U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jona Oberski - Kinderjaren.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1931 en is laatst upgedate op 25/01/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1337 woorden.

A Primaire gegevens.



Titel: Kinderjaren

Auteur: Jona Oberski

Omslagillustrator: Jack Prince

Uitgeverij: Malmberg, Den Bosch

Jaar van uitgave: september 1978

Bladzijden: 86



B Titel en motto verklaring.



De Titel:

Ik denk dat de titel kinderjaren is gekozen, omdat het over de ‘kinderjaren’ gaan van een Joods jongetje. Het verhaal speelt zich af tijdens en na de tweede Wereld Oorlog. Hij is in de oorlog beide ouders verloren. Hij maakt dit allemaal mee tijdens zijn ‘Kinderjaren’. Vandaar de titel Kinderjaren.

Het Motto:

Gras, in een blauwe theepot,

Apart, tussen het groeiend

Uitbloeiend, doorlevend gras gezet.

Geschreven door Judith Herzberg uit Beemdgras en zachte dravik.

Ik denk dat ze het zo bedoeld:

Joden, in een concentratiekamp,

Apart, tussen de groeiende

Stervende Joden gezet



C Personages:



De hoofdpersoon/de ikfiguur: Er wordt niet verteld hoe hij eruit ziet of hoe hij heet. Er wordt ook niet precies gezegd hoe oud hij is, maar aan het einde wordt er verteld dat hij 8 is dus hij zal zoiets 3-4 jaar oud zijn geweest. Hij is dus een klein kind en hij snapt niks van de oorlog. Hij vindt vriendjes om te spelen belangrijker. Hij wordt wel tijdens de oorlog een stuk volwassener.

De moeder: is altijd heel bezorgt om de hoofdpersoon. Ook omdat hij na de dood van zijn vader de enige is die zij over heeft.

Trude: is een vriendin van zijn moeder. Zij heeft ook in de kampen gezeten. Na de dood van zijn moeder zorgt zij samen met Eva voor hem totdat hij naar een pleeggezin gaat.

Eva: is ook een vriendin van zijn moeder. Zij heeft ook in de kampen gezeten waar zijn moeder zat. Zij zorgt ook na de dood van zijn moeder een tijd voor hem en zij heeft ervoor gezorgd dat de hoofdpersoon te weten kwam dat zijn moeder dood was.

Vader: is niet veel over gezegd. Hij werkt voordat ze werden opgepakt bij een kantoor

Mevrouw G en Paul: Paul was een collega van zijn vader. Meneer Paul en mevrouw G (tante Lisa) worden de pleegouders van de hoofdpersoon.













D Samenvatting:



Toen de hoofdpersoon wakker werd, was hij met zijn moeder in een trein die op weg was naar een barakkenkamp. Zijn moeder zei dat het een vergissing was. Na een paar dagen waren ze weer thuis, want het was inderdaad een vergissing. Op een gegeven mocht zijn moeder niet meer in de winkel komen waar ze normaal altijd boodschappen deed. De winkelier zij dat het verboden was. Ze moesten ook een ster dragen die er zo uitzag.

(dan moet je er dus een tekenen!!!!!!)

Op een morgen worden allemaal joden opgeroepen om naar het station te gaan. Ook hij en zijn moeder. Daar stonden héél veel mensen. Zij moesten allemaal een trein in. Vader dacht dat ze nu naar Palestina werden vervoerd, maar nu werden ze weer naar een barakkenkamp gebracht, Westerbork. En dat was geen vergissing. De mannen sliepen apart van de vrouwen en kinderen. Overdag mochten ze wel elkaar zien.Op een dag moesten ze weer in een trein gaan zitten. Vader hoopte dat ze nu naar Palestina zouden gaan, maar het bleek weer niet waar te zijn.

Ze werden naar een ander barakkenkamp gebracht, Bergen-Belsen. Daar was het nog slechter als in Westerbork. Ze kregen minder te eten en ze hadden kleinere bedden. Mannen werden nu helemaal gescheiden van de vrouwen en kinderen. Ze konden elkaar alleen zien via de ‘illegale’ manier.

Op de verjaardag van de vader van de hoofdpersoon. Hadden hij en zijn moeder een taart gebakken van de voedsel resten.. Ze herkenden zijn vader bijna niet. Hij was kaal geworden en hij had een baard gekregen. Ook zijn krachten waren sterk afgenomen. Op een gegeven moment ligt de vader van de hoofdpersoon weer in de ziekenboeg. Zijn moeder zei dat de hoofdpersoon weg moest gaan, maar hij wilde er bij zijn.

Omdat hij er bij was gebleven hoorde hij bij de grotere kinderen. Hij hoefde alleen nog een paar testen te doen. De eerste was een lange neus naar een Duitser te halen. Hij deed het en het lukte hem. De Duitser had het nog niet eens gemerkt. De tweede test was de eigenlijke test. Hij zou bij het Ketelhuis naar binnen moeten gaan (eigenlijk het knekelhuis, daar werden allemaal lijken bewaard voordat ze begraven zouden worden). Hij deed het, omdat hij dacht dat zijn vader er ook zou liggen. Toen hij binnen was ging hij zijn vader zoeken. Het was een grote puinhoop. Allemaal lijken lagen door elkaar heen. Overal lagen ledematen op de grond. Sommige lijken lagen in witte lakens en de andere niet. Maar hij de test wel gehaald. Hij hoorde nu bij de grotere kinderen.

Op een ochtend wekt zijn moeder hem vroeg. Ze zei dat als ze snel zouden zijn dat ze dan met de trein naar Palestina zouden gaan. Op het station stonden ook Trude en Eva. Dat waren vriendinnen van zijn moeder. De reis duurde weken en weken. Nadat ze een paar dagen stil stonden liepen er buiten allemaal Russen met gevangen Duitsers. Ze waren bevrijd. Ze gingen naar Trá”ábitz. Want voor hen was de oorlog voorbij.

Zijn moeder was erg ziek. Ze lag in het ziekenhuis. Toen Hij en Trude haar gingen opzoeken deed ze heel gek. Ze smeet met van alles. Na een tijdje overleed zijn moeder. Hij wist het niet. Alleen Trude wist het, maar ze wilde het niet aan hem zeggen, omdat hij er volgens haar te klein voor was. Toen Eva dit hoorde Had ze het meteen aan hem gezegd. Hij ging later bij een vroegere collega van zijn vader wonen. Bij meneer Paul en zijn vrouw, mevrouw G, oftewel tante Lisa.



E Auteur:



Jona Oberski is op 20 maart 1938geboren in Amsterdam. Hij is het enige kind van Duitse Joden die uit Duitsland waren gevlucht voor Hitler. Samen met zijn ouders worden in de Tweede Wereld Oorlog opgepakt en gaan ze via het concentratiekamp Westerbork naar het kamp Bergen-Belsen. Waar zijn beide ouders sterven. Hij heeft als enige het kamp overleefd. Na de oorlog gaat hij bij zijn pleegouders wonen. In 1956 heeft hij zijn gymnasiumdiploma gehaald. Daarna heeft hij in wis- en natuurkunde gestudeerd. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij ging aan in 1962 werken bij het Nationaal instituut voor fysica en Hoge Energiefysica in Amsterdam. Na verloop van tijd kreeg hij ook interesse in literatuur. Door hij heeft een cursus dichten gevolgd bij Judith Herzberg. Zij heeft hem ook erop gewezen om een boek te gaan schrijven. Inspiratie had hij genoeg van zijn jeugd. In 6 weken heeft hij het boek af en Judith raad hem aan om naar een uitgever te gaan. In september 1978 ligt zijn eerste boek Kinderjaren in de winkel. Later schreef hij nog columns voor het Amsterdamse universiteitsblad Folie Civitatis. Hij heeft ook nog twee andere boeken geschreven.

De boeken die Jona Oberski heeft geschreven:-Kinderjaren(1978)

-De ongenode gast(1995)

-De eigenaar van niemandsland(1998)







F Genre:



Epiek is de hoofdgenre, want er wordt een verhaal verteld. Het is ook gedeeltelijk een autobiografie, maar daar doet de schrijver een beetje vaag over. Hij zegt dat het een beetje fiftyfifty is.



G Mening:



Ik vond het een spannend boek. Ik houd van zo’n soort verhalen. Het geeft je namelijk ook een beeld van hoe dat allemaal ging in zo’n oorlog. Het is ook eens wat anders omdat het je verteld wordt vanuit een kind. De taal is daaraan ook een beetje aangepast. Het is niet een te lang boek. Het leest ook lekker vlot. Het is niet zoiets waar je denkt van wat bedoelen ze hier in godsnaam. Maar ik zou het wel iedereen die van een oorlogsboek houdt aanraden om dit te lezen want het is echt leuk Het enige minpunt is eigenlijk dat er bijna geen details worden verteld. Het is niet echt eng. Maar over het algemeen is het een heel leuk boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen