deze vrouwen een grotere kans om vanaf het 45ste levensjaar opnieuw diabetes te ontwikkelen.







· overige vormen van diabetes

- aangeboren veranderingen in de b-celfunctie van de alvleesklier

- aangeboren afwijkingen van de insulinewerking

- ziekte van de alvleesklier: ontsteking, trauma, verwijdering, cystische fibrose,…

- endocriene ziekte: acromegalie, te hard werkende bijnieren of schildklieren,…

- door geneesmiddelen of andere chemische stoffen veroorzaakt: o.a. glucocorticoïden, b.v. hydrocortison of prednison, schildklierhormoon, nicotintezuur, diazoxide, thiaziden, b blokkerende middelen

- ontstekingen: rode hond, bofvirus,Cocksackie of cytomegalievirus

- ongewone vormen van immune diabetes (stoornissen in de afweer)

- Andere erfelijke syndromen die soms samengaan met diabetes (diverse zeldzame syndromen, maar ook Klinefelter, Down,Turner,…)

Kenmerken

· type 1

-meestal gediagnosticeerd voor het veertigste levensjaar

-zelden is er sprake van overgewicht

-symptomen verschijnen snel (acuut)

-vaak plassen

-grotere dorst

-grotere eetlust

-snel gewichtsverlies

-vermoeidheid of zwakte

-ketonen in de urine

-10% van alle mensen met diabetes



· type 2

-meestal gediagnosticeerd na het veertigste levensjaar

-meestal is er sprake van overgewicht

-symptomen verschijnen langzaam of er zijn geen symptomen (chronisch)

-troebel zien

-wonden genezen langzaam

-ongevoeligheid of tintelingen in handen/voeten

-vaak infecties van huid, mond of blaas

-één of meer van de symptomen beschreven bij type 1

-90% van alle mensen met diabetes



Diabetes kan veel verschillende complicaties met zich meebrengen. Een groot aantal van deze complicaties kan beperkt of zelfs vermeden worden door specifieke richtlijnen te volgen. De meeste complicaties vallen in de volgende categorieën: -Hart- en vaatziekten -Huidproblemen -Nierziekten -Aandoeningen van het tandvlees -Zenuwbeschadiging -Hoge bloeddruk -Voetproblemen -Oogziekten -Beroerte



Behandeling



· Behandeling van type 1 diabetes

De mensen met dit type diabetes moeten dagelijks insuline spuiten en zijn daarmee afhankelijk van de toegediende insuline. Als diabetes wordt vastgesteld, moet die persoon eerst 'ingesteld' worden. Diabetes is persoonlijk, daarom verschillen de benodigde hoeveelheden te spuiten insuline per persoon. De hoeveelheid insuline die een persoon nodig heeft, wordt onderzocht in het ziekenhuis. Dit wordt het 'instellen' genoemd. Het is van groot belang dat de diabeet weet wanneer en hoeveel insuline hij zelf moet spuiten. Bij blijvende verstoring van de bloedglucosespiegel moet men opnieuw ingesteld worden.

Dat spuiten gebeurt tegenwoordig met een zogeheten insulinepen. Het is een soort vulpen waar insulinevullingen in kunnen. De pen heeft een ragfijn naaldje. Het naaldje wordt telkens verwisseld.Of met een insulinepompje. Hierbij wordt de insuline voortdurend toegediend en voor de maaltijden kan een extra hoeveelheid insuline worden gegeven. Een insulinepomp kan aan de buitenkant van het lichaam worden bevestigd (vaak aan een draagriem als een soort walkman). De insuline wordt via een slangetje met een naald in de buik gebracht. Ook is het mogelijk de pomp via een operatie in het lichaam te plaatsen.

Type 1 diabetes is wel te behandelen, maar niet te genezen. Insuline spuiten wordt een vast onderdeel van het dagelijks leven.

Zelfcontrole

De behandeling van type 1 is erop ingesteld om de bloedglucosewaarden tussen de 4 en 8 mmol/l te houden. Eten en suikerhoudende dranken verhogen de bloedglucosespiegel. Sporten verlaagt het juist weer. Ook stress en bijvoorbeeld een griep kunnen de bloedglucosewaarde verstoren. Om de juiste hoeveelheid insuline te kunnen toedienen, moet je dus weten hoe hoog de bloedglucosespiegel is. Dit op zichzelf is op een eenvoudige manier te achterhalen. Met een speciaal naaldje prikt men zich in de vinger. Een druppel bloed is al voldoende voor de test. Deze druppel brengt men op een teststrook aan. Dat strookje gaat in een bloedglucosemeter wat de bloedglucosewaarde berekent. Aan de hand van de uitkomst kan de juiste hoeveelheid insuline bepaald worden. Dit noemt men zelfcontrole.

· De behandeling van type 2

Type 2 diabetes wordt meestal behandeld met tabletten en een calorie-arm dieet. De tabletten moeten ervoor zorgen dat de bloedglucosewaarde weer op een normaal peil komt. Het dieet is noodzakelijk omdat veel mensen met type 2 diabetes te kampen hebben met een overgewicht. Door af te vallen worden de cellen weer wat gevoeliger voor insuline. Het beste is een combinatie van een dieet en lichamelijke inspanning.

Er zijn een aantal soorten tabletten:

-tabletten die ervoor zorgen dat de alvleesklier meer insuline aanmaakt

-tabletten die ervoor zorgen dat de lichaamscellen beter op de insuline reageren

-tabletten die de afbraak van de koolhydraten in de dunne darm remmen. Dit zorgt ervoor dat de bloedglucosewaarde in het bloed niet ineens heel hoog wordt. De opname van de glucose in het bloed gebeurt dan heel geleidelijk.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen