U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rascha Peper - Dooi.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1998 en is laatst upgedate op 06/05/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4942 woorden.

Hoofdstuk 1 Boekbeschrijving



Auteur: Rascha Peper (pseudoniem van Jenny Strijland).

Plaats en datum van uitgave: Amsterdam, 1999

Druk: 1e

Aantal pagina's: 158



Beschrijving van de omslag van het boek:

Op de omslag staat het dooiende ijs afgebeeld dat zich in het verhaal rondom de boot, de Harnasman bevond. Het dooiende ijs heeft ook de betekenis dat "het harnas"van het hoofdpersonage Ruben Saarloos ontdooit. Verder is er op de kaft een rode pluk haren afgebeeld. Deze rode haren zijn van Bente Nerwanen een meisje dat de dooi van"het harnas" van Ruben Saarloos inzette.



Samenvatting van de aanvullende informatie over het boek op de flap: Op de flap staat een korte samenvatting gedrukt van het boek Dooi, een melancholieke novelle over een onverhoeds maar hevig toeslaande verliefdheid in het leven van een man die de liefde als gepasseerd station beschouwde. Bovendien staat er aanvullende informatie over de schrijfster en enkele persrecenties over Peper's vorige roman: Een Spaans hondje op de flap gedrukt.

Opdracht: Het boek heeft geen opdracht.



Hoofdstuk 2: Handelingsaspecten



Korte samenvatting van de voornaamste gebeurtenissen:

Ruben Saarloos, een vertaler van achtenvijftig jaar is op tweede kerstdag samen met zijn vrouw Ina en hun woonboot, de Harnasman, het IJsselmeer opgevaren om een nieuwe motor te testen. Ze leggen aan bij een klein verlaten eilandje, met de bedoeling daar een of twee nachten te blijven. Ze worden hier door strenge vorst overvallen en komen niet meer van het eiland weg. Zijn vrouw vertrekt wegens werkverplichtingen van de boot, voordat de dooi is ingevallen. Hijzelf blijft alleen achter op het schip omdat Ruben bang is dat zijn schip door het kruien van het ijs zal zinken. Bovendien wil hij niet bij anderen logeren. In volstrekte eenzaamheid brengt hij hier zijn dagen door. Ruben heeft nauwelijks contact met de buitenwereld. Hij brengt de tijd door met het verkennen van het eiland en het vertalen van een vissenboek. Zijn eenzaamheid stelt hem in staat om zich op dit vissenboek te concentreren. Blz. 15: "Eenzaamheid en concentratie, daar kon het werk alleen maar baat bij hebben".Het boek wat Ruben aan het vertalen is gaat over vissen. Onder andere over de Coelacanth. Dat wekt bij hem herinneringen op aan zijn vader. 's Nachts droomt hij over zijn vader. Zijn vader heeft zijn hele leven gewijd aan een vergeefse onderneming: het vinden van een coelacanth, een raadselachtige vis. Door deze onderneming heeft Ruben's vader zijn gezin verwaarloosd. Bovendien heeft het overlijden van zijn nichtje Mady hem diep getroffen. Ruben heeft hiervan geleerd zich te pantseren tegen wat het leven tegen je kan doen. Hij wantrouwt mensen en hij is mensenschuw. Slechts zijn boot de Harnasman bemint hij nog met hartstocht. Hij heeft een saai en prikkeloos bestaan. Hij is een harnasman geworden. Door de afzondering op het ijs kan hij eens ernstig over zichzelf en zijn leven nadenken. Als de dooi invalt krijgt Ruben steeds meer last van eenzaamheid. Hij kan zich niet meer concentreren op zijn boek. Bovendien komen er geen schaatsers meer in de buurt van zijn boot en hij wordt ook niet meer bevoorraad. Blz. 31: "Nu was dat allemaal voorbij, geen strijd meer tegen het ijs, alleen een eindeloos uitzitten van zijn gevangenschap, geisoleerder dan ooit, wachtend op het grote smelten". Met wassen nam Ruben het ook niet zo nauw. Voor wie zou hij het doen? Dan komt de dood hem opzoeken. Aangekondigd door opdringerige aanwezigheid van kraaien, vlaamse gaaien en dode konijnen. Bovendien is er telefoon voor meneer Omshof (bargoens voor dood), die zich op zijn boot zou bevinden en hij ziet een spookschip. Dan komt de dood op schaatsen. Juist nu er door geen mens meer geschaatst wordt, duikt er een schaatsster op. Het blijkt hier om een roodharig meisje te gaan dat in Amsterdam het verband onderzoekt tussen prikkels en de ziekte van Alzheimer. Het valt Ruben op dat zij luchtig gekleed is (zomerkleren?) en dat zij er smal en bleek uitziet. Hij vindt het vreemd dat zij het niet koud heeft. Deze roodharige schaatser brengt weer kleur in het leven van Ruben, zij ontdooit de harnasman. Blz. 34: "haar rode haar was zo een explosie van kleur in zijn wereld van wit, grijs en grauw dat zich op slag een melancholiek gevoel van gemis en verlangen liet gelden. De schaatsster belooft de volgende dag terug te komen. Zij zal dan ook de door hem gewenste sigaren meebrengen. Deze schaatsster bezoekt Ruben drie keer. Het leven is voor hem nu best aangenaam. Blz. 65: "De onafzienbare monotonie van de dagen is doorbroken". Bij de tweede ontmoeting leest hij in de schaatsen van de schaatsster de naam Bente Nerwanen. Hij vermoed dat zij zo heet. Op de derde dag neemt zij hem lucifers mee en de Daily Mirror. In de Daily Mirror staat een artikel over de Coelacanth. Bovendien bedrijven ze tijdens deze derde ontmoeting de liefde. Na deze drie ontmoetingen wordt het ijs rondom de harnasman door de kustwacht doorbroken. Iedereen is enthousiast dat Ruben door de kustwacht ontzet wordt, behalve Ruben, hij beseft dat hij Bente voorlopig niet meer zal zien. Terug in de bewoonde wereld start Ruben een zoektocht naar Bente, net zoals zijn vader dat bij de Coelacanth deed. Bij de VU, waar Bente werkzaam zou zijn, vertellen ze Ruben dat Bente al bijna een jaar dood is. Ruben bezoekt voorts het graf van Bente. Hij beseft dat hij Bente nooit meer zal zien en hij staakt zijn zoektocht. Op het einde van het verhaal heeft Ruben een dialoog met de dood die Ruben komt halen. Dankzij Bente heeft Ruben zijn jeugdtrauma's verwerkt en is hij weer een mens geworden. Ruben is klaar voor de dood. Hij is rijp om te sterven, want hij heeft vrede met zijn leven. Hij vindt het best dat de dood spoedig zal komen. Ruben koopt uiteindelijk nog een antieke scheepslantaarn. Hij ziet dus weer licht in de Duisternis. Misschien heeft Bente hem toch nog de kracht gegeven om verder te leven. In als hij zal sterven, dan sterft Ruben tenminste met vrede.

Indeling van het boek: Het boek is ingedeeld in 10 hoofdstukken. De meeste hoofdstukken zijn circa 20 bladzijden lang.

Thema:

Het thema van dit verhaal is de dood. Dit is een verrassend uitgewerkt thema omdat de dood Ruben overal achtervolgd. De dood is altijd nadrukkelijk aanwezig. Bovendien komt de dood hem opzoeken. Het verhaal is dan ook een duel tussen Ruben en de dood. Ruben heeft op het eind van het verhaal zijn angst voor de dood overwonnen. Bente heeft Ruben geholpen om zijn jeugtrauma's te verwerken. Na de komst van Bente heeft Ruben vrede met zijn leven. Ruben is klaar voor de dood en zal wellicht spoedig sterven. Blz. 155: "Maar nu ben ik niet wanhopig en ook niet bang. Ik vind het best dat je komt". (Ruben tegen de dood).

Titel:

De titel van het verhaal is Dooi. Dooi heeft in het verhaal twee betekenissen:

- De dooi van het ijs waarin de boot van Ruben, De Harnasman, vastligd.

- De dooi van het "harnas" dat Ruben ten gevolge van jeugtrauma's heeft opgedaan.

Motto:

Het verhaal heeft geen motto.

Verhaalmotieven:

Motieven die het thema ondersteunen:

- Het nadrukkelijk aanwezig zijn van krassende kraaien (teken van de dood).

- Het in de spiegel kijken van de kraaien. De dood is Ruben's spiegel.

- Het spookschip dat Ruben in de verte ziet.

- De aanwezigheid van Vlaamse gaaien (teken van de dood).

- Dode konijnen.

- Het telefoontje, waari Ruben werd verteld dat meneer Omsof (de dood) aan boord is.

- Het kraken van Ruben's boot. Het lijkt alsof er nog iemand aan boort is. Dit is de dood.

- De aanwezigheid van Bente Nerwanen, een meisje dat uit de dood is opgestaan.

- Het te vroege sterven van Ruben's nichtje Mady en van Ruben's vader.



Overige motieven:

- Jeugdtrauma's: Ruben Saarloos heeft zijn jeugdtrauma's nooit kunnen verwerken. Door een gebrek aan warmte en mislukkingen in zijn jeugd heeft Ruben geen vrede met zijn leven. Blz.66: "Maar 's nachts, toen hij sliep, borduurde zijn onderbewustzijn weer doodgemoedereerd voort op een heel ander thema; iets waarvan hij meende dat hij er al minstens veertig jaar mee afgerekend had, maar dat blijkbaar zijn eigen weg ging en in deze weken van afzondering en afwachten de kans schoon zag opnieuw de kop op te steken en zij nachtelijke brein te beheersen.

- Pantsering tegen een moderne en kille maatschappij. Ten gevolge van deze pantsering is Ruben mensenschuw geworden.

- Verliefdheid en gevoel: Ruben keert zich voor zijn "ontdooiing tegen gevoel en warmte. Hij is een kille persoonlijkheid. Blz. 19: "Nou kweenie, zei het meisje, ik had gewoon de hele dag vlinders in me buik". "Met een grom zette hij (Ruben)de radio weer uit"."Vlinders in je buik, een van de ergste uitdrukkingen". Een paar dagen later had Ruben zelf vlinders in zijn buik en kwam hij tot de conclusie dat hij verliefd was.

- Het onstaan van dementie ten gevolge van emotionele oorzaken bij Ruben.

- Schuldgevoel: Ruben voelt zich schuldig tegenover zijn vrouw Ina als hij met Bente de liefde bedrijfd. Bovendien voelt hij zich schuldig als hij hoort dat Bente dood is. Hij dekt dat Bente door hem zijn schuld op het gevaarlijke ijs is omgekomen.

- Relatieproblemen: De vader van Ruben misbruikt zijn vrouw, zijn vrouw moet altijd voor hem klaarstaan, terwijl vader Saarloos altijd weg is en het geld van zijn vrouw meeneemt. Ruben op zijn beurt bedriegt zijn vrouw Ina, als hij met Bente de liefde bedrijfd.

- De dooi van ijs: Het is een symbool van het bevroren harnas van Ruben dat ontdooit.

- Vuur en licht: Het vuur ontdooit Ruben. Als Ruben ontdooit is dan ziet hij weer licht in het donker. De belangrijkste symbolen voor vuur zijn: de vuurrode haarkleur van Bente en de lucifers die zij meeneemt. Het belangrijkste symbool voor licht is de scheepslantaarn die Ruben op het einde van het verhaal, als hij zij trauma's verwerkt heeft, koopt.

- Het oproken van een sigaar: Als Ruben de laatste sigaar, die Bente hem gegeven heeft, opgerookt heeft, is het hoofdstuk Bente voor hem afgesloten. Blz. 145: "Alsof het opsteken van die laatste sigaar Bentes bestaan definitief in rook zou laten opgaan".



Spaning oproepende technieken:

De belangrijkste spanning oproepende techniek in het verhaal is de sfeer op de boot van Ruben. Overal is de dood nadrukkelijk aanwezig, in de vorm van gekraak, kraaien etc. Ondanks het feit dat Ruben alleen is, blijkt uit alles dat hij constant wordt geobserveerd door de dood. Ook komt de dood hem in de vorm van Bente opzoeken.

Dit alles zorgt voor spaanning.



Een andere spannig oproepende techniek is het open einde van het boek. De lezer kan niet zeker weten wat er met Ruben gaat gebeuren. Zal hij spoedig sterven, of heeft Bente hem de kracht gegeven om verder te leven? Dit wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten.



In het verhaal heb ik geen duidelijke climax en anti-climax kunnen ontdekken.



Hoofdstuk 3: personages



Personages:



Hoofdpersonage:

Ruben Saarloos:

Ruben Saarloos is het hoofdpersonage van dit boek. Zijn naam Ruben Saarloos betekent Ruben zonder Saar (geliefde). Hij bemint enkel zijn boot nog met hartstocht. Ruben Saarloos is achtenvijftig jaar en vertaler van beroep. Ruben is getrouwd met Ina, zij hebben geen kinderen. Je komt in het boek steeds meer te weten over hem. Bovendien maakt hij een ontwikkeling door in het boek. Hij is dus een round character. Ruben vertaalt Egelse wetenschappelijke boeken. Ondanks het feit dat hij de meeste boeken gruwelijk vindt, kan hij zich bij dit werk in zichzelf terugtrekken en heeft hij hierbij geen last van anderen. Helemaal alleen op het IJsselmeer is Ruben dan ook in zijn element, hij wordt niet lastiggevallen. Ruben wordt op het IJsselmeer tijdelijk uit zijn gewone doen gehaald om eens goed over zichzelf te kunnen nadenken. Op zijn boot maakt hij een louche indruk, met zijn slordige kleren en zijn stoppelbaard. Ruben is een slechte persoonlijkheid: hij is geremd en niet levensblij. Bovendien is hij mensenschuw. Waarschijnlijk lijdt Ruben aan dementie. Ruben heeft er een hekel aan om onder de mensen te komen, hij heeft vooral een hekel aan de collega's van zijn vrouw. Blz. 23: "de doodenkele keer dat hij er kwam (op het kantoor van zijn vrouw), ergerde hij zich aan de grappen van de blaaskaken met wie zijn vrouw dagelijks moest omgaan". Ook wensen enkele mensen hem sterkte met zijn verblijf op zijn boot. Ruben gelooft echter niet dat zij dit serieus menen.



Hij heeft last van jeugdtrauma's. Hij werd in zijn jeugd verwaarloosd door zijn vader, die zijn leven in het teken gezet had van een kansloze odernemig: het vinden van de enige overgebleven Coelacanth. Met zijn moeder kon hij ook niet goed overweg. Bovendien heeft het overlijden van zijn nichtje Mady hem diep getroffen. Mady was een van de weinige lichtpuntjes in zijn jeugd. Blz. 71: "als Mady op bezoek kwam, was het huis op slag licht en vrolijk, alsof er blinden voor de ramen waren weggehaald". Door deze gebeurtenissen heeft Ruben in zijn jeugd op het punt gestaan om zelfmoord te plegen. Blz. 155: (Ruben tegen de dood) "Vroeger heb ik je een keer geroepen", zij Ruben,"toen ik een jaar of achttien was". "Ik was wanhopig". Ruben vraagt zich op bladzijde 43 af of hij een ander mens geworden als zijn vader normaal voor zijn gezin gezorgd had. Had hij dan zijn studie voltooid en carriere gemaakt? Zat hij hier op zijn achtenvijftigste nog zijn vader de schuld van zijn mislukkingen te geven? Hij kan (en wil) zich niet van deze jeugdtrauma's bevrijden.Op bladzijde 11 is beschreven dat Ruben kotsmisselijk werd van het boek: Being afraid of your emotions. Het lijkt erop dat Ruben de angst voor zijn emoties niet wil overwinnen om een levensblije en communicatieve persoonlijkheid te worden.



Door een opeenstapeling van gebeurtenissen is Ruben zich gaan pantseren tegen wat het leven met je kan doen. Hij is een "harnasman" geworden. Alleen warme persoonlijkheden zijn in staat om hem te helpen, zoals zijn nichtje Mady, en de schaatster die hem op zijn boot bezoekt. Blz. 34: "Dat zoete vrouwelijke rood deed hem duidelijk beseffen hoe vaal en verschraald zijn bestaan georden was en hoe dor en vreugdeloos zijn gedachten". Bente brengt weer kleur en vuur in zijn leven. Zijn vrouw Ina slaagt er niet in om Ruben te ontdooien. Na drie ontmoetingen zou hij Bente echter nooit meer zien. Bente was van de ene op de andere dag verdwenen.

Blz. 46: Liep je de ene dag nog door een veld met rode klaprozen, de volgende dag

was al het rood van het veld verdwenen en waren de klaprozen wit.



Typering van de andere personages:



De schaatster:

Bij de analyse van de schaatster die Ruben opzoekt, ga ik er vanuit dat dit Bente Nerwanen is die uit de dood is opgestaan. De dood komt Ruben dus opzoeken.



Bente is een van de twee warme personages die Ruben kunnen helpen (Bente en Mady). Ondanks het feit dat Bente weinig over zichzelf verteld, kom je in de loop van het verhaal steeds meer over haar te weten. Zij is dus een round character.

Bij de eerste ontmoeting met Ruben was zij geheel in het zwart gekleed (de dood).

Het valt Ruben bovendien op, dat zij erg luchtig gekleed is. De echte Bente Nerwanen is in de zomer (begin juli) overleden. Vermoedelijk staat Bente uit de dood op en bezoekt zij Ruben in de zomerkleding waarin zij gestorven is. Bente is rond de twintig jaar oud. Zij heeft een lichte, sproetige huid en rode haren. Bovendien is zij bleek en mager (een teken van de dood). Bente vormt een overeenkomst met de Coelacanth (de vis waarna de vader van Ruben op zoek was). Beiden zijn na hun dood rood. Zowel Bente als de Coelacanth hebben dezelfde functies: zij zijn de enigen die Ruben en zijn vader kunnen helpen. Beiden zijn bovendien levende fossielen.



Tijdens de ontmoetingen tussen Bente en Ruben praten zij vooral over Ruben. Opvallend is dat Bente weinig over zichzelf loslaat. Zij verteld hem weinig of niets over haar priveleven. Op de vraag waar zij vandaan komt, antwoord zij slechts: "van ver". Ook geeft zij nooit een duidelijke bevestiging van haar naam. Blz. 54: "Ze leek een ogenblik na te denken, alsof zij ook over haar eigen naam nog moest nadenken". Ruben komt er dus nooit achter of haar werkelijke naam Bente Nerwanen is.

Bente verteld Ruben echter wel over haar beroep en dat zij woonachtig is in Nibbixwoud. Als medisch analyste onderzoekt zij het verband tussen de ziekte van Alzheimer en pupilverwijdering. Alzheimer is een vorm van dementie. Door emotionele oorzaken kan er een persoonlijkheidsverandering ontstaan. Dementie kan gepaard gaan met vereenzaming en isolering. Men kan er dus vanuit gaan dat Ruben lijdt aan dementie. Bente verwijderd Ruben's pupillen en probeert Ruben zo over zijn dementie te helpen.



Ruben komt maar weinig over Bente te weten. Bente blijkt echter het nodige van Ruben te weten. Als Ruben haar vraagt de Volkskrant mee te nemen, neemt zij hem de Dailey Mirror mee, waarin een stuk over de Coelacanth staat. De Coelacanth en de zoektocht van zijn vader, is Ruben's dagelijkse spiegel. Toeval? Of weet zij meer van Ruben? Na de drie ontmoetingen zou Ruben Bente nooit meer zien. Het bleek dat zij in de zomer gestorven was. Met zijn verlangen om deze schaatster terug te zien dreigt Ruben in de voetsporen van zijn vader te treden. Ruben ziet tijdig in dat hij Bente nooit meer zal terugzien. Blz. 145: "Alsof het opsteken van die laatste sigaar Bentes bestaan definitief in rook zou laten opgaan".



Bram Saarloos (de vader van Ruben):

De vader van Ruben was een vader die geen vader kon zijn. Zijn vader was een man die zijn leven in het teken had gezet van de zoektocht naar de als enig overgebleven Coelacanth. Bram Saarloos startte deze zoektocht door het verlangen om de twintigste eeuw, met al haar technologische ontwikkelingen de rug toe te keren. Blz. 43: "Iemand die ziel en zaligheid aan een vis verkwanseld had en niet wist hoe oud zijn eigen kinderen waren". Bij deze zoektocht stond hij alleen tegenover een rijke Brit. Zijn onderneming was dus kansloos. Aangezien de kenmerken van zijn vader in de loop van het verhaal niet veranderen, is hij een flat character. Voor Ruben was zijn vader een vreemde, nerveuze en bruine man. Op bladzijde 80 noemt Ruben een verblijf van zijn vader: "enkele onwennige weken, waarin iedereen zich behoedzaam en geforceerd gedroeg". Vervolgens verdween zijn vader met het spaargeld van zijn moeder om weer een nieuwe zoektocht naar de Coelacanth te beginnen.



Zijn vader probeerde warmte bij de Coelacanth te vinden, dit lukte hem niet. Kort na zijn dood werd de laatste Coelacanth gevonden. Ruben vond warmte bij Bente. Zijn vader is te vroeg gestorven: hij had zijn leven niet verwerkt en hij was dus niet klaar om te sterven. Ruben is echter wel klaar voor de dood. Dankzij Bente heeft hij zijn trauma's en mislukkingen kunnen verwerken.



De moeder van Ruben:

De moeder van Ruben wordt in het verhaal nauwelijks beschreven. Ook maakt zij geen ontwikkeling door. Zij is dus een flat character. Zijn moeder werd door haar man in de steek gelaten met twee kleine kinderen. Toen er geen inkomsten meer binnenkwamen ging zij lesgeven op een gereformeerd gymnasium. Haar man nam vervolgens al het spaargeld af voor zijn kansloze onderneming. Omdat ze troost zocht in haar eenzaamheid en verbittering, werd zij overdreven godsdienstig. Blz. 80: "Alsof zij zijn vader wilde overtroeven met een 'echte' zingeving in het leven."Psalmen en Bach, hooggesloten bloezen, strengheid en soberheid". Ondanks dat Ruben zich tegen zijn vader keerde, kon hij met zijn moeder ook niet goed overweg. Zij was geen warme persoonlijkheid.



Ina Saarloos:

Ina Saarloos is de vrouw van Ruben Saarloos. Ze maakt geen ontwikkeling door in het verhaal en is dus een flat character. Ina heeft blond haar met een slordig knotje. In tegenstelling tot Ruben is Ina levenslustig en heeft zij een groot vertrouwen in de mensheid. Ina werkt als secretaresse op een accountantskantoor. Ruben kan goed met Ina oposchieten, al heeft hij nog nauwelijks hartstochtelijke gevoelens voor haar. Dat Ruben's huwelijk na dertig jaar nog niet verdord was, kwam dan ook ook door Ina. Blz.95: "Ina had van het begin af aan begrepen, dat ze bij Ruben, beter zelf het heft in handen kon nemen". Ondanks dat Ruben van Ina hield, raakt Ruben verliefd op Bente. Ina is dus blijkbaar niet in staat om Ruben de warmte te geven, die Bente hem kan geven.



Mady:

Mady was de vijftien jaar jongere zus van Ruben's moeder. Blz. 71:" Toen hij (Ruben) nog een korte broek droeg, was zij (Mady) een bakvis". Mady was een warme persoonlijkheid, die de strengheid en soberheid in het gezin Saarloos doorbrak. Zij was een van de weinige lichtpuntjes in de jeugd van Ruben. Blz 71: "Pas in zijn studententijd had hij (Ruben) zich gerealiseerd dat Mady zijn eerste liefde was geweest". Mady zou veel te vroeg sterven, toen zij tijdens een zomervakantie in Turkije van een dak viel. Aangezien Mady slechts sporadisch in het verhaal voorkomt en ook geen ontwikkeling doormaakt, is zij een flat character.



Hoofdstuk 4: Tijd



Vertelde tijd:

De vertelde tijd van het verhaal enkele maanden. Om precies te zijn van begin januari tot en met mei.

Verteltijd:

De verteltijd is ongeveer drie uur.

Tijd waarin het gebeuren zich afspeelt:

Hoewel dit nergens in het verhaal beschreven is, ga ik er van uit dat het verhaal zich in deze tijd (aan het einde van de twitigste eeuw) afspeelt. Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af tijdens een strenge winter, in deze tijd.

Tijdsverloop:

Het verhaal is chronologisch geschreven met ekele flash backs. Ik heb geen flash forwards kunnen ontdekken.



Een belangrijke flash back, is als Ruben zijn vader en de Coelacanth herinnert.

Tevens denkt hij terug aan zijn overleden nichtje Mady, zijn moeder, enkele werkervaringen, enkele jeugdproblemen en hoe hij op het IJsselmeer beland is. De belangrijkste flash back staat op bladzijde 156, als hij terugblikt naar de mensen die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld en die hij voor zijn dood nog eens zou willen ontmoeten. Blz. 156: "Een tante van me die lang geleden in Turkije van een dak gevallen is, zei hij". "En mij vader, die wil ik nog wat vragen". "En een vrouw die me vorige winter een paar keer opgezocht heeft, toen ik ingevroren lag in het IJsselmeer; die zou ik willen terugzien".

Tijdrekking of tijdverdichting:

Zowel tijdverdichting, als tijdrekking komen in het verhaal voor.



Tijdrekking:

Alle ontmoetingen tussen Bente en Ruben worden uitvoerig beschreven. Hier treedt tijdrekking op.



Tijdverdichting:

Het boek speelt zich af in de periode begin jauari tot en met mei. De eerste maand van deze periode, beslaat ongeveer 130 pagina's van het boek (het boek heeft 158 pagina's in totaal). Er treedt dus op het einde van het verhaal tijdsverdichting op. Er treedt tijdsverdichting op omdat de belangrijkste gebeurtenissen zich in de eerste maand (als Ruben op het ijs vastzit) afspelen.



Hoofdstuk 5: Ruimte



Belangrijkste plaatsen van handeling:

Belangrijkste plaats van handeling: een klein eilandje in het bevroren IJsselmeer, waar Ruben met zijn boot is vast komen te zitten.



Andere plaatsen van handeling:

-Amsterdam: Dit is de thuishaven van Ina, Ruben en hun boot de Harnasman.

-Het universiteitscomplex van de VU: Hier gaat Ruben naar toe om Bente te zoeken.

-Nibbixwoud: De wooplaats van Bente. Ruben zoekt hier het graf van Bente op.



Sfeer die deze plaatsen oproept:

Het verlaten eiland op het IJsselmeer wekt gevoeles van isolement op. Bovendien zorgt dit isolement voor spanning in het verhaal omdat de dood altijd nadrukkelijk aanwezig is. Hans Warren:"Op een eiland zijn dingen mogelijk die op het platteland ongeloofwaardig zouden zijn". Het is dan ook de ideale plaats voor Ruben om eens goed over zichzelf na te denken. Op deze verlaten plaats kan het "harnas"van Ruben ontdooien. Het ijs heeft dus een symbolische functie, omdat er meer ontdooit dan het ijs alleen.



Amsterdam roept gevoelens op van een omgeving, waarin alles in het teken staat van geld en waarin Ruben zich niet thuisvoelt.



Het uiversiteitscomplex van de VU geeft een sfeer van teleurstelling, als Ruben ontdekt dat Bente al bijna een jaar dood is.



Het kerkhof van Nibbixwoud geeft een trieste maar verlossende sfeer. Een trieste sfeer omdat Ruben weet dat hij Bente nooit meer zal zien en een verlossende sfeer omdat het lijkt dat hij het feit verwerkt heeft, dat hij Bente nooit meer zal zien.

Blz. 153: "Toen gebeurde er iets bijzonders. De tranen begonnen te stromen en vielen niet meer te stuiten". "Toen de trein Purmerend naderde en er geloop kwam was het over".



Tegenstelling of overeenkomst tussen handeling en plaats van handeling:

De overeenkomst tussen de plaatsen van handeling is dat de handelingen op iedere plek een gevolg zijn van eerdere handelingen. De geremdheid die Ruben in Amsterdam vertoond zijn een gevolg van zijn jeugdtrauma's. Als hij op het IJsselmeer vastzit, ontdooit zijn "harnas"dat hij in Amsterdam opgedaan heeft. Ruben gaat naar Nibbixwoud en naar de VU om de handelingen op het IJsselmeer op te helderen.



De tegenstellingen tussen de plaatsen van handelingen zijn, dat bepaalde plaatsen Ruben warmte geven en zijn "harnas"ontdooien en dat bepaalde plaatsen zijn "harnas"versterken. De handelingen in Amsterdam, het eerste gedeelte van zij verblijf op het IJsselmeer en zijn bezoek aan de VU versterken zijn "harnas", terwijl het tweede gedeelte van zijn verblijf op het IJsselmeer (de komst van Bente) zijn "harnas"versterken.



Hoofdstuk 6: Perspectief



Vertellersstandpunt:

Het vertellersperspectief is het personaal perspectief (hij-zijverteller). Het verhaal wordt in de hij-zijvorm verteld. In het boek Dooi krijgt de lezer een vrij goed beeld van het hoofdpersonage: Ruben Saarloos. Elke handeling ziet de lezer door de ogen van Ruben Saarloos. Blz. 109: "Hoe vond je het bij me, zou hij haar willen vragen"(Ruben over Bente). Het gevolg hiervan is dat de lezer een vrij beperkt beeld krijgt van de andere personages, omdat hij alles door de ogen van het hoofdpersonage ziet. Het verhaal heeft geen wisselend standpunt.



Hoofdstuk 7: Beoordeling



Dooi is inderdaad een meeslepend en mysterieus boek. Dit komt vooral omdat alleen de engelachtige nog in staat is om Ruben te redden, na alles wat hij in zijn jeugd heeft meegemaakt. Hoewel Dooi pure fictie is, is de pantsering van Ruben ten gevolge van zijn emoties, een herkenbaar probleem in onze maatschappij. Minder geloofwaardig vind ik dat er in deze tijd van technologie, communicatieve middelen en zachte winters iemand toch met zijn boot vastvriest op het IJsselmeer. Het is natuurlijk ook niet realistisch dat een dood meisje, Ruben opzoekt.



In Dooi bestaat er een duidelijke samenhang tussen de gebeurtenissen. Iedere handeling of kenmerk is als het ware een gevolg van voorgaande gebeurtenissen. Het verhaal is zeker niet langdradig. De schrijfster gebruikt een goede woordkeuze. Ook de zinsopbouw is goed, al gebruikt zij soms lange zinnen zoals bijvoorbeeld op bladzijde 16: "Vooral bij de gemene oostenwind die het eiland tijdenlang geteisterd had, was hij de godganse dag in de weer geweest met het vorstvrij houden van de machinekamer, het dichtstoppen van kieren, het maken van dubbele ramen van plastic zakken en het verversen van de heetwaterkruiken in de dekens rondom de butaantank buiten, zodat hij het fornuis tenminste kon gebruiken". In het verhaal komen veel metaforen voor zoals bijvoorbeeld de krassende kraaien die voor de dood staan. De belangrijkste metafoor is echter de naam van de boot van Ruben: De Harnasman, hetgeen op Ruben slaat. Ook komen er vergelijkingen in het verhaal voor: zo wordt Bente (door haar rode haarkleur) vergeleken met vuur.



Het boek heeft enkele gedachten van mij over het leven veranderd. Ieder mens heeft behoefte nodig aan warmte. Een gebrek aan warmte kan isolering tot gevolg hebben (wat met Ruben gebeurde). Zeker in onze samenleving die steeds individualistischer wordt, moeten we hier rekening mee houden. Bovendien moet ieder mens proberen om zij mislukkingen, problemen en trauma's te verwerken. Als een individu deze gevoelens opkropt en niet verwerkt, dan blijven deze gevoelens het individu een leven lang achtervolgen. Verder moet men ten alle tijden realistisch blijven en zeker niet ten koste van alles zoektochten kansloze ondernemen. Ruben heeft dit tijdens zijn zoektocht naar Bente tijdig ingezien. Zijn vader tijdens zijn zoektocht naar de Coelacanth niet.



Critici, zoals Hans Warren beweren dat het boek een te grote geheimzinnigheid bevat. "Zo grote geheimzinnigheid in een boek is onbevredigend". Bovendien heeft het boek volgens velen een onduidelijk einde. Ik deel deze mening omdat de schrijfster op het eind van het boek een onduidelijke weergave geeft van wat er met Ruben gaat gebeuren. Zo een einde is voor mij niet bevredigend. Toch is het positief dat Rascha Peper veel aan de fantasie van de lezer overlaat. Anderen zoals Arnold Heumakers beweren dat Rascha Peper het vak wel degelijk verstaat. Door het gebruik van metaforen en symboliek wordt alles grondig voorbereid en uitgelegd. Naar mijn mening gebruikt Rascha Peper echter teveel symboliek. Een schrijver kan ook overdrijven. Desondanks vind ik Dooi een goed uitgewerkt en meeslepend boek.



Besluit:



Dooi heeft duidelijk aan mijn verwachtingen voldaan. Zoals ik in de beoordeling heb beschreven vind ik het een meeslepend en goed uitgewerkt boek. Bovendien is het een misterieus boek, waarbij veel aan de fantasie van de lezer wordt overgelaten. Het eindoordeel over het werken aan een scriptie is positief, temeer omdat ik mijn zelfstandigheid en eigen indeling kan toepassen tijdens dit werk.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen