U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10496 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2468 woorden.

1. Zakelijke gegevens



a. Auteur: J. Bernlef

b. Titel: Hersenschimmen

Uitgever: m.m.v Em.Querido’s uitgeverij B.V.Speciale uitgave: Groot Letter Bibliotheek - Jan Tholenaar B.V. ‘Kroonesteyn’

Plaats van uitgave: Baambrugge

Jaar van uitgave: 1988, copyright © 1984 by J. Bernlef

Bladzijden: 5-242

c. Genre: Roman



2. Eerste reactie



a. Mij zus en broers boven mij hadden het ook gelezen voor hun boeken lijst en mijn zus vond dat ik het ook maar moest lezen omdat zij het ook zo’n mooi boek vond.

b. Het lijkt me vooral zo heel erg voor die echtgenote. Ik ken ook een vrouw die dement is en die herkent haar man ook niet dan zegt ze: “wat moet die vreemde vent hier in mijn huis, en hij wil nog blijven slapen ook”. Dat lijkt me dus vooral zo erg dat je eigen vrouw of man je niet meer herkent.



3. Verdieping



a. Je leest wat er voor gedachten in Maarten Klein’s hoofd omgaan. Er komen ongeveer 20 personen (in zijn gedachten) voor. Vera, vader, moeder, juffrouw, buurjongen, Kitty, Fred, schoolkinderen, collega’s, vroegere vriendinnen, Phil Taylor, vriendin van Vera, dokter Eardly, pianolerares. Ook nog zijn hond Robert en de hond van de buren.

Maarten Klein wordt langzaam dement, hij herinnert zich steeds minder vooral de dingen van de laatste jaren vergeet hij. Op het laatst moet hij naar een inrichting en het boek eindigt met een mededeling die hij nog wel opvangt al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen. De lente in de natuur begint, maar hij zal geestelijk in de winter blijven.



b. Er zijn meer boeken over dementie geschreven maar het opvallende van Hersenschimmen is dat daarin het gezichtspunt van de dementerende man is gekozen. Doordat je Maarten’s visie kan toetsen aan die van Vera wordt het duidelijk dat informatie van Maarten niet betrouwbaar is, maar door deze vertelsituatie raak je wel meer betrokken bij de beide hoofdpersonen: dus je krijgt begrip voor Maarten’s aftakeling en begrijpt tegelijkertijd Vera’s moeilijke positie.

De winter heeft invloed op Maarten, hij zoekt de schuld van zijn vermoeidheid en concentratieverlies voorlopig bij de lange winter.

c. Hersenschimmen is het verhaal van een snel toeslaande dementie, waardoor twee oude mensen die al een halve eeuw van elkaar houden totaal van elkaar vervreemden. Verlies van herinneringen, leidt geleidelijk tot verlies van de persoonlijkheid, tot verval. Zijn levensloop, van kind via volwassene naar kindse bejaarde, is bijna voltooid. Aan het eind van het boek kan niemand meer met hem communiceren en verschilt hij niet zoveel meer van de dingen om hem heen. Hij raakt ook lichamelijke functies kwijt: mijmerend naast de verwarmingsradiator voelt hij de hitte niet die zijn broekspijp schroeit (p. 112) Wanneer hij over de tafel wrijft merkt hij dat pas als iemand hem daarop wijst of als hij het zelf ziet (p.123/124). Lichaam en geest raken geleidelijk losgekoppeld:”Ik word van binnen uit opgesplitst” (p.102).



d. In september 1984 verscheen de roman Hersenschimmen van J. Bernlef (1937 in Sint Pancras, Noord-Holland, als Hendrik Jan Marsman) bij uitgeverij Querido in Amsterdam. Volgens een opgave van de uitgeverij zijn er tot en januari 1989, 250000 exemplaren van de roman verkocht. In februari van dat jaar verscheen de 26e druk. De tekst bleef bij iedere herdurk ongewijzigd. Aan de tekst gaat een motto van Philip Larkin vooraf:’A touching dream to which we all are lulled. But wake from separately’, dat te vinden is in het gedicht The Building uit de bunder High Windows (1974). Hersenschimmen is Modern Proza.



4. Beoordeling



1. Het was een Verhaal met een positieve werking, ik heb weer dingen geleerd over dementie die je je eerst niet voor kan stellen. Maar doordat je het nu vanuit Maarten’s oogpunt leest begrijp je veel beter wat zo’n dement iemand allemaal kan denken.

2. Pag. 90: “Pappa’s bureau,” zeg ik op een andere foto wijzend. Ze knikt. “En nu staat het hier,” zegt ze, “helemaal aan de andere kant van de wereld. Ik wilde het verkopen, maar jij stond er op, het moest per se mee. Waarom eigenlijk?” Ik kijk naar het bureau. “Sommige meubels uit je jeugd blijven op de een of andere manier belangrijk voor je. Je voelt er een soort verbondenheid mee, waarom weet je niet precies. Ik herinner me wel dat ik er zondags aan mocht zitten tekenen. Een wit papier op een biljartgroen vloeiblad vol inktvlekken en streepjes van afgevloeide brieven van papa. Als je lang keek zag je van alles in, dieren, gezichten. Die tekende ik dan na.

Waarom ik dit gedeelte uitgekozen heb? Gewoon ik herken er iets van mezelf in, ik zou ook nooit iets weggooien waar je mooie herinneringen aan hebt. Al was het maar een oud kapot truitje wat je vroeger aan had.

3. De seksistische uitlatingen van Maarten zijn soms wel erg uitvoerig beschreven.

4. In verscheidene boeken van Bernlef leggen personages de resultaten van waarnemingen vast, in de hoop meer inzicht te krijgen in kennelijk onverklaarbare processen en systemen. Een voorbeeld daarvan is de grootvader in De man in het midden, die heel precies de feiten bijhield rond de ziekte en dood van zijn vrouw en gedetailleerde meteorologische aantekeningen maakte, zoals Maartens vader in Hersenschimmen. Het motief van herinneren en vergeten hangt daarmee samen. De verdwijning van Kim Miller (1969) heeft als motto: ‘Het leven heeft maar één vorm: ‘het vergeten’. Het fotomodel Kim Miller overlijdt en verdwijnt daarna definitief als niemand zich haar meer herinnert. In het verhaal ‘Oom Arthur’ uit Anekdotes uit een zijstraat(1978) worden foto’s bekeken om de herinnering te stimuleren. Dat gebeurt in een vergelijkbare situatie als in Hersenschimmen: ook oom Arthur lijdt aan dementie

5. Ik wist al de algemene dingen over dementie, maar nu ik dit boek gelezen heb uit het oogpunt van Maarten Klein ga je het voor de dementerende en de echtgenoot toch beter begrijpen. Nu kan je er zelf ook beter een beeld over vormen.

6. Het taalgebruik is helemaal niet moeilijk, maar je moet soms wel even nadenken aan welke situatie hij denkt.

7. Ik vind het heel knap hoe een schrijver zo’n verhaal van een snel dementerende man kan beschrijven, en ook nog eens heel de gedachten wereld van die man er bij kan vertellen door het in de ik-persoon te schrijven.

8. Ja, ik zou iedereen aanraden dit boek te lezen en als je dan later nog eens met een dementerend iemand in aanraking komt, kan je de dingen misschien vergelijken. Bijvoorbeeld als ze eens iets zeggen waarvan je denkt dat slaat nergens op, maar er zit dus meestal wel iets van vroeger achter en daar zou je dan achter kunnen komen.



Verdiepingsopdracht



Het Dagboek van Maarten Klein



Vandaag was het zondag, ik merk al een paar dagen dat ik dingen vergeet. Vanmiddag zat ik bijvoorbeeld uit het raam te kijken, dus Vera vroeg me wat ik zag. “Nou de schoolkinderen zullen toch straks weleens voorbijkomen”, zei ik. Het bleek zondag te zijn, maar dat was ik even vergeten, die winter ook, daardoor weet je toch niet meer welke dag dat je leeft. Vera’s vraag of ik hout wilde halen. Misschien heb ik het niet gehoord. Alhoewel, twee keer heeft ze het mij gevraagd zei ze, maar op het laatst had ze het zelf maar gedaan. Want dat ene stuk hout wat Robert tussen zijn bek gehaald had was ook niet genoeg. Ik praat ook wel eens hardop in mezelf, niet waar andere mensen bij zijn, want dat staat zo gek. En ik gebruik ook allerlei woorden die ik vroeger alleen maar op m’n werk gebruikte. Vera vond dat ik verstrooid was, maar ik heb mezelf verdedigd dat mijn geheugen nooit zo best is geweest. Het komt gewoon door die sneeuw, die monotonie als alles wit is, om je heen vallen de verschillen weg. Ik verlang daarom ook zo naar de lente, dan zal het vast minder zijn. Toe maar…

Een slecht geheugen heb ik overigens altijd gehad, op vergaderingen was mijn agenda mijn onmisbare metgezel. Maar een hele ochtend die je een paar uur later zomaar vergeten bent? Die voorbijgegaan is alsof hij er nooit is geweest? Enfin…

Vanmiddag nog zat ik op de kleuterschool en ik moest de potlodendoos even gaan halen van de juf. Toen ik op een stoel was geklommen om er bij te komen, stond Vera opeens achter me. Ze vroeg me wat ik daar moest. Ik zei:”een timmermanspotlood”. Toen ze me niet verstond deed ik maar of ik ook een beetje hardhorend was, net als zei.



Ik probeerde vandaag in een boek te lezen, maar de woorden wilde geen zinnen vormen. Het lijkt alsof ik plotseling het Engels niet meer beheers, terwijl ik toch de afgelopen 15 jaar praktisch tweetalig geworden ben. In huis spreken we als we samen zijn gewoon Nederlands en als er iemand komt, schakelen we over op Engels. Soms praten we nog een tijd lang Engels als de visite allang weer weg is.

Ik moest vandaag even opletten dat na 10 minuten de pizza warm was, en ik Vera moest roepen. Ik ben altijd een man van de klok geweest dus na tien minuten riep ik Vera en ze riep terug dat ik de oven uit kon draaien. Toen ik het suizende gasgeluid niet meer hoorde, ging ik zuchtend van opluchting aan de keukentafel zitten. Alleen dankzij haar antwoord vanachter die gesloten slaapkamerdeur heb ik deze opdracht kunnen uitvoeren. Anders had ik niet geweten wat ik had moeten doen. Dat je plotseling zo los kan slaan van de meest alledaagse dingen verontrust me. Ik heb er geen verklaring voor.

Toen we na het eten een potje schaak speelde, gaf ik het halverwege op ik kon aan niets anders denken dan aan verdwenen herinneringen en durfde daarom niet verder over vroeger te denken.En nog minder durfde ik er met Vera over te beginnen. Misschien is het maar tijdelijk.



Vandaag ging Vera even weg, maar opeens kwam ik erachter dat ik naar een IMCO vergadering moest. Maar het was zo stom, ze had me opgesloten in m’n eigen huis. Dus toen heb ik de deur maar opengebroken. Het gereedschap nam ik mee en ik ging samen met Robert naar het vakantiehuisje maar die deur zat ook op slot, dus toen heb ik die deur ook maar opengebroken. Er kwam niemand opdagen dus ging ik maar weer naar huis. Even later stopte achter mij een auto, het was Vera. Ze had zich heel erg ongerust gemaakt, ze vond dat ik het had moeten zeggen dat ik van plan was een halve dag weg te blijven. Ik heb gezegd dat het me speet. Maar Robert die al eerder thuis was dan ik was me ook niet komen zoeken, en dat verontrust me.

Dokter Eardly was bij Vera geweest dus ik vroeg wat er met haar aan de hand was, maar ze had met hem over mij gepraat. Ze ging eens samen met mij foto’s kijken want dat had de dokter aangeraden. De foto’s van mijn jeugd daar wist ik nog van alles van maar al die andere foto’s ? ik zou niet weten wie die vreemde man was die samen met Vera op de foto stond.



Toen Vera vandaag weg was zag ik dat Robert nog buiten was. Na een tijdje was hij weer binnen gelukkig, maar anders had hij vast kou gevat. Toen Vera thuis kwam vroeg ze hoe het kwam dat de ruit kapot was, maar hoe moet ik dat weten? Toen was de dokter er opeens en die wilde me een spuit geven maar ik siste: “Dat kennen we uit de oorlog” en ik sloeg die spuit uit zijn hand. Ik zei:”Ik ben geen held, maar iemand verraden dat nooit. Het is oorlog. De mensen doen de raarste dingen. Op den duur vind je niks gek meer. Maar wel onder ons, het mag niet de straat op, ze lopen nog steeds rond, de muren hebben oren . U kunt hier voor de nacht wel blijven. U bent tenslotte nog in vijandelijk gebied. Buiten is het gevaarlijk. Zal ik u de logeerkamer boven wijzen? Graag of niet hoor. Hier vlakbij wonen een paar NSB’ers, dus het is al gevaarlijk genoeg”. Maar die Amerikaan reageerde niet eens.



Van de week is er een meid gekomen. En ze blijft nog slapen ook. Ik moest afgelopen nacht naar de wc, dus toen ik licht onder Kitty’s deur zag ging ik even bij Kitty kijken. Toen ik de deur opendeed sloeg ze verschrikt haar handen voor haar borsten. Ik zei:”Het is je vader maar” Maar ze trok snel een shirt aan en ik dacht plotseling, dit is de laatste keer dat je dit ziet. Toen ging ze me weer op bed brengen. Vera hielp ook.

Ik heb ook nog een wandeling gemaakt naar het zomerhuisje, ik kwam een Amerikaanse soldaat tegen die me kwam bevrijden, hij heeft me heel snel naar Vera gebracht toen waren we gelukkig weer samen.



Vandaag zat ik in een fotoalbum te kijken, maar ik zag alleen maar foto’s van een man die ik helemaal niet ken, en ik weet bijna zeker dat ik hem zelfs nog nooit gezien heb. Ik dacht wat heb ik daar nou aan, dus toen heb ik de foto’s die ik los kon krijgen maar in de openhaard gegooid. Opeens waren daar twee vrouwen, een jonge en een oudere. Ze spraken Engels en trokken een boek met foto’s uit mijn handen(ik kon maar beter doen wat zij wilden, ben niet sterk meer, zoals vroeger, ernstig verzwakt zelfs blijkt nu), Ik moest opstaan, maar toen begon het bonzen weer. Ik voelde me duizelig en ik had dorst. Ik wilde niet tussen hen naar buiten. Wilde ze me eruit zetten omdat ik te lastig werd? Ik zag allemaal andere kamers. Hoeveel kamers er om me heen waren zou ik echt niet meer weten. Ik werd gekanteld en ze bonden me vast. Alles was daar in beweging. Het leek wel een schip. Een wonder vond ik het dat die twee vrouwen gewoon op de been bleven en ze zeiden helemaal niks. Harde gesloten vrouwengezichten hadden ze in het kunstlicht. Het was doodstil op het bonken na, dat vlak achter mijn ogen zat. Ik vroeg om iets nats op mijn hoofd en kreeg het meteen. Meubels, piano, een heel interieur, een hele kamer wankelde en kantelde aan mij voorbij. Ik lag vast geboeid en kon niet overeind komen om me naar Vera uit te strekken. Ik werd door de deur gekanteld, sneeuwvlokken landde op mijn lippen en wangen en nog één keer zag ik haar en ze keek op de thermometer. Dan sluiten de witte deuren van de ziekenwagen zich en begint het rijden in deze schommelende auto die ook een schip is.



Ik hoorde een fluisterende vrouwe stem en ik luisterde met gesloten ogen. Ik luisterde alleen maar naar haar stem. Ze fluisterde…dat het raam was gemaakt en dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd…dat daar nu weer glas zit…glas waar je doorheen kunt kijken…naar buiten…het bos in en de lente die bijna begint…zei ze…fluisterde ze, maar wie ze was, dat moet je me toch maar niet vragen…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen