U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - Op Weg Naar Het Einde.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=368 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3247 woorden.

Samenvatting
1. Parafrase

Op weg naar het einde bestaat uit een zestal brieven. De eerste is de zogenaamde 'brief uit Edinburgh', en is de langste van de in deze bundel opgenomen brieven. De schrijver geeft een gedetailleerd verslag van een door hem ondernomen reis naar de International Writers Conference, die van 20 tot en met 24 augustus plaatsvond in Edinburgh.
Allereerst komt de reis van Amsterdam naar Schotland aan bod. Reve beschrijft gedetailleerd zijn bootreis, onaangename medepassagiers, erotische fantasieën, het landschap en de bewoners van Engeland en Schotland.
Op de eerste dag van de conferentie is het thema The Novel Today, en Reve beschrijft en geeft commentaar op de lezingen die hij bijwoont en op de hem omringende, voornamelijk Nederlandse, schrijvers.
De tweede dag is gewijd aan Scottish Writing, en Gerard Reve zal zich op deze dag tijdens een lezing van Hugh MacDiarmid opwerpen als de held van de dag. Hij vraagt het woord, en houdt een pleidooi voor de vrijheid van de schrijver: hij zal zich als homoseksueel nooit laten verbieden te schrijven over homoseksualiteit. De volgende dag, gewijd aan Commitment, wordt enigszins een teleurstelling.
De volgende dag is gewijd aan Censorship, volgens Reve het belangrijkste onderwerp van de hele conferentie. Toch zijn ook hier de belangstelling en de opkomst maar matig.
De laatste dag van de conferentie is gewijd aan The Future Of The Novel. Reve besluit deze brief met uithalen naar bepaalde aspecten van de conferentie, waaronder de spreker van de dia dag (Nicka Tucci) en naar enkele schrijvers die hem omringen.

In de tweede brief, getiteld 'Brief uit Amsterdam', is de schrijver onderhevig aan melancholische buien, veroorzaakt door het vertrek van zijn vriend ("Wimie"), en een sterfgeval. Dezelfde melancholie overvalt hem wanneer hij thuiskomt na een feest op het landgoed van de Mevrouw Oofi. (Hij is met de bromfiets in de vroege, koude (min dertien graden) ochtend naar huis gereden.) Opnieuw betreurt hij het feit dat Wimie hem verlaten heeft, en dat 'niemand meer over de vloer' zal komen bij hem.
Deze tweede brief beëindigt hij met een korte uiteenzetting van zijn religie. Reve houdt echter rekening met het feit dat niemand hem zal begrijpen. Dit is misschien makkelijk te verklaren uit het feit dat zijn religieus gevoel gepaard gaan met volkomen irrationele verlangens. Omdat religie zijn homoseksualiteit hevig prikkelt, verlangt hij naar een paring ' met tot lichaam van de Godmens geconsacreerde priesters en priesteressen. Ook voelt hij een onweerstaanbare drang om in de miskelk te spugen, en brieven aan autoriteiten te beginnen met de aanhef 'Oude Muis!'.

In de 'Brief uit Camden Town' verhaalt Reve over zijn verblijf in London. De reis ernaar toe ervoer hij als een hel, de voorbereidingen voor een reis maken hem half gek, en hij heeft een afkeer voor lucht- en waterschepen. Toch gaat hij vanwege het feit dat hij per traditie een jaarlijks bezoek brengt aan zijn in Londen wonende vriend P., en vanwege een brief die Wimie aan hem schreef, waarin hij zegt terug naar hem te verlangen.
Al vanaf het tijdsstip dat hij in Harwich op de trein stapte, tot het moment dat hij in London eruit gaat, wordt hij gekweld door irritaties en allerlei gedachten. Tot overmaat van ramp moet hij ook nog ongeveer een uur wachten op zijn vriend P., die niet op het afgesproken tijdstip op hem stond te wachten. Als deze dan toch eindelijk opdaagt, rijden ze samen naar de party, waar hij ook Wimie zal terugzien.
De volgende dag gaan Wimie, Reve en M. (de vriend van Wimie) naar de zoo, waar Reve zich verbaast over de schoonheid van M. (“De hoofdprijs uit de liefdesloterij”). Na het dierentuinbezoek nuttigt het gezelschap de maaltijd bij Wimie en M. thuis. Daarna gaat Reve terug naar het huis van P., en hij bedenkt dat hij in zijn leven niet alleen fouten heeft gemaakt, maar ook één geweldige vergissing heeft begaan, al weet hij zelf niet wat dat geweest is.
Tijdens zijn slaap, diezelfde nacht, hoort hij een stem die hem drie aanbevelingen doet, namelijk de sterke drank opgeven, vertrekken naar de velden van Alicante en ervoor zorgen dat Wimie klassieke gitaar leert spelen.

De vierde brief, de 'Brief uit Gosfield' begint met een beschouwing over de onnatuurlijkheid van het schrijverschap: het is volkomen natuurlijk dat de mens denkt, maar het is niet natuurlijk dat diezelfde mens vervolgens ook die invallen en bedenkingen opschrijft. De schrijver bedenkt zich dat, zoals hij zelf zegt, 'zonder de meest overdreven zelfdiscipline en de verschrikkelijkste dreigementen jegens mijzelf, er nooit een woord op papier komt'.
Hierna volgt een beschrijving van wat Reve ten deel valt op zijn treinreis van Camden Town naar Braintree. Op het perron van Camden laat hij per ongeluk zijn koffer op het perron staan, en pas na een zenuwslopende heen en weer gereis vindt Reve hem weer terug.
Voordat hij aankomt in het buitenverblijf van zijn vriend P. overdenkt Reve de verwerpelijke karaktereigenschappen van zijn vriend. Vooral zijn laksheid tegenover het lot van dieren vindt hij verwerpelijk, en ter illustratie daarvan rakelt hij het verhaal op van een verwaarloosd en ziek katje, dat P., pas nadat Reve hem daartoe dwong, naar de dierenarts wou brengen. Wanneer hij echter het buitenverblijf binnenloopt, ziet hij het katje kerngezond rondlopen, en dat stemt hem mild.

Ook de vijfde brief opent met een beschouwing over het schrijverschap. De lezer van 'Brief uit Schrijversland' leert dat Reves hoofd altijd overloopt van onderwerpen om over te schrijven. Ook realiseert hij dat hij eenzaam is, nu Wimie definitief voor M. heeft gekozen, zijn moeder dood is en er niemand echt van hem houdt.
Ook reageert hij op de aantijging dat zijn literatuur een vorm van exhibitionisme is: 'Iedereen kan zijn lul, respectievelijk vrouwelijkheid laten zien, maar niemand kan zo schrijven als ik - daarin zit het verschil.'. Hij verwijst zelf liever met de term bekentenisliteratuur naar zijn schrijverij.
Vervolgens geeft de schrijver zijn mening over het onderwerp Literatuur en Geld. Hij bespreekt een eigen ontwerp voor subsidiëring, en bespreekt de negatieve aspecten van de schrijversopstand 1962. In feite komt zijn houding neer op een pleidooi voor gelijke rechten voor de literatuur als de overheid andere kunstvormen toekent.
Aan het eind van deze brief besluit de schrijver om alleen naar Spanje af te reizen, om daar ongestoord te kunnen schrijven.

De laatste brief, getiteld 'Brief in een fles gevonden’, begint met een moedeloze Reve, die zich opwindt over het optreden van de heer Algra, die zich negatief had uitgesproken over de door Reve in het tijdschrift Tirade gepubliceerde reisbrieven. Ook geeft hij zijn commentaar op een over het algemeen positief artikel van Alfred Kossmann.
In Spanje heeft Reve zich gerealiseerd dat hij wel nergens vrede zal kunnen vinden, dat het hevige verlangen naar Wimie nog steeds aanwezig is, en dat zijn verlangen naar M. nog heviger is. Op een strand ontmoet de schrijver de Spanjaard Antonio, en Reve vertelt hem dat hij zichzelf niet katholiek noemt, maar wel Maria vereert.
Twee dagen later (26 juli 1963) verhaalt over de vele verschrikkelijke aspecten van het verblijven in hotels, nadat hij die nacht door een enorme doodsangst is overvallen. De dag daarna, na opnieuw een onrustige nacht vloekt hij op Henri Miller en de Spaanse dierenmishandelaars. Ook overpeinst hij de onderwerping van Satan aan God.
Op zondag 28 juli schrijft Reve het laatste gedeelte van deze brief en van dit boek. Ook hierin speelt zijn schrijverschap de hoofdrol, dat hij beschrijft als 'een gevecht met de Oude Slang, wiens haat vooral de Zin der schepping geldt en die daarom, zelf onmachtig om iets te maken, zich probeert te wreken door elementen van de schepping in de schijnbare orde van een valse opstelling bijeen te voegen'.
Ook vinden we in deze passage Reves verhandeling over het “Zinloos Feit”, dat een gebeurtenis is dat geen functie in het verhaal vervult, en niet voortkomt of verband houdt met de karakters van de personen in het verhaal. Het vernoemen van deze elementen draagt bij tot de geloofwaardigheid van het verhaal; het vernoemen van enkel de relevante gebeurtenissen voor het verhaal zou belachelijk en ongeloofwaardig kunnen overkomen.
Aan het eind van deze brief heeft Reve een Nieuwe Vriend aangevraagd via flessenpost, en hij vertelt dat hij zijn poes soms erg mist. Ook roept hij de lezer op om samen met hem op de dood te wachten, en om in de tussentijd ten volle van het leven t e genieten.

2. Thematiek

Het thema van Op weg naar het einde zou men heel algemeen kunnen bestempelen als “het schrijversleven”. Het boek heeft het uiterlijk van een egodocument: hoewel de hoofdstukken de vorm hebben van brieven, doen ze eerder denken aan dagboekfragmenten.
In dit overzicht van zijn leven dat we krijgen in Op weg naar het einde, zijn onderwerpen aan te wijzen die primeren in dit schrijversleven, en daarom ook wel beschouwd kunnen worden als de thema´s van dit boek. Een eerste is duidelijk te herleiden uit de titel van het werk, namelijk de dood.
Ook het geloof, het Rooms-katholieke, is een belangrijk thema. In het boek komen duidelijke passages naar voor, waar Reve dit geloof beschrijft. Blijkbaar beleeft hij zijn geloof op een zeer aparte manier want Reve gaat er niet vanuit dat er ook maar iemand zijn uiteenzetting zal begrijpen. Dit geloof is in Reves geval nog verder te specificeren naar Mariaverering.
Eenzaamheid is een ander vaak opduikend thema. Reve beschouwt zichzelf als een eenzaam persoon. Een schrijver moet ook eenzaam zijn zegt hij zelf om te kunnen schrijven. Ook op het amoureuze vlak voelt hij zich verlaten: een duurzame relatie met Wimie is stukgelopen, en alle hoop op een onverwachte gelukkige afloop wordt de schrijver tijdens het boek ontnomen.




3. De tijd

De tijd wordt in het boek vrij nauwkeurig aangegeven. De allereerste passage wordt door de schrijver geschreven op 16 augustus 1962. De allerlaatste brief dateert uit 28 juli 1963, maar wordt voltooid op 31 juli (" Over een paar uur is de maand juli voorbij..."). In grote lijnen is deze periode van iets minder dan één jaar ook de vertelde tijd: de eerste brief begint met de woorden: "Enige uren geleden heb ik mij...", en de laatste brief eindigt met de laatste overpeinzingen van de schrijver van de maand juli. Wel komen er in het verhaal heel wat flashbacks naar periodes buiten de genoemde voor, waarvan het verhaal waarin Reve uitlegt hoe het zwerfkatje in het huis van zijn vriend P. terechtkwam, er één van is.
Dit is echter zeker niet de verteltijd. Reve schrijft het boek door middel van terugblikken op zijn ervaringen. Hij concentreert ze, voegt hier en daar uitleg toe of een kritische noot. Naar zijn mening overbodige passages laat hij weg. Door dit alles is de verteltijd aanzienlijk korter dan de vertelde tijd.

4. De ruimte

Ook de ruimtes waarin de afzonderlijke verhalen zich afspelen of geschreven worden, wordt zeer gedetailleerd beschreven. De eerste brief, 'Brief uit Edinburgh', speelt zich voornamelijk af op de boot die de schrijver van Nederland naar Harwich brengt. Hierna volgt een reis per auto in het gezelschap van enkele bevriende schrijvers naar Edinburgh, en vooral het landschap van Noord-Engeland en Schotland levert veel stof tot nadenken.
De volgende dagen worden doorgebracht in Edinburgh, en Reve beschrijft niet alleen de omgeving waarin de International Writers Conference zich afspeelt, maar ook zijn hotelkamer in Edinburgh waar hij tenslotte een belangrijk deel van zijn tijd doorbrengt.
Ook denkt Reve regelmatig terug aan de ruimtes die hem omringen in Nederland; niet alleen uit heimwee, maar ook uit praktische overwegingen: "Gaan soms niet, gedurende de minimaal negen dagen dat ik van huis ben, mijn huur en vaste lasten gewoon door,...".
De tweede brief speelt zich voornamelijk af in Amsterdam. Ook beschrijft Reve een tuinfeest op het landgoed van Mevrouw Oofi. Vooral de pijnlijke herinnering aan de barre omstandigheden die hij op zijn terugreis naar Amsterdam moest trotseren, zijn in zijn geheugen gegrift.
De 'Brief uit Camden Town' begint met een nauwkeurige beschrijving van Reves lotgevallen op de boot naar en op het perron van Harwich. De rest van de brief speelt zich af in Londen, en dan vooral in het huis van P. en in de London Zoo.
De 'Brief uit Gosfield' is geschreven in Gosfield, Essex, waar het buitenverblijf van zijn vriend P. staat. Dit huis draagt als naam The Gunner´s Hut. Ook beschrijft hij zijn chaotische reis van Camden Town naar Braintree per trein.
Het schrijversland uit de titel van de vijfde brief blijkt zich op een boot te vinden: de Lethe, die Reve van Rotterdam naar Spanje zal brengen.
In de laatste brief is Reve in Spanje aangekomen: kamer 21 van het Hotel Madrid in Algeciras in de provincie Cádiz om precies te zijn.

5. Personages

De enige echte hoofdpersoon van dit verhaal is natuurlijk de schrijver zelf: Gerard Reve. Een ander belangrijk persoon, dat vooral een passieve rol opeist, is zijn ex-vriend Wimie. Door middel van herinneringen van de schrijver krijgt de lezer ook een zeker inzicht in zijn personage, zodat hij enigszins boven de andere personages (de schrijvers, zijn vriend P., Wims nieuwe vriend M, enzovoort, die ééndimensionaal blijven) verheven wordt.

6. Vertelperspectief

De verschillende 'hoofdstukken' van Op weg naar het einde hebben de uiterlijke vorm van brieven, en delen er ook een aantal karakteristieken mee, zoals een datering, aanspreekvormen en een iets lossere, informelere toon dan gebruikelijk in Reves werk. Maar bij lezing krijgt merkt men wel dat men eerder met een vorm van klassiek proza te maken heeft, dat in een briefvorm gegoten is.
Het hele boek door gebruikt de schrijver continu de ik-vorm. Altijd neemt hij zichzelf als uitgangspunt, als perspectief van waaruit de gebeurtenissen worden geobserveerd. Dit geeft het boek een diep menselijke kant: ook de twijfels, zwakheden en duistere gevoelens van de schrijver worden vermeld.
Opmerkelijk is het schijnbaar ongeordende karakter van de brieven: Reve lijkt op te schrijven wat er maar in zijn hoofd opkomt, hij gaat geheel associatief te werk. Zijn reportageachtige beschrijvingen van zijn reizen vermengt hij met allerlei gedachten, maar ook met reflecties over het al gerschrevene, en over de eigen stijl (“wat ik gisteren heb opgeschreven is niet vrij van hysterie en een tikje doordraverig, maar de formuleringen bevallen me, gezien de moeilijke omstandigheden waaronder ze tot stand kwamen, zó goed – alle zinnen lopen, ik heb slechts één losgeraakte bijzin moeten vastmaken, en slechts één gezegde van het enkelvoud naar het meervoud behoeven over te brengen – dat ik de tekst, tot een teken dat de Geest over alles triomfeert, ongewijzigd kan laten staan. Trouwens je kunt wel aan de gang blijven.”).
Ook is hij in de gelegenheid om in de latere brieven te reageren op de literaire kritiek die zijn eerder al gepubliceerde brieven te beurt viel: in de laatste brief reageert hij op twee krantenartikelen: één van de heer Algra en één van Alfred Kossmann.


7. Motieven

Als motieven die naar het thema van de dood verwijzen kunnen we in de eerste plaats wijzen, heel concreet, op de vele zwartgallige doodsgedachten die regelmatig in het hoofd van de schrijver opdoemen. Hiervan zijn er heel wat aan te wijzen, maar de meest opvallende vinden we op het einde van het boek, meer bepaald de laatste twee paragrafen:

" Laten we elkaar niet haten, maar, integendeel, elkaar liefhebben, gezamenlijk op de Dood wachten, en het ons in de tussentijd aan niets laten ontbreken.
Wanneer ik van hier vertrek, en waarheen ik dan gaan zal - alleen God weet het. Hem wil ik gehoorzamen, en tot glorie van zijn Eeuwige Naam zal ik het vaandel wederom opheffen en voortdragen, waarop geschreven staat: Op Weg Naar Het Einde."

Deze slotparagraaf brengt ons bij een ander motief, dat zich eveneens op deze wijze manifesteert: de Godsgedachten, de religieuze overtuigingen van Reve. Hij heeft het er vaak over, laat vaak zijn gedachten afdwalen naar dergelijke overpeinzingen. Deze religie is voor Reve niet de gebruikelijke betekenis die vaak aan het begrip religie wordt gegeven: in Op Weg Naar Het Einde komt de religie naar voren als een bron van troost. Reve beleeft deze zeer intuïtief en irrationeel: een kerkdienst brengt allerlei lustgevoelens bij hem boven.

Andere vaak in het boek opduikende onderwerpen zijn eenzaamheid, angst, homoseksualiteit en de chaos in Reves hoofd. De eenzaamheid is een macht waarmee hij door rationeel denken probeert te overwinnen, maar die toch regelmatig sterker dan hemzelf lijkt te zijn: zijn relatie is stukgelopen, zijn moeder is dood en hij heeft helemaal niemand meer. Ook realiseert de schrijver zich dat hij als individu sterk geïsoleerd staat:

“In ieder geval heb ik mij nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander mens, of andere groep van mensen, geweest is, en er ook nooit zijn zal.”

Niet alleen zijn isolement is een kwelling, ook allerlei angsten en depressies teisteren hem met grote regelmaat. Kleine angsten en depressies, zoals de angst om iets te vergeten (de koffer), of dat er iets mis gaat (perron van Harwich), en de sleur en ongemak die reizen met zich meebrengt. Ook spreekt de schrijver regelmatig van veel grotere angsten, zoals de overweldigende doodsangst die hij ’s nachts ervoer in zijn hotelkamer.

Verder vecht Reve tegen een aanhoudende chaos in zijn hoofd en om hem heen. In zijn hoofd ervaart hij een steeds aanhoudende gedachten en onbruikbare herinneringen. Deze stroom is een gevaar voor het schrijven: als hij een gedachte probeert uit te werken, wordt hij gekweld door zes nieuwe.

Toch is het schrijven voor Reve een belangrijk deel van zijn leven. Dat zien we ook in dit boek: waar hij een derde van het hele boek besteed aan schrijven, de problemen op geestelijk en financieel vlak die dat schrijven met zich meebrengt.

Tenslotte de homoseksualiteit. Ook de beleving van homoseksualiteit wijkt bij Gerard Reve af van de conventionele betekenis. Wel is in dit boek duidelijk dat Reve zich er goed bij voelt om er openlijk voor uit te komen. Die openlijkheid wordt wel wat gehinderd door een wederom een vreemde benaderingswijze.

8. Schrijftrant

Ook in Op Weg Naar Het Einde vinden we voorbeelden van Reves veel geprezen stilistisch vakmanschap. Reve maakt vaak gebruik van lange zinnen, vaak veroorzaakt door lange uitweidingen en preciseringen. Toch blijven deze zinnen redelijk goed leesbaar, ondanks de vaak enorme hoeveelheid informatie die Reve probeert te verwerken in één zin.
Daar komt dan ook nog bij dat Reve zich vaak bedient van allerlei archaïsmen die er het lezen ook niet gemakkelijker op maken. In één zin trekt Reve vaak verschillende registers open: zeer plechtige en verheven beschreven fragmenten worden vaak gevolgd door zeer banale of platvloerse uitdrukkingen.
Ook zeer kenmerkend voor Op Weg Naar Het Einde is de ironische toon waarmee Reve zijn lotgevallen beschrijft.

9. Synthese

De voor de tijd van ontstaan zeer schokkende passages over homoseksualiteit en religie zijn enigszins door de tijd afgeslepen, maar toch blijft Op weg naar het einde door zijn luchtige schrijftoon, zijn soapachtige opbouw en de ironische en cynische commentaren van de schrijver een uitermate vermakelijk boek.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen