U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10110 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2511 woorden.

J. bernlef: hersenschimmen

Titel: Hersenschimmen

Auteur: J. Bernlef (is pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman)

Eerste druk: 1984 (is hierna nog 14 keer herdrukt, meerdere malen in andere talen vertaald en verfilmd)

Uitgeverij:Meulenhoff Amsterdam



Gelezen: Grote lijsters, Wolters-Noordhoff



Gegevens over de schrijver: J. Bernlef heet eigenlijk Hendrik Jan Marsman. Hij is geboren op 14 januri 1937 in Sint-Pancras. Zijn vaak sombere proza en poëzie kan men makkelijk herkennen aan het eenvoudige en koele taalgebruik. Bernlef heeft zo’n dertig boeken

op zijn naam en wordt nu overal gewaardeerd. Dit grote succes kwam langzaam op gang, maar hersenschimmen gooide er grote vaart in.



Poëziewerken van Bernlef zijn bijvoorbeeld: Ben even weg (1965), Grensgeval (1972),

Alles terug gevonden/ niets bewaard (1982) en Winterwegen (1983); prozawerken zijn

bijvoorbeeld: Stenen spoelen (1960), Stukjes en beetjes (1965), Sneeuw (1973), Meeuwen

(1975), Onder ijsbergen (1981) en Regen (1982).



Titelverklaring



‘Hersenschimmen’ duidt op het idee, dat er van het leven uiteindelijk niets anders overblijft dan wat vage bewustzijnstoestanden, wat hersenschimmen, illusies zoals maarten dat heeft. Aan het eind van de roman, als Maarten nauwelijks meer besef heeft van het hier en nu, denkt hij in een van zijn spaarzame heldere momenten: ‘In het leven terug?… maar waar is zo iets gebleven?… is er wel zo iets?… of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?… hersenschimmen?’

Genre

Het hoofdgenre van dit boek is dat het een roman is en dat is duidelijk te merken aan

het aantal pagina’s en natuurlijk de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon. Ik denk dat het een psychologische roman is. Je leeft als lezer namelijk het hele boek door met de gedachten van de hoofdpersoon, Maarten Klein.

Motto

A touching dream to which we all are lulled

But wake from separately (uit: ‘The Building’ van Philip Larkin)

Letterlijk vertaald betekent het dit: ‘Een mooie droom waar iedereen wordt

ingewiegd, maar elk afzonderlijk van de dood. Het leven lijkt geweldig mooi en levendig, maar het is in feite langzaam doodgaan.’ Ik denk ook, dat dat afzonderlijk slaat op e scheiding die tussen maarten en vera ontstaat. Ze hebben er beide last van, problemen mee, maar elk anders en afzonderlijk, en toch beide op weg naar de dood.



Samenvatting:



Hoofdpersoon en verteller in deze roman is de Nederlandse Maarten Klein, 72 jaar oud.

Hij woont met zijn vrouw Vera al zo’n vijftien jaar in de Verenigde Staten, in het

plaatsje Gloucester, aan de kust boven Boston. Hun twee kinderen, Fred en Kitty, zijn al

het huis uit. Maarten is sinds enkele jaren gepensioneerd. Hij werkte bij de IMCO, een

internationale visserijorganisatie. Hij is in zijn dienstwoning, die

uitkijkt op de in zee uitstekende rots Eastern Point, blijven hangen.

Het verhaal begint op een winterse zondag; buiten ligt sneeuw. Maarten Klein

staat voor het raam en ziet uit naar de schoolbus die de kinderen uit de buurt

thuisbrengt. Op zondag rijdt de bus echter niet. Een blik op de buitenthermometer, die aan

Maartens vader toebehoord, stuurt zijn gedachten naar het verleden: Domburg, zijn ouders,

opa en oma. Maartens herinneringen aan de bewaarschool leiden ertoe dat hij op een stoel

klimt om een potlodendoos te zoeken, terwijl hij denkt dat hij zich in het materiaalhok

van de bewaarschool bevindt. Achteraf dringt het besef dat hij iets vreemds deed, wel tot

hem door. Op tafel ligt The Heart of the Matter van Graham Greene met een buskaartje erin.

Nu eens meent Maarten het boek voor het eerst te zien en weet hij van het buskaartje niks

af, dan weer herinnert hij zich het boek zelf gekocht te hebben en de busreis zelf gemaakt

te hebben. Op zondag eet het echtpaar traditioneel pizza. De pizza is aanleiding tot het

ophalen van gezamelijke herinneringen van Maarten en Vera aan Rome. Maarten blijkt zich

van die vakantie niets te herinneren, maar weet dit verborgen te houden voor Vera, want

het verontrust hem. Na een partij schaak gaan ze naar bed.

Na een nacht die Maarten voor een groot gedeelte (vergeefs) puzzelend aan de

keukentafel heeft doorgebracht, brengt hij Vera ontbijt op bed. Vera blijkt al tien jaar

geen suiker meer in haar koffie te gebruiken. ‘Verstrooidheid,’ zegt Maarten.

Maarten realiseert zich op een dag dat hij wat vergeetachtig aan het worden is. Hij

vergeet soms wat hij die dag nog gedaan heeft en lezen gaat ook al niet meer zo heel erg

goed. Hij moet telkens teruglezen wat hij nu ook al weer gelezen had. Hierbij speelt ook

een rol dat hij geen concentratie meer heeft en meer met zijn gedachten bij vroegere

tijden is. Dingen in het heden vergelijkt hij eigenlijk telkens met situaties in het

verleden. Gelukkig is zijn vrouw Vera er nog die hem altijd weer uit de droom helpt. Het

dagdromen van Maarten leidde namelijk vaak tot gevaarlijke situaties binnenshuis. Hij

staat bijvoorbeeld midden in de nacht op en kleed zich aan totdat hij zich realiseert wat

hij doet.

Als Maarten de volgende dag Robert, de hond, uitlaat gaat hij naar een bar toe en

terwijl hij daar iets zat te drinken veranderde de tijd in zijn hoofd weer. Hij zag een

meisje met wie hij vroeger een intieme relatie mee had gehad. Ook bedacht hij zich opeens

dat hij naar een vergadering moest van het IMCO (zijn oude werk) In zijn vergeetachtigheid vergat hij

Robert en liep naar het huis waar de vergadering gehouden zou worden. Toen er niemand

aanwezig was forceerde hij de deur maar met een schroevendraaier en wachtte. Toen er

niemand kwam ging hij weer naar huis waar Vera heel ongerust op hem wachtte en hem

duidelijk maakte dat hij allang niet meer werkte. Ze drukte hem ook op het hart dat hij

nooit meer de hond alleen moest achterlaten.

De volgende dag bleef Maarten thuis en Vera ging even weg. Na een tijdje begon hij

ongerust te worden en belde de bibliotheek op waar Vera vroeger werkte. Hij was echter

weer vergeten dat ze daar al lang niet meer werkte. Toen Vera constateerde dat Maarten

steeds vergeetachtiger begon te worden ging ze naar de dokter toe. Hij raadde haar aan

samen met Maarten foto’s van vroeger te bekijken en zijn herinneringen weer in de

juiste tijd te plaatsen. De therapie werd helemaal nodig toen Maarten terugkeerde naar

zijn jeugdjaren en Vera aanzag als zijn moeder. Ook met Robert mag hij niet meer uit

wandelen, omdat hij anders zou verdwalen.

Toen Vera even weg moest om wat boodschappen te doen liet ze Robert gelijk even in de

tuin in plaats van hem uit te laten. Toen Maarten een paar minuten later naar buiten keek

zag hij Robert zitten. Omdat Vera alle deuren op slot had gedaan en de ramen ook gooide

Maarten met een stoel het raam in om Robert maar binnen te laten. Hij vond het zielig dat

hij daar zo in de kou lag. Toen Vera thuis kwam wist Maarten niet eens meer hoe het

gebeurd was.

Langzamerhand ging Maarten steeds meer achteruit en het werd zo erg dat er zelfs een

verzorgster in huis moest komen om Maarten bij te staan: Phil Taylor. Maarten ziet haar

meestal aan als zijn dochter of één van haar vriendinnen.

Toen maarten even de kans zag glipte hij, zonder jas, naar buiten en dwaalde doelloos

rond door de duinen. De vuurtorenwachter ziet hem en brengt hem in z’n Jeep naar

huis. Maarten denkt dat hij door de Amerikanen wordt meegenomen die Nederland komen

bevrijden. Ook de dokter en het Ambulance personeel dat hem komt ophalen ziet hij aan als

de bevrijders.

Maarten wordt ‘s nachts wakker met zware hoofdpijn en een hevig dorst.

Hij staat op. Zijn in het donkere raam weergespiegelde gestalte herkent hij niet. Beneden

peutert hij de foto’s uit het album los en verbrandt ze in de open haard. Een vrouw

(Vera) leest Maarten voor uit een boek met op het omslag een man met een hoed (Our Man in

Havana). Dan staat er een lange witte auto voor de veranda; Maarten wordt afgevoerd naar

een inrichting.



In de inrichting. ‘Mensen zitten in lange rijen op banken en houten

schragen… vrouwen en mannen… verdoofd lijkt wel zoals ze daar voor zich uit

zitten te staren naar de witgesausde muur.’ Een dag gevuld met zitten,

bezigheidstherapie, koffie, thee en pillen. Dan brengen zij ‘het’ naar een

ruimte met bedden… ‘zij zetten het op de rand van zo’n bed… zij kleden

het uit… zij doen het een pyjama aan… zij duwen een pil in zijn keel…

zijleggen hem in bed.’ In de nacht vindt Maarten ‘haar’ hand (van zijn

moeder of van Vera) die hem troost en rust geeft. ‘…zij draagt je… ik draag

je… kleine jongen van me…de hele lange bange nacht door zal ik je dragen tot het

weer licht wordt.’



Maarten’s waarneming van deze beslaat acht regels. Met zijn ogen gesloten hoort

Maarten de stem van een vrouw (Vera) die fluistert dat het raam gemaakt is en dat de lente

op het punt staat te beginnen.

opbouw en structuur:



Het boek heeft 160 bladzijden. Deze zijn verdeeld in negen (niet genummerde)

hoofdstukken, die elk na een witregel openen met een schuin gedrukte zin. Elke

schuingedrukte regel geeft tevens het begin van een nieuwe dag aan. De afzonderlijke

gebeurtenissen per dag worden weer gescheiden door witregels. Aan het eind van de roman

worden de fragmenten steeds korter.



Personages



Maarten: 72 jaar, geboren in Alkmaar, maar verblijft al vijftien jaar in Amerika, waar

hij werkte als secretaris bij een internationale visserijorganisatie. Inmiddels is hij

gepensioneerd. Hij is een gewone, alledaagse man. Hij is een beetje verlegen; zijn vader

noemde hem altijd archeoloog, omdat hij altijd naar de grond keek. Ook is hij vaak wat

angstig en gesloten.Hij was altijd een man van de klok. Aan de winter heeft hij een hekel,

dat maakt hem ongedurig. Hij is op zijn 21e jaar verloofd geweest met Karen, zijn

jeugdliefde en is nu al vijtig jaar met zijn vrouw, Vera.



Vera: Zij is de vrouw van Maarten , al zo’n vijftig jaar. Ze is een hulpeloze

toeschouwer en slachtoffer van het snelle dementeringsproces van Maarten. Ze heeft

‘groene ogen met donkere spikkeltjes in de pupillen’. Doordat het hele verhaal

door Maartens ogen wordt gezien komen we niet veel te weten over Vera’s uiterlijk.



‘Papa en mama’: De ouders van Maarten komen alleen voor in zijn herinnering.

Papa is in 1956 overleden en mama, volgens Maarten, in 1950. In zijn verwarring meent

Maarten verschillende malen dat ze nog in leven zijn. Aan papa wordt Maarten voortdurend

herinnerd door zijn bureau dat nu in Maartens bezit is, en door de Heidensieck-thermometer

die nu aa het raamkozijn is vastgeschroefd. Over zijn moeder zegt Marten: ‘ Een beter

moeder was er waarschijnlijk niet. Ze zorgde zo goed voor me dat ik me nauwelijks een

moment kan herinneren dat ik ruzie met haar had. Als ze kwaad was, zweeg ze alleen maar.

Dan ging ze aan tafel zitten met een kop the voor zich en dan keek ze me zwijgend

aan… Dat vond ik veel erger dan ruzie, zoals ik die wel met papa had.’ Maartens

vader vergeleek zijn vrouw met het adagio uit de veertiende pianosonate van Mozart:

‘Even klaar, helder en ondoorgrondelijk.’ Deze woorden hebben een diepe indruk

op Maarten gemaakt, hij herhaalt ze enkele malen in de roman.



Phil Taylor: De gezinshulp, met haar oergezonde fysiek en motoriek en haar oernuchtere

boerenverstand, treedt te laat Maartens leven binnen om voor hem nog een rol van belang te

spelen. Voor haar is Maartens bewustzijn gesloten; hij kan haar naam niet onthouden,

vraagt zich voordurend af wie zij is en verwart haar met Karen, zijn dochter Kitty en met

Greet Laarmans. Als Phil niet een van deze drie is, is ze voor Maarten ‘dat blonde

meisje’ of ‘die jonge vrouw’ van wie hij de naam niet weet en waarvan hij

niet wat ze in zijn huis doet.

Thema(tiek)

Het thema is hier duidelijk dementie. Het boek beschrijft het hele dementieproces van

Maarten Klein. Hij verliest de greep op de werkelijkheid en lijdt aan geheugenverlies. Ook

vervreemdt hij van zijn vrouw met wie hij al lange tijd getrouwd is. Het feit dat het

winter is betekend dat alles erg op elkaar lijkt, wat in het geval van Maarten ook zo is;

alles is zo vaag. Een vleugje liefde als klein thema komt hier ook wel naar voren. De

liefde van Vera voor Maarten is oneindig. Ze doet alles voor hem, ze doet alles om hem te

helpen in zijn dementieproces. Ze blijft van hem houden en valt nooit echt flink tegen hem

uit als Maarten iets doet wat vreemd is of niet door de beugel kan. Ze vindt het ook verschrikkelijk als maarten wordt afgevoerd naar een dementietehuis.

De zin van het leven: Maartens vader was griffier: hij registreerde feiten, en in zijn

vrije tijd noteerde hij weergegevens. Hij geloofde in het vastleggen van feiten. Hij

veronderstelde dat er een systeem was achter die feiten, maar zijn tijd was te kort om dat

systeem te achterhalen. Maartens werk bij de IMCO bestond ook uit het vastleggen van

feiten. Steeds vaker vraagt hij zich echter af of dat werk wel zinvol is. De scholen

vissen in de zee bijvoorbeeld trekken zich niets aan van de cijfers in de statistieken.

Dit alles lijkt te wijzen op de opvatting dat de mens alleen feiten kan registreren, maar

niet in staat is de werkelijkheid achter de feiten te bepalen; de mens is niet in staat

het systeem, de zin van het leven, te achterhalen.



Perspectief/ tijd/plaats



Op de laatste pagina’s na, waarin Maarten in de hij-, je- en zelfs het-vorm over

zichzelf spreekt, is een ik-vertelsituatie, waarin de ‘ik’ hoofdpersoon is van

het verhaal. Het dementeringsproces wordt dus vanuit de dementerende beschreven. Al snel

wordt duidelijk dat de informatie die de belevende en vertellende ik geeft niet altijd

even betrouwbaar is. Met name de reacties van Vera zijn vrouw en de gesprekken òver hem

die Maarten opvangt en feilloos weergeeft, corrigeren zijn visie. De lezer, met een beter

geheugen en de mogelijkheid om terug te bladeren, heeft bovendien een voorsprong op

Maarten,die wel nauwkeurig registreert, maar dat even snel weer geeft, waardoor hij niet

meer in staat is bepaalde gebeurtenissen te interpreteren.



Het verhaal is chronologisch verteld, met veel flash-backs en herinneringen. Er worden

negen achtereenvolgende dagen vertelt. Ik weet niet hoe je het noemt, maar de lezer weet net zo min als maarten hoe dit zal aflopen. Het verhaal speelt zich af in 1982;

Maarten vertrok in1967 uit Bonn en is nu vijftien jaar in de Verenigde Staten. De vertelde

tijd (inclusief de flash-backs) is ongeveer 65 jaar (van ver voor de Tweede Wereldoorlog

tot 1982). De gebeurtenissen tijdens de negen achtereenvolgende dagen worden in de

tegenwoordige tijd vertelt, net als de andere herinneringen.



Maarten en Vera wonen al zo’n vijftien jaar in de Verenigde

Staten, in het stadje Gloucester ten noorden van Boston. In de flash-backs speelt

Nederland een grote rol, met name de kustgebieden van Zeeland en Noord-Holland. Ook zijn

er herinneringen aan Parijs. Het echtpaar Klein bevindt zich ook in geografisch opzicht in

een isolement.



Mening

ik denk dat het boek best echt waar had kunnen zijn. Daarom raakte het me ook zo, ik leefde vooral heel erg mee met vera. Ik kon me het allemaal heel goed voorstellen, het had zo een beschreven waargebeurd verhaal kunnen zijn. Ik vond in dit boek (in tegenstelling tot veel andere “doordachte” boeken (bv van harry mulisch) hier al die motieven en hint ontzettend goed in. Alles heeft wel een betekenis. Erg mooi dus!
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen