U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Over De Vos Reinaert / Van Den Vos Reynaerde.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1966 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2356 woorden.

Boekbeschrijving

Schrijver: "Geschreven door Willem, die Madoc maecte."

Titel: Van den vos Reynaerde

Gelezen titels: Van den Vos Reynaerde; over inhoud, oorsprong, samengesteld door K.J.J. Brand. Den Vos Reinaerd, uut den Middeleeuwsen tekst beriemd verzeeuwst deur J. Kousemaker, Middelburg, Den Boer 1981



Van den vos Reynaerde is een Middelnederlands dierenepos, dat op het einde van de 12e eeuw ontstaan is. Het is het meesterwerk in de gehele dierenliteratuur, een van de meesterwerken in de Nederlandse literatuur en zelfs een van de meesterwerken in de wereldliteratuur.



Samenvatting van de inhoud

Willem, de schrijver van Madoc, betreurt het dat Aernout het verhaal over Reynaert niet in de volkstaal (het Diets) heeft voltooid. Na Franse boeken te hebben geraadpleegd, is hij aan het werk gegaan om dit tekort goed te maken. Hij verzoekt de onbeschaafde mensen hem niet te bekritiseren en niet voor onwaar te verklaren, waar ze zelf geen verstand van hebben. Op verzoek van een hoofse dame wil hij graag zijn verhaal aan beschaafde lieden vertellen.

De leeuw Nobel, koning der dieren, had in zijn rijk bekend laten maken, dat hij op Pinksteren hofdag zou houden. Alle dieren verschenen, uitgezonderd Reynaert, 'den fellen metten grijzen baerde": hij had al zoveel op zijn geweten dat hij aan het hof alleen nog kon rekenen op de steun van zijn neef, de das Grimbaert. De wolf Ysengrijn was de eerste die Reynaert beschuldigde van allerlei kwaad, zoals het verkrachten van zijn vrouw Herswint, en de mishandeling van zijn twee kinderen. Het hondje Courtois beklaagde zich erover (in het Frans) dat Reynaert tijdens een koude winter zijn enige worst had gestolen, die hij overigens zelf van de kater Tybeert had gestolen. De bever Pancer vertelde hoe Reynaert de haas Cuwaerd tot kapelaan zou opleiden; hij had het arme dier nog net kunnen redden.

Toen Ysengrijn erop aandrong Reynaert tot dood te veroordelen, sprong de das Grimbaert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom: Ysengrijn was ook niet zo'n brave en bovendien was Reynaert kluizenaar geworden; hij droeg een haren boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Op dat moment naderde een droevige stoet, de dode kip Coppe werd gedragen door twee hennen en twee broers. Coppe was de dochter van Cantelaer, de haan. Reynaert heeft 11 van zijn 15 kinderen opgegeten.

De koning was woedend, en besloot Reynaert voor het hof te dagen. Bruun de beer wordt naar Malpertuus gestuurd (de woning van Reynaert) om Reynaert mee te nemen naar het hof. Reynaert zei dat hij dat graag wilde doen, als hij niet zoveel gegeten had van die honing. Hij vertelde de begerige Bruun ten slotte dat er honing te vinden was in een door wiggen spleten eik op het erf van Lamfroit, de timmerman. Ze gingen erheen en ondanks Reynaerts waarschuwing matig te zijn, stak Bruun zijn kop en voorpoten in de gespleten boom, waarna de vos de wiggen uit de boom trok. Lamfroit merkte dat die beer in de boom zat, hij ging het hele dorp waarschuwen om de beer te pakken. Ook de pape (geestelijke), zijn vrouw Julocke en de koster waren van de party. Bruun werd verschrikkelijk afgetuigd, maar wist zich uiteindelijk los te rukken. Lamfroit gaf hem nog zo'n ontzettende klap met een bijl, dat hij met een geweldige sprong een stuk of 5 vrouwen (onder wie Julocke) in de rivier gooide. Zwemmend wist de zwaargewonde Bruun te ontkomen, terwijl de dorpelingen Julocke uit het water haalden. Toen hij een eind verderop aan land ging, werd hij nog door Reynaert bespot. Glijdend en rollend bereikte de beer tenslotte het hof.

De tweede bode die Nobel stuurde, de kater Tybeert, verging het eveneens slecht. Hoewel hij de reputatie had wijs en voorzichtig te zijn, liep hij ook in de val die Reynaert opzette.

De vos beloofde hem de volgende dag mee te gaan; Tybeert had daar geen bezwaar tegen, mits Reynaert voor een goed maal kon zorgen. Samen gingen ze naar de schuur van de geestelijke, waarin vette muizen te vinden zouden zijn. Reynaert liet Tybeert door een gat naar binnen kruipen, met als gevolg dat hij vast kwam te zitten in een strik die Marinet (de zoon van de pastoor) gezet had. Tybeert maakte zo'n kabaal, dat de bewoners van het huis wakker werden. Ze gingen Tybeert te lijf en probeerden hem dood te slaan, maar zwaar gehavend wist hij te ontkomen, nadat hij de pastoor aan zijn geslachtsdelen had verwond.

Alleen Reynaerts neef Grimbaert was nu nog bereid om de vos voor de derde keer te dagen. Hij slaagde erin Reynaert over te halen mee naar het hof te gaan. Reynaert nam hartelijk afscheid van zijn vrouw (Hermeline) en de kinderen (Reynaerdine en Rossel) en begaf zich met Grimbaert op pad naar het hof. Tijdens de reis biechtte Reynaert op huichelachtige wijze zijn wandaden en gemene streken op om zijn geweten te zuiveren: hij had Bruun en Tybeert te grazen genomen, Cantecleer van zijn kinderen beroofd en Ysengrijn diverse keren gekweld. Hij veinsde berouw, beloofde beterschap en vroeg om absolutie. Grimbaert brak toen een heggetakje af en gaf daarmee Reynaert 40 slagen als boetedoening. Toen ze echter langs een klooster kwamen waar veel ganzen en kippen rondliepen, had Grimbaert de grootste moeite hem van een nieuwe wandaad af te houden.

Aan het hof uitten onder andere de ram Belijn en zijn vrouw Hawy, het everzwijn Forcondet, de raaf Tycelijn en de ezel Bruneel hun klachten, maar Reynaert liet niet blijken dat hij bang was. Hij verzekerde de koning zelfs, dat er geen trouwere dienaar bestond dan de vos. Maar ondanks zijn mooie praatjes werd Reynaert tot de galg veroordeeld. Grimbaert en Reynaerts naaste verwanten wilden de terechtstelling niet bijwonen en vertrokken. Ysengrijn, Bruun en Tybeert gingen de galg in gereedheid brengen. Op dat moment zag Reynaert schoon zijn kans om zijn hoogste troef uit te spelen. Na een biecht vol zelfbeklag vertelde hij de koning over een aanslag die Bruun, Ysengrijn en Tybeert beraamd zouden hebben om de koning uit de weg te ruimen en door de beer te vervangen. Het plan moest bekostigd worden met de schat van koning Hermelike, die door Reynaerts vader (die ook tot de samenzweerders behoorde) was gevonden. Reynaert maakte Nobel wijs dat hij de schat gestolen had en ergens anders begraven had om het plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens Reynaert in de bron Kriekeput bij Hulsterput bevond, schold Reynaert zelfs (op aandringen van koningin Gente) zijn straf kwijt en liet Bruun en Ysengrijn gevangen nemen. Reynaert verklaarde, dat hij een boetereis naar Rome en Palestina moest maken, alvorens hij met de koning naar de Kriekeput kon gaan: hij wilde eerst bevrijd worden van de ban die al drie jaar op hem rustte, omdat hij Ysengrijn, die in een orde was getreden, had aangeraden het klooster te ontvluchten. Voor zijn pelgrimstas en schoenen moesten Bruun, Ysengrijn en de wolvin Herswint een deel van hun huid en klauwen afstaan. De ram Belijn en de haas Cuwaerd zouden de vos naar zijn woning vergezellen.

De volgende morgen werden Reynaert en zijn begeleiders uitgeleide gedaan. Toen ze bij Malpertuus aangekomen waren, lokte Reynaert Cuwaerd mee naar binnen. Hij deelde zijn vrouw en kinderen mee, dat de koning hem als blijk van verzoening een haas had meegegeven, beet Cuwaerd dood en samen smulden ze van het vette dier. Tegen Belijn, die buiten had staan wachten vertelde Reynaert dat hij hem een aanbevelingsbrief voor de koning zou meegeven. In plaats van een brief, kreeg hij in een tas de kop van Cuwaerd mee en de belofte dat Cuwaerd hem later zou volgen. Toen Nobels klerk, de aap Botsaert, de tas opende, merkte de koning hoe hij bedrogen en bespot was; hij brulde het uit van woede. Op aanraden van het luipaard Rirapeel, die verzoening tussen Nobel en zijn onderdanen tot stand bracht, werden Bruun en Ysengrijn in vrijheid gesteld. Belijn en Reynaert werden vogelvrij verklaard; de vos was echter met vrouw en kinderen al naar een veilige wildernis gevlucht.



Perspectief

De alwetende verteller (auctoriaal perspectief), staat boven alle gebeurtenissen. Het geschrevene is vooral gericht tot een adellijk, ontwikkeld publiek.



Tijd

Het Franse voorbeeld van de Reynaert, de Roman de Renart, werd geschreven in 1179, de Latijnse bewerking is gemaakt tussen 1272 en 1279. De Reynaert is in die honderd jaar tijd daartussen geschreven.



Ruimte

Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het hof, waar de aanklachten tegen de niet aanwezige Reynaert worden ingediend. De hofdag mag gesitueerd worden in Gent, de hoofdplaats van de kasselrij Gent. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo (een uitgestrekt bos tussen Hulst en Kieldrecht). Ook wordt er gesproken van Elmare, een Benedicter proostdij tussen Aardenburg en Biervliet. Malpertuus (het kasteel (Notax) en het landgoed van Reynaert) moet van een burggraaf uit Destelbergen geweest zijn. Volgens sommige geleerden is Malpertuus te situeren in de buurt van Sint Jansteen. De ruimte is symbolisch bedoeld; Reynaert wandelt door de kromme paden, en voelt zich thuis in de "woestine", de veilige wildernis. De hofwereld van Nobel is een morele woestijn, een wereld van huichelarij en schijn. Het is meer symbolisch bedoelt dan echt realistisch. Ook komen de plaatsen Absdale, Belsele en Hijfte voor, waar het verhaal zich afspeelt.



Personages

Reynaert, de Vos;

Hij is de hoofdpersoon van het verhaal, de "held". Hij is sluw, zelfverzekerd, gewetenloos en vindingrijk. Hij draagt het thema: Hij symboliseert de kritiek (van de schrijver) op de (mensen-)maatschappij. Zijn maatschappelijke positie in het dierenrijk is in feite redelijk hoog. Hij is, als oudste, clanhoofd van de vossen, die de voornaamsten der kleine roofdieren zijn. Hij is te vergelijken met een baron. Maar eigenlijk staat hij buiten en boven alle standen. Hij is de 'outcast' en wreekt zich op de hypocriete maatschappij. Ondanks zijn gewetenloosheid heeft hij welzeker het eergevoel dat iemand van zijn stand beaamt. Een voorbeeld hiervan is dat hij de naam van zijn familie zuivert door aan het einde van het verhaal de kop van de haas cuwaert aan de koning te zenden. Hij heeft namelijk om te ontsnappen aan de galg, zijn vader en zijn neef Grimbaert, de das, beschuldigd van betrokkenheid bij een samenzwering tegen koning Nobel. Als Reynaert door het geloof van koning Nobel in dit verhaal wordt vrijgesproken en veilig thuiskomt, doodt hij haas Cuwaert en stuurt diens kop aan de koning, om te laten zien dat hij de koning heeft bedrogen en dat zijn verhaal over de samenzwering dus onwaar was. De eer van de familie wordt dan hersteld. Reynaert maakt gebruik van de zwakheden van zijn tegenstanders door in te spelen op hun hebzucht, gulzigheid en vraatzucht; Ysengrijn een huichelaar, Bruun een domme veelvraat, Tybeert een gluiperd en Nobel een karakterloze hebberd.



Ysengrim de wolf;

Ysengrim is de grootste vijand van Reynaert, aangezien hij aan hem verwant is. Vos en hond komen elk uit de familie der grimmigen (=diepe monden), waar ook GRIMbeert uit komt. Ysengrim en Reynaert hebben dus enkele overeenkomsten, alleen Ysengrim is wat minder sluw en intelligenter dan Reynaert. Het liefst ziet Ysengrim Reynaert hangen.



Bruun, de beer;

Bruun is een van de hoogste baronnen in het rijk van koning Nobel, met veel invloed en macht. Hij is echter een domme veelvraat en daarom is ook hij vaak het slachtoffer van Reins misdaden. Hij beschouwt Reynaert dan ook als een grote vijand. In hem worden de adellijken belachelijk gemaakt, die niets anders kunnen doen dan zich vet vreten en dom doen.



Grimbeert, de das;

Dit is de volle neef van Reynaert. Wanneer Reynaert aan het hof beschuldigd wordt van vanalles en nog wat, is HIJ degene die het voor hem opneemt. Familiebanden waren in de Middeleeuwen heilig. Reynaert beschouwt Grimbeert als een bondgenoot.



Koning Nobel, de leeuw;

Dit is een karakterloos hebzuchtig persoon. Juis dat karakter dat je van een leeuw niet verwacht. Een typische anti-koning. Hij draait en keert tot het hem zelf goed uitkomt en laat zich gemakkelijk ompraten door Reynaert als deze hem een schat belooft. Nobel snapt wel dat Rein hartstikke schuldig is, maar hij wil alleen de schat, egoïstisch dus.



Belijn, de ram;

De ram vertegenwoordigt de geestelijkheid. En het is duidelijk hoe de schrijver daar over denkt. Belijn is zowel het 'zwarte schaap' als een schaapskop. Aan het eind wreekt de schrijver zich op de geestelijkheid door hem voor het karretje van Reynaert te spannen (de list met het hoofd van Cuwaert) en hem alle schuld over zich heen te laten krijgen van zowel Reynaerts ontsnapping ald de moord op Cuwaert.



Tybeert, de kater;

Een gluiperd, die de geveinsde slimheid van de burgerij symboliseert. Hij is laf als het erop aankomt (als hij Reynaert voor het hof moet dagen). Reynaert beschouwt hem als bijna geheel ongevaarlijk.



Thematiek

Het thema is: kritiek op de mensenmaatschappij, het tonen van een "verkeerde wereld". Zowel de feodale maatschappij (vol corruptie, schijnheiligheid en winstbejag) als het kerkelijk gezag en de burgerij worden bekritiseerd. De dierenwereld als afspiegeling van de mensenwereld doet denken aan de verondersteld wereld van onze tegenvoeters, die weer aanleiding geeft tot een voorstelling van de "verkeerde wereld". Belangrijke elementen: De Feodale verhoudingen (koning en onderdanen, trots op afstamming en dergelijke). De Germaanse rechtspraktijk (hofdag, klagers, drie keer dagen van de schuldige). De standenmaatschappij (hof/adel clerus/geestelijkheid burgerij en boeren). Samenzwering.



Stijl

Het verhaal-in-dichtvorm is geschreven in eenvoudig Vlaams dialect. Het verhaal heeft een satirisch karakter. Het verhaal is een dierenepos.



Titelverklaring

De titel verwijst naar de sluwe vos.



Korte biografie van de auteur

Over Willem is weinig bekend. Hij liet immers ook geen achternaam achter. Wel denkt men dat hij zeker een hoge opleiding moet hebben gehad. Want hij kende zijn talen goed en kende het rechtssysteem. Ook blijkt zijn kundigheid door parodieren op klassieke retorische stijlmiddelen en motieven. Men is er nog steeds niet zeker van of er meerdere schrijvers aan de Reynaert hebben meegewerkt. Willem spreekt in de inleiding over ene Aernout. Men is er bijna zeker van dat het slot, met het acrochriston erin (BI WILLEME) niet door Willem is geschreven. En men twijfelt ook nog over de inleiding, misschien is dat ook andermans werk.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen