U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=44 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1995 woorden.

Hersenschimmen

Auteur: J. Bernlef
Titel: Hersenschimmen
Druk: 1e druk
Uitgever: Wolters-Noordhoff, Groningen, 1990
Eerste druk: 1984
Pagina's: 166

Indeling

Hersenschimmen is onderverdeeld in meerdere stukken, enkel door wit van elkaar gescheiden. Sommige stukken beginnen met een schuin gedrukte regel. Dit geeft het begin van een nieuwe dag aan.
Motto: Het motto van het boek is: 'A touching dream to which we are lulled, but wake from separately' van Philip Larkin dat uit het gedicht 'The Building' komt. Dit betekent 'Een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd, maar elkafzonderlijk uit wakker wordt'. Dit motto slaat op de geestelijke afstand die begint te ontstaan tussen Maarten, die dement aan het worden is en zijn vrouw Vera; het leven staat in teken van de dood.

Samenvatting

De 71- of 72-jarige Maarten Klein woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, even ten noorden van Boston. In de jaren vijftig zijn ze uit Nederland naar Amerika ge‰migreerd. Hun twee kinderen bleven in Nederland wonen. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation (IMCO), een instituut voor visserijonderzoek in Boston. Op een winterse dag kijkt hij uit naar de schoolbus met kinderen die elke morgen bij zijn huis stopt. Hij denkt terug aan zijn vader, die griffier bij de rechtbank was en thuis temperatuurgrafieken bijhield en aantekeningen over het weer maakte. Uit opmerkingen van zijn vrouw wordt duidelijk dat Maarten een beetje ver strooid begint te worden: het is zondag, dus de kinderen hoeven niet naar school. Hij denkt dat het ochtend is, maar het is al middag. Eerder vergat hij al zijn koffie op te drinken en voor Vera hout uit de schuur te halen, hoewel ze hem daar tweemal om had gevraagd. Hij zoekt de schuld van zijn vermoeidheid en concentratieverlies voorlopig bij de lange winter. Maarten piekert over zijn vergeetachtigheid. Er is iets mis, maar hij weet niet precies wat. Hij betrapt zich erop dat hij hardop in zichzelf praat. Woorden die hij alleen gebruikte op zijn werk duiken plotseling op in zijn conversatie met Vera. Zijn gedachten dwalen vaak door associaties af naar gebeurtenissen uit het verleden, vooral uit zijn jeugd, uit de Tweede Wereldoorlog en uit de tijd dat hij op kantoor werkte. Soms roepen de herinneringen handelingen op waarvan hij zich niet bewust is. Als hij terugdenkt aan het mislukte vlechtwerkje dat hij op de kleuterschool van stroken papier maakte, scheurt hij onbewust de krant aan repen. De juffrouw vroeg hem destijds de potlodendoos te halen en Maarten gaat hem zoeken, op een plank in het washok, waar hij met een stoel bijklimt. Als Vera hem daar vindt, beseft hij pas wat hij doet. Tijdens een wandeling met de hond Robert verliest hij zich weer in het verleden. In het meisje achter de bar van het caf‚ waar hij even uitrust, herkent hij zijn eerste vriendin. Daarna komt hij in het antiquariaat waar hij kort daarvoor The Heart of the Matter van Graham Greene kocht.
Maarten kan zich het boek op dat moment niet herinneren, hoewel hij er thuis af en toe een stukje in leest. Als hij mijmerend verderdwaalt door de stad, vindt Vera hem, ze maakte zich ongerust en is hem met de auto gaan zoeken. De symptonen van Maartens dementie worden duidelijker en heviger. Vera heeft de deur op slot gedaan toen ze even weg moest, maar Maarten breekt hem open om naar een IMCO-vergadering te gaan. Het gereedschap neemt hij mee in zijn aktentas. Hij gaat echter niet als vroeger met de trein naar Boston, maar loopt naar een vakantiehuisje, waarvan hij de deur ook forceert. Terwijl hij wacht op de anderen oefent hij zijn betoog, waarin hij zijn twijfel uitspreekt over de zin van de organisatie, die aan de hand van computerprognoses aanbevelingen doet over vangstquantums. Dan realiseert hij zich de situatie en gaat hij op weg naar huis; hij vergeet echter zijn tas.Vera is bij dokter Eardly geweest. Hij heeft haar aangeraden met Maarten foto's te bekijken om de herinneringen te ordenen. Maarten herrinert zich tot in de details het verhaal bij een foto uit zijn jeugd, maar kan andere gebeurtenissen, zoals het bezoek van zijn kinderen uit Nederland drie jaar geleden, niet plaatsen. Later weet hij dat weer, maar als de deur wordt gerepareerd kan hij zich het niet herinneren dat hij hem heeft opengebroken. Op het bezoek van dokter Eardly reageert Maarten met een redevoering, die imponerend bedoeld is. Daarna realiseert hij zich met machteloosheid, woede en angst dat hij niet meer helemaal meester is over de taal: hij moet zinnen soms eerst vanuit het Nederlands in het Engels vertalen voordat hij ze kan uitspreken en heeft moeite met het benoemen van voorwerpen. Steeds meer vermengt Maartens verleden zich met zijn dage lijks leven. Maarten verwart Vera met zijn moeder en zijn huis met dat van zijn grootouders.
Wat zijn vrouw hem het enen moment vertelt, kan hij direct daarna weer vergeten zijn. Als zij weg is, slaat Maarten een ruit in om de hond binnen te laten. Daarna vergeet hij het gas uit te zetten. Bij het volgende bezoek van de dokter ziet Maarten hem als een tegenstander in een moeilijke onderhandeling. Hij gaat hem verbaal te lijf met een vergaderstrategie van zijn ex-collega Karl Simic. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven slaat hij hem de spuit uit handen. Op dat moment waant hij zich in de oorlog. Omdat de toestand gevaarlijk wordt, komt de gezinshulp Phil Taylor inwonen om op Maarten te letten. Deze vergeet steeds wie zij is en waarom ze er is, en verwart haar met zijn pianolerares van vroeger en met zijn dochter. Als hij tweemaal in een nacht door het huis dwaalt, geeft Phil hem een injectie.
Maarten wordt wakker doordat hij in zijn bed heeft gepoept. Vera en Phil maken de riemen los waarmee hij was vastgebonden en wassen hem in het bad; Maarten krijgt daarbij een erectie.
Pas als hij het aanraakt beseft hij vol schaamte dat het zijn geslacht is dat boven water uitkomt.
Maarten ontsnapt nog een keer uit het huis en komt na een wandeling door de duinen terecht in het zomerhuisje waar hij eerder zijn aktentas had laten staan. De vuurtorenwachter ziet hem lopen en brengt hem terug naar huis in zijn jeep, waardoor Maarten hem houdt voor een Amerikaanse soldaat tijdens de bevrijding. Even later komt dokter Eardly, die Maarten voor een soldaat in burger houdt. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven denkt hij dat hij wordt verdacht van collaboratie. Als Maarten wakker wordt, maakt hij een vuur in de open haard en verbrandt hij uit het album de foto's waarop hij is afgebeeld. Hij herkent zichzelf niet meer. Vera en Phil binden hem op een stoel vast. Ook hen herkent hij niet meer. Dan wordt hij in een ziekenwagen naar een inrichting gebracht. Er dringen nog maar flarden van buiten tot Maarten door; zijn wereld is gekrompen tot zijn onsamenhangende, maar soms plotseling heldere gedachten, waarin de taal een belangrijke rol speelt. Het boek eindigt met een medede ling die hij noh wel opvangt, al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen.

Thema

Kern van de roman is het proces van dementie en depersonalisatie. Over het snel toeslaande dementieproces waardoor twee oude mensen die al een halve eeuw samenleven totaal van elkaar vervreemden. Vele dingen spelen daarbij een belangrijke rol o.a.: het tijdbesef, onzeker heid, verwarring, isolement, zintuigelijke waarnemingen, taal, de foto's die tonen hoe de werkelijkheid 'echt' is en het sterke verband tussen herinneringen en leven.

Titelverklaring

Hersenschimmen duidt op het idee, dat er van het leven uiteindelijk niet anders overblijft dan wat vage bewustzijnstoestanden, illusies, hersenschimmen. Aan het eind van de roman, denkt Maarten: 'In het leven terug ? . . . maar waar is zo iets gebleven ? . . . is er wel zo iets ? . . . of was gewoon alles inbeelding van het hoofd ? . . . hersenschimmen ?'

Personages:

De hoofdpersoon in het boek is Maarten Klein. Maarten is ca 72 jaar, geboren in Alkmaar, maar woont al vijftien jaar in Amerika. Hij werkte als notulist bij de IMCO, een visserijorganisatie, maar is inmiddels al gepensioneerd. Hij is een round-character, omdat we steeds meer over hem te weten komen, vooral over zijn verleden. Vera, zijn vrouw, is ook een belangrijk persoon in het boek. Zij is al vijftig jaar getrouwd met Maarten en moet hulpeloos toekijken hoe Maarten aan het dementeren is. Zij en Maarten hebben twee kinderen, Fred en Kitty, zij zijn typen, omdat dit ook het enige is wat we over ze te weten komen. Vera is ook een round-character. Andere rollen in het verhaal spelen: Dokter Eardly, een na‹eve arts, die denkt Maartens bewustzijn met behulp van medicijnen en rust weer te kunnen doen opflakkeren. Phil Taylor, de gezinshulp, die Maarten verwart met zijn dochter en zijn pianolerares. Je komt weinig of deze personen te weten en zijn daarom typen.

Perspectief:

Het verhaal geschreven in een ik-perspectief. Je ziet verhaal vanuit de ogen van Maarten. Op het laatst verandert het perspectief waarin Maartin in de hij-, jij- en soms zelfs ook het-vorm over zichzelf spreekt. Het ik-perspectief in het begin is een belevend-ik.

Tijd:

De vertelde tijd van het boek is negen dagen. Zolang duurt het dementieproces van de hoofd persoon. Dit is niet erg waarschijnlijk, omdat zo'n dementieproces normaal veel langer duurt.
Het verhaal is chronologisch, maar wel veel onderbroken door herrineringen en flash-backs.
Het verhaal speelt zich af in 1982.

Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in en rond het huis van Maarten in Gloucester in de Verenigde Staten. Ik denk dat de ruimte naast een beeldvormende ook een sferische functie heeft, omdat de winter en de sneeuw het isolement van Maarten nog meer versterken ('..door de sneeuw lijkt alles zo op elkaar.'). Ik denk dat de ruimte (Amerika) door de schrijver ook met opzet is gekozen, omdat Maarten hierdoor steeds meer terugvalt op zijn jeugd en de Nederlandse taal.
Ook dit versterken het isolement van Maarten.

Beoordeling

Ik vond het een heel goed boek. Dat komt vooral natuurlijk door de manier waarop het geschreven is. Dat je het dementieproces uit de ogen ziet van een dementerende man vond ik een van de dingen die Hersenschimmen zo'n goed boek maken. Ik vond het erg aangrijpend en meeslepend. Ook door de koele stijl waarin die het boek geschreven heeft maakt dit tot een zeer goed boek.

Schrijver

J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, geboren in 1936 in het Noordhollandse Sint-Pancras en opgegroeid in Amsterdam en Haarlem. Na zijn H.B.S.-A is hij een half jaar student aan de Politiek-Sociale Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Gelijktijdig werkt hij in een boekwinkel. Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het korte verhaal Mijn zusje Olga. Tussen 1958 en 1960 reist hij heen en weer tussen Zweden en Nederland. Hij schrijft Stenen Spoelen en Kokkels, voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959). Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op. Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Po‰zieprijs van de gemeente Amsterdam.
Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en worden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (Sterf de moord 1973, In verwachting 1974). In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster. Hij publiceert nog enige romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De Man in het Midden (1977), Onder IJsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984). Voor zijn totale oeuvre krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen