U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Over De Vos Reinaert / Van Den Vos Reynaerde.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1968 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1491 woorden.

Schrijver

die Madoc maecte, Willem



Titel

Over de vos Reineart



Oorspr.Titel

Van den vos Reynaerde



Vertaling

Arjaan van Nimwegen 1e druk Utrecht/Antwerpen, Het Spectrum, 1979



Genre

Satirisch dierenepos, symbolisch-realistische epiek In versvorm



Personages

Reynaert de vos:

Hij is de hoofdpersoon van het verhaal, de ‘held’ Hij is sluw, zelfverzekrd, gewetenloos en vindingrijk. Hij draagt het thema: Hij symboliseert de kritiek (van de schrijver) op de (mensen-)maatschappij. Zijn maatschappelijke positie in het dierenrijk is in feite redelijk hoog. Hij is, als oudste, clanhoofd van de vossen, die de voornaamsten der kleine roofdieren zijn. Hij is te vergelijken met een baron. Maar eigenlijk staat hij buiten en boven alle standen. Hij is de ‘outcast’ en wreekt zich op de hypocriete maatschappij. Ondanks zijn gewetenloosheid heeft hij welzeker het eergevoel dat iemand van zijn stand betaamt. Een voorbeeld hiervan is dat hij de naam van de familie zuivert door aan het einde van het verhaal de kop van de haas Cuwaert aan de koning te zenden. Hij heeft namelijk om te ontsnappen aan de galg zijn vader en zijn neef Grimbeert, de das, beschuldigd van betrokkenheid bij een samenzwering tegen koning Nobel. Als Reinaert door het geloof van koning Nobel in dit verhaal wordt vrijgesproken en veilig thuiskomt, doodt hij haas Cuwaert en stuurt diens kop aan de koning, om te laten zien dat hij de koning heeft bedrogen en dat zijn verhaal over de samenzwering dus onwaar was. De eer van de familie wordt dan hersteld.



Ysegrim de wolf:

In het 12e eeuwse dierenepos Ysengrinus treedt deze persoon als hoofdpersoon op. In dit werk bakken wolf en vos elkaar al poetsen. Wolf en vos hebben elkaar nooit zo erg gelegen. Ysegrim is Reinaerts grootste vijand, aangezien hij aan hem verwant is. Vos en hond komen elk uit de familie der grimmigen (=diepe monden), waar ook GRIMbeert uit komt. In de Ysegrinus komt zelfs een ReinGRIMus voor. Ysegrim heeft door deze verwantschap ook een paar karaktertrekken van Reinaert, en deze voelt zich daar door bedreigd. Ysengrim is ook sluw, hoewel minder dan Rein, en is vooral een huichelaar. Rein is alleen wel wat intelligenter dan Ysegrim. En hij heeft Ysegrim al heel wat streken geleverd. Ysegrim zou dan ook niets liever willen dan Reinaert te zien hangen.



Bruun de beer:

Bruun is een van de hoogste baronnen in het rijk van koning Nobel, met veel invloed en macht. Hij is echter een domme veelvraat en daarom is ook hij vaak het slachtoffer van Reins misdaden. Hij beschouwt Reinaert dan ook als een grote vijand. In hem worden de adellijken belachelijk gemaakt, die niets anders kunnen dan zich vet vreten en dom doen.



Grimbeert de das:

Dit is een volle neef van Reinaert. Wanneer Reinaert aan het hof beschuldigd wordt van vanalles en nog wat, is HIJ degene die het voor hem opneemt.Grimbeert lijkt zo op het eerste gezicht wat naïef dat hij dat zomaar doet, maar in de middeleeuwen waren de familiebanden heilig. Het was gebruikelijk dat familieleden het voor elkaar opnemen als er eentje ergens van werd beschuldigd. Men moest solidair blijven, wat er ook gebeurt was. Grimbeert is dus niet naïef. Hij lijkt de enige persoon in het verhaal te zijn die gespaard wordt van de streken van Rein. Dit heeft de schrijver expres gedaan als soort van cadeau voor zijn minder-dom zijn dan de rest. Hij gelooft Reinaert bijvoorbeeld niet direkt als deze hem belooft noooit meer te zullen zondigen. Hij blijft argwanend. Reinaert beschouwt Grimbeert als een bondgenoot.



Koning Nobel de leeuw:

Dit is een karakterloos en hebzuchtig persoon. Juist dat karakter dat je van een leeuw niet verwacht. Een typische anti-koning. Hij draait en keert tot het hem zelf goed uitkomt en laat zich gemakkelijk ompraten door Reinaert als deze hem een schat belooft. Nobel snapt wel dat Rein hartstikke schuldig is, maar hij wil alleen de schat. Egoïstisch. Hij typeert de schrijvers’ visie op het zogenaamde ‘gezag’. Het corrupte en egocentrische gezag. Uit het feit dat Nobel zich laat ompraten door Reinaert blijkt ook nog eens dat hij dom is.



Belijn de Ram:

Hij vertegenwoordigt de geestelijkheid. En het is duidelijk hoe de schrijver daar over denkt. Belijn is zowel het ‘zwarte schaap’ als een ‘schaapskop’. Aan het eind wreekt de schrijver zich op de geestelijkheid door hem voor het karretje van Reinaert te spannen (de list met het hoofd van Cuwaert) en hem alle schuld over zich heen te laten krijgen van zowel Reinaerts ontsnapping als de moord op Cuwaert.



Tybeert de kater:

Een gluiperd, die de geveinsde slimheid van de burgerij symboliseert. Hij is laf als het erop aan komt (als hij Reinaert voor het hof moet dagen). Rein beschouwt hem als bijna geheel ongevaarlijk.



Thematiek, motieven en symbolen

Het thema is: kritiek op de (mensen-)maatschappij. Zowel op de feodale maatschappij van corruptie en schijnheiligheid als op het kerkelijk gezag en de burgerij wordt kritiek geleverd. Het motief ‘de verkeerde wereld’ wordt duidelijk naar voren gebracht. De schrijver laat op zijn overdreven manier zien hoe het is en hoe het dus NIET moet. Belangrijke elementen in het verhaal zijn: de feodale verhoudingen(van koningen en onderdanen, boeren en burgerij, adel en geestelijkheid) , de Germaanse rechtspraktijk (hofdag, klagers, drie keer dagen, nieuwe aanklacht, vonnis), de standenmaatschappij, de samenzwering (die waarschijnlijk toen veel voorkwamen. Er is een samenzwering bekend van drie aanzienlijke baronnen uit die tijd tegen hun koning, deze werd gehouden onder een boom). Een ander belangrijk motief is de antromorfe voorstelling: de dieren symboliseren allen slechte trekken van mensen uit de maatschappij. Nog een motief is bijvoorbeeld het getal veertig, wat in die tijd een bijzonder getal was (Jezus vastte veertig dagen, de Joden trokken veertig jaar door de woestijn) Willem parodieert hiermee door bijvoorbeeld veertig stokslagen uit te laten delen aan Tybeert. Of de proloog, die bestaat uit veertig regels.



Compositie

Het verhaal is als volgt ingedeeld:

1.proloog

2.hofdag van Nobel

3.1e dagvaarding

4.2e dagvaarding

5.3e dagvaarding

6.Reynaerts veroordeling

7.Reynaerts biecht

8.Reynaerts vrijspraak en pelgrimage

9.Reinaerts terugkeer



De rechtelijke gang van zaken is in overeenstemming met de Germaanse gebruiken.



Tijd en plaats van handeling

Het Franse voorbeeld van de Reynaert, de Roman de Renart, werd geschreven in 1179, de Latijnse bewerking is gemaakt tussen 1272 en 1279. De Reynaert is in die honderd jaar tijd daartussen geschreven.Er is bekend dat het gebied van Kriekeputte in 1225 werd ontgonnen om er mineralen uit de grond te halen. Als dit zo was geweest dan was het gebied vast niet meer zo verlaten als dat het in de Reynaert beschreven wordt. Waarschijnlijk is de Reynaert dus tussen 1179 en 1225 geschreven. Het verhaal speelt dan ook rond die tijd. Een tijd waarin de maatschappij helemaal niet zo eerlijk in elkaar zat. Er heerste armoede en de rijken waren té rijk. Genoeg redenen dus voor Willem tot kritiek. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waes (Oost-Vlaanderen) bij Gent, waar uitgestrekte bossen en heiden waren. Aanduidingen hiervoor: In een Gentse legende wordt de stichter van Gent Ermeric genoemd. En in de Reynaert is er sprake van de schat van koning Ermericke. Ook ligt er in de buurt van gent een fort met de naam Maupertuus.



Perspectief

De verteller is auctoriaal, hij spreekt de lezer soms aan (Nu hoert hoe ick hier beghinne), geeft commentaar op bepaalde gebeurtenissen en wijst soms vooruit naar wat komen gaat (Nu hoert wat Reynaert heeft gedaen) Zijn publiek was waarschijnlijk adellijk en ontwikkeld, en duidelijk is ook dat ze iets van andere dierenverhalen als de Reinaert af moesten weten, omdat daar wel eens naar verwezen wordt.



Stijl

In eenvoudig Vlaams dialect geschreven met een satirisch karakter, wat blijkt uit:

-De bespotting van de Franse taal. ‘Siene Priester, dieau vo saut! Kendi Reinaert den Ribaut?’

-bespotting van dorpelingen en hun afkomst. ‘Ludolf met den crommen vingheren.’

-bespotting geestelijken. (bijvoorbeeld de pastoor met een minnares)

-typering van de adel (karakterloos, hebzuchtig en egocentrisch)



Ook was de stijl een parodie op de hoofse ridderromans, waarin ook vaak een hofdag voorkwam.



Schrijver

Over Willem is weinig bekend. Hij liet immers ook geen achternaam achter. Wel denkt men dat hij zeker een hoge opleiding moet hebben gehad. Want hij kende zijn talen goed, en kende het rechtssysteem. Ook blijkt zijn kundigheid door parodiëren op klassieke rethorische stijlmiddelen en motiefen (bijvoorbeeld het getal veertig) Men is er nog steeds niet zeker van of er meerdere schrijvers aan de Reynaert hebben meegewerkt. Willem spreekt in de inleiding over ene Aernout. Men is er bijna zeker van dat het slot, met het acrochriston erin (BI WILLEME) niet door Willem is geschreven. En men twijfelt ook nog over de inleiding. Misschien is dat ook andermans werk.



Stroming

Het dierendicht is een stroming opzich die rond die tijd op gang kwam. Een van de eerste was het Latijnse Ecbasis Captiva, waarin vaak vos en wolf als vijanden werden afgeschilderd. Willem maakte van deze stroming gebruik om zijn kritiek op de maatschappij te uiten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen