U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Karel Ende Elegast.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1957 en is laatst upgedate op 20/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1912 woorden.

Auteur: Onbekend

Titel: Karel ende Elegast

Eerste druk: De oudste versie is mogelijk uit de 12e eeuw.

Aantal blz.: 35

Uitgave: 1998, Uitgeverij Prometheus/ Bert Bakker.

Motto: Niet aanwezig.

Hoofdstukken: Het is niet in hoofdstukken verdeeld. Je zou het wel in een paar delen kunnen indelen: Een koning die uit stelen gaat, Nachtelijke ontmoeting met Elegast, Een rooftocht met verrassingen, en De ontknoping op de hofdag.

Proloog/ Epiloog: Niet aanwezig.

Thema: Trouw op twee manieren: trouw van leenman aan zijn leenheer en trouw aan God.

Tijd: Vroege Middeleeuwen. ( Tot ongeveer 1200.)

Plaats: Kasteel Ingelheim, het woud, kasteel Eggermonde.

Karakterbeschrijving: Het zijn geen uitgediepte karakters. Het is allemaal een beetje zwart-wit voorgesteld. Ze zijn of goed of slecht. Maar ik zal wel een typebeschrijving geven.

 Karel de Grote: Koning van de Franken. Bezit half Europa.( r. 70- 73) Een edel mens, die trouw is aan God. Hij heeft zijn zwakheden. Zo erkent hij zelf dat hij Elegast heeft verbannen ‘om cleine sake’.

 Elegast: Wat het meest opvalt aan Elegast is zijn onvoorwaardelijke trouw aan zijn heer, de koning. Zelfs nadat deze hem verbannen heeft. Hij is ook een edel mens. Hij steelt alleen van dìe mensen die wat kunnen missen, een soort Robin Hood dus. Elegast is trouw aan God en hij is slim. Hij denkt er bijvoorbeeld aan om bloed van Karels zus mee te nemen om eventueel later een bewijs te hebben voor zijn beschuldiging.

 Eggeric van Eggermonde: Zwager van Karel en de typische ‘bad guy’ van het verhaal. Hij is ongodsdienstig, ontrouw en hij slaat zijn vrouw. Hij steekt heerlijk af bij Karel en Elegast, want de voorbereidingen voor de strijd zijn bij Elegast duidelijk anders dan bij Eggeric. Eggeric bidt niet eens. ( r. 1381-1382 )

Perspectief: Alwetende verteller.

Chronologie: Het verhaal duurt een nacht en een dag. Er zitten geen flashbacks in.

Stroming: Voorhoofse ridderroman.

Samenvatting: Koning Karel van de Franken ligt te slapen in zijn kasteel in Ingelheim als hij plotseling geroepen wordt door een engel. Deze komt een boodschap brengen van God. De engel roept Karel op om zich aan te kleden en op dievenpad te gaan. Als Karel dit niet zal doen, dan zal hem de dood wachten. Karel denkt dit allemaal maar gedroomd te hebben, maar dan spreekt de engel nogmaals. Strenger dit keer. Nu is Karel helemaal in de war. Is het echt Gods woord? Hij begrijpt niet waarom juist hij wordt opgeroepen om te stelen; als koning heeft hij immers alles toch al? De engel spreekt dan nog een keer en vliegt weg. Na drie keer twijfelt Karel niet meer. ( Drie is een heilig getal, het staat voor de Vader, Zoon en de Heilige Geest.) Hij kleedt zich aan en kan zonder problemen ongemerkt verdwijnen. God heeft er voor gezorgd dat al de bedienden slapen en dat alle deuren open staan. Hij trekt het woud in en onderweg denkt hij aan één van zijn leenmannen: Elegast. Karel heeft hem indertijd verdreven om wat hij zelf omschrijft als een onbelangrijk feit en waar hij spijt van heeft. Hij heeft alles van hem afgenomen en Elegast leeft nu als een soort Robin Hood. Hij steelt alles bij elkaar, maar alleen van de mensen die het kunnen missen.

Karel verzoekt God om Elegast zijn pad te laten kruisen deze nacht. Diep in gedachten rijdt Karel verder. Dan ontdekt hij een ridder die totaal in het zwart gekleed is. Karel wordt een beetje benauwd, hij ziet hem voor de duivel aan. Ze passeren elkaar zonder te groeten en Elegast vraagt zich net als Karel af wie de ander is. Elegast ziet de wapens van de koning toch wel zitten en hij roept hem na. Elegast wil weten hoe de koning heet en wat hij daar te zoeken heeft. ( Ze herkennen elkaar niet.) Maar Karel wil geen antwoord geven, hij heeft liever een gevecht en daagt de ridder uit. Ze zijn beiden erg sterk en er vloeit bloed. Maar dan slaat Elegast heel hard waarbij hij zelf het zwaard verliest. Karel kan het dan zo afmaken, maar doet dat niet (riddercode!). Dan vertelt Elegast wie hij is en hij verteld zijn geschiedenis. Hij is verbannen door Koning Karel. Karel kan niet anders dan over zijn identiteit liegen. Hij vertelt Elegast dat hij Adelbrecht heet en eveneens een dief is. En dat het hem niks uitmaakt of het slachtoffer in kwestie nou rijk of arm is. Hij zegt dat hij op zoek is naar een kameraad voor de nacht omdat hij een zogenaamde schat heeft opgespoord bij koning Karel en dat hij die wil gaan halen. Elegast reageert geschokt. De koning had hem dan wel verjaagd, maar ondanks dat zal een goede leenman altijd trouw blijven aan zijn heer. Karel is blij met de trouw van zijn verbanne leenman. Ze rijden verder en Elegast stelt dan voor om bij Karels zwager in te gaan breken. Volgens Elegast heeft deze man, Eggeric van Eggermonde, verscheidene mensen verraden en hij zou zelfs de koning vermoorden als hij daartoe de kans kreeg. De koning stemt toe.

Eenmaal bij het kasteel aangekomen verzint de koning een smoesje waardoor Elegast zonder hem naar binnen gaat. Ze maken een gat in de muur van de hoofdburcht. Het valt Elegast op dat deze Adelbrecht zeer onhandig te werk gaat en hij vraagt zich ook af hoe deze dan zo'n goede dief kan zijn. Elegast gaat in zijn eentje naar binnen en kauwt op een kruid waardoor hij de dieren kan verstaan. De haan en de hond hebben het er allebei over dat de koning in de buurt is. Elegast wordt een beetje bang. Zal hij echt in de buurt zijn? Hij gaat terug en vertelt Karel wat hij gehoord heeft en deze zegt dat dat toch allemaal bijgeloof is. Zelfs nadat hij het zelf heeft gehoord. Elegast vertrouwt het steeds minder dat Adelbrecht een dief is. Maar Elegast gaat weer terug en steelt een schat bij elkaar. Hij brengt het buiten de poort en Karel verwacht dat ze vertrekken, maar Elegast wil nog een ding stelen: het beroemde zadel van Eggeric, waarvan de schoonheid niet te beschrijven valt. Maar als Elegast binnen in de slaapkamer van Eggeric is en het zadel steelt, maken de bellen die eraan zitten enorm veel geluid. Eggeric wordt wakker maar zijn vrouw stelt hem gerust dat er niemand is. Zij vraagt hem dan waarom hij al drie dagen geen oog dicht doet en geen hap eet. Na een tijdje zeuren vertelt Eggeric zijn vrouw dat hij een moord op haar broer beraamt. Deze zal de volgende dag plaatsvinden op de hofdag. Hij realiseert zich natuurlijk dat niet dat Elegast dit alles hoort en dat hij van plan is om het bekend te maken. Als Karels zus zegt dat zij absoluut tegen zijn plannetje is laat hij haar de hoeken van de kamer zien. Elegast zegt dan een toverspreuk en meteen vallen ze in slaap. Elegast vangt in zijn rechterhandschoen het bloed op van de vrouw, wat later misschien als bewijs zal kunnen dienen. Hij vertrekt met het zadel naar buiten waar Karel ongeduldig staat te wachten. Als Elegast vertelt wat hij heeft gehoord en meteen terug wil gaan om Eggeric te doden beseft Karel waarom God hem uit stelen heeft gestuurd. Hij zegt dat het verstandiger is om gewoon terug te gaan. Dan zal de koning wel sterven, maar ach dan heb je er tenminste zelf niks mee te maken gehad. Elegast is het hier helemaal niet mee eens en wil terug gaan als Karel hem nog een keer tegenhoudt. Hij maakt Elegast wijs dat hij het wel aan de koning zal melden de volgende dag, en dat Elegast nu gewoon met de buit terug naar de schuilplaats moet gaan. Elegast stemt toe en ze gaan uit elkaar. Bij het krieken van de dag komt Karel terug in Ingelheim waar iedereen nog slaapt. Hij ligt nauwelijks weer in bed als de wachter op zijn hoorn blaast dat de nieuwe dag is aangebroken en iedereen ontwaakt uit Gods slaap.

Karel roept zijn geheime raad bijeen en vertelt wat hij heeft vernomen. Hij vraagt om raad. De graaf van Beieren en die van Blois komen met het idee om de ridders te bewapenen en zodra er een aanslag gepleegd zal worden gereed te staan om aan te vallen. Bij de poort wordt zestig man neergezet, die de mensen die bij Eggeric horen, moeten ontwapenen en

opsluiten.

Ze komen binnen in kleine groepjes en worden in de kerker gegooid. Eggeric zit bij het laatste groepje en draagt meer wapens dan wie ook. Eggeric wordt de ridderzaal ingeleid en hij wordt door de koning van van alles beschuldigd. Hij ontkent stellig de zware beschuldigingen van de koning en daagt degene uit die het tegendeel beweert. De koning is blij met deze uitdaging en laat Elegast halen. Hij geeft de koeriers het bericht mee dat de koning hem al zijn vroegere daden vergeeft en dat hem een beloning wacht als hij het opneemt tegen Eggeric. Elegast neemt de uitdaging aan en hij bidt God om één ding: dat hij zou mogen vechten voor zijn heer. Ze rijden snel terug naar de burcht en gaan de ridderzaal binnen. Aldaar beschuldigt Elegast Eggeric ervan dat hij een moord beraamde op zijn heer. Vervolgens vergeeft Karel Elegast en heet hem vanaf dan van harte welkom in zijn kasteel. Elegast vertelt dan precies wat hij gehoord en gezien heeft die nacht, en laat ook het bloed van Karels zuster zien, wat nog steeds aan zijn handschoen gekleefd zit. Hij daagt Eggeric uit tot een duel. Hij weigert eerst, maar dan zou hij waarschijnlijk worden opgeknoopt en dat leek hem een nog minder prettig idee. Karel belooft Elegast zijn zuster als hij als overwinnaar uit de strijd komt. Dan begint het gevecht.

Elegast komt als uitdager het eerste het veld op, en bidt 32 regels vol. Daarna stijgt hij te paard. Zijn tegenstander komt het veld in en slaat geen kruis en bidt evenmin. Het gevecht is hevig en spannend. Elegast slaat Eggeric van zijn ‘ros’ maar weigert voetvolk te doden en gebied Eggeric op te steigen. Het gevecht gaat verder en Karel bidt voor Elegast. Dan komt er spoedig een einde aan de strijd. Elegast berooft Eggeric van het grootste deel van zijn hoofd. Hij was al behoorlijk dood toen hij ook nog eens werd opgehangen. Elegast trouwde met de zuster van Karel. Het is allemaal goed afgelopen en dat is allemaal te danken aan God. Amen





Eigen mening: Ik wist van te voren niet zo goed wat ik me van dit verhaal moest voor stellen, maar het is me totaal niet tegengevallen. Ik vond het erg spannend, hoewel ik wel dacht dat het goed zou aflopen.

De vrouw komt er niet zo best van af in die tijd: als ze het er ergens niet mee eens is, wordt ze geslagen, en als er iemand een gevecht wint krijgt hij een vrouw als trofee. Alleen waren de personages wel erg stereotype. Eggeric is echt de volmaakte slechterik die bij de lezers niets dan afkeer opwekt, o.a. wegens zijn gebrek aan respect voor God.

Verder vond ik het af en toe vrij geestig en ondanks het Middelnederlands las het lekker weg.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen