U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - Kindermishandeling.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1093 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2208 woorden.

Spreekbeurt: Kindermishandeling!



A: Een tik op je vingers…

Een scheldpartij van je moeder…

Een straf die je eigenlijk niet verdiende…

Is dat kindermishandeling?

Nee! Dat overkomt iedereen wel eens.



Het wordt anders als de mensen die eigenlijk voor je moeten zorgen, je voortdurend pesten en kleineren.

Als ze je steeds weer bont en blauw slaan.

Als ze aan je zitten, terwijl je dat niet wilt.

Als ze nooit aandacht voor je hebben en je aan je lot overlaten.

Kortom: als er dingen met je gebeuren die eigenlijk niet horen.



K: Wat is kindermishandeling

Eigenlijk is kindermishandeling een verzamelnaam. Met kindermishandeling bedoelen wij allerlei vreselijke en nare dingen die volwassenen kinderen aandoen. Als je het over nare dingen hebt, bedoel ik dus niet een draai om je oren of een dagje op je kamer blijven. Als je wordt mishandeld word je vaak geslagen, geschopt, afgesnauwd of op een andere manier pijn gedaan. Meestal gaat het om een kleinigheidje, bijvoorbeeld drinken op de grond laten vallen, of als je een keer hebt vergeten om iets te doen. Maar soms gaat het echt om helemaal niks. Dan treiteren ze de kinderen door bijvoorbeeld te verbieden om naar het toilet te gaan. Kinderen die worden mishandeld, zijn steeds bang dat het weer zal gebeuren. En dat is het ergste van alles; de angst dat het weer zal gebeuren.



A: Lichamelijk of geestelijke mishandeling

Er zijn verschillende soorten van kindermishandeling. Als een kind heel erg geslagen en/of geschopt wordt noemen we dat lichamelijke mishandeling. Je wordt ook mishandeld als je door je ouders wordt afgesnauwd, getreiterd of gepest. Of als ze zeggen dat je nooit iets goed kan doen. Dat doet ook pijn. Deze keer heb je geen blauwe plekken op je lichaam, maar je hebt ze in je lichaam. Of anders gezegd: op je ziel.

Deze soort van kindermishandeling noemen we geestelijke of psychische mishandeling.



K: Verwaarlozing van het kind

Als de ouders helemaal niet of nauwelijks voor hun kinderen zorgen, verwaarlozen zij hun kinderen. Als je het over kindermishandeling hebt, dan heb je het ook over verwaarlozing. Ze kunnen meestal wel voor hun kinderen zorgen, allen doen ze het expres niet. Omdat ze het niet willen. Daarmee bedoel ik dus dat de kinderen niet genoeg te ten krijgen, geen goede kleding krijgen, enzovoorts. En als ze ziek zijn wordt de dokter er te laat of helemaal niet bijgeroepen. Of ze geloven helemaal niet dat hun kinderen ziek zijn. Dus ze gaan ziek naar school. Dat heet lichamelijke verwaarlozing.

Er bestaat ook geestelijke of psychische verwaarlozing. Bijvoorbeeld als de ouders hun kinderen even naar hun toetrekken en een aai over hun bol geven en dat ze hun kinderen nooit even een knuffel geven. Of als ze hun kinderen nooit eens zeggen dat ze iets goeds hebben gedaan. Dus ze geven nooit complimenten. Ze troosten hun kinderen ook niet als ze verdrietig zijn.

Ze kunnen wel een lekkere warme winterjas hebben, maar ze staan eigenlijk in de kou. Ze denken dat niemand van hun houdt en daar worden ze verdrietig en ongelukkig van.



A: Seksueel misbruik

Nog een andere vorm van kindermishandeling is seksueel misbruik. Het is natuurlijk heel belangrijk dat je lichamelijk contact tussen jou en je ouders hebt. Warmte en aandacht heeft elk kind nodig. Dit gebeurt als je samen speelt, stoeit en knuffelt. Je voelt je daardoor gelukkig. Je leert om van jezelf en ook van anderen te houden. Niet alle kinderen vinden dat leuk. Misschien hou jij ervan als je wordt geknuffeld, maar een ander kind houdt er misschien helemaal niet van. Kinderen hebben het recht om te laten merken wat ze wel en niet leuk vinden. Volwassenen moeten dan doen wat ze zeggen.

Bij seksueel misbruik wil een volwassene een kind overal aanraken, vooral omdat de volwassenen het zelf wil. Het kan een man of een vrouw zijn. Meestal is het een man. Hij houdt geen rekening met wat het kind wil. Meestal mag je van hem helemaal niks aan iemand zeggen, omdat hij dan bang is dat anderen helemaal niets met hem te maken willen hebben. Of dat hij in de gevangenis komt. En jij doet wat hij zegt. Want vaak is het iemand die jij vertrouwt. Het begint meestal zonder dat jij het in de gaten hebt. Hij geeft z’n meeste aandacht aan jou, geeft je de spullen die je het liefste wilt hebben. Jij vind het allemaal wel leuk. Je voelt je prettig omdat je zoveel aandacht van die persoon krijgt. Maar na een tijdje gaat alles mis. Er gebeuren dingen die je helemaal niet leuk vindt. Hij wil aan gevoelige plekjes op je lichaam komen. Aan je billen, piemel of borsten. Of hij dwingt jou om dat alles bij hem te doen. En jij wil dat natuurlijk niet. Vaak weet je niet hoe je dat moet stoppen. Je voelt je schuldig, omdat je het de eerste keer wel goed vond. En al die tijd ben je bang dat dit weer zal gebeuren. Je durft er met niemand over te praten.

Incest is als een vader dit allemaal doet bij z’n dochter of een broer bij z’n zusje.

Seksueel misbruik of incest komen heel vaak voor. Zelfs bij mensen van wie je het het minste verwacht.



K: Schaamte

De meeste ouders durven niet te zeggen dat ze hun kinderen slaan. Omdat ze zich schamen. Vaak zijn ze bang dat de anderen heel kwaad op hem of haar zal worden.

De kinderen durven het ook niet aan anderen te zeggen. Omdat ze zich ook schamen en ze denken diep in hun hart dat het hun schuld is. Ze zijn ook bang dat hun ouders boos worden en dat ze dan weer in elkaar geslagen worden of nog erger; het huis worden uitgezet. Soms zijn er buren of familieleden die ervan af weten. Die weten dan niet wat ze eraan moeten doen. Of ze weten niet waar ze hun verhaal kwijt moeten. Dus ze doen er helemaal niks aan. Maar als niemand er iets aan doet, zal de situatie in het gezin steeds erger worden.



A: Waarom doen volwassenen zoiets?

Als ouders hum kinderen mishandelen, doen ze dit meestal niet zomaar. Meestal hebben de ouders zelf problemen. Dat kunnen hun eigen problemen zijn, maar soms hebben ze ook problemen met hun kinderen. Ze zijn zo erg in de war geraakt met hun problemen, dat ze geen kant meer op kunnen. Ze denken dat ze hun problemen zelf moeten oplossen. En daarom voelen ze zich kwaad. Ze reageren hun woede af op hun kinderen en dan gaan ze afsnauwen, schoppen en slaan.

De ouders kunnen zelf ook een nare jeugd hebben gehad. Misschien kwamen ze als kind veel liefde en aandacht tekort. Vaak hebben ze niet geleerd hoe je ‘prettig’ met elkaar om kunt gaan. Ze hebben iet ontdekt wat ‘houden van’ betekent. Ze willen het vaak wel anders doen met hun eigen kinderen, maar ze weten niet hoe dat moet. Gelukkig zijn er ook ouders die ondanks hum eigen nare jeugd wel heel liefdevol met hun kinderen omgaan.

Ouders kunnen veel ruzie met elkaar hebben. Dat kan veel onrust in het gezin geven. Er kunnen problemen zijn met geld of met werk. Soms zijn er moeilijkheden met de buren of met de familie. Ouders kunnen daar heel gespannen, heel zenuwachtig van worden. Dan kan het gebeuren dat ze die spanningen afreageren dor heel lelijk tegen hun kinderen te doen. Zo worden die kinderen het slachtoffer van moeilijkheden.



K: De kindertelefoon

Als je ergens mee zit, kan je het altijd aan je juf of meester vertellen. Of aan een vriend of vriendin. Maar je kunt ook altijd de Kindertelefoon bellen. De Kindertelefoon is voor kinderen met problemen. Je hoeft je naam niet te noemen, maar het mag wel. Aan de andere kant van de lijn spreek je met mensen die geduldig zijn en je proberen te helpen. Als zij je niet kunnen helpen, geven ze je een ander adres of telefoonnummer. Als je naar dat adres schrijft of naar dat nummer belt, kunnen zij je verder helpen. Als je het nummer van de Kindertelefoon wilt hebben, kan je het in het telefoonboek vinden. Het is een gratis nummer, dus je hoeft er niks voor te betalen.



A: Waarom is de Kindertelefoon er?

Soms heb je hele erge ruzie met je moeder. Zoiets kan natuurlijk een keertje gebeuren. Maar soms kan je die ruzie niet vergeten. Je denkt er de hele tijd aan terug. Je wilt er dolgraag met je moeder over praten, maar telkens als je erover wilt beginnen lukt het je niet. Iets van binnen houd je tegen om erover te praten.

In zo’n geval kan je de Kindertelefoon bellen. Je kan de Kindertelefoon altijd bellen als je ergens mee zit. Ook als je geen grote problemen hebt. Je kan ze ook bellen als je iets leuks hebt meegemaakt en het aan iedereen kwijt wil.

Als je problemen hebt, kun je het gewoon aan iemand uit je buurt vertellen. Maar sommigen hebben zulke grote problemen dat ze het aan niemand durven te vertellen.



K: Je blijft anoniem

Als je naar de Kindertelefoon belt, blijf je anoniem. Anoniem blijven betekent dat ze niet weten wie je bent en dat ze dat ook niet kunnen achterhalen. Je hoeft je naam niet te noemen als je belt. De mensen bij de Kindertelefoon die zeggen wel hun voornaam.

Ze weten ook nooit of je in een telefooncel of gewoon thuis belt. Ze kunnen ook nooit uitzoeken wie er heeft gebeld. Zo wordt het makkelijker voor jou om te vertellen wat je dwars zit. De Kindertelefoon heeft een beroepsgeheim. Een beroepsgeheim is dat ze niets mogen doorvertellen over wat ze te horen krijgen, zonder jouw toestemming. Een dokter heeft ook en beroepsgeheim. Ze vertellen helemaal niets aan iemand. Ook al vragen je ouders of je vriendin of wie dan ook erom. Kortom: je kunt de Kindertelefoon altijd vertrouwen.



A: Hulp voor het gezin

Als er hulp voor de ouders nodig is, proberen ze wat rust in het gezin te brengen. Soms gaan de kinderen voor een tijdje ergens anders wonen. Want dan kunnen de problemen goed opgelost worden. Echte hulp begint vaak met het zorgen van normale dingen zoals: goed voedsel, goede kleding, etc. Als ze geld tekort komen kunnen ze daar ook wat aan doen. Dan helpen ze bijvoorbeeld met het zoeken naar een baantje.

Zo krijgt het gezin het gevoel dat heel veel mensen hen willen meehelpen. Ze gaan ook praten over hoe je met elkaar kunt opschieten.

Deze gezinnen worden geholpen of begeleid door mensen die ervoor zijn opgeleid. Zulke mensen noemen we hulpverleners.

Kinderen kunnen ook geholpen worden. Soms is dat wel nodig, want als je wordt mishandeld en je natuurlijk bang dat het weer zal gebeuren. Als je praat met een hulpverlener, leer je om meer vertrouwen in jezelf te hebben.

Als de ouders of kinderen hulp krijgen, duurt dat vaak erg lang. Want het gaat meestal over mishandeling en dat is niet zo vaak opgelost. Maar als de ouders en kinderen meewerken, kan er veel goed komen.



K: Raad voor de kinderbescherming

Als de mensen geholpen worden, lukt de hulp die ze krijgen niet altijd. Soms willen de volwassenen niet meewerken. Als dat zo is, wordt de Raad voor de kinderbescherming erbij geroepen. De Raad voor de Kinderbescherming maakt een verslag van de hele gebeurtenis. Als ze klaar zijn met het verslag, sturen ze het naar de kinderrechter. Die leest het verslag. Al hij het gelezen heeft, zegt hij wat er moet gebeuren. De ouders zijn verplicht om te doen wat de rechter zegt. De kinderrechter besluit of er een gezinsvoogd moet komen. De gezinsvoogd moet helpen en adviseren bij het opvoeden van de kinderen. Die persoon wordt dan verantwoordelijk voor de kinderen.

Soms vindt de kinderrechter dat de problemen met hulp thuis niet op te lossen zijn. Als dat zo is, kunnen de kinderen uit hui geplaatst worden. Dat is natuurlijk niet leuk, maar meestal is dat het beste voor de ouders en de kinderen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen