U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : R.j. Peskens - Twee Vorstinnen En Een Vorst.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2008 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2214 woorden.

Auteursnaam

Peskens, R.J. (ps. van G.A. van Oorschot)



Volledige titel

Twee vorstinnen en een vorst



Jaar van uitgave van de gelezen druk

1981



Jaar van uitgaven van de eerste druk

1975



Omvang en het aantal hoofdstukken

224 blz, het boek bestaat uit 2 delen elk onderverdeeld in een aantal verhalen. Deel I: 'In volle bloei': 9 verhalen met korte titels Deel II: 'Het verval': 6 verhalen met korte titels



Titel en Motto

Verklaring van de titel: de 'Twee vorstinnen' zijn koningin Wilhelmina en de moeder (die als een vorstin het gezin regeert); de 'vorst' is de vader, die de verbinding tussen zijn twee vorstinnen tot stand heeft gebracht. De titels van de twee delen geven duidelijk een neergaande ontwikkeling aan(sterven van de ouders). Motto: er is staat geen motto in het boek.



Achtergrond

Andere titels van de gelezen auteur: Mijn tante Coleta, Mijn moeder was eigenlijk een Italiaanse, De man met de urn. Wanneer leefde de auteur: 1909 tot 1987. Iets over zijn/ haar leven: De auteur heeft HBS gedaan en wordt bootwerker, hij weigert militaire dienst en gaat werken bij een uitgeverij; sinds 1945 wordt hij zelfstandig uitgever en wordt medeoprichter van het tijdschrift 'Libertinage'. Zijn vader was P.v.d.A-wethouder.



Inhoud

Korte samenvatting van het boek:

Deel I: De eerste acht verhalen gaan over personen en gebeurtenissen uit de jeugd van de Ikfiguur (de zoon):

  • 1. zoon en moeder gaan bomen omzagen bij de kolenboer Daalhuyzen
  • 2. moeder gooit huisbaas Cyvat van de trap en steekt zijn zaak in de brand samen met zoon.
  • 3. moeder tuigt de gymleraar van de Ikfiguur af
  • 4. de werkhuizen van moeder
  • 5. de bezoeken van moeder aan de 'bomvrije' (kazerne) waar dienstweigeraars zitten
  • 6. het halve varken dat moeder gestolen heeft
  • 7. het pannetje eten voor de ernstig zieke vader
  • 8. de feestelijke kermisweek
  • 9. briefwisseling en ontmoeting van vader met koningin Wilhelmina (25 jr later)



    Deel II: De laatste zes verhalen spelen zich af in het ‘heden’:
  • 10. de 82e verjaardag van vader
  • 11. receptie t.g.v. de 60-jarige bruiloft
  • 12. bezoek van vader aan de begrafenis van zijn broer
  • 13. verblijf van de Ikfiguur in Vlissingen waar vader voor de vierde keer op sterven ligt
  • 14. de dood van vader (92 jr.) en de ontruiming van de kamertjes in het bejaardentehuis
  • 15. het ringetje dat herinnert aan de dood van moeder



    Personen

    Hoofdpersonen + karakter:

    -moeder: Zij is een zeer markante dame:

    in deel I: De moeder is levenskrachtig, anarchistisch, agressief, dominerend. Ze valt vooral de bezittende, heersende klasse aan. Ze heeft een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Ze maakt schulden, is ongedurig en pleegt strafbare handelingen.

    in deel II: Doordat de moeder ouder wordt verdwijnt haar vitaliteit en er treedt agressiviteit en dementie op.

    -vader: De vader is verstandig en bedachtzaam, hij neemt het vaak voor zijn vrouw op. Hij vindt veel dingen die zijn vrouw doet niet zo erg zelfs van de maand gevangenisstraf zegt hij niets. Vader wil altijd graag overleg in tegenstelling tot zijn vrouw.

    -zoon: De zoon is een gehoorzamend verlengstuk van moeders wil en staat tussen beide ouders in.



    Bijfiguren + rol, round of een flat character of een type:

    De huisbaas, de leraar, de werkgeefster, de burgemeester, vriend Marcus, koningin Wilhelmina, de opa, de oma, oom Toon en tante Anna: dit zijn flat characters.



    Tijd en Plaats

    Plaats van handeling: Vlissingen. Vertelde tijd: korte periodes uit de jeugd van de Ikfiguur, ongeveer 1920: verhaal 1 t/m 8, eind WO II t/m 1956: verhaal 9, 'heden': verhaal 10 t/m 15

    Er wordt chronologisch verteld.



    Perspectief

    Verhaal 1 t/m 8 wordt beschreven door een vertellende ik die actief betrokken is bij de handelingen. Verhaal 9 is wordt voornamelijk in personaal perspectief beschreven. Verhaal 10 t/m 15 wordt door een vertellende ik op afstand beschreven, uitgezonderd verhaal 12, daarin worden de gebeurtenissen vanuit de vader (3e persoon) beschreven en is de verteller extern. spanningsopbouw: De ikfiguur in verhaal 1 t/m 8 zorgt ervoor dat je je helemaal inleeft in de situatie en daardoor is het verhaal erg spannend.



    Motieven en Thematiek

    Motieven:

    -kenau-achtige, dominerende moederfiguur

    -agressiviteit, anarchisme en geweldpleging

    -verzet tegen de heersende klasse, opkomen voor de armen en zwakken

    -burgerlijke ongehoorzaamheid

    -aftakeling, verval, ziekte, dementie, dood

    -In volle bloei: armoede



    Thema:

    Deel I: Verzet tegen de gevestigde orde Bij het optreden van moeder speelt het sociale verschil een belangrijke rol. Een voorbeeld hiervan is dat moeder het voedsel dat ze van de burgemeester heeft ontvangen voor de zieke vader weggooit.

    Deel II: Het verval Het verval van ouderdom, geestelijk en lichamelijk, en uiteindelijk het definitieve verval van de dood. En het aan de ouderdom verbonden isolement: Het voorspelbare tafereel van de verjaardag, het leven van vader dat alleen uit de herinnering van de politieke carrière bestaat en het aparte karakter van de moeder dat verbleekt is tot gejammer over haar lichamelijke toestand totdat ze tenslotte dement wordt.



    Eigen mening

    Ik vind het een leuk boek omdat er steeds kleine aparte verhaaltjes zijn. Alle verhaaltjes zijn boeiend om te lezen. Er gebeuren veel dingen in het boek. Ook de streken die moeder en zoon uithalen spreken me heel erg aan.



    Inhoud

    Deel 1: "In volle bloei"



    De kolenboer

    De kolenboer bij wie het gezin Peskens kolen koopt of liever gezegd: poft heet Daalhuyzen. Deze is zeer gierig en als er te veel gepoft wordt staakt hij de levering van kolen. Weer of geen weer. Als wraak voor zijn schraapzucht besluit moeder de bomen in de tuin van Daalhuyzen om te zagen. Ze doet dit samen met haar zoon in het holst van de nacht. Moeder is kalm en beheerst, maar haar zoon is als verlamd. "Ik voelde niets meer, dacht niets meer, was een gehoorzamend verlengstuk van moeders wil geworden".



    De huisbaas

    Ook bij hem staat moeder in het krijt. Als Cyvat, de huisbaas en tevens groenteboer, de achterstallige huur komt halen, gooit moeder hem van de trap. Ze krijgt er een maand gevangenisstraf voor. Vervolgens zet zij met behulp van haar zoon, het huis en het bedrijf van Cyvat in brand. Het paardje van Cyvat is door moeder en zoon voor het ontketenen van de brand, in vrijheid gesteld. Het krantenverslag van de brand wordt naast dat van de omgezaagde bomen van de kolenboer op de schoorsteen geprikt.



    De leraar

    Peskens gaat naar de H.B.S., hetgeen voor een jongen uit een arbeidersgezin niet erg gebruikelijk is in die tijd. Doordat hij niet de juiste boeken, schoenen of gymkleding heeft, wordt hij door medeleerlingen en leraren getreiterd. Vooral de gymleraar maakt het bont, hetgeen hem te staan komt op een pak slaag van moeder op het schoolplein ten overstaan van alle leerlingen.



    De wasmachine

    Moeder moet er wat bijverdienen en heeft enkele werkhuizen. Een van haar mevrouwen vernedert haar zo erg, dat zij midden in de keuken de stop uit de wasmachine haalt, zodat de keuken blank komt te staan met waswater. Na deze actie trakteert moeder het hele gezin. Uiteraard op de pof!.



    De bomvrije

    Zo heet de kazerne, waar twee dienstweigeraars vastzitten. Moeder bezoekt hen regelmatig en neemt eten voor de jongens mee, hoewel dat niet nodig is. Overschotten van de militaire keuken worden 's avonds zelfs uitgedeeld aan de armen van Vlissingen. Als de dienstweigeraars op transport gaan naar scheveningen, zwaaien moeder en zoon hen uit. Tegen etenstijd denkt Peskens, moeder en de rest van het gezin eens te trakteren en haalt een pan erwtensoep uit de keuken van de kazerne. moeder is natuurlijk woedend als hij daarmee thuiskomt, gooit het voedsel door de w.c. en geeft haar zoon een paar fikse tikken als straf.



    Het varken

    Op een avond komt moeder thuis met een half varken. Met veel moeite wordt het door het hele gezin in stukjes gehakt en gezaagd. De zusjes brengen plakjes vlees naar vrienden en familieleden. De beste stukken houden ze zelf en een waar feestmaal wordt aangericht. Vader regelt deze daad van proletarisch winkelen met de slager. Het zal nog maanden duren alvorens het halve varken is afbetaald.



    Het pannetje

    Vader is langdurig ziek. Hij heeft longontsteking en pleuritis. Lang verkeert hij in levensgevaar en vrienden en broers moeten 's nachts bij hem waken. Een van de wakers is "de oude anarchist Peskens". De zusjes zijn uit logeren maar de jonge Peskens blijft bij zijn moeder en zijn zieke vader. De burgemeester komt op bezoek, maar moeder wijst hem de deur. Wel accepteert ze het versterkende voedsel dat vader voor zijn herstel nodig heeft. Haar zoon moet dit 's avonds in een pan uit de keuken van de burgemeesterswoning gaan halen. Klasgenoten komen dit te weten en pesten hem. Moeder geeft de kwelgeesten echter een geducht pak slaag. Als vader hersteld is en geen extra-voedsel meer nodig heeft, slingert moeder het pannetje de gang in van het huis van de burgemeester.



    De kermis

    Als de kermis in de stad komt, leeft moeder helemaal op. Ze helpt met opbouwen en verdient daarmee geld, dat weer snel uit wordt gegeven. Ieder krijgt van haar een rijksdaalder. Ook vader, die er erg zuinig op is. Na een week van opbouw is er de kermisweek zelf. De sfeer in huis is in die periode helemaal chaotisch. Ieder doet waar hij of zij zin in heeft. Moeder is praktisch dag en nacht op het kermisterrein. Zij heeft kennis gemaakt met Marcus, een dwerg, die een spul heeft op de kermis. De laatste avond van de kermis trakteert vader het hele gezin op paling en stelt voor het thuis gezellig op te eten. Hoewel het moeders lievelingskostje is, gaat ze niet mee naar huis. Vader gooit haar de kostelijke paling achterna. Meer dan een week blijft moeder bij Marcus, maar ze komt toch weer thuis. Met een bosje paling voor vader die dan zo boos wordt dat hij, zij het voor een paar uur, op zijn beurt het huis verlaat.



    Twee vorstinnen en een vorst

    We maken een sprong van zo'n vijfentwintig jaar in de tijd. Moeder heeft een jaar lang een briefwisseling onderhouden met koningin Wilhelmina. Wat de inhoud van de brieven is, weet niemand. Ook vader niet. Deze moet later aan moeder beloven de brieven na haar dood te verbranden, hetgeen deze ook heeft gedaan. Dan vertelt Peskens over zijn vader, die in het socialistische kamp alles was, behalve vegetariër. Hij was vrijdenker, revisionist, partijman, regisseur van arbeidstoneel enz. enz. Zijn overgang van Anarchist naar Sociaal-Democraat vergaf zijn vrouw hem nooit. In het laatst oorlogsjaar maakt vader deel uit van een delegatie die koningin Wilhelmina in Engeland gaat bezoeken. Moeder blijft om dit bezoek jarenlang boos. De koningin maakt diep indruk op hem en naar het schijnt is Wilhelmina ook onder de indruk van zijn tafelrede waarin hij zijn politieke overtuiging uiteenzet. Als in 1946 in Vlissingen de bevrijding wordt herdacht, bezoekt Wilhelmina de plechtigheden aldaar en aansluitend de ouders van de schrijver. De koningin spreekt afzonderlijk met vader en met moeder. Vanaf dat moment dateert de briefwisseling tussen beide "vorstinnen"



    Deel 2: "Het verval"



    Een verjaardag

    Vader wordt 82 jaar en met tegenzin bezoekt de schrijver zijn ouders. Niet omdat hij niet van hen zou houden, maar wegens de verveling en treurigheid die er dan in het ouderlijk huis heerst. Moeder kan niet veel meer doen en zeurt over haar kwalen en klachten. De enige afleiding vormt het bezoek van de burgemeester en dat van de huisarts.



    De receptie

    Vader is weliswaar eenvoudig, maar wil wel graag gezien en gehoord worden. Deze eigenschap wordt sterker naarmate vader ouder wordt en steeds minder originele dingen te zeggen heeft. Dus hij zet door dat er ter ere van zijn 60-jarige huwelijksfeest aan moeder en hem een receptie zal worden aangeboden. De sfeer is gelijk aan die van de verjaardag uit het vorige verhaal. Alleen zijn er nu meer mensen.



    De begrafenis

    De verteller zelf in dit verhaal is afwezig. Vader gaat naar de begrafenis van een van zijn broers. Niemand heeft verdriet. Moeder is thuisgebleven, zij begint last van aderverkalking te krijgen.



    Zelfs de vierde keer is geen scheepsrecht

    Vader ligt voor de vierde keer op sterven. Schrijver spoedt zich naar Vlissingen en huurt een kamer in het strandhotel voor 36 gulden per nacht. Hij herinnert zich dan, dat zijn vader ooit een staking voor dat bedrag had georganiseerd, maar toen ging het om het weekloon van arbeiders. Hij hoopt dat zijn vader zal sterven, want deze heeft niets meer om voor te leven. Moeder is inmiddels, dement, in de ziekenafdeling van het bejaardenoord waar zij met vader woont opgenomen. Maar vader krabbelt er ook deze vierde keer weer bovenop.



    De ontruiming

    Kort nadien sterft vader dan toch. Hij is 92 jaar geworden. De schrijver ontruimt samen met zijn broer de twee kamertjes die zijn ouders bewoonden in het bejaardenhuis. Het is een treurige bezigheid, temeer daar hun eertijds zo vitale moeder doelloos wegkwijnt op de ziekenzaal.



    Het gewichtloze ringetje

    Een half jaar later sterft moeder, hetgeen in dit verhaal beschreven wordt. Hoewel de auteur de dood van zijn moeder wenst, maakt haar heengaan toch een diepe indruk. Hem rest slechts een dunne, afgesleten ring die zijn moeder tot haar dood toe heeft gedragen.
  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen