U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Eduard Douwes Dekke - De Koffijveilingen Der Nederlandsche Handel-maatschappij.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20390/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1542 woorden.

De Koffijveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij.

De Ruyter, Amsterdam (1860)



Titelverklaring:



Max Havelaar is de hoofdpersoon van het boek. De ondertitel slaat op een boek, dat Droogstoppel samen met Stern over de koffiecultuur wil schrijven. Deze koffiecultuur levert de Nederlandse Staat namelijk zeer veel inkomsten op. Droogstoppel, een makelaar in koffie, krijgt hiervoor de manuscripten van Sjaalman. De titel van het boek moet worden: De koffijveilingen der Nederlandse Handel-Maatschappij.



De auteur:



Multatuli is het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker. Dit pseudoniem betekent ‘Ik heb veel gedragen’. Hij wordt geboren op 3 maart 1820 in Amsterdam. Na een onvoltooide middelbare schoolopleiding, wordt hij in 1838 aangenomen bij het Nederlands bestuur in Indië (nu Indonesië). In deze periode schrijft hij zijn eerste werken, waarvan bijna niets wordt gepubliceerd. Hij vervult verschillende ambtelijke functies in Indonesië. Bij het zien van de misstanden en armoede, neemt hij zich voor om de ideale bestuursambtenaar te worden. Hij trouwt in 1846 met Everdina Huberta, baronesse van Wijnbergen. Na een aantal conflicten met zijn meerderen, neemt hij drie jaar verlof in Nederland. Als hij terugkeert naar Indië, wordt hij in 1856 benoemd tot assistent-resident in Lebak. Daar dient hij een klacht in tegen de regent Karta Natta Nagara, een inlandse bestuurder. Deze maakt op allerlei manieren misbruik van zijn positie, door zijn volk af te persen en uit te buiten. Douwes Dekker wil zijn aanklacht pas toelichten na de afzetting van de regent. Zijn superieur accepteert dit niet en laat hem overplaatsen. Dit heeft tot gevolg dat Douwes Dekker ontslag neemt. Achteraf blijkt de aanklacht niet ongegrond te zijn.



Douwes Dekker gaat in 1857 terug naar Nederland, twee jaar later volgt zijn vrouw. Het gezin zit financieel aan de grond. Om zijn eergevoel te herstellen en om het lot van de inlanders te verbeteren, schrijft hij het hele verhaal op. In enkele weken schrijft hij de roman Max Havelaar, of de koffijveilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Aanvankelijk komt het boek, onder de naam Multatuli, uit in een versie, waaruit belangrijke namen en data zijn verwijderd. Daarmee wordt de bewijskracht van het werk een stuk kleiner. Pas na de derde druk krijgt Multatuli de kans om dit te herstellen. Na de uitgifte van dit werk is Douwes Dekker een verbitterd man geworden. De rest van zijn leven brengt hij door met gokken, zwerven, bedriegerijen en huwelijksproblemen. Nog voor de dood van zijn vrouw, heeft hij een relatie met Mimi. In 1887 overlijdt hij in Nieder-Ingelheim. In 1950 is een begin gemaakt met het uitgeven van de Volledige Werken. Deze uitgaven bevatten de literaire werken van Multatuli en de brieven en documenten die hij geschreven heeft. In 1978 wordt een standbeeld van Multatuli opgericht in Amsterdam.



Andere werken: De bruid daarboven (1864, drama); 7 bundels Ideeën (van 1862 tot 1877) en De geschiedenis van Woutertje Pieterse (1890).



Literaire stroming:



De roman behoort tot de stroming van het Realisme, maar qua compositie zijn er ook invloeden uit de Romantiek, uit de voorgaande periode, in te vinden. In de romantische periode werden vaak boeken geschreven, waarbij het lijkt alsof ze vanuit een gevonden manuscript zijn opgesteld.



Genre:



Er zijn verschillende genres, die van toepassing zijn op Max Havelaar. Het is zowel een autobiografische dubbelroman als een sleutelroman.



Samenvatting:



Het boek begint met een inleiding, een Onuitgegeven toneelspel. Lothario staat in dit stuk voor de rechter. Hij zou Barbertje hebben vermoord. Na deze daad zou hij hem in stukken gesneden en gezouten hebben. Getuige is Barbertje zelf, die beweert dat Lothario een goed mens is. Toch spreekt de rechter het vonnis uit: Lothario wordt opgehangen, hij is schuldig aan eigenwaan.



Het echte verhaal begint na deze inleiding. Batavus Droogstoppel is makelaar in koffie. Hij wil een boek gaan schrijven over zijn handel. Dan ontmoet hij een oude schoolvriend, Max Havelaar. Droogstoppel noemt hem Sjaalman, omdat hij geen jas draagt, maar een ‘soort sjaal die over zijn schouders hangt’. Sjaalman vraagt hem of hij een pak manuscripten wil verwerken en uitgeven. Droogstoppel ontdekt dat hij wel een paar delen uit dat pak kan gebruiken en neemt het aan. Hij laat zijn medewerker, de Duitser Ernest Stern, de belangrijkste delen uitzoeken. Deze maakt echter een verhaal van de ervaringen van Havelaar in Lebak in plaats van een studie over de koffiehandel.



Er wordt verteld, dat Max Havelaar werkzaam is in Lebak in Indië. Hij is daar assistent-resident en ziet het als zijn plicht, de misstanden in Lebak aan te pakken. Er wordt uit de doeken gedaan dat de regent, een inlandse leider, mede schuldig is aan de slechte situatie van de Javanen. Deze buit zijn eigen volk uit, door ze onbetaalde arbeid op zijn land te laten verrichten. In het archief van zijn voorganger staan hierover gegevens vermeld. Ook de resident van Bantam, Slijmering, is bekend met deze gegevens.



Droogstoppel vindt het nodig om een ‘meer solide’ hoofdstuk in te bouwen. Hij geeft zijn commentaar op het, volgens hem, oninteressante verhaal over Lebak. Hij beschrijft een preek van dominee Wawelaar. Hij betrapt Stern op het voordragen van poëzie en laat hem voor straf een aantal gedichten analyseren. Droogstoppel is namelijk een puur materialistisch persoon, die niets moet hebben van ‘zwevend’ taalgebruik, als in poëzie gebruikt wordt.



De levensgeschiedenis van Havelaar komt aan het licht en het blijkt, dat deze niet geheel vlekkeloos is. Hij wil de misstanden aanpakken, maar de regent is niet voor rede vatbaar. Havelaar beschrijft in het verhaal van Saïdjah en Adinda de leefomstandigheden in Lebak. Havelaar besluit de regent aan te klagen bij Slijmering. Slijmering ontvangt geld van de regent en vraagt Havelaar zijn aanklacht in te trekken. Dat weigert Havelaar, zodat de zaak bij de Gouverneur-generaal terechtkomt. Havelaar neemt ontslag en wacht op een reactie van de Gouverneur-generaal. Die krijgt hij niet.



Multatuli neemt nu zelf het woord en stuurt Stern en Droogstoppel weg. Hij heeft genoeg van zijn scheppingen , hij heeft ze niet meer nodig. Hij legt de twee doelen van zijn boek uit: ‘Ik wilde in de eerste plaats het aanzijn geven aan iets dat als heilige poesaka (erfstuk) zal kunnen bewaard worden voor Max en zijn zusje, als hun ouders zullen zijn omgekomen van ellende.’… ‘En in de tweede plaats: ik wil gelezen worden. (door staatlieden, letterkundigen, handelaren, Gouverneurs-generaal in ruste, enz.)



Tijd en tijdvolgorde:



Er lopen twee verhaallijnen naast elkaar, de eerste speelt zich af in 1856 (de gebeurtenissen in Indië). Deze wordt verteld in de verleden tijd. De tweede verhaallijn speelt zich af in 1860, het jaar waarin het boek geschreven wordt. Deze wordt verteld in de tegenwoordige tijd.



Er wordt gebruikgemaakt van flash-backs, maar de aparte verhaallijnen lopen grotendeels chronologisch.



Plaats /ruimte:



De eerste verhaallijn speelt zich af in Indië, in de streek Lebak. De tweede verhaallijn speelt zich af in Nederland, in Amsterdam.



Karakterbeschrijving en –ontwikkeling:



Max Havelaar:



Max Havelaar wordt ook wel ‘Sjaalman’ genoemd door Batavus Droogstoppel. Hij is werkzaam als assistent-resident in Lebak, Indië. Hij is getrouwd met Tine en heeft een zoontje, Max, en een dochtertje. Havelaar is sociaal bewogen en wil iets doen tegen de slechte omstandigheden waarin de inlanders leven. Hij is een heroïsch figuur in het verhaal, maar kan in feite niets uitrichten. Hij is eerlijk en intelligent. Hij is een rond karakter.



Batavus Droogstoppel:



Droogstoppel is een makelaar in koffie, die zeer materialistisch is ingesteld. Zijn principe is ‘waarheid en gezond verstand’. Poëzie is veel te zweverig voor hem. Hij vindt zichzelf heel slim, maar hij is eigenlijk een bekrompen figuur. Hij hangt het christelijke geloof alleen aan, als hem dat uitkomt. Hij is een type.



Ernest Stern:



Stern is de zoon van een bevriende relatie van Droogstoppel. Hij is een Duitser die als volontair bij Droogstoppel in huis woont. Stern vertelt een deel van de Havelaar-geschiedenis. Hij is een type.



Adipatie:



Adipatie is de inlandse regent in Lebak. Hij is een beschaafde man tegenover de Nederlandse leiders. Intussen buit hij op onbeschaafde wijze zijn eigen volk uit. Hij is een vlak karakter.



Slijmering:



Slijmering is de resident van Bantam. Hij is de superieur van Havelaar. Hij is een vlak karakter.



Saïdjah en Adinda zijn twee figuren die door Havelaar bedacht zijn, om de slechte omstandigheden te benadrukken. Zij zijn typen.



Onderlinge relaties:



Batavus Droogstoppel is een oude schoolvriend van Havelaar. Stern is een medewerker van Droogstoppel. Slijmering is de superieur van Havelaar. Havelaar is in conflict met Adipatie.



Geloofwaardigheid van het verhaal:



….



Thematiek:



De strijd tegen het onrecht en poging tot eerherstel:



Dit thema geeft aan welk doel de schrijver met het boek wil bereiken.



Daarbij spelen de volgende motieven een rol: ambtenarij en onrecht en uitbuiting (en de strijd daartegen). Ook wordt kritiek gegeven op de kerk en op de samenleving.



Motto:



De inleiding van het boek, namelijk het Onuitgegeven Toneelspel, kan als het motto worden aangemerkt.



Taalgebruik:



De stijl waarin Multatuli zijn verhaal geschreven heeft, is nu, na meer dan honderd jaar, nog goed leesbaar. Er is van een, voor die tijd, zeer frisse stijl gebruikgemaakt. Wel zijn er enkele verouderde woorden en omslachtige beschrijvingen, die problemen kunnen opleveren.



Opdracht:



‘Aan de diep vereerde nagedachtenis van Everdina Huberta baronesse van Wijnbergen, de trouwe gade, de heldhaftige liefdevolle moeder, de edele vrouw’. Dit wordt gevolgd door een citaat van de Franse journalist Henry de Pène.



Aan het eind van het verhaal, staat de opdracht: ‘aan koning Willem III’.



Vertelsituatie:



Twee afwisselende vertellers (Droogstoppel en Stern), later overgenomen door Multatuli als auctoriale verteller.



Perspectief:



Meervoudig ik-perspectief. Verhaalopbouw: De roman bestaat uit 20 hoofdstukken. Deze indeling is door de eerste uitgever, J. van Lennep gemaakt.



Eigen mening:



.........



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen