U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Mensje Van Keulen - Bleekers Zomer.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20063/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1946 woorden.

1 Zakelijke gegevens

a) Mensje van Keulen

b) Bleekers zomer, Wolters - Noordhoff, Groningen, 1992, 107 blz. (eerste druk 1972).

c) Kleine roman

2 Eerste reactie

a) Het leek me een mooi boek en ik vind dat Mensje van Keulen mooie boeken schrijft.

b) Ik vond het een makkelijk lezend boek maar ik vond het wel een rommelig verhaal. Het was moeilijk te volgen waar Bleeker zich op een bepaald moment bevond. Ik vond het wel een mooi boek.



3 Verdieping

a) Bleeker woont met zijn gezin in Den Haag. Hij heeft het daar niet naar zijn zin en hij vertrekt zonder iets te zeggen naar zijn geboorte plaats Amsterdam. In Amsterdam zoekt hij zijn tante Daatje op. Willem blijft daar een nacht logeren maar is daar niet op zijn gemak. De volgende dag gaat hij zijn oude schoolvriend Gerrie opzoeken. Hij zit in de antiekhandel en Bleeker wil wel voor hem gaan werken. Hij ziet het dan toch niet zo zitten als hij merkt dat Gerrie niet alleen in de antiekhandel zit. Als Gerrie voor één of ander zaakje naar Scheveningen is, komen er een paar ongure types bij Bleeker in de winkel die naar Gerrie vragen. Hij zegt dat Gerrie naar Scheveningen is en de twee mannen gaan weer. Na een paar dagen merkt Bleeker dat hij niet thuis hoort bij die scharrelaars, handelaars en studenten. Hij vertrekt terug naar Den Haag, naar zijn vrouw en kinderen. Eenmaal thuis kruipt hij ziek in bed en zijn vrouw Adrie verzorgt hem.

b) 1 schrijfstijl

Het boek is geschreven in proza vorm op een epische wijze.

2 ruimte

Het boek speelt zich af in twee steden: Den Haag & Amsterdam. De belangrijkste locaties in Den Haag zijn de woning van Bleeker en het kantoor waar hij werkt. In Amsterdam zijn de huizen van Gerrie Fontijn en Bleekers tante, Daatje Kippers, de belangrijkste locaties.

De roman speelt zich af in ongeveer 1 week in de zomer.

3 verhaalfiguren

De hoofdpersoon in deze roman is Willem Bleeker. Dit zijn z'n kenmerken.

Leeftijd 32 jaar

Woonplaats Den Haag

Uiterlijk Een gewone man met een slank postuur

Gezondheid Hij kan al dagen niet poepen en koopt daarom in Amsterdam een laxeermiddel.

Financiële middelen Hij verdient zijn geld door op kantoor te werken maar in Amsterdam heeft hij haast geen geld bij zich.

Bloedverwanten Hij heeft twee kinderen. Peter en Marion. Peter is de oudste.

Werk Hij is kantoorbediende. In Amsterdam gaat voor Gerrie ook nog klokje beschilderen.

Liefdesleven Getrouwd met Adrie. Ze hebben een contactloze relatie. Willem praat negatief over Adrie. " Hij keek naar haar rode vingers met de korte nagels waarin kalkvlekjes meegroeiden en pakte het kopje zonder haar vingers aan te raken." Adrie is kortaf tegenover Willem.

Vrienden Hij gaat naar zijn oude schoolvriend Gerrie Fontijn.

Bekenden Kruijer, Tegelaar en Randjes.

Eigenschappen Toont geen initiatief

Houdt van Bloemkook met zoete saus en tompoezen.

Houdt niet van alcohol want daar wordt hij ziek van.



Belangrijke bijfiguren zijn:

Adrie Bleeker Willems preutse, kille echtgenote. Ze leven langs elkaar af.

Daatje Kippers Tante van Bleeker. Zij woont in de Pijp in Amsterdam. Ze heeft één dochter Marietje.

Kruijer, Tegelaar en Werken alle drie op hetzelfde kantoor als Bleeker.

Randjes

Gerrie Fontijn Is een oude jeugdvriend van Bleeker. Hij is een patserige Amsterdammer, die in antiek handelt en in een wereld zit van souteneurs en andere dubieuze lieden. Bleeker logeert daar tijdens zijn vlucht.

4 situaties

Beginsituatie: De familie Bleeker zit aan tafel te eten maar Willem kan niet eten omdat hij niet kan poepen. Willem en Adrie hebben een contactloze relatie. De volgende ochtend vlucht Willem naar Amsterdam.

Situatie tijdens het verhaal: Willem vlucht naar zijn geboorte stad Amsterdam. Hij gaat dan eerst naar zijn oude tante. Omdat hij het daar niet naar zijn zin heeft, logeert hij daarna een paar nachten bij Gerrie.

Slotsituatie: Hij merkt dat hij in Amsterdam niet op z'n plaats is en gaat terug naar Den haag, naar z'n vrouw en kinderen. Als hij thuis komt, kruipt hij ziek in bed en Adrie gaat voor hem zorgen.

5 vertelwijze

Het boek is persoonaal verteld, vanuit het perspectief van Bleeker.

c) 1 Het thema

Vast burgerlijk bestaan en de onmogelijkheid daaruit te ontsnappen.

2 Motieven die typerend zijn voor dat thema.

Contactloze relatie met z'n vrouw: doordat hij het thuis niet meer ziet zitten, verlaat

hij Den Haag en vlucht hij naar Amsterdam.

Heimwee naar de (onbezorgde) jeugd: omdat hij het in Den Haag niet naar zijn zin heeft wil hij terug naar Amsterdam, waar hij heel zijn

hele jeugd heeft doorgebracht.

Zwakte: In Amsterdam voelt hij zijn eigen de hele tijd ziek.

Hij gaat terug naar huis want hij merkt dat hij in

Amsterdam ook niet moet zijn om gelukkig te zijn.

Thuis kan weer in zijn eigen bed.

Zijn vlucht: Bleeker zoekt zijn vrijheid, maar hij blijkt

gevlucht te zijn in een ander bestaan die ook niet

bij hem past. Daarom vlucht hij weer terug naar

zijn oude bestaan.

Amsterdam - Den Haag: in beide steden is Bleeker niet op zijn plaats. Hij

vlucht uit Den Haag vanwege zijn vrouw en zijn werk.

Hij vlucht uit Amsterdam omdat hij daar niet meer

thuis hoort tussen al die handelaren en souteneurs.





3 Het verband tussen titel en het thema.

De titel van het boek heeft met het thema te maken doordat Willem op een zomerse dag het leven in Den Haag niet meer ziet zitten en dan naar Amsterdam vlucht. Maar daar heeft hij het ook niet naar zijn zin en gaat dan toch terug naar Den Haag.

d) Mensje van Keulen wordt op 10 juni 1946 in Den Haag geboren als oudste in een gezin met drie kinderen. Het kleinburgerlijk milieu dat zij in haar romans en novellen neerzet, kent zij van huis uit.

Na een half jaar HBS moet zij tegen haar zin naar een door nonnen geleide MMS. Na de MMS vertrekt Mensje in 1965 naar Engeland om als hulp in een gezin met zeven kinderen te gaan werken. Voor zij zich in 1966 in Amsterdam vestigt, heeft zij in Londen nog bij een antiquair gewerkt en een cursus schilderen gevolgd. Tevergeefs doet zij een poging toegelaten te worden tot de Rijksacademie in Amsterdam. In 1967 trouwt zij met de fotograaf Lon van Keulen.

In 1969 debuteert van Keulen met een kort verhaal, 'Een bruiloft', in Hollands maandblad. Het jaar daarop treedt zij tot de redactie van het Amsterdamse studentenweekblad Propria cures. Hoewel zij in de eerste plaats om haar tekentalent is aangetrokken, publiceert zij hier ook al snel verhalen gen gedicht.

In 1972 verschijnen bij twee verschillende uitgevers achtereenvolgens de 'kleine roman' Bleekers zomer en de verhalenbundel Allemaal tranen. Met name haar debuut, Bleekers zomer, wordt bijzonder enthousiast ontvangen. Hoewel van een literaire stroming geen sprake is, wordt Van Keulens proza typerend voor het ironisch realisme van de jaren zeventig genoemd.

In 1973 treedt Van Keulen toe tot de redactie van het literaire tijdschrift Maatstaf. Na de bibliofiele uitgave van het verhaal Pension (1974) verschijnt in 1975 Van Keulens eerste roman Van lieverlede.

In de volgende jaren publiceert Van Keulen drie bundels (verhalende) poëzie: Lotgevallen (1977), Versjes uit de oude poepdoos (1980; onder het pseudoniem Josien Meloen). In 1982 verschijnt haar tweede roman van formaat, Overspel, waarin het thema bedrog vanuit drie personages wordt belicht. Een jaar later verschijnt er weer een verhalenbundel: De ketting.

Andere romans van haar zijn Engelbert (1987), Van Aap tot Zet (1990), De lach van Schreck (1991), Geheime dame (1992; biografie), De rode strik (1994), Olifanten op een web (1997; autobiografie vertelling).

Behalve de bovenstaande werken schrijft Van Keulen nog een toneelstuk, De zaak, en kinderboeken als Tommie Station (19850), Vrienden van de maan (1989), Meneer Ratti (1992). Door de jaren heen heeft zij ook journalistieke bijdragen geleverd aan panorama, Haagse post en NRC Handelsblad, en verhalen gepubliceerd in Hollands maandblad, Maatstaf en Avenue.



4 Beoordeling

1) Het verhaalelement waarin Willem thuis komt van z'n reis naar Amsterdam vind ik het

meest ontroerende moment in het boek Totdat Willem terug komt ze een contactloze relatie hadden. Nu hij terug is, wil Adrie wel voor hem zorgen omdat hij ziek is.

2) De passage waar ze net gegeten hebben, spreekt me het meest aan. 'Ze zette de kop op tafel, schonk hem vol en deed er snel drie scheppen suiker in. "Hier", zei ze terwijl ze de kop voor z'n gezicht hield. Hij keek naar haar rode vingers met de korte nagels waarin kalkvlekjes meegroeiden en pakte de kop zonder haar vingers aan te raken. " Je hebt dat kopje toch wel vaker gezien", zei ze korzelig.

"Mmm", zei Bleeker en zette het op de leuning.

Hij sliep tot ze hem wakker schudde.

"We gaan slapen", zei ze.'

Ik vind het vreemd dat mensen die getrouwd zijn en een gezin hebben gesticht zo met elkaar omgaan. Ze leven als het ware langs elkaar af.

3) Mensje van Keulen beschrijft het proces van slapen telkens heel nauwkeurig. Ze beschrijft precies hoe Willem bij zijn tante in slaap komt. "'En nu lekker slapen,' zei ze. Ze deed het licht uit, liep met kleine pasjes naar z'n bed en boog zich tot vlak boven z'n gezicht. 'Welterusten Willie,' zei ze en zoende hem tot vlak boven z'n gezicht. Ze geeft nog steeds havermoutzoenen, dacht ie en draaide zich op z'n zij om z'n natte wang in het kussen te duwen. De smyrnastoppels prikten als 'n ruwe kokosmat. Hij probeerde het vol te houden tot z'n gezicht er zo van gloeide dat ie besloot overeind te gaan zitten om 'n oplossing te bedenken. Daatje sliep al, piepend en snurkend, en af en toe grommend diep in haar strot. Er waren meer geluiden die duidelijk maakten dat ie niet thuis lag in z'n eigen slaapkamer, waar 's nachts alleen 'n paar auto's te horen waren, het lichte ademen van Adrie of het dromen van een van de kinderen."

4) Je kunt het boek, Bleekers zomer, vergelijken met andere boeken van haar. Mensje van Keulen schrijft vooral boeken met het thema, uitzichtloze situaties, vastgelopen personages, verstikkende burgerlijkheid, verveling en eenzaamheid. 'Het is niks, en het zal nooit wat worden', is de boodschap die over moet komen. Een voorbeeld van zo'n boek is Overspel, waarin het thema bedrog vanuit drie personages wordt belicht: degene die bedriegt, degene met wie overspel wordt gepleegd en degene die bedrogen wordt.

5) Het thema van het boek is voor mij persoonlijk geen herkenbaar probleem. Ik hoef niet uit mijn omgeving te ontsnappen omdat ik het daar niet naar mijn zin zou hebben. Ik denk wel dat andere mensen zo'n soort probleem kunnen hebben en dat proberen op te lossen door naar de stad of het dorp waar ze geboren zijn te gaan. Dat kan natuurlijk wel een oplossing zijn omdat daar je vrienden zitten maar als die een heel ander leven hebben (net als Gerrie) kun je je daar ook niet thuis voelen.

6) Er werden af en toe wel moeilijke woorden gebruikt. Het is ook een beetje in een dialect geschreven. " 'Geef es een beetje mee,' zei ze hijgend onder het sjorren aan hem en het dek waar hem onder wou hebben." "Aaaah, kreet hij en draaide zich met 'n slag op z'n rug."

Het verhaal wordt heen nuchter verteld en dat maakt het zo aangrijpend. Alles wordt tot in de details verteld.

7) Ik vond het boek wel een mooi boek. Het was een makkelijk lezend boek. Het probleem sprak me ook erg aan. Ik vond het goed dat Willem na zijn vlucht naar Amsterdam toch weer terug naar Den Haag is gegaan. Hij moet toch een eigen leven opbouwen. Het verhaal zou ook in het echt gebeurd kunnen zijn. Ik houd wel van waargebeurde verhalen.

8) Ik zou het een ander wel aanraden om het boek ook te lezen. Het is een redelijk eenvoudig boek en er wordt een probleem beschreven. Daar moet je wel van houden anders zou ik je aanraden om het boek niet te lezen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen