U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=11198 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2660 woorden.

J. Bernlef



Hersenschimmen



Titel

Hersenschimmen



Auteur

J. Bernlef



Uitgeverij

Querido, Amsterdam



1e druk

1984



Genre

Psychologische roman



Titelverklaring

De herinneringen van de hoofdpersoon aan zijn verleden zijn, als gevolg van het dementieproces, erg vaag. Hierdoor zijn zijn herinneringen niet meer dan hersenschimmen.



Motto

‘A touching dream to which we are lulled. But wake from separately.’



(The building - Philip Larkin) Betekenis: een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd, maar elk ( in dit geval Maarten) afzonderlijk uit wakker wordt. Het leven staat in teken van de dood à aftakeling van Maarten. Maarten slaapt als het ware langzaam in, doordat hij aftakelt lijkt het net of hij steeds op een bepaald moment wakker wordt uit zijn droom. En hij weet dan niet of hij in die droom zit of in de werkelijkheid is. Zo ontstaat er ook een geestelijke verwijdering tussen de dementerende Maarten en zijn vrouw Vera.



Geleding



Het boek is opgedeeld in negen hoofdstukken, die niet genummerd en benoemd zijn. Elk nieuw hoofdstuk begint na een witregel met een cursief gedrukte zin. Elke cursiefregel geeft het begin van een nieuwe dag aan. De afzonderlijke gebeurtenissen per dag worden weer gescheiden door witregels. Aan het eind van het boek worden de fragmenten steeds korter.



Tijd



Het verhaal begint op een winterse zondagmorgen. Het verhaal eindigt op de zaterdag daarna. De verteltijd is dus ongeveer een week. De vertelde tijd beslaat ongeveer 65 jaar (van ver voor de Tweede Wereldoorlog tot 1982) door allerlei flashbacks.



Het verhaal is niet-chronologisch verteld. De logische tijdsvolgorde beslaat negen achtereenvolgende dagen, maar wordt regelmatig onderbroken door herinneringen en overpeinzingen (flashbacks).



Het verhaal speelt zich af rond 1982: Maarten vertrok in 1967 uit Bonn en is nu vijftien jaar in de Verenigde Staten.



De gebeurtenissen tijdens de negen achtereenvolgende dagen worden in de tegenwoordige tijd verteld, net als de herinneringen.



Plaats



Hersenschimmen speelt zich hoofdzakelijk af in de Amerikaanse stadje Gloucester, ten noorden van Boston. Daarnaast keert Maarten in gedachten terug naar Nederland (met name de kustgebieden van Zeeland en Noord-Holland). Ook zijn er herinneringen aan Rome.



De situering van de dementerende Maarten en zijn vrouw Vera in dit winterse, desolate kustgebied in de Verenigde Staten is niet toevallig. De kinderen van de Kleins wonen ver van hen vandaan, Maartens banden met zijn werk in Boston bestaan al enkele jaren niet meer en de meeste van zijn herinneringen liggen in Holland. Het echtpaar bevindt zich geografisch en sociaal in een isolement.



Maartens isolement gaat nog verder, hij vervreemdt uiteindelijk ook van Vera. De ruimte-elementen Amerika (ander land, andere taal) en sneeuw (geen onderscheid meer tussen de dingen, alles lijkt op elkaar en vervlakt) spelen een belangrijke rol. Herhaaldelijk geeft Maarten de winter de schuld van zijn vergeetachtigheid, hij verlangt naar de lente.



Personages



Maarten Klein: hij is de hoofdpersoon. De lezer leert Maarten goed kennen door de gesprekken over hem die zijn vrouw Vera met anderen heeft. Hierdoor ontwikkelt Maarten zich tot een rond karakter. Maarten is een man van 71, die sinds vijftien jaar met zijn vrouw Vera in de Verenigde Staten woont. Samen hebben zij twee kinderen, Kitty en Fred, en een hond, Robert.



Maarten heeft rechten gestudeerd. Voor zijn pensionering werkte hij als secretaris bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation in Boston. Maarten is een gesloten en verlegen persoonlijkheid. In Hersenschimmen dementeert Maarten snel, waardoor hij aan het einde van het verhaal alleen nog flarden van herinneringen heeft. Maarten heeft zich ontwikkeld van een hardwerkende man tot een ‘hoopje mens’, volledig afhankelijk van andere mensen.



Vera Klein: zij is de vrouw van Maarten. Vera deed vroeger veel vrijwilligerswerk in de bibliotheek. Mede door de dementie van Maarten heeft ze zich ontwikkeld tot een sympathieke, zorgzame vrouw. Ze doet er alles aan om Maarten te helpen en neemt uiteindelijk de zware beslissing om haar man te laten opnemen in een inrichting. Ze is een sterke vrouw.



Phil Taylor: zij is de gezinshulp van Maarten en Vera. Ze heeft een zeer nuchter boerenverstand en een oergezonde fysiek en motoriek. Ze treedt te laat Maartens leven binnen om voor hem nog een rol van belang te kunnen spelen. Voor haar is Maartens bewustzijn inmiddels gesloten: hij kan haar naam niet onthouden, vraagt zich voortdurend af wie ze is en verwart haar met allerlei mensen.



Karl Simic: hij is een oud-collega van Maarten. Nog altijd voelt Maarten zich schuldig vanwege het feit dat Simic kort na een bezoek van hem zelfmoord pleegde.



Thematiek



Het thema van dit boek is vergankelijkheid aan de hand van dementie.



Motieven



De IMCO, het kantoor waar Maarten vroeger werkte is een van de motieven in dit boek. Het keert steeds terug in het boek, eerst omdat Maarten er met weemoed aan terugdenkt, later omdat hij denkt dat hij er nog werkt.

Verder komen de boeken The Heart of the Matter en Our Man in Havana van Graham Greene ook regelmatig voor in het boek. Maarten is er in begonnen met lezen, maar vergeet dit steeds.



Ook een busretourtje Rockport dat Maarten heeft gekocht en gebruikt, wordt enkele malen genoemd, omdat Maarten is vergeten dat hij het zelf heeft gekocht.



Perspectief



Er is sprake van een personaal perspectief, vertelt door een ik-persoon. Het is eigenlijk een soort ooggetuigenverslag, waarbij de lezer de gebeurtenissen en chaos in Maartens leven 'meebeleeft'.



Samenvatting



(ZONDAG) Hoofdpersoon en verteller in deze roman is de Nederlandse Maarten Klein, 71 jaar oud. Hij woont met zijn vrouw Vera al zo'n vijftien jaar in de Verenigde Staten, in het plaatsje Gloucester, aan de kust boven Boston (Massa-chusetts). Hun twee kinderen, Fred en Kitty, wonen niet meer bij hen.



Klein is sinds enkele jaren gepensioneerd. Hij is in zijn dienstwoning, die uitkijkt op de in zee uitstekende rots Eastern Point, blijven hangen. Voor zijn pensionering werkte Maarten bij de IMCO (Intergovernmental Maritime Consultative Organisation), een internationale visserijorganisatie.



Eerst notuleerde hij de vergaderingen, later hield hij zich bezig met het vaststellen van de vangstquota. Het verhaal begint op een winterse zondag; buiten ligt sneeuw. Maarten staat voor het raam en kijkt uit naar de schoolbus die de kinderen uit de buurt thuisbrengt. Op zondag rijdt de bus echter niet.



Een blik op de buitenthermometer, die aan Maartens vader heeft toebehoord, stuurt zijn gedachten naar het verleden: Domberg, zijn ouders, school, opa en oma. Maarten herinneringen leiden ertoe dat hij op een stoel klimt om een potlodendoos te zoeken, in de veronderstelling dat hij zich in het materiaalhok van de bewaarschool bevindt. Achteraf dringt het feit dat hij iets vreemds deed, wel tot hem door.



Op tafel ligt The Heart of the Matter van Graham Greene met een buskaartje erin. Nu eens meent Maarten het boek voor het eerst te zien en weet hij van het buskaartje niets af, dan weer herinnert hij zich het boek zelf gekocht te hebben en de busreis zelf gemaakt te hebben. Op zondag eet het echtpaar traditioneel pizza.



De pizza is aanleiding tot het ophalen van gezamelijke herinneringen van Maarten en Vera aan Rome. Maarten blijkt zich van die vakantie niets te herinneren, wat hem verontrust.



Hij probeert het voor Vera verborgen te houden. Na een partij schaak begeeft het echtpaar zich in bed.

(MAANDAG) Na een nacht die Maarten voor een groot gedeelte (vergeefs) puzzelend aan de keukentafel heeft doorgebracht, brengt hij Vera ontbijt op bed. Vera blijkt al tien jaar geen suiker meer in haar koffie te gebruiken. "Verstrooid-heid," zegt Maarten.



Tijdens zijn dagelijkse wandeling met zijn hond Robert doet Maarten een café aan. Hij vindt dat het barmeisje sprekend lijkt op zijn eerste liefde, Karen. Met haar had hij voor het eerst van zijn leven gevreeën, in een vakantiehuisje in Noord-Holland. Bij Maarten dringt echter door dat dit meisje Karen niet kan zijn. Hij vervolgt zijn wandeling en doet een antiquariaat aan.



Tot zijn verassing blijkt dat hij daar eerder The Heart of the Matter van Graham Greene gekocht heeft. Maarten koopt nu van dezelfde schrijver Our Man in Havana. Inmiddels is hij zijn hond al lang uit het oog verloren. De dodelijk ongeruste Vera spoort Maarten op. Robert was alleen naar huis gelopen.



Maarten vraagt Vera of zij zich nog herinnert hoe zij in Holland hand in hand liepen op de oude Slaperdijk. Vera weet niet waar hij het over heeft. De lezer weet dat dit herinneringen aan Karen zijn. Als Maarten zich moet scheren, blijkt hij onderweg al vergeten te zijn wat hij van plan was te doen en meent dan dat hij houtblokken voor de open haard moet gaan halen.



Later komt Ellen Robbins, die in de buurt woont, op bezoek. Maarten informeert naar haar man Jack. Die blijkt al jaren dood te zijn. Vera vertelt Ellen dat ze zich zorgen maakt over Maartens toestand. Maarten gaat piano spelen en denkt aan zijn vroegere pianolerares, op wie hij als jongetje verliefd was. Hij gaat vroeg (zeven uur) naar bed.

(DINSDAG) Nadat Maarten is opgestaan, blijkt Vera niet thuis te zijn. Hij denkt dat ze naar de bibliotheek is waar ze vrijwilligerswerk doet. Na een geweldige schranspartij wil Maarten naar zijn werk (IMCO). Alle deuren naar buiten blijken echter op slot te zijn.



Maarten forceert de deur van het washok. Hij moet immers naar de IMCO-vergadering, die in een zomerhuisje dichtbij is belegd. Het zomer-huisje is afgesloten en ook hier forceert Maarten de deur. Hij weet opeens niet meer wat hij in het zomerhuisje te zoeken heeft en keert terug naar huis. Daar vertelt de geschrokken Vera hem dat de laatste IMCO-vergadering vier jaar geleden heeft plaatsgevonden en dat zij zelf al lang niet meer in de bibliotheek werkt.



Vera vertelt dat ze aan dokter Eardly heeft gevraagd om binnenkort langs te komen, omdat ze vindt dat Maarten de laatste tijd zo vreemd doet. Maarten denkt terug aan zijn vroegere collega Karl Simic. Kort na een bezoek van Maarten had Simic in bad zijn polsen doorgesneden en was daarna verdronken. Vera tracht met behulp van een fotoalbum Maartens herinneringen weer op orde te brengen.



Hoe dichter echter de foto's het heden naderen, des te ondoordring-baarder en raadselachtiger lijken ze te worden. Na de fotosessie gaat Maarten even rusten. Als hij wakker wordt, meent hij dat hij als kind bij opa logeert. Vera knipt het licht aan en Maarten is terug in het heden. Dokter Eardly komt op bezoek.



Hij adviseert Vera om Maarten binnen te houden, hem veel te laten rusten en pillen te laten slikken. De buurjongen, William Cheever, brengt boodschappen langs. Maarten informeert naar zijn witte keeshondje Kiss. Een pijnlijke vraag, omdat het beestje al lang dood is.



Een televisieprogramma over de opkomst van Hitler brengt Maartens gedachten terug naar die tijd. Hij was toen verloofd met Karin. Plotseling wil Maarten voor Vera knielen, want dat is wat hij vijftig jaar geleden voor Karin had willen doen.



(WOENSDAG) Na zijn late ontbijt wil Maarten de hond gaan uitlaten. Vera houdt hem tegen. Nu ziet Maarten in haar zijn moeder die hem iets verbiedt. "Ik ben het, Vera" snikt ze. Terwijl Vera even langswipt bij Ellen Robbins slaat Maarten een ruit stuk om de hond Robert, die buiten rondscharrelt, binnen te laten. Dan meent Maarten weer dat hij als kind bij opa en oma logeert.



Als Vera door de voordeur binnenkomt, roept hij: "Ik ben hier, oma." De buurjongen William Cheever repareert de kapotte ruit provisorisch. Maarten informeert weer naar zijn hondje Kiss. De verwarring wordt steeds groter en de momenten waarop hij dan weer kind, dan weer volwassene is, volgen elkaar steeds sneller op.



Nu eens meent hij als kind bij zijn grootouders te logeren, dan is hij het kind dat nog bij papa en mama woont en dan weer is hij de vader die wacht op zijn twee kinderen. Ook zijn er ogenblikken van totale vervreemding, zoals wanneer hij in zijn eigen huis meent op een hotelkamer te vertoeven. Maar er zijn ook korte momenten van besef. Dokter Eardly komt weer langs.



Hij wil Maarten een spuit geven, maar Maarten slaat hem de spuit uit zijn handen. Hij is bang dat de spuit een waarheidsserum bevat, waarmee de nazi's hem iemand willen laten verraden. Even later denkt hij dat er vloeibaar voedsel in zit en dat Eardly een van de Amerikaanse bevrijders is. Hij laat zich gewillig inspuiten.

(DONDERDAG) "Een vrouw" (Vera) helpt Maarten met wassen en aankleden.



Eerst denkt Maarten dat zij zijn moeder is, dan dat hij met Vera naar papa's verjaardag gaat en even later dat hij naar zijn werk moet. Weer even later is hij het jongetje dat zijn pianoles wil instuderen voor Greet Laarmans, de pianolerares op wie hij verliefd is. Er komt een meisje in huis als gezinshulp, de blonde Phil Taylor.



Maarten verwart haar met zijn jeugdliefde Karen en met zijn dochter Kitty. Als Phil piano speelt, weet hij zeker dat ze Greet Laarmans is en durft hij eindelijk zijn hoofd in haar schoot te leggen. Tot Maartens verbazing zegt "Greet" in het Engels tegen hem: "Dat moet u niet meer doen. Anders zal ik moeten gaan." De hele dag door vraagt Maarten zich af wie toch dat blonde meisje is.



's Nachts zwerft hij in huis rond en loopt hij zomaar Phils kamer binnen. Even later aan de piano slaagt hij er niet in zich te herinneren hoe het adagio uit Mozarts veertiende pianosonate klinkt. Hij kan het begin niet vinden en wordt door Vera en Phil huilend aan de piano aangetroffen.



(VRIJDAG) Als Maarten wakker wordt, blijkt dat hij met riemen aan de spijlen van het bed is vastgebonden en dat hij "het echtelijke bed heeft volgescheten". Twee vrouwen, een oude (Vera) en een jonge (Phil) tillen hem in bad. Zijn stijve ge-slachtsdeel veroorzaakt schaamte en verwarring. Met Phil werkt Maarten weer een fotoalbum door.



Maarten herkent Vera en zichzelf niet meer. Vera komt thuis en overtuigt Maarten ervan dat hij even moet rusten. Maarten wordt wakker en ontsnapt ongezien naar buiten, zonder jas, op zoek naar de lente. Als hij over het schelpenpad langs het strand loopt, is hij weer de kleine Maarten die in Holland op weg is naar zijn ongeruste vader en moeder. Tom, de vuurtorenwachter van Eastern Point, pikt Maarten op. Hij brengt Maarten in zijn jeep naar huis, naar Vera.



Maarten denkt dat het 1945 is, de bevrijding. Ook dokter Eardly, die weer eens langskomt, wordt door Maarten gezien als een van de Amerikaanse bevrijders. Maarten krijgt een injectie en valt in slaap.



(ZATERDAG)Maarten wordt 's nachts wakker met zware hoofdpijn en hevige dorst. Hij staat op. Zijn in het donkere raam weerspiegelde gestalte herkent hij niet. Beneden peutert hij de foto's uit het album los en verbrandt ze in de open haard. Een vrouw (Vera) leest voor uit een boek met op het omslag een man met een hoed (Our Man in Havana). Dan staat er een lange witte auto voor de veranda; Maarten wordt afgevoerd naar een inrichting.

(ZONDAG)



In de inrichting. "Mensen zitten in lange rijen op banken en houten schragen... vrouwen en mannen... verdoofd lijkt wel zoals ze daar voor zich uit zitten te staren naar de witgesausde muur." Een dag gevuld met zitten, bezig-heidstherapie, koffie, thee en pillen. Dan brengen zij "het" naar een ruimte met bedden... "zij kleden het uit... zij doen het een pyjama aan [...] zij duwen een pil in zijn keel [...] zij leggen hem in bed." In de nacht vindt Maarten "haar" hand (van zijn moeder of van Vera) die hem troost en rust geeft. "...zij draagt je...ik draag je...kleine jongen van me...de hele lange bange nacht door zal ik je dragen tot het weer licht wordt."



(MAANDAG) Maartens waarneming van deze dag beslaat acht regels. Met zijn ogen gesloten hoort Maarten de stem van een vrouw (Vera) die fluistert dat het raam gemaakt is en dat de lente op het punt staat te beginnen.



Eigen mening



Ik vond Hersenschimmen een heel mooi boek. Ik vind het heel knap dat de schrijver vanuit de dementerende persoon heeft geschreven. Ik ben benieuwd of hij hulp heeft gehad van mensen die veel met dementerende mensen omgaan.

Het is wel een boek waarbij je je gedachten moet houden als je het leest, omdat je er anders niks van snapt.



Dit komt doordat Maarten zich steeds in een andere tijd waant.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen