U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Kruistocht In Spijkerbroek : Een Historische Roman.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/1483604/ en is laatst upgedate op 16/12/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2467 woorden.


Auteur:


Thea Beckman werd in 1923 in Rotterdam geboren. Ze was enig kind. Ze heeft toen niet gestudeerd want dat hoorde niet als meisje. Ze wou vroeger schrijfster of ontdekkingsreizigster worden. Thea trouwde in 1945 en heeft drie kinderen. Sinds 1956 woont zij in Bunnik bij Utrecht. Toen haar kinderen groot waren besloot ze een psychologie te gaan studeren. In 1981 studeerde zij af in de sociale psychologie. Ook geschiedenis vindt ze erg boeiend, vooral de Middeleeuwen. Ze heeft ook nog en aantal hobby’s: reizen, lezen, piano spelen en katten vertroetelen. Zelf heeft ze vier poezen en één kater. Ze begon al met schrijven in 1947, met verhalen in jeugdtijdschriften en journalistieke stukjes in kranten, maar pas in de jaren zeventig begon ze met het schrijven van boeken. De boeken volgden zich heel snel op. Veel van haar boeken zijn bekroond met Griffels en door de Nederlandse Kinderjury. Niet alleen de geschiedenis boeit haar, maar ook de toekomst. Dit zegt ze over haar beroep: ‘in feite is er niets interessants aan mijn beroep: je zit de hele dag moederziel alleen achter en schrijfmachine en dat is alles. En als je niet werkt, dan kijk je, je luistert, bestudeert, neemt op, pluist uit, je bent dus in alle stilte bezig met je verhaal: een boek.’ In 1984 werd zij bekroond door de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN).

Titel:


De titel KRUISTOCHT IN SPIJKERBROEK slaat op dolf die in zijn spijkerbroek uit de twintigste eeuw meeloopt in een kruistocht.

Wat voor een soort verhaal:


Historie

Het verhaal:


Op een dag komt Dolf Wega in het laboratorium van een collega van zijn vader komen kijken naar ‘de materie-transmitter’. Het is een apparaat die voorwerpen en mensen kan terugflitsen naar het verleden. Als Dolf dit ziet wil hij heel graag naar het verleden geflitst worden. De professor wil dit eerst niet omdat hij het veel te riskant vindt, maar Dolf weet hem over te halen. Hij mag een middag naar een riddertoernooi in 1212 in Montgrivray in Frankrijk. Op voorwaarde dat hij precies om 5 uur weer op de goede plek is. Als hij daar denkt aan te komen ziet hij dat een jongen door struikrovers wordt aangevallen. Hij helpt de jongen door een van de struikrovers met een zijn mes te steken. Als ze zo een van de struikrovers doden slaat de andere op de vlucht. Hij leert de jongen beter kennen. Hij heet Leonardo Fibonacci en hij komt uit Pisa. Hij praat anders dan Dolf, maar Dolf kan hem toch wel verstaan als hij langzaam praat. Hij raakt met de jongen aan de praat en komt erachter dat Leonardo een student was en twee jaar in Parijs heeft gestudeerd en nu op weg is naar Bologna om daar zijn studies te voltooien. Dolf stelt zich ook voor maar zegt niet dat hij uit de twintigste eeuw komt. Als het bijna 5 uur is wil hij snel terug gaan naar de plek, maar als hij daar door een enorme stoet kinderen niet op tijd komt wordt hij dus niet teruggeflitst. Nu zit hij dus in de dertiende eeuw en besluit samen met Leonardo aan de tocht kinderen deel te nemen, als hij hoort dat het om een kinderkruistocht gaat waar meer dan achtduizend kinderen aan mee doen. Zij zijn op weg naar het Heilige Land, om Jeruzalem van de Saracenen te bevrijden. Nicolaas hun leider zal bij Genua zee voor de kinderen laat wijken en dat ze zo door de zee kunnen. Daar zullen ze met hulp van God de Saracenen (Turken die op dat moment de baas waren in Jeruzalem) kunnen veroveren. Volgens Leonardo zijn ze uit Keulen vertrokken en alle kinderen -grote en kleine- die geen huis hadden of die niks meer met thuis te maken wilden hebben gingen mee om het wonder te zien en de Saracenen te veroveren.



Als ze bij de stad Spiers aankomen, sluiten de bewoners snel de poorten want zij willen niet dat al die hongerige kinderen in hun stad komen. Hun priester houdt in de stad Spiers een redevoering waarin hij zegt dat God de burgers zal straffen voor hun asociale gedrag. De burgers luisteren niet en houden de poorten dicht. Als Dolf ziet dat er een kind bijna verdrinkt redt hij het en zo redt hij nog 6 kinderen. Als het ‘s nachts vreselijk begint te regenen en te onweren vat de kerktoren van Spiers en een paar huizen vlam. Alle burgers helpen met blussen. Tijdens de regen komt er een klein meisje bij Dolf zitten en alles wat hij kan doen is haar beschermen met zijn regenafstotende jas. De volgende ochtend als er van de stad Spiers niet veel meer over is komen de burgers met manden voedsel en zetten het bij het kamp. Nicolaas bedankt hen hiervoor en de kinderen krijgen eten. Ze trekken verder langs de rijn.

Dolf wilde die avond van de groente die over was soep maken en ging zo opzoek naar een pannetje en kwam zo bij een kampvuurtje waar hij de jongens Peter Frank en Fredo zag. Ze gingen mee naar het kampvuurtje van Dolf. Dolf ziet dat het in het kamp slecht geregeld is: er verdrinken weer een paar kinderen in de rivier; lang niet iedereen heeft te eten; er gaan veel kleintjes dood enzovoort. Hij vindt dat daar wat aan moet gebeuren. Daarom gaan hij de volgende avond naar de tent van de leiders Nicolaas, het twee monniken en van de kinderen van edel bloed. Daar legt hij uit dat er een betere organisatie moest komen: er moesten vis, jacht, orde en leerlooiersgroepen komen. Eerst vonden Nicolaas en de monniken dat niks maar als een mooi uitgedoste jongen: Carolus (de toekomstige koning van Jeruzalem) zegt dat hij het helemaal met Dolf eens is, gingen ze over stag. Zo werd de organisatie een heel stuk beter. Zo komen ze na een aantal dagen lopen in een goed georganiseerde groep in Rottweil aan. Ze laten daar wat heel zieke kinderen achter en Dolf laat daar 800 broden bakken in een nacht: een wonder. Als ze verder lopen komen ze een nieuw obstakel tegen: de ziekte de schraklen dood. Er gaan een hoop kinderen dood. Gelukkig kan Dolf met zijn kennis van ziekten de ziekte overwinnen. Omdat Dolf veel wist over ziekten (zeker voor die tijd), na het wonder van de 800 broden en omdat Dolf niet Christelijk was opgevoed en zo nooit Bad en God om hulp vroeg werd hij beschuldigd van ketterij. Als hij na een heel proces de doodstraf heeft gekregen helpt dom Thaddeus hem zodat de doodstraf aan hem voorbij gaat. Na een lange en gevaarlijke reis door de Alpen waar veel kinderen gesneuveld waren kwamen ze aan op de Povlakte. Daar sterft de kleine koning Carolus aan een blindedarmontsteking. Als ook de Povlakte over zijn moeten ze nog een gebergte voor ze bij de zee zijn: de Apennijnen. Als de Apennijnen achter hen liggen en de zee voor hen stijgt de spanning. Omdat Nicolaas de zee moet laten wijken gaat hij eerst een middag vasten en bidden. Dom Anselmus ging de stad in en Dom Johannis ging naar Dolf. Hij huilde en vertelde zijn verhaal: Hij en dom Anselmus hadden hem en de kinderen bedrogen. In plaats van dat de zee zou wijken zou dom Anselmus komen en zeggen: “In plaats van dat de zee zal wijken heeft God ons schepen gestuurd die zullen ons naar Jeruzalem brengen.” Maar dat zou niet gebeuren want in plaats van Jeruzalem zouden de schepen naar de slavenmarkt in Afrika worden gebracht. En daar zouden de kinderen voor veel geld verkocht worden. Als Dolf dit hoort brengt hij 100 kinderen naar zich toe en verteld hun wat dom Johannis hem net verteld heeft en dat dat absoluut niet mag gebeuren. Hij zorgt dat ze de andere kinderen verbieden op de schepen te gaan. De kinderen begonnen het nieuws te vertellen. Nicolaas kwam uit zijn tent, liep naar de zee, sterkte zijn handen en er gebeurde niks. Toen kwam inderdaad dom Anselmus om te zeggen dat God hun schepen had gestuurd. Maar in plaats van dat alle kinderen juichend naar de schepen renden verscheurden ze Dom Anselmus in stukken. Dit was eigenlijk het einde van de kruistocht maar omdat de burgers van Genua het niet goed vonden dat de kinderen op het strand bleven moesten ze verder. Dom Johannis ging met een groep kinderen terug naar Keulen. Een aantal kinderen bleef in Genua en de rest ging met Dolf verder trekken. Leonardo ging naar zijn ouders in Pisa. Dolf trok verder door Italië. Daar vindt een jongen een aluminium doosje waar een boodschap inzit voor Dolf. In die boodschap staat precies hoe laat hij weer op de plek moet zijn van het gevonden doosje. Zo wordt hij terug geflitst naar de twintigste eeuw.

Kern 1


Noem het onderwerp van het verhaal:


Terug ik de tijd kunnen reizen.

Wie zijn de hoofdgedachte beschrijf deze persoon(en) + geef een menig:


De hoofdpersoon is Dolf. Dit is heel duidelijk, want het verhaal gaat geheel over Dolf. Dolf wordt in het verhaal zelf Rudolf genoemd, omdat ze die naam in de dertiende eeuw kenden. Hij is een slimme jongen en zit in 3 gymnasium, want hij zit in de derde en heeft Latijn op school. Hij is natuurlijk ook heel moedig want hij wil naar het verleden en hij sluit zich ook aan bij de kruistocht om de kleine kinderen te helpen. Hij is ook erg goed in organiseren, hij leidt ook de kruistocht zo'n beetje. Hij heeft ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

De belangrijkste bijpersonen zijn:


Leonardo, Nicolaas, dom Anselmus en dom Johannis. Leonardo is snel van begrip. Dit merk je vooral als Dolf hem een andere manier van rekenen leert. Nicolas voelt zich echt een leider en heilig. Dom Anselmus is heel wreed hij wil zoveel mogelijk kinderen verkopen aan de slavenhandel, zodat hij daar veel geld voor krijgt. Dom Johannis is en het begin ook zo wreed, omdat hij daar ook aan mee wil doen, maar omdat hij op het einde toch nog zorgt dat het allemaal niet doorgaat is hij niet zo erg als Dom Anselmus. Dolf maakt zeker een ontwikkeling door, hij is veel zelfstandiger geworden en harder, want eerst vond hij het heel erg dat hij een meisje zag sterven, maar aan het eind van het verhaal vindt hij dat helemaal niet zo erg meer omdat hij dan heel veel kinderen heeft zien sterven. Dom Johannis maakt ook een ontwikkeling door. Hij vindt het in het begin van het verhaal niet erg dat al die kinderen verkocht worden als slaaf maar aan het einde van het verhaal is hij veel van de kinderen gaan houden en wil dan dus niet meer dat ze als slaaf worden verkocht.

Kern 2


Waar en. Wanneer speelt het verhaal? + geef je menig .


Plaats:


Het verhaal begint in Nederland in Amstelveen. Dat is waar de materie-transmitter staat. Als Dolf is weggeflitst is speelt het zich af in Het Duitse rijk en Italië. (Kijk maar naar het plaatje) Dat weet je omdat het duidelijk staat beschreven omdat het verhaal er echt om gaat waar ze zijn. Ze gaan eerst door De Alpen dan langs de Povlakte en door de Apennijnen tot aan de zee bij Genua.

Tijd:


Het verhaal speelt zich eerst af in de twintigste eeuw en als dolf is weggeflitst in 1212, dus in de middeleeuwen. Dit is ook zeer duidelijk want het gaat natuurlijk omdat hij in het verleden is. De vertelde tijd is: 307 bladzijden. De verteltijd is ongeveer 2 ½ maand. Er is zijn in het boek wel een paar tijdversnellingen, bijvoorbeeld bij het scharkalen dood: Op de vijfde dag van de schrarklen dood waren er zes doden en zeven nieuwe gevallen. De zesde dag: één nieuw geval, en zeven doden. De zevende dag, geen nieuwe gevallen, wel vijftien doden. Zo zijn er drie dagen voorbij gegaan in nog geen drie zinnen, terwijl er andere gebeurtenissen worden verteld van één dag in een heel hoofdstuk. Er zijn ook nog meer tijdsversnellingen en vertragingen geweest. Het hele verhaal wordt verteld in chronologische volgorde, behalve een paar kleine flashbacks als Dolf denkt aan hoe het was toen hij in de twintigste eeuw leefde.

Slot:


Conclusie (wat heb je d.m.v het lezen van dit boek geleerd of ben je weten gekomen)


Dat het een heel mooi boek is. Het boek was best een lang en dik boek. Het is eigenlijk wel moeilijk geschreven: er zijn soms moeilijke woorden gebruikt en ook wel lange zinnen, maar je snapt het wel direct. Het was een heel boeiend boek. Dit is echt zo’n boek dat ondanks dat het best lang is zo uit wil lezen. De gebeurtenissen lopen zo in elkaar over dat het niet saai of zoiets wordt. Het was niet spannend en ook niet griezelig maar dat maakte ook niets uit want het was geen griezelboek. Ik kon me niet zo goed inleven in de hoofdpersoon, maar dat kwam niet omdat het niet goed geschreven was of zo maar omdat het zich afspeelt in zo’n andere tijd dat je gewoon geen idee hebt dat je er zelf in meespeelt of zoiets. Ik vind het wel heel knap geschreven want je moet het van je eigen fantasie en de geschiedenisboeken hebben hoe het er in die tijd aan toe gaat. Het liep ook anders af dan dat je van het begin af dacht, want wie denkt er nu van tevoren dat Dolf een aluminium blikje vindt en zo terug naar huis komt? Het boek is humoristisch geschreven maar dat mis je ook niet echt want het zou absoluut niet passen als er hele grappen in het boek zouden voorkomen. Ik vond het boek mooi en heel goed geschreven.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen