U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Dus Niet Kreta - De Griekse Bouwkunst En Beeldhouwkunst.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1095 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 2228 woorden.

1.Inhoudsopgave





1. Inhoudsopgave

2. De Griekse bouwkunst en beeldhouwkunst

2.1 Griekenland: een beetje geschiedenis

2.2 Algemene kenmerken van de Griekse kunst

2.3 Mykeense kunst

2.4 De bouwkunst

2.5 De beeldhouwkunst

3. Eigen mening







































































3.De Griekse bouwkunst, beeldhouwkunst en schilderkunst







3.1Griekenland: een beetje geschiedenis



De geschiedenis van onze beschaving en cultuur is begonnen in Griekenland. Doordat allerlei mensen naar Griekenland trokken en zich mengde met de oorspronkelijke bewoners ontstond de Griekse beschaving in Mycene. Ongeveer 1200 vóór Christus vielen allerlei stammen Griekenland binnen. Elk volk verwoestte een deel van de vorige beschaving en cultuur en verrijkte het ook met zijn eigen kunst zodat de kunst evolueerde. De Ionieërs veroverden het vaste land van Griekenland (dus niet Kreta) rond ca.2100 v. Chr. Zij brachten de Myceense beschaving naar Griekenland. Rond 1400 v. Chr. Veroverde ze Kreta ook maar daar verwoestte ze de Minoische beschaving niet. Allebei de culturen zijn beëindigd toen de Doriërs rond 1100 v. Chr. de Egeïsche wereld overrompellde. Als je in die tijd de cultuur bekijkt zie je dat deze veel enorm verminderd. Deze tijd waar men niet veel aandacht aan kunst besteedde ging 3 eeuwen duren. Er bestond nooit één besturing voor heel het land; het land bestond uit allerlei stadstaten.







3.2Algemene kenmerken van de Griekse kunst



Een nationale kunst, gegroeid uit het volk. De meeste Griekse vaklui waren echte kunstenaars. De meeste kunstwerken zijn anoniem. Zelfs een bekende kunstenaar als Phidias werkte niet op zijn eentje maar met een hele groep leerlingen en andere kunstenaars. Leven en opvattingen van het Griekse volk weerspiegelen zich in de kunst: de verering van goden en helden, hun zin voor het mooie en het geen raad weten met het hiernamaals.

Kunst is gericht op de ideale mens. De aandacht is vooral gericht op deze wereld en wel vooral op de mens en zijn prestaties. De mens wordt in de Griekse kunst volgens ideaal menselijke normen voorgesteld. Ook de goden worden volgens menselijke normen uitgebeeld. Tussen de voorstelling van een god en die van een held of atleet is weinig verschil.

Hun kunstwerken stonden in dienst van de gemeenschap. Vaak zijn ze ook nuttig Zo werd in keramiek wijn bewaard. Ook zit er vaak een pedagogische waarde in. Veel standbeelden op pleinen en aan openbare gebouwen moesten de jeugd inspireren.

Kunst straalt eenvoud en harmonie uit.

Met eenvoudige materialen, marmer, brons en potaarde en met eenvoudige technische gevruiken brachten ze harmonische kunstwerken voort.







3.3Mykeense kunst



Het megaron, halfvormig hoofdgebouw, is de grondvorm van de Myceense burcht. Het megaron of gewone huis bestaat uit een rechthoekige zaal met in het midden een haard tussen vier zuilen. Hierboven is een opening in het licht hellende zadeldak om de rook te laten wegtrekken. De Myceense burcht is een verzameling van een aantal megara. De voornaamste burchten liggen in de provincie Argolis (Mycene, Tiryns en Argos). Ze liggen gewoonlijk op een hoogte om aan de omwonende bescherming te bieden tegen land- en zeerovers. De burcht van Mycene is de meest indrukwekkende. Via de Leeuwenpoort komt men in de burcht. De steenblokken zijn zonder bindmiddel op elkaar gestapeld. Boven de poort een drie meter hoog reliëf met twee leeuwinnen rond een Kretenzische zuil. De twee leeuwen beelldden de macht van de uitvorst. Achter de muren bevinden zich schachtgraven van koninklijke geslachten uit de 16e eeuw. Er zijn wapens, gouden bekers en dodenmaskers in gevonden. Myceners geloofden in het hiernamaals. Naast schachtgraven bouwden de Myceners koepelgraven. Het gewelf van het graf van Atreus bestaat uit 33 zich vernauwende ringen van mooi behakte steenblokken. Myceense vazen zijn plantendecors, jacht- en krijgstaferelen.







3.4De bouwkunst



Doordat er toen veel met hout is gebouwd, is er weinig teruggevonden van de antieke Griekse bouwkunst. Later begon men steen te gebruiken, waardoor deze tempels onze enige bronnen zijn. De Griekse tempel is gegroeid uit het megaron. De bouwkunst is afgestemd op de godsdienst. In tempels belijden de Grieken hun geloof in de goden. Aanvankelijk werd er hout en ongebakken steen gebruikt, later ging men over op natuursteen.

Van de 8e eeuw af worden tempels volgens een vast plan, het megaron, opgetrokken. De Griekse tempel is eigenlijk klein. De tempel dient alleen als woonplaats voor de godheid, waartoe alleen de bedienaars van de eredienst toegang hebben. Het is een ommuurde ruimte cella of naos genoemd met op de achtergrond een groot beeld van de godheid. Deze plaats werd door de priesters gebruikt voor de verering van de god. Er achter lag soms het adyton opisthodomos, een soort heilige der heilige ruimte. Hier maakte god zijn wil bekend.

Voor of helemaal rond het gebouw worden zuilen geplaatst. Het gaat bij de Griekse tempel niet om indrukwekkende afmetingen, maar wel om de juiste verhoudingen. Daardoor wordt het bouwwerk harmonisch en evenwichtig. Vaste maatverhoudingen beheersen de opbouw van de Griekse tempel. De straal is de eenheidsmaat van het gehele bouwwerk. Geleidelijk brengen ze optische verbeteringen aan. De omhoog rijzende zuilen, die bij loodrechte stand waaiervormig schijnen te divergeren, laten ze licht naar binnen overhellen. De hoekzuilen. die meer licht opvangen en daardoor dunner lijken, maken ze zwaarder en plaatsen ze dichter bij de naburige zuilen. De lange dwarsbalken laten ze licht opbuigen om het juiste horizontale gezichtsveld te verkrijgen.

De Griekse tempels liggen altijd op de oost – westas. Dit is een verwijzing naar de zon. De tempel was het huis van de god en kon in 3 verschillende stijlen worden gebouwd.



1. De Dorische stijl( vanaf ongeveer 600 v. Chr. )

Hiervan zijn de verhoudingen zwaar, het materiaal is een beetje ruw en dik en er is weinig elegantie en het is weinig versiert.

2. De Ionisch stijl ( vanaf ongeveer 570 v. Chr. )

Deze is al lichter met meer versiering, de zuilschacht wordt dunner en er wordt meer gekeken naar afwerking. Ook wordt

de zuil op een voetstuk gezet en bestond het architraaf uit 3 delen om het geheel lichter te maken.

3. De Korintische stijl ( vanaf ongeveer 420 v. Chr. )

Deze werd gemengd met de Romeinse stijl. De cannelures verdwijnen, de fries bestaat alleen maar uit reliëf

en de zuilen zijn nóg slanker geworden. Het werd heel organisch uitgewerkt => met veel bladen en versiering.



Dorische en Ionische tempels.

Tot het einde van de 5e eeuw zijn deze twee bouwstijlen in gebruik. Het verschil ligt in de zuilen. De Dorische is de oudste en kwam tot ontwikkeling op de Peloponnesus. De tempels met deze zuilen zijn zwaar en statig, die met de Ionische zuilen zijn lichter en slanker.

Eerst werd een grondplateau gemaakt en daar kwam de stereobaat op met drie treden, waarvan de bovenste de stylobaat was. Deze tempelvloer droeg de zuilen.

De Dorische zuil staat, zonder voetstuk, op de stylobaat. De schacht versmalt naar boven. Deze heeft 16 tot 24 groeven, die elkaar met de kanten raken. Hierboven op komt het kapiteel. Dit bestaat uit een rond zuilkussen en een vierkante dekplaat. De architraaf rustte op de zuilen.

De Ionische zuil rijst op uit een driedelige basis. De schacht is slanker en heeft diepere groeven, die elkaar niet raken. Het kapiteel heeft twee parallelle dubbele spiralen en een dunne dekplaat. Op de kapitalen rusten zware dwarsbalken, waarboven zich een fries met beeldhouwwerk bevindt.

In de Dorische tempel wisselt dit beeldhouwwerk af met steenblokken met drie gleuven (trigliefen). Hiertussen zitten versierde vlakken (metopen). Hierboven komt een kroonlijst en dan een licht hellend zadeldak. Hierdoor ontstaat aan voor- en achterzijde van de tempel een driehoekig gevelveld (tympanon) Dit is met beeldhouwwerk versierd.



Omstreeks 400 komt de Korinthische zuil in gebruik. Het kapiteel lijkt op een korf, waaromheen akantbladeren (berenklauw) groeien en vier hoekspiralen omhoog krullen. De tempel van Zeus Olympus te Athene is een voorbeeld. Vooral in het Romeinse rijk is deze zuil bekend.

Dorische tempels: Hera-tempel en Zeus-tempel te Olympia; Apollo- tempel te Korinthe; Apollo-tempel te Delphi; Parthenon in Athene; Poseidon-tempel in Sounion. De Hera, Demeter en Poseidon tempels in Paestum.

Ionische tempels: Artemis-tempel in Ephesus; Hera-tempel op Samos; Nike-tempeltje en Erechtheum in Athene.



Het Griekse Theater.

Vooral in de 5e eeuw bloeit de toneelkunst in Hellas. Men bouwde grote stenen theaters. Zo'n Grieks theater bestaat uit drie delen: vooraan het toneel voor de spelers; in het midden de cirkelvormige dansvloer voor het koor, orchestra, en daar omheen de naar boven oplopende zitbanken, de cavea, voor de toeschouwers. Via twee brede gangen, paradoi, kwam het publiek binnen.

Het Dionysius-theater in Athene is een bekende schouwburg. Het ligt op de zuidhelling van de akropolis. Het best bewaarde theater is dat van Epidaurus, in Argolis, uit de eerste helft van de 3e eeuw v. Chr..

Van het midden van de 4e eeuw af komen er in de steden steeds meer burgerlijke gebouwen. Aan de opbouw van de steden wordt meer aandacht geschonken. Hippodamus van Milete moderniseert er veel door de nauwe kronkelende straatjes te vervangen door rechte, brede straten. Deze straten snijden elkaar rechthoekig. In veel steden komen theaters, bibliotheken, concertzalen (odeia) renbanen (stadia), gymnasia en badinrichtingen. Enkele bekende monumenten uit de 4e eeuw zijn: gedenkteken van Lysicrates in Athene, mausoleum in Halicarnassus.







3.5De beeldhouwkunst



Er zijn 3 periodes te onderscheiden:



1. De archaïsche periode (tot 400 v. Chr.)



Kouros- en korébeelden. In de beeldhouwkunst treedt de menselijke figuur, god, held of atleet, direct op de voorgrond. De mens in zijn aardse verschijning en in zijn aardse volmaaktheid komt er in tot uiting.

In de 6e eeuw ontstaat de Dorische voorstelling van de naakte jongelingsfiguur of kouros en die van de in kleding gedrapeerde jonge vrouw of kore, onder Ionische invloed. Veel beelden worden beschilderd. In het begin zijn de kouros-beelden hoekig en strak. Geleidelijk verdwijnt de starheid uit de beelden. Aan het eind van deze periode krijgt men de indruk van beweeglijkheid (vrijere stand van de benen, knielende houding). Er komt een meer natuurgetrouwe anatomisch juiste uitbeelding.

De marmeren koré-beelden hebben fijne gelaatstrekken en een wat gemaakte glimlach. De drapering is verzorgd en decoratief.

In deze tijd worden de tempels rijkelijk voorzien van reliëfs: voor de friezen vlakreliëf. voor de metopen halfreliëf en voor de gevelvelden hoogreliëf. Er worden vooral mythologische personen en scènes uitgebeeld. Historische taferelen zijn zeldzaam. De reliëfs worden beschilderd met felle, opvallende kleuren.



2. De Klassieke periode (480 v. Chr. – 336 v. Chr.)



Deze periode zet in met de reliëfs en beelden aan de Dorische Athena tempel op Aegina en de Zeus tempel in Olympia. Er worden geïdealiseerde mythologische legenden en sagen afgebeeld. Tot in de details zijn de figuren afgewerkt. Dit geldt ook voor de afzonderlijke beelden bv. de wagenmenner van Delphi.

Phidias gaf, in Pericles tijd, leiding aan het kunstleven te Athene. Zijn in de oudheid beroemde beelden kennen we slechts uit kopieën. Het bewaarde werk aan het Parthenon, door Phidias ontworpen en met zijn leerlingen uitgewerkt, bleven lang als modellen gelden. Mensen en goden staan hier op het zelfde plan. Ze zijn edel, voornaam en ongenaakbaar afgebeeld. Het geheel is geïdealiseerd en in menselijke vormen afgebeeld.

De kunstenaars Myron en Polycletus zijn tijdgenoten van Phidias. Zij werkten vooral met brons. Van Myron is de schijfwerker zeer bekend. Polycletus is vooral beeldhouwer van atleten. Zijn speerdrager, een sterke jongeman, geldt als een canon (maatstaf) voor veel latere beeldhouwers.

Praxiteles wordt wel de Phidias van de 4e eeuw genoemd. In de 5e eeuw komt realisme en individualisme sterk naar voren. Hij wil de mens zuiver uitbeelden. Zijn bekendste beelden zijn: Hermes van Olympia, Apollo de Hagedisdoder en Aphrodite van Gnidus. Ze zijn elegant, rustig en dromerig uitgebeeld.

Scopas en Lysippus, zijn tijdgenoten van Praxiteles. Scopas combineert realisme en idealisme. Zijn koppen hebben gewelfd voorhoofd. diepliggende ogen en neergedrukte wenkbrauwen. Lysippus is de schepper van de portretbeeldhouwkunst. Zijn figuren zijn slank. De onderdelen van zijn figuren wijzen verschillende kanten op. De afwerking is gedetailleerd. Bekend van hem zijn: rustende Hermes en de jonge atleet met het schraapijzer



3. De Hellenistische periode (336 v. Chr.-30 v. Chr.)



Naast realisme en individualisme wordt er naturalisme aan toegevoegd. Het typisch menselijke van allerlei figuren, mannen, vrouwen en kinderen, wordt weergegeven. Vreugde, verdriet, wanhoop en boosheid wordt uitgebeeld. Hierin werden de beelden verfijnd. De vorm, het gebaar en de emotie kregen meer aandacht. Nu zat er enorm veel beweging in de beelden.

In centra buiten het vasteland, Alexandrië, Pergamum, Rhodos, scheppen kunstenaars een eigen stijl. Door reizende kunstenaars worden deze stijlen verspreid. Van Rhodische beeldhouwers zijn bekend: de pathetische Laocoön groep, de Nike van Samothrake en de Aphrodite van Melus.



Naast de techniek van het hakken uit marmer, kenden de Grieken ook de techniek van het bronsgieten.







4.Eigen mening



Ik heb veel geleerd uit deze opdracht omdat ik buiten mijn eigen werk ook nog eens heel veel gelezen heb dat ik er niet heb in gestoken. Ik blijf bij mijn punt dat ik de Griekse kunst toch echt iets speciaal vind. Het steekt uit uit alle andere culturen die we al gezien hebben met kunstgeschiedenis. Egypte is ook wel speciaal maar dat had iedereen al. Ik vind de Griekse kunst ook zo’n speciale kunst om de stijl die ze gebruiken bvb hun tempels. Hoe gekenmerkt zijn die wel niet. Als je er alleen een silhouet zou van zien zou je ze al herkennen. Het is een logisch gevolg van je welvaart dat je mooie en verfijnde kunst maakt maar was er dan helemaal nooit oorlog in Griekenland? Ik vind veel friezen ook heel mooi het doet me denken aan de Sacre Couer in Parijs. Ik heb veel bewondering voor wat de Grieken gedaan hebben voor de kunstwereld want hun cultuur was echt uitzonderlijk mooi en verfijnd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen