U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=367 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2016 woorden.

Samenvatting
Deel A

Samenvatting

Proloog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Anton Steenwijk in Haarlem. Aan de kade lagen vier huizen: in “Welgelegen” woonden de Beumers, in “Buitenrust” Anton met zijn ouders en broer Peter, in “Nooitgedacht” meneer Korteweg en zijn dochter Karin, in “Rusterburg” het echtpaar Aarts, met wie men weinig contact had.

Eerste Episode: 1945
In januari wordt in Haarlem, in de straat van de familie Steenwijk, de NSB’er Fake Ploeg doodgeschoten. Ploeg ligt voor het huis van de buren, de familie Korteweg. Deze buren verslepen het lijk van Ploeg tot voor het huis van Steenwijk. De Duitsers zijn snel ter plaatste, ze steken het huis van Steenwijk in brand en voeren de familie Steenwijk af. De ouders van Anton Steenwijk worden later gefusilleerd. In de cel van Anton zit ook een jonge vrouw, die waarschijnlijk bij de aanslag betrokken is geweest. Anton wordt na verloop van tijd uit de cel gehaald en naar Amsterdam gebracht, waar hij bij een oom en tante kan wonen.

Tweede Episode: 1952
- Ten tijde van de Koreaanse oorlog – In 1952 bezoekt Anton een feestje in Haarlem. Voor het eerst sinds de oorlog is hij weer in die stad. Hij besluit een bezoekje te brengen aan de straat waar hij vroeger gewoond heeft. Hij treft daar de overbuurvrouw, mevrouw Beumer aan, met wie hij een praatje maakt. Anton besluit om nooit meer terug naar Haarlem te gaan.

Derde episode: 1956
Vanwege de inval van de Russen in Hongarije, wordt het hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland door de relschoppers bestormd. Anton woont hier heel dichtbij, dus de relschoppers staan bij hem in de straat. Een van is Fake Ploeg jr.: de zoon van de NSB’er. Hij heeft een kei in zijn hand. Fake zat bij Anton in de klas. Anton vraagt hem mee naar binnen te gaan en daar praten zij over het verleden. Er ontstaat een kleine ruzie en Fake gooit met de kei een spiegel in en rent weg.

Vierde episode: 1966
- Ten tijde van de Viëtnam-oorlog – Anton is inmiddels getrouwd met Saskia de Graaff en hebben een dochtertje, Sandra, van vier. Tijdens een begrafenis hoort Anton van Cor Takes dat deze bij de aanslag betrokken was, samen met Truus Coster. Truus Coster is gefusilleerd en Anton begrijpt dat zij degene was met wie hij in de cel gezeten heeft.

Laatste episode: 1981
Anton is gescheiden en is nu met Liesbeth getrouwd. Ze hebben een zoon: Peter. Wanneer Anton hevige kiespijn heeft, bezoekt hij zijn tandarts. Deze wil hem alleen maar helpen als Anton mee gaat demonstreren tegen kernwapens. Anton zegt toe. Tijdens de demonstratie komt Anton zijn vroegere buurtmeisje Karin Korteweg tegen. Zij vertelt hem dat haar vader en moeder niet met het lijk voor hun deur gevonden wilden worden omdat haar vader hagedissen had, die dan zeker gedood zouden worden. Bij de andere buren kon het lijk ook niet gelegd worden, want daar zaten joden ondergedoken. Uit angst voor wraak van Anton was Korteweg naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd, waar hij in 1948 zelfmoord pleegde.

Deel B

Objectieve romananalyse

1a Verklaring v.d. titel
In de Tweede Wereldoorlog vindt er voor Anton Steenwijk een aanslag plaats op Fake Ploeg, een NSB’er. Deze aanslag zal de rest van Anton zijn leven bepalen.

1b Motto
Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.
C. Plinius Caecilius Secundus: Epistulae, VI, 16
Dit citaat van Plinius heeft betrekking op de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 77. Deze uitbarsting zorgde ervoor dat Pompeï onder as en lava bedolven werd. Volgens Plinius was er zo veel as in de lucht, dat het donkerder was dan in de nacht. De aanslag op Ploeg heeft voor de familie Steenwijk en hun huis net zo’n verwoestende werking. Bovendien komt er op verschillende plaatsen in De aanslag as voor: zo begint de tweede episode met de vermelding dat er nog jarenlang as uit de hemel zal neerdalen. Dit is een vooruitwijzing naar het feit dat Anton zijn hele leven met de aanslag op Ploeg bezig is. Als Ploeg jr. zijn kei door de spiegel gooit, ploft er een wolk as uit de kachel. ‘As’ is het symbool van de vergankelijkheid: als iets er niet meer is, is er slechts as over en aan as kun je niet meer zien wat het ooit geweest is. De roman eindigt met de woorden: zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is.

1c Thema
Het thema in De aanslag is het probleem van verantwoordelijkheid en schuld en doorwerking van het verleden in het heden. De zoektocht naar het hoe en waarom.

2. Genre
De aanslag wordt vaak betiteld als oorlogsboek, maar gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog nemen slechts een klein deel van het boek in beslag. Wel is het zo dat het naoorlogse leven van Anton Steenwijk bijna geheel in het teken van de oorlog staat. De roman kan beter als zoektocht gezien worden. Een zoektocht naar het hoe en waarom van de aanslag.

3. Motieven
Het motief in dit boek is natuurlijk De aanslag die in het hele boek terugkeert. Alle gebeurtenissen die er op volgen hebben betrekking op de aanslag. Veel van Anton’s gedachten ook.

4. Perspectief
Hij – perspectief. Het verhaal draait volledig om de ik-figuur, Anton Steenwijk. Je ziet het verhaal door de ogen van Anton.

5. Tijd
De aanslag begint in januari 1945 en eindigt in november 1981. De vertelde tijd is dus bijna 37 jaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Wel zijn er hier en daar flash-backs en flash-forwards.

6. Ruimte
De twee belangrijkste steden in De aanslag zijn Haarlem en Amsterdam. Daarnaast heeft Anton een huisje in Toscane.

7. De opbouw
De aanslag bestaat uit vijf hoofdstukken (episodes genaamd) die als titel een jaartal hebben en een proloog. Het boek eindigt met: Amsterdam, januari – juli 1982.

8. Personages
De hoofdpersoon van het boek is Anton Steenwijk. In het begin van het boek is hij 12 jaar, aan het einde 48 of 49 jaar. Blijkens de opmerkingen van anderen verandert hij in de loop van de jaren nauwelijks. Hij was een lange, slanke man met sluik, donker haar, donkere wenkbrauwen en een gave huid in de tint van noten. Hij hief meestal zijn hoofd een beetje schuin en gooide vaak zijn haar met een korte beweging naar achteren, wat iets sympathieks had. Hij liep ene beetje sloffend.
Anton leek op zijn vader die griffier was bij de arrondissementsbank. Tijdens de oorlog gaf hij zij zoon Peter Griekse les, in naam van de humanitas. Tijdens de aanslag bleef hij gebogen, als een schim aan tafel zitten zonder iets te kunnen doen. In tegenstelling tot Anton en zijn vader waren moeder en broer Peter blond en hadden blauwe ogen. Er valt niet veel over hen te zeggen; evenmin over de oom en tante die Anton in huis nemen.
Anton wilde de aanslag vergeten. Al tijdens de ramp had hij af en toe het gevoel er niet echt bij te zijn. Hij was ook te jong om het allemaal te bevatten. Dat hij voor het eerst in een auto zat leek hij belangrijker te vinden dan dat hij zijn ouders niet meer zag. Na de bevrijding, toen het bericht kwam dat zijn ouders en broer doodgeschoten waren, wilde Anton de gebeurtenis diep in zichzelf sluiten.
Maar ook al wil Anton de aanslag vergeten, deze gebeurtenis blijft de hele tijd in hem doorwerken. En hoe sterk, blijkt als hij beseft dat hij met Saskia is getrouwd omdat zij lijkt op de voorstelling die hij heeft gemaakt van Truus Coster.
Saskia was stewardess, haar vader, De Graaff, was ambtenaar in Athene. In de oorlog had hij een vooraanstaande positie binnen het verzet bekleed. Hij sprak niet vaak over de oorlog. Mevrouw de Graaff werd vergeleken met koningin Wilhelmina en met een generaal. Anton hertrouwde met Liesbeth, wiens vader in Indonesië in Japanse gevangenschap had gezeten en door ook nooit over sprak.
Van Saskia kreeg Anton een dochter, Sandra en van Liesbeth een zoon, Peter. De meeste personen krijgen weinig diepgang in het boek. Dit is niet het geval met Cor Takes, de man die samen met Truus Coster de aanslag op Ploeg had gepleegd. Takes had sombere donkerbruine ogen, waarvan het linker anders was dan het rechter. Daardoor bezat hij een doordringende blik waartegen Anton geen verweer had. Toch vond Anton Takes sympathiek, hij had zich nog nooit zo met een ander verbonden gevoeld.



Hoofdstuk 2

De auteur

Harry Mulisch wordt op 29 juli geboren in Haarlem. Zijn vader komt uit Oostenrijk – Hongarije (nu Tsjechië) en zijn moeder komt uit Antwerpen. Zijn grootvader van moederszijde was bankdirecteur geworden en zijn vader kon daar een betrekking krijgen. Thuis wordt Duits gesproken maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding. Zijn ouders scheiden in 1939, Harry blijft bij zijn vader en de huishoudster Frieda wonen. Dankzij de nieuwe betrekking van zijn vader blijven Harry en zijn moeder tijdens de oorlog uit de handen van de Duitsers. Zijn moeder emigreert naar Amerika en zijn vader wordt na de oorlog gearresteerd, waarna hij drie jaar in een kamp verblijft. Hij overlijdt in 1957. Mulisch gaat in 1958 in Amsterdam wonen. Hij trouwt in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.

Mulisch debuteert in 1947 met een kort verhaal in “Elsevier”. Vanaf 1949 wijdt hij zich geheel aan het schrijven. In 1952 komt de roman Archibald Strohalm uit, die met de Reina Prinsen Geerlingsprijs wordt bekroond. Vanaf 1958 is hij redacteur van het tijdschrift “Podium”, in 1962 richt hij “Randstad” op en sinds 1965 is hij redacteur van de “Gids”. In totaal heeft hij meer dan 50 publicaties gedaan, waaronder romans, autobiografieën, toneelstukken, poëziebundels en studies. Vaak maakt hij gebruik van mythische en magische elementen. Ook houdt hij zich bezig met “het raadsel van de tijd”.

Hoofdstuk 3

Cultuurhistorie

Het verhaal speelt zich af van 1945 tot ongeveer 1966. Je kunt dit zo precies weten doordat de jaartallen als hoofdstuk titel genomen worden:
1ste episode, 1945: WO 2 / hongerwinter
2de episode, 1952: Korea-oorlog / ontmoeting met Beumer
3de episode, 1956: Hongaarse opstand / ontmoeting met F. Ploeg
4de episode, 1966: Viëtnam / ontmoeting C. Takes.
Laatste episode, 1981: demonstratie in Amsterdam / ontmoeting Karin Korteweg.



Hoofdstuk 4

De lezer

1. Het onderwerp vind ik interessant, alle boeken over de Tweede Wereldoorlog vind ik trouwens leuk. Daarom vind ik het leuk om nu ook eens de gevolgen van zo’n oorlog te lezen. De zoektocht vaan de werkelijkheid.
2. Het verhaal heeft een strakke heldere verhaallijn, ook omdat zelfs de jaartallen als titel van de hoofdstukken worden gebruikt. Bijna het hele verhaal wordt in chronologische tijd verteld. De afloop is wel bevredigend, omdat er toch een brandende vraag op Anton’s lip lag: Waarom hebben ze bij Korteweg het lichaam verlegd? Daar heeft hij op de laatste 2 bladzijden van het boek in de vredesdemonstratie antwoord op gekregen van Karin Korteweg.
3. Het verhaal begint meteen met de centraal staande gebeurtenis in het verhaal: De Aanslag. De bouw is niet ingewikkeld, vooral omdat bijna alles chronologisch verloopt. Er lopen geen verschillende verhaallijnen door elkaar.
4. Sommige personages zijn wel herkenbaar, zoals Anton, die niet over een bepaalde gebeurtenis heen kan stappen. Door de problemen van Anton raakte je soms toch wel betrokken bij het boek. Ik zou er ook heel veel problemen mee hebben gehad, denk ik. Sommige personages gedragen zich soms niet zoals het hoort, zoals Fake Ploeg jr. Het was soms een neo-nazi, zoals hij reageerde tegen Anton, daarmee ben ik het niet eens.
5. Ik vond dat er geen moeilijkheden waren in de tekst. Alleen was het soms vreemd, dat er opeens een auctoriale verteller opduikt. De verhouding tussen beschrijving, dialoog en weergave van gedachten en gevoelens vond ik plezierig, op de juiste plek beschreven en op de juiste plek weer een dialoog of weergave van gedachten en gevoelens.


Vergelijking met recensent

De recensent vindt ook dat het boek een strakke, heldere verhaallijn heeft. Er zitten soms wel wat grappige stukjes tussen. Het is een boek dat op waarheid berust, want er zijn personen uit het boek die ontzettend veel op personen lijken die echt hebben bestaan. Ook de recensent vond het vreemd dat er soms dingen stonden die er eigenlijk niet hoorden. Hij vond het soms zelfs grappig.



Bronnenlijst

Rooyen, F. van, ”De Aanslag”, 3 november 1999.
· Lexion van Literaire werken.
· Boef, A. H. den, ”Mulisch onderhoudend”, in: De Volkskrant, 1 oktober 1982.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen