U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J Bernlef - Een Jongensoorlog.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=15269 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1944 woorden.

Primaire gegevens van het gelezen werk:

Auteur: Bernlef

Titel: Een Jongensoorlog

Verschenen in: 2005

Uitgever: Querido

Bijzonderheden: Een Jongensoorlog is een vernieuwde versie van de roman Achterhoedegevecht uit 1989. Dat verhaal was een herschrijving van Bernlefs debuutroman Stukjes En Beetjes, dat in 1965 uitkwam.

Verwachtingen vooraf: een indrukwekkend oorlogsverhaal vanuit het oogpunt van een jongen die, door zijn tijdelijke verhuizing naar het platteland, de directe actie eigenlijk net mist.



Samenvatting van de inhoud:

Michiel is twaalf jaar oud en woont met zijn ouders in Amsterdam. Het is 1945, winter en nog steeds oorlog. Omdat eten schaars is en zijn ouders het niet meer verantwoord vinden om hun zoon nog meer suikerbietenkoekjes te geven, sturen ze hem naar het platteland. Daar wordt hij opgevangen door de familie Tulp. Mevrouw Tulp noemt zich tante Merel, maar aangezien Michiel het gezin totaal niet kent, zijn ze waarschijnlijk geen echte familie van elkaar. De familie Tulp bestaat uit moeder Merel, vader Johan, zoon Jan en de dochters Alie en Gerie.

Met Jan kan Michiel nog het beste opschieten, al is hij wel veel ouder dan hem (Jan is ongeveer 18 jaar oud). Met Gerie, de jongste dochter, is het vanaf dag één al hommeles. Ook Alie laat hem links liggen als ze merkt dat Michiel, door haar in bed getrokken, niet weet wat hij met de naakte Alie moet doen.

Michiel moet ook naar school in het dorpje Driewoude, waar hij nu bij zijn familie woont. In de klas merkt hij al snel dat één jongen de aanvoerder is van een groepje jongens. Zijn naam is Verkerk en hij probeert Michiel voor zijn karretje te spannen. De familie Tulp woont namelijk naast meneer Soutenbakker, een bekende NSB’er in het dorp. Michiel wist niet dat Soutenbakker bij de NSB zat, maar stemt in met het voorstel om zijn buurman te bespioneren, al is het alleen maar van de jongens af te zijn.

De eerste weken op school verzint Michiel regelmatig verhalen over Soutenbakker en Liza, een meisje dat in het dorp woont en ervan verdacht wordt met Soutenbakker de koffer in te duiken. Eigenlijk gebeurt er maar weinig spannends bij de buren. Michiel zit regelmatig in de haag verstopt om de achterdeur van Soutenbakker in de gaten te houden. Er gebeurt eigenlijk nooit iets. Vandaar dat Michiel de meest wilde verhalen verzint over wilde vrijpartijen tussen Soutenbakker en Liza in de keuken.

Na een paar weken is de lol er voor Michiel van af. Hij wil niet meer met de jongens optrekken en wil het liefste naar huis. Hij is bang dat hij nooit meer naar huis zal gaan. Zijn moeder had beloofd hem op te komen zoeken, maar is nog niet geweest. Nu de brug over de rivier, de enige weg terug naar Amsterdam, gebombardeerd is, is Michiel bang dat hij nooit meer thuis zal komen. Hij zoekt steun bij het enige bezit dat hij nog heeft uit Amsterdam: een boek dat gaat over de bijbelvertelling Hagar en Ismaël. In dat boek wordt omschreven hoe Hagar God aanroept om haar zieke zoon Ismaël te helpen. Het lijkt hulpeloos, Ismaël is gedoemd om te sterven. Tot er uiteindelijk een engel neerdaalt om Hagar en haar zoon te helpen.

Michiel denkt dat hij zijn engel ook gevonden heeft als Jan Tulp hem vraagt eten naar de hooischuur te brengen. Boven op de hooizolder zit een Amerikaanse piloot verstopt, die een eerdere crash met zijn vliegtuig in het weiland heeft overleefd. Met trillende benen beklimt Michiel de ladder naar de hooizolder. Hij heeft veel van de Amerikanen gehoord, maar ze nog nooit gezien. Ondanks dat hij de piloot niet kan verstaan, maakt de man een grote indruk op Michiel. Hij is blij dat hij Jan heeft mogen helpen met dit grote geheim, niemand anders weet ervan af.

De desillusie is dan ook groot als de piloot de volgende dag alweer verdwenen is, met als enig bewijs een half aangegeten koekje. Michiel voelt zich door zijn engel in de steek gelaten. Als Gerie en Alie ook nog eens zijn boek afpakken en met krijtjes bekladden, voelt hij algauw niets meer voor het verhaal van Hagar en Ismaël. Ook de gezichten van zijn vader en moeder beginnen te vervagen en Michiel wordt vooral erg stil en verdrietig.

In die fase zit hij nog steeds als de dag der bevrijding dan eindelijk aanbreekt. De overtrekkende Amerikaanse vliegtuigen, het lossen van de voedselpakketten en het kaalscheren van Liza (omdat zij met de vijand het bed in dook) lijken langs Michiel heen te gaan. Pas als hij op de bok van de wagen terug zit, richting Amsterdam, begint hij te beseffen dat de oorlog eindelijk ten einde is.



Titelverklaring:

Het boek gaat over een jongen, Michiel, in de oorlog. Het is winter, 1945, en Nederland is dus nog steeds in oorlog met Duitsland. Daarnaast is Michiel ook in oorlog, met zichzelf. Hij groeit op van jongen tot puber en alle dingen die daarbij komen kijken. Het missen van zijn ouders, het zelfstandig willen zijn, de ontluikende seksualiteit van zijn nichtje Alie waar hij niets mee aanweet en de verwarring die de verhouding tussen Jan Tulp en de dokters vrouw met zich meebrengt. Een oorlog dus met zijn eigen emoties en gevoelens.



Opbouw:

Het verhaal begint in Amsterdam, vertrekt naar Driewoude en aan het einde is Michiel weer op de terugweg naar Amsterdam. Het boek bestaat uit 15 hoofdstukken die elkaar qua chronologie soepeltjes opvolgen.



Taalgebruik:

De schrijfstijl van Bernlef is makkelijk, maar niet te simpel. Het verhaal leest dus makkelijk weg, zonder al te veel moeilijke woorden.



Tijd:

Het verhaal speelt zich af in de laatste wintermaanden van 1945. Dat merk je omdat het jaartal letterlijk genoemd wordt en het verhaal eindigt met de bevrijding van Nederland. In het eerste hoofdstuk is het erg koud, dus dan kan je concluderen dat het winter is. In het laatste hoofdstuk is het 5 mei geweest. In totaal neemt het verhaal dus een aantal maanden in beslag. Hoeveel precies, is niet bekend.

Het boek is 132 pagina’s dik, ik deed er ongeveer drie uurtjes over om het uit te lezen.



Plaats en ruimte:

Michiel komt uit Amsterdam. In het begin van het boek vertelt hij hoe hij samen met zijn ouders in een tochtig oud huis woont. Op het veldje verderop in de straat hebben de Duitsers een kampement opgebouwd. Jan Tulp komt op een dag Michiel ophalen. Hij neemt hem mee naar Driewoude, waar Michiel gaat logeren bij zijn oom Johan en tante Merel Tulp. Michiel slaapt op de slaapkamer van Jan.

Achter het huis van de familie Tulp staat een grote schuur waar een paard staat en een hooizolder is. Op de hooizolder brengt Michiel veel tijd door. Hij droomt er over thuis, leest in zijn boek of denkt na over de Amerikaanse piloot die er een nacht doorbracht. De rest van zijn vrije tijd brengt Michiel door met wandelen door de weilanden of de straten van het dorp.



Spanning:

Het verhaal wordt chronologisch verteld, je weet bij het begin dus niet wat er gaat gebeuren. Dat maakt het verhaal enigszins spannend. Aan de andere kant biedt het eenzijdige perspectief (alleen vanuit Michiel) niet veel spanning. Michiel is meer bezig met zichzelf dan met de wereld om zich heen. Juist die wereld waar hij zich in begeeft, de oorlog, is hetgeen wat zo interessant is. Daardoor is het verhaal soms wat saai en langdradig. Je hebt als lezer dan de neiging om te denken “wat zeurt die jongen, toch”, maar de makkelijke schrijfstijl houdt de moed er in en doet je vlotjes verder lezen.



Vertelperspectief:

Het boek wordt verteld door een alwetende verteller, maar dan alleen door de ogen van de hoofdpersoon. Ondanks dat het een derde persoon is, wordt er niets verklapt over de toekomst of over wat andere personages denken en voelen.



Personages:

Michiel (round character):

Als hoofdpersoon is Michiel het meest uitgewerkte personage in het verhaal. Hij is de enige persoon waarvan je als lezer zijn gevoelens kent en zijn beweegredenen weet. Michiel is een jongen van twaalf, aan de ene kant bang en onzeker, aan de andere kant stoer en volwassen. Het logeren bij onbekende familie vindt hij eng en hij is dan ook erg stil wanneer hij net op de boerderij aankomt. Aan de andere kant heeft hij geen behoefte om zich bij de stoere jongens aan te sluiten op school. Ook al doet hij de eerste weken wel zijn best om indruk te maken, Michiel ziet al snel dat het de moeite niet waard is. Daardoor lijkt hij zich meer volwassen te gedragen dan zijn klasgenootjes. Maar als zijn nichtje Alie hem verleidt tot vrijen, weet hij niet wat hij moet doen en raakt hij zelfs lichtelijk in paniek. Dus echt volwassen is hij nog lang niet.

Dit personage maakt in het boek zeker een ontwikkeling door. Hij groeit op in enkele maanden. Het gemis van zijn ouders en de angst nooit te kunnen terugkeren naar Amsterdam, maken hem sneller volwassen.



Oom Johan (flat character):

Hij is een stille man die zijn neefje Michiel wel mag. Hij laat hem voor het paard zorgen en meehelpen met de suikerbietensiroop productie. Wanneer de ketel waarin de siroop gemaakt wordt door de Duitsers wordt weggehaald, verandert oom Johan in een stille man die niet weet wat hij met zijn plotselinge vrije tijd moet doen. Wanneer hij hoort dat de Amerikanen komen is hij dan ook door het dolle heen, blij dat er een einde komt aan de oorlog.



Tante Merel (flat character):

Steun en toeverlaat voor de familie Tulp. Ondanks dat ook zij even instort na de inname van de grote ketel, blijft ze haar taken als huismoeder goed volbrengen. Doordat zij rustig blijft, blijft de rest van het gezin ook rustig.



Verkerk (flat character):

Ondanks dat hij niet de slimste, stoerste of sterkste jongen is, is Verkerk de aanvoerder van het groepje jongens in Michiels klas. Het is zijn grote mond die hem de leidersplaats oplevert. Hij probeert Michiel meteen al op zijn eerste dag te imponeren door hem met zijn grote mond te verleiden om Soutenbakker voor hen te bespioneren. Hij smult van de dagelijkse verzinsels van Michiel, omdat hij denkt dat die wilde verhalen allemaal echt gebeuren.



Thema en motieven:

Het belangrijkste thema van Een Jongensoorlog is de evolutie die Michiel, het hoofdpersonage, doormaakt. Je zou misschien denken dat de oorlog ook een belangrijke rol zou spelen, maar het opgroeien van Michiel in een vreemde omgeving, tussen onbekende mensen en in een onwerkelijke situatie (oorlog, hongerwinter, bijna bevrijd worden door Amerikanen) is veel belangrijker in dit verhaal. Zo is er goed te zien hoe Michiel in een paar maanden tijd hard opgroeit. Hij verandert van jongetje in een achterdochtige en soms zelfs triestige tiener.



Genre:

Roman.



Eigen literaire recensie:

In Een Jongensoorlog draait het om Michiel, een twaalfjarig jongetje dat in de hongerwinter van Amsterdam naar het platteland verhuist. Daar komt hij enkele maanden te wonen bij voor hem onbekende familie. In een vreemde omgeving groeit Michiel razendsnel op van jongetje tot achterdochtige en soms zelfs triestige tiener.

De ontwikkeling die het hoofdpersonage doormaakt is aan de ene kant wel interessant, aangezien de jongen opgroeit in een vreemde omgeving en situatie, wanneer Nederland nog steeds in oorlog is met Duitsland. Aan de andere kant is Michiel zo met zichzelf bezig, dat tamelijk belangrijke evenementen aan hem voorbij gaan. Zoals de arrestatie van een Amerikaanse piloot, het molesteren van een vrouw die met de vijand het bed deelde tijdens de oorlog en de bevrijding. Juist deze typische eigenschap van jonge pubers, alleen met zichzelf bezig zijn, maken het boek soms een opgave om door te lezen. Het is de vlotte schrijfstijl van Bernlef die je als lezer door het boek trekt.

Een Jongensoorlog van Bernlef is een makkelijk boek om te lezen, maar echt bijzonder kan ik het niet noemen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen