U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : R.j. Peskens - Mijn Tante Coleta.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2004 en is laatst upgedate op 01/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3011 woorden.

Primaire Gegevens



Mijn Tante Coleta

Auteur: R.J.Peskens

Uitgeverij: uitgeverij G.A. van Oorschot

Jaar van uitgave: 1976

Plaats van uitgave: Amsterdam

Gebruikte druk: elfde druk, mei 1991

Aantal bladzijde: 174 bladzijde

Aantal hoofdstukken: 20 hoofdstukken, zonder titel

Boek voorzien van : 3 foto's:- op de eerste foto staat een vrouw met donkere ogen.Waarschijnlijk is zij Coleta.

- op de tweede foto is een uitgestrekt duinlandschap afgebeeld en een deel van een strand.

- de laatste foto laat een gedeelte van een fiets zien, die tegen een oud huis staat.









Titelverklaring



De titel slaat op de tante van de hoofdpersoon, waarmee hij een relatie krijgt.De title zou de indruk kunnen geven dat het hele verhaal rond die relatie gebouwd is.Dat is niet juist. De verhouding tussen de jongen en zijn tante vormt wel de hoofdlijn, maar daarnaast speelt ook een andere gebeurtenis een belangrijke rol, namelijk de strijd rond de krotten en de manier waarop vader en moeder daarbij betrokken raken.Opmerkelijk is dat Coleta op pag.150 voorgoed uit het boek verdwijnt,terwijl het dan nog ruim twintig pagina's doorgaat.







Motto



Het boek bevat geen motto.







Achtergronden



R.J. Peskens is het pseudoniem van Geert Adriaan van Oorschot. Hij geboren op 15 augustus 1909 in Vlissingen. Na de lagere school ging hij daar naar de hbs.

Zijn moeder was anarchiste, zijn vader was politiek actief in de SDAP. Na de Tweede Wereldoorlog werd zijn vader in Vlissingen wethouder voor de PvdA.

Geert van Oorschot ging na zijn middelbare schooltijd(1927) werken in Rotterdam als bootwerker. In die tijd schreef hij verhalen en gedichten. Daarnaast was hij maatschappelijk en politiek actief in anarchistische bewegingen, was betrokken bij het Instituut voor Arbeidersontwikkeling en bij de vrijdenkersvereniging 'De Dageraad'.

Hij werd opgeroepen voor de dienstplicht, maar hij weigerde daaraan gehoor te geven.Hiervoor kreeg hij - dat was toen nog gebruikelijk- een gevangenisstraf van tien maanden. Die tijd gebruikte hij om de hoogtepunten uit de Nederlandse en buitenlandse literatuur te lezen.

Kort daarna raakte van Oorschot betrokken bij de eerste opzet van het Rotterdamse schrijverscolectief Links Richten, maar hij trok zich terug toen de CPN daarin grote invloed kreeg.

In 1932 werd van Oorschot lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij, maar verliet deze toen zij opging in de Revolutionair Socialistische Partij van Henk Sneevliet.

In deze tijd verschenen twee gedichtenbundels, De turfgravers (1930) en Gevangenis (1932), die hij zelf uitgaf en zelf probeerde aan de man te brengen.

In 1937 werd hij vertegenwoordiger voor de Maastrichtse uitgeverij Stols: twee jaar later stapte hij over naar de uitgeverij Querido in Amsterdam. Direct na de oorlog begon hij een eigen uitgeverij in Amsterdam. In korte tijd wist hij een fonds op te bouwen met een heel eigen gezicht, waarin veel aandacht geschonken werd aan literaire hoogtepunten uit binnen- en buitenland. G.K. van het Reve en W.F Hermans zaten enige tijd bij Van Oorschot en daarnaast gaf hij een groot aantal klassieke Russische romans uit onder de naam 'Russische bibliotheek'.

Het duurde tot 1958 voor hij zelf weer begon met schrijven. Toen publiceerde hij in het tijdschrift tirade dat bij zijn uitgeverij verscheen, onder de pseudoniem R.J. Peskens het verhaal 'Uitgestelde vragen'. Daarna verschenen er verhalen over zijn jeugd in dat tijdschrift. Sommige verschenen onder het pseudoniem Kees Milot.Vooral in de jaren 1973 en 1974 bevatte het tijdschrift veel verhalen van Van Oorschot. Dit had ongetwijfeld te maken met overlijden van zijn ouders in 1973 en 1974.

In 1975 bundelde hij deze verhalen, soms onder een andere titel, in Twee vorstinnen en een vorst.

Van de roman Mijn Tante Coleta , die in 1976 uitkwam, waren ook fragmenten voorgepubliceerd in Tirade .

Voor de boekuitgave koos Van Oorschot uiteindelijk voor de schuilnaam R.J. Peskens, een eerbetoon aan de oude anarchist Peskens uit zijn Zeeuwse jeugd.Hij komt als personage ook voor in Twee vorstinnen en een vorst en Mijn Tante Coleta. De voorletters van het pseudoniem van Van Oorschots favoriete dichters Richard Minne en Jan van Nijlen.

Mijn Tante Coleta is in 1981 succesvol verfilmd door Otto Jongerius .

In een interview heeft Van Oorschot eens gezegd dat zijn jeugdherinneringen uiteindelijk een serie van vijf boeken zouden gaan vormen. Het is echter bij twee delen gebleven.

In 1959 ontving Van Oorschot de Amsterdamse D.A Thieme- prijs, in 1977 de Laurens Jansz Coster-prijs en in 1979 voor zijn activiteiten als uitgever de Jaap van Praag-prijs van het Humanistisch Verbond.

Geert van Oorschot overleed in 1987.



Bron: Over en uit + R.J.Peskens , Twee vorstinnen en een vorst Mijn Tante Coleta van R.A.J Kraaijeveld







De samenvatting



Het verhaal begint op het moment dat de oom van de ik-figuur met Coleta trouwt. Coleta is op dat moment negentien. Het huwelijk is nogal omstreden in de familie van de ik-figuur, omdat de familieleden vinden dat Coleta niet netjes genoeg is.

De pas getrouwde oom Piet en tante Coleta gaan naar de verjaardag van grootmoeder. Ze krijgen dan ruzie over het feit dat de familie Coleta negeert.

De ik-figuur wil graag een keer op bezoek bij zijn geheimzinnige tante. Als de ik-figuur daar dan geweest is, is hij hevig verliefd op zijn tante en zijn tante op haar beurt ook op hem. Waarschijnlijk ook omdat de relatie tussen haar en Piet niet veel voorstelt.

Coleta wil de relatie geheim houden, zeker voor de moeder van de hoofdpersoon, die altijd al iets tegen haar had.

Onbewust beïnvloedt zij hem om afstand te nemen van zijn ouders.

Vader, die in de gemeenteraad zit, krijgt het aan de stok met wethouder Laernoes over de huisvesting van bejaarden. Vader komt in een lastige situatie, omdat zijn vader krotten verhuurt, waar tegen hij nu juist protesteert.

Moeder is hevig geïnteresseerd in de strijd en gaat naar de gemeenteraadsvergadering. Als Laernoes tijdens het debat kritiek op vader uitoefent gaat ze hem te lijf.

In de tijd dat dit alles speelt eindigt de relatie tussen de ik-figuur en Coleta.

Moeder krijgt een oproep om wegens ordeverstoring voor de rechter te verschijnen. Moeder wordt veroordeeld tot honderd gulden boete of tien dagen hechtenis. Coleta en Piet willen moeder helpen door geld te geven voor de boete, maar moeder gaat liever zitten.

De ik-figuur moet de volgende dag eindexamen doen. Hoewel zijn cijfers niet schitterend zijn, slaagt hij. Zijn vader is enthousiast, maar moeder regeert nauwelijks. Vader wil namelijk dat de jongen veder gaat studeren met financiële hulp van de burgemeester. Moeder is daar vel op tegen. Hij weet niet wat hij wil en raakt in de war. Vader en moeder krijgen ruzie. Moeder zegt dat ze het maar zelf moeten gaan betalen als hij verder wil studeren, vader meent dat dit absoluut onmogelijk is. Uiteindelijk lijkt het de jongen het beste als hij eerst maar een poosje op vakantie gaat. Tijdens die vakantie vindt hij werk en een kosthuis. Als hij terugkeert naar huis om dit te vertellen, is zijn moeder al een paar dagen weg. Ze kwaad, omdat vader toch de boete betaald heeft. Drie dagen later vertrekt de jongen naar zijn eerste baan in Rotterdam.











Het perspectief en de verteller



We zien de gebeurtenissen door de ogen van de vijftienjarige ik-figuur die de hoofdpersoon is en ze hebben duidelijk het karakter van een jeugdherinnering. Het perspectief ligt na de handeling. De jongen vertelt achteraf, als oudere man, wat er destijds gebeurd is. Dat blijkt uit de keuze van de tijd waarin verteld wordt: de onvoltooid verleden tijd .

Hoewel de ik-verteller weet hoe de gebeurtenissen zullen aflopen, geeft hij daarover geen aanwijzing. Op die manier wordt de spanning in het verhaal gehouden. Om dezelfde reden onthoudt de verteller zich van commentaar op of een oordeel over wat als jongeman gedaan heeft. Op die manier ontstaat bij de lezer vaak de indruk dat je meemaakt wat er gebeurt:



'Maak de knoopjes eens even los, zei Coleta en keerde zich met haar rug naar mij toe.

Welke knoopjes, vroeg ik.

Nou, van mijn lijfje, zei ze.

Ik raakte zo in de war dat ik de knoopjes niet zag.

Met mijn vingers langs de sluiting zocht ik ze, trok hier en daar voorzichtig.

Niet stuk trekken, zei ze, maar gaf geen enkel teken van ongeduld. Toen ik eindelijk de drieboven elkaar zittende knoopjes had losgemaakt, zei ze: nou moet je het helemaal afdoen.'(pag.40)



De vertelsituatie van een 'vertellende-ik' verandert voortdurend in die van een 'belevend-ik'. Zo'n overgang is bijvoorbeeld zichtbaar op bladzijde 60-65.

Omdat je alle gebeurtenissen door de ogen van de ik-figuur ziet, krijg je een goede indruk van zijn gevoelens en gedachten. Hij legt zijn gevoelens ook volledig bloot.





Andere aspecten



Zoals al eerder vermeld is gebruikt de schrijver geen flashbacks of flash forward. Wel maakt hij gebruik van tijdverdichting. Hij loopt soms met grote stappen door de tijd, terwijl andere stukken weer wat uitgebreider worden verteld. Het verhaal loopt van het einde van de zomer, als de school weer begint, tot eind juli. De vertelde tijd is dus elf maanden.





Mening



Ik had het boek al eens gelezen dus ik weinig verwachtingen. De personen waren echt. Omdat het net lijkt of je het zelf meebeleeft, spreken de figuren ook meer aan dan als dit niet het geval is. Ook gaat het boek over een leeftijdsgenoot, dus hij doet ongeveer dezelfde dingen en denkt dezelfde dingen als een van nu. Dat spreekt ook wel aan. Wel vind ik dat je goed kunt merken dat de mensen van dezelfde leeftijd nu een minder goede band hebben met hun ouders dan in de jaren '70. Het boek lijkt qua inhoud en karakters op een ander boek van R.J.Peskens: Twee vorstinnen en een vorst.

R.J.Peskens gebruikt korte zinnen en gemakkelijke woorden, dus het was geen moeilijk boek om te lezen. Het boek is van het begin tot het eind leuk om te lezen, tenminste als het over Coleta en de ik-figuur gaat. De stukken over vader en moeder vond ik niet erg interessant, omdat ik me niet interesseer in politiek.

Ik zou dit boek een 7,5 geven.









Personages



- De ik-figuur is een vijftien jarige scholier die verliefd wordt op zijn tante Coleta. De jongen begint al snel na de bruiloft van zijn oom en tante te fantaseren over zijn tante. Hij zou haar graag willen bezoeken, maar dat durft hij niet, omdat de familie veel op Coleta aan te merken heeft.

Het initiatief ligt duidelijk bij Coleta. Zij verleidt hem. Het brengt de jongen in grote verwarring, vooral omdat hij nog totaal onervaren is.

Vanaf het begin af aan heeft hij het gevoel dat hij iets verkeerds doet. Niet alleen bedriegt hij zijn oom Piet, maar ook meent hij dat hij zijn moeder bedriegt, die in het begin over Coleta denkt. De mening van zijn moeder over Coleta is heel belangrijk voor hem, want hij heeft een hele nauwe band met zijn moeder. Coleta verbreekt die band als het ware, maar die jongen aan de andere kant kan Coleta niet veroveren.

Zo komt de verlegen en serieuze jongen in een situatie terecht waarin hij met zeer tegenstrijdige heeft dat hij niet kan voldoen aan de wens van Coleta seks met haar te hebben. Als de relatie stuk loopt, denkt hij dat dit komt door de vriendschap van zijn moeder en Coleta.

Het einde van de relatie met Coleta grijpt de jongen diep aan . Hij voelt zich verlaten en wanhopig.

Bij zijn beslissing om werk te zoeken en niet te gaan studeren is de mening van zijn moeder slaggevend. Vanaf dan moet hij zijn eigen beslissingen nemen.

De jongen maakt in de loop van de roman een duidelijke ontwikkeling naar beginnende volwassenheid en zelfstandigheid door.

- Coleta is een mooie, jonge vrouw. De verhouding met de jongen gaat helemaal van haar uit. Ze brengt hem het hoofd op hol en is alleen maar uit op seks. Ze voelt zich opgesloten in haar huwelijk en is daarom op zoek naar een spannend avontuur. Ze denkt nauwelijks na over waar ze aan begonnen is. Dat komt pas na een tijdje. Als de jongen na een paar ontmoetingen niet aan haar verwachtingen kan voldoen, beseft ze dat het niets zal worden tussen hen.

Als Coleta en zijn moeder vriendinnen worden, betekent dit het definitieve einde van de liefdes relatie.

Coleta en zijn moeder lijken op elkaar. Beiden reageren op een heel directe manier, zijn impulsief, eigenwijs en eigenzinnig en stellen veel prijs op hun onafhankelijkheid.

Coleta speelt in de eerste helft de belangrijkste rol van het verhaal, maar die wordt steeds minder. Tegelijkertijd wordt de rol van moeder steeds belangrijker.

- Moeder is een eigengereide, onafhankelijke vrouw die voor niemand bang is en altijd haar eigen gang gaat. Ze heeft een afkeer van hooggeplaatste mensen en personen met macht.

- Vader zet zich in voor politieke activiteiten. Ook biedt hij moeder meer tegenspel.

Opvallend is wel dat hij er nu alles aan doet om te voorkomen dat moeder haar gevangenisstraf moet uitzitten.









Thema en Motieven





Mijn Tante Coleta is een boek dat langzamerhand van structuur verandert. Dat heeft invloed op de motieven en de thematiek.



In het eerste gedeelte is het hoofdthema kennismaking met de liefde.

De daarbij behorende motieven zijn:

- De tegenstelling tussen de onschuld en de onervarenheid van de jongen en de volwassen verleidingskunsten van Coleta.

- De schuldgevoelens van de jongen ten opzichte van zijn oom en zijn moeder.

- Het onvermogen van de jongen - als gevolg van angst om het onbekende en van schuldgevoelens - om seks met Coleta te hebben.

- Het gebrek aan liefdeservaring van de jongen.

- Het impulsieve gedrag van Coleta tegenover de jongen: eerst laat zij alle verleidingskunsten op hem los; later ziet zij in dat het verkeerd is wat zij doet.

- De zelfstandige opstelling van Coleta: als zij een relatie met de jongen begint, interesseert het haar niet wat Piet daarvan zou denken.

De toenemende eenzaamheid van de jongen. Hij raakt zijn moeder kwijt, maar kan Coleta niet veroveren.Als het uit is met Coleta, heeft hij niemand om over zijn problemen te praten



In de loop van het verhaal wordt aan het hoofdthema een tweede thema toegevoegd: de strijd tegen de gevestigde orde van rijken en machtigen.

Zowel de vader als de moeder binden de strijd aan met Laernoes. Hij vertegenwoordigd de groep mensen die de macht heeft en die veranderingen die arme mensen ten goede komen, bewust tegen wil houden



De daarbij behorende motieven zijn:

- De tegenstelling van vader en moeder. Vader wil de strijd met woorden voeren; moeder met - zonodig heel extreme - daden. Vader probeert de veranderingen te bewerkstellingen via de politieke kanalen van de SDAP. Moeder gelooft meer in de uitgangspunten van het anarchisme.

- De onafhankelijke en trotse opstelling van moeder. Zij laat zich niet beínvloeden door de mening van anderen en wil beslist geen geld aannemen om gevangenisstraf te ontlopen. Bovendien weigert zij pertinent enige hulp van de burgemeester voor de toekomst van haar zoon.

- De positie van de zoon. Hij komt klem te zitten tussen de visie van zijn vader en zijn moeder. Hij wil hen beiden niet voor het hoofd stoten, maar hij moet ten slotte kiezen. Door te gaan werken, kiest hij voor moeders standpunt.







Tijd en Ruimte



Het dorpje waar het verhaal zich afspeelt ligt aan de zee met strand en duinen. De symbolische betekenis van de zee die in dit verhaal gebruikt wordt is het geven en nemen door de zee. Het strand en de duinen met de rozenstruiken (blz16) is nieuw land dat door de afzetting van zand door de zee is ontstaan. Dit is ook het decor voor de nieuwe liefde tussen de ik-figuur en Coleta. Ze vrijen er. De ik-figuur verbergt zijn fiets tussen de rozenstruiken, je kunt letterlijk zeggen op dat moment alles dan ook rozengeur en maneschijn is. De zee is ook het symbool van vrijheid. Het is dan ook geen wonder dat Coleta, die onafhankelijk wil zijn veel van de zee houdt en er naakt in zwemt.

De liefde tussen de ik-figuur en Coleta eindigt bij de dijk die het land moet beschermen tegen wegslaan door de zee. Tijdens dat gebeuren stormt het net zoals de relatie van de ik-figuur en Coleta.

Het verhaal is chronologisch verteld. Er komen (bijna) geen vooruitwijzingen in voor en helemaal geen flashbacks. De vertelde tijd is ongeveer elf maanden. Het boek begint in de zomer, als de school al begonnen is en eindigt eind juli (blz45).

Sommige dagen worden uitgebreid verteld. Soms worden er, vooral aan het einde van het verhaal, dagen of weken niet of nauwelijks vertelt.

Het verhaal speelt zich waarschijnlijk af in de jaren zeventig, de tijd waarin het verhaal geschreven is. De plaats waar het zich afspeelt is waarschijnlijk Vlissingen, omdat de schrijver daar geboren is.







Spanning



De schrijver gebruikt korte zinnen en zijn woord keus is eenvoudig. Al bij zijn eerste zin van het boek blijkt hoe goed de schrijver in staat is de aandacht van de lezer op te eisen van deze directe, nieuwsgierig makende zinnen zijn er veel in dit boek.

Door op de juiste momenten informatie te geven en op andere momenten gegevens achter te houden, wordt de aandacht van de lezer steeds vastgehouden. De spanningsbogen zijn kort en breken telkens op goed gekozen momenten af.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen