U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=14492 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2648 woorden.

A

Gegevens

Titel: Hersenschimmen

Auteur: J. Bernlef

Jaar van eerste uitgave: 1984



B

Samenvatting

De 71-jarige man Maarten Klein woont samen met zijn vrouw Vera al vijftig jaar in Amerika. Gloucester om precies te zijn. Hun twee kinderen, Kitty en Fred, wonen ver van hun vandaan. Maarten werkte in Boston als secretaris bij een internationale visserij-organisatie, voordat hij met pensioen ging.

Op een zondag staat Maarten uit het raam te kijken, hij wacht op de schoolkinderen die elke dag langs zijn huis komen. Pas als zijn vrouw Vera zegt dat kinderen op zondag niet naar school gaan, weet hij dat hij zich vergist heeft. Op die dag vergeet hij steeds meer dingen, hij kan bijvoorbeeld de kruiswoordpuzzel niet meer oplossen.

De volgende dag gaan er nog meer dingen mis, hij geeft zijn vrouw suiker bij de koffie terwijl ze dat al meer dan tien jaar niet meer gebruikt, verdwaald als hij met zijn hond Robert gaat wandelen, en raakt zelfs de hond kwijt. Ook gaat hij naar een antiquair en koopt een boek, als de antiquair vraagt naar zijn mening over zijn vorige aanschaf weet hij niet waar de man het over heeft. Vera pikt hem uiteindelijk met de auto op, want hij is al een halve dag weggeweest. ’s Avonds weet hij nergens meer van.

De verwarringen nemen steeds meer toe, bijvoorbeeld hij gaat zich na vijf jaar scheren en informeert bij Ellen Robbins naar haar overleden man. Dat is een pijnlijke vergissing.

Ook weet hij niet meer wie Kitty is, als hij een ansichtkaart van haar vindt.

Na het onbijt gaat hij naar zijn werk, terwijl hij allang met pensioen is.

Hij forceert de deur om naar binnen te kunnen, opeens beseft hij waar hij is en haast zich naar huis.

Op advies van de huisarts laat Vera Maarten het familiefotoalbum zien, hij kan zich bijna niets herinneren. Alleen de oude foto's roepen vage herinneringen op.

De vergissingen worden steeds erger, hij herkent zijn eigen huisarts ook niet meer en wantrouwt hem. Hij ziet zelfs zijn eigen vrouw aan voor zijn moeder en Vera schakelt de hulp in van een verzorgster. Hij wordt vastgebonden op zijn bed en geeft Vera en de verzorgster overal de schuld van.

Hij bevuilt zijn eigen bed en krijgt de kans om weg te lopen. Hij verdwaalt en de vuurtorenwachter brengt hem weer terug naar huis.

Op de laatste dag van het boek, verscheurt Maarten alle foto's uit ellende. Diezelfde dag brengt de ziekenwagen Maarten naar een inrichting.



C

Thema

Hoofdthema’s van deze roman zijn dementie, depersonalisatie en de zin van het leven.

 Dementie: in snel tempo verliest Maarten Klein de greep op tijd en ruimte. De onthechting van de werkelijkheid brengt hem in een geestelijk isolement. Zijn vrouw Vera, met wie hij zoveel dierbare herinneringen deelde, herkent en begrijpt hij soms niet meer.

 Depersonalisatie: Maartens geordende leven valt tijdens het snelle dementeringsproces in brokstukken uiteen, die geen enkele samenhang meer vertonen. Voor Maarten wordt de werkelijkheid steeds nietszeggender, omdat hij steeds minder herkent. Herinneringen heeft hij nog wel, maar ze zijn chaotisch, uit hun verband gerukt, zonder kop of staart. Ze lopen niet meer parallel met die van Vera, met wie hij toch het grootste deel van zijn leven gedeeld heeft (blz. 137 “Maarten,” zegt ze. “Wat doe je toch allemaal. Waar zijn in godsnaam je gedachten?”).

 De zin van het leven: Maartens vader was griffier: hij registreerde feiten, en in zijn vrije tijd noteerde hij weergegevens. Hij geloofde in het vastleggen van feiten. Hij veronderstelde dat er een systeem was achter die feiten, maar zijn tijd was te kort om dat systeem te achterhalen. Maartens werk bij de IMCO bestond ook uit het vastleggen van feiten. Steeds vaker vraagt hij zich echter af of dat werk wel zinvol is. De scholen vissen in de zee bijvoorbeeld trekken zich niets aan van de cijfers in de statistieken. Dit alles lijkt te wijzen op de opvatting dat de mens alleen feiten kan registreren, maar niet in staat is de werkelijkheid achter de feiten te bepalen; de mens is niet in staat het systeem, de zin van het leven, te achterhalen (blz. 8 “Mijn tijd is te kort, zei hij, en het systeem is te groot, te traag en te ingewikkeld voor een mens alleen.”)



D

Motieven

Dementie;

Dood;

Het tijd-motief (afbrokkeling van de werkelijkheid; leven is langzaam sterven);

Onzekerheid;

Verwarring;

Isolement ;

Zintuiglijke waarnemingen;

Winters landschap met sneeuw (symboliseert de desoriëntatie en het isolement);

Taal (ordenend vermogen verdwijnt);

Foto’s (moeten het verleden oproepen, tonen hoe de werkelijkheid ‘echt’ is);

Feiten (Maarten hield zich vooral bezig met feiten registreren en zoeken of er iets achterzat);

Zin van het leven (Maarten vroeg zich vaak dat af).





E

Motto

“A touching dream to which we are all lulled but wake from seperately.”

Philip Larkin



De vertaling hiervan is: Een ontroerende droom waartoe we allemaal zachtjes in slaap worden gebracht maar apart uit ontwaken.

Dit heeft betrekking tot de aftakeling van ieder mens en de manier waarop ieder voor zich ermee omgaat.



F

Symboliek

In het boek komt vaak terug dat Maarten de winter de schuld van zijn vergeetachtigheid geeft. Maarten heeft een hekel aan de sneeuw die alles onherkenbaar en koud maakt. De sneeuw symboliseert zijn dementie a.h.w.

De thermometer van zijn vader is op bepaalde momenten het enige houvast voor Maarten. Die symboliseert in het hele boek zekerheid.

Op een gegeven moment in het boek heeft Bernlef het woord kruipolie wel 6 keer achter elkaar op een bladzijde cursief in Maartens gedachten terug laten komen. Misschien symboliseert ook dit de steeds erger wordende kruipende dementie van Maarten.



G

Eerste en laatste regel van het verhaal

Eerste regel: ‘Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ’s morgens al zo moe voel.’

Laatste regel: ‘Als het al dag is en good morning en iemand zegt… fluisterend… de stem van een vrouw en je luistert… je luistert met gesloten ogen… luistert alleen maar naar haar stem die fluistert… dat het raam is gemaakt… dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd… dat daar nu weer glas zit… glas waar je door heen kunt kijken… naar buiten… het bos in en de lente die bijna begint… zegt ze… fluistert ze… de lente die op het punt staat te beginnen…’



H

Hoofdstuktiteling

Hersenschimmen is opgebouwd uit negen ongenummerde hoofdstukken. Elk stuk begint met een cursieve zin, waarmee het begin van de nieuwe dag aangegeven wordt.



I

Tijd

Chronologisch met af en toe flashbacks waarin vroegere situaties uit Maartens leven worden “herbeleefd”.

Deze flashbacks hebben mede Maarten gemaakt tot wat hij op het einde van het boek is. In die flashbacks wordt onder andere verteld hoe zijn vader geobsedeerd was met het vinden van een systeem in de temperatuur. Maarten probeert een systeem in het leven te vinden. Hoe verder het boek vordert, hoe meer er gebeurt op een zelfde aantal bladzijden. Hoe dementer Maarten wordt, hoe meer dingen er langs hem heengaan. Dingen die je vervolgens als lezer moet bedenken. Als hij bijvoorbeeld een boek vindt en dat niet herkent, moet je zelf bedenken (meestal uit het eerdere verhaal herinneren) dat hij dat boek zelf eerder al geleend heeft. Soms schrijft Bernlef enige bladzijden verder de verklaring op. Dit maakt dat je voortdurend bezig bent met proberen niet zelf dement te worden.

De verteltijd is ongeveer 4 uur en de vertelde tijd is een week.



J

Ruimte

Vrijwel voortdurend om en rond het huis van Maarten in de Amerikaanse stad Gloucester. Maarten keert in zijn gedachten terug naar Nederland (met name de kunstgebieden van Zeeland en Noord-Holland). Ook zijn er herinneringen aan Parijs.

De ruimte is in overeenstemming met de aftakeling van Maarten.



K

Personages

Maarten Klein:

Maarten is de hoofdpersoon en je leert hem goed kennen omdat hij het verhaal vertelt, je zit in zijn denkwereld. Het is een round-character.

Hij is een man van 71 jaar, die vijftien jaar met zijn vrouw Vera in de Verenigde Staten woont. Samen hebben zij twee kinderen, Kitty en Fred. Ook hebben ze een hond, Robert. Maarten heeft rechten gestudeerd. Voor zijn pensionering werkte hij als secretaris bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation in Boston.

Maarten is een gesloten en verlegen persoonlijkheid. Hij is lief en ziet zijn vrouw heel erg graag. Als hij kon dan zou hij zijn vrouw nog altijd zo verwennen zoals hij dat vroeger deed, hij heeft nog heel jeugdige ideeën. Hij is een grote fiere man die altijd een kostuum draagt. Vroeger reisde hij de halve wereld rond, in verband met zijn werk. Hij kan niet leven zonder zijn vrouw, maar heeft haar vroeger wel een keer bedrogen op zakenreis in Parijs.

In Hersenschimmen dementeert Maarten snel, waardoor hij aan het einde van het verhaal alleen nog flarden van herinneringen heeft.

Vera Klein:

Vera, Maartens vrouw, is een belangrijk persoon in het boek. Zij is al vijftig jaar getrouwd met Maarten en moet hulpeloos toekijken hoe Maarten aan het dementeren is. Vera en Maarten kennen elkaar door en door. Vera is een sterke vrouw, want ze hebben samen al een zware tijd doorstaan. Dan doen de eerste verschijnselen van Maartens dementie zich voor. Vera hecht hier meer waarde aan dan Maarten en schakelt dan ook een dokter in. Als het eenmaal bekend is dat het steeds slechter gaat met Maarten moet ook Vera steeds meer op Maarten letten om te zorgen dat er geen ongelukken gebeuren. Hier blijkt dat het ware liefde is en dat Vera zeer geduldig en sterk is. Als de situatie eenmaal ondraaglijk is geworden neemt Vera de beslissing dat er niets anders op zit dan een tehuis waar Maarten verzorgd zal moeten worden, omdat zij hem niet meer in de hand kan houden. Haar hele dag stond bijna in dienst van Maarten en zelfs met een extra hulp in huis kan ze niet genoeg voor Maarten zorgen, zó ernstig is hij er aan toe. Vera leer je vooral kennen door de opmerkingen van Maarten. Ze heeft een tenger maar mooi uiterlijk. Hoewel ze hard is, is ze ook wel een gevoelige vrouw. Ze heeft een normaal sociaal leven, ze heeft vriendinnen, doet zelf de boodschappen en heeft vroeger in een bibliotheek gewerkt. Vera is een round-character.

Kitty en Fred Klein:

De kinderen van Maarten en Vera Klein. Dit zijn typen waar je weinig over te weten komt. Ze zijn geboren in Nederland en op jeugdige leeftijd mee geëmigreerd naar Amerika. Toen ze volwassen waren zijn ze weer terug naar Nederland gegaan, daar leiden ze een normaal leven met kinderen.

Zij zijn flat-characters.

Robert:

De hond van Maarten en Vera Klein.

Dr. Nick Eardly:

De naïeve huisarts van Maarten, die denkt Maartens bewustzijn met behulp van medicijnen en rust weer te kunnen doen opflakkeren. Hij bedoelt het goed en komt geregeld langs, ook blijft hij in elke situatie vriendelijk. Het is een forse man.

Phil Taylor

Phil Taylor is de gezinshulp die komt als Vera Maarten in haar eentje niet meer aankan. Maarten verwart Phil met zijn dochter en zijn pianolerares. Phil komt bij hen inwonen. Ze is zeer behulpzaam, maar nog zeer jong van mentaliteit. Ze wil erg vaak tv kijken. Het is een typisch Amerikaans meisje qua gewoontes en kleding. Ze heeft blond haar, een bol voorhoofd en ze is ietwat aan de flinke kant. Ze is een flat-character.

Ellen Robbins:

Ellen Robbins, weduwe van Jack Robbins, is een vriendin van Vera die regelmatig langskomt. Ze is een roddeltante, maar helpt Vera met haar problemen. Zij is een flat-character.

Vader en moeder van Maarten: De ouders van Maarten komen alleen voor in zijn herinnering. Zijn vader is in 1956 overleden en zijn moeder in 1950, volgens Maarten. In zijn verwarring meent Maarten verschillende malen dat ze nog in leven zijn. Aan zijn vader wordt Maarten voortdurend herinnerd door zijn bureau dat nu in Maartens bezit is, en door de Heidensieck-thermometer die nu aan het raamkozijn is vastgeschroefd. Over zijn moeder zegt Maarten: ‘Een beter moeder was er waarschijnlijk niet. Ze zorgde zo goed voor me dat ik me nauwelijks een moment kan herinneren dat ik ruzie met haar had. Als ze kwaad was, zweeg ze alleen maar. Dan ging ze aan tafel zitten met een kop thee voor zich en dan keek ze me zwijgend aan… Dat vond ik veel erger dan ruzie, zoals ik die wel met papa had.’ (blz. 63) Maartens vader vergeleek zijn vrouw met het adagio uit de veertiende pianosonate van Mozart: ‘Even klaar, helder en ondoorgrondelijk.’ Deze woorden hebben een diepe indruk op Maarten gemaakt, hij herhaalt ze enkele malen in de roman.

De opa en oma van Maarten: Aan hen bewaart Maarten dierbare herinneringen vanwege zijn logeerpartijen daar. Zijn opa hield van knutselen en zijn oma had een geheim snoepvoorraadje: Kwatta-reepjes, zuurballen en peredrups.

Oom Karel: Hij schoor als verzetsdaad tegen de Duitsers zijn baard af en zwoer deze pas weer aan te laten groeien als de Duitsers uit Nederland zouden zijn verdwenen.

Karen: Zij is Maartens eerste liefde en met haar heeft Maarten voor het eerst gevreeën. Ze leeft nog sterk voor Maarten, soms verwart hij Vera zelfs met haar. Maarten is verloofd met haar geweest, maar hoe het allemaal stuk gelopen is, is niet uit het verhaal op te maken.

Greet Laarmans: de vroegere pianolerares van Maarten op wie hij verliefd was, maar ze bleef onbereikbaar voor hem. Hij heeft sterke herinneringen aan haar.

Simic, Chauvas, Bähr en Johnson: Maartens vroegere collega’s, waarvan Simic de belangrijjkste is. Nog altijd voelt Maarten zich schuldig vanwege het feit dat Simic kort

na een bezoek van Maarten zelfmoord pleegde.

Cheever, Robbins en Stevens: De families die in de buurt wonen. Een beperkt aantal personen van deze families komt maar echt voor in deze roman.



L

Vertelperspectief

Ik-perspectief



M

Secundaire literatuur



Schrijver

J. Bernlef - de naam van een blinde dichter uit de achtste eeuw - is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. De schrijver Bernlef wordt op 14 januari 1937 geboren in St. Pancras. Hij debuteert in 1960 met de dichtbundel Kokkels. Voor het prozawerk Stenen spoelen ontvangt hij in datzelfde jaar de Reina Prinsen Geerligsprijs. Van 1958 tot 1971 en van 1977 tot 1987 is hij als redacteur verbonden aan de tijdschriften Barbarber en Raster. In Barbarber wordt stelling genomen tegen elke vorm van kunst, onder andere door middel van 'ready made'-teksten. Raster experimenteert met proza en poëzie. In de beginjaren '70 debuteert hij als toneelschrijver met het toneelexperiment Sterf de moord ofwel val dood, gevolgd door In verwachting. Voor zijn totale oeuvre ontvangt hij in 1984 de Constantijn Huygensprijs. In 1987 mag hij voor de roman Publiek Geheim de AKO Literatuurprijs in ontvangst nemen en in 1994 ontvangt hij de P.C. Hooftprijs. Zijn totale oeuvre bestaat uit gedichtenbundels, romans, verhalen en essays.

Meest recente werk:

Achter de rug. Gedichten 1960-1990 (uitgegeven in 1997). Verloren zoon (1997). Schijngestalten (1997, een bundeling van Hersenschimmen, Vallende ster en Eclips) De losse pols (1998, essays), Aambeeld (1998, poëzie), Meneer Toto-tolk (1999).

Boek

In september 1984 verscheen de roman Hersenschimmen van J. Bernlef bij uitgeverij Querido in Amsterdam. De roman is niet verdeeld in hoofdstukken. Regels wit scheiden tekstgedeelten, grotere gehelen worden gemarkeerd door een cursief gedrukte beginzin.

Volgens een opgave van de uitgeverij zijn er tot en met januari 1989 250.000 exemplaren van de roman verkocht. In februari van dat jaar verscheen de 26e druk. De tekst bleef bij iedere herdruk ongewijzigd.

Aan de tekst gaat een motto vooraf van Philip Larkin: ‘A touching dream to which we all are lulled/ But wake from separately’, dat te vinden is in het gedicht ‘The Building’ uit de bundel High Windows (1974).

Hersenschimmen speelt in een landschap waarmee lezers van Bernlef inmiddels vertrouwd zijn: een noordelijk, winters gebied. Het besneeuwde decor waarin het boek speelt, maar ook andere elementen uit zijn omgeving benadrukken Maartens isolement.

De roman is door de literaire critici overwegend zeer positief beoordeeld. Geprezen wordt de structuur van de roman, die zich niet opdringt, maar doordacht en complex wordt genoemd, de beheerste stijl waarmee Bernlef de tragiek van Maarten en Vera aangrijpend, maar niet sentimenteel weergeeft, de subtiele details, de psychologische tekening, de beelden en de humor.



N

Mening

Ik vond Hersenschimmen een heel mooi boek. Een mooie stijl, een boeiend, ontroerend onderwerp, taalgebruik passend bij de situatie. Alleen het eind vond ik te langgerekt en moeilijk om te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen