U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : H.c. Ten Berge - Een Italiaan In Zutphen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=15104 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1248 woorden.

Primaire gegevens van het gelezen werk

Auteur: H.C. ten Berge

Titel: Een Italiaan in Zutphen

Plaats van Uitgave: Amsterdam

1e druk: november 1990

Gelezen druk: tweede druk februari 1991 uitgeverij Meulenhoff Nederland BV



Over de auteur

Johannes Cornelis (Hans) ten Berge werd geboren in Alkmaar op 24 december 1938. Hij is leraar. Hij doceerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Werkte een jaar bij het National Museum of Man in Ottawa (Canada). Was gastdocent in Groningen, Londen en Texas. Hij debuteerde in de tijdschriften Podium en Merlijn. Publiceerde in 1964 zijn eerste bundel, Poolsneeuw. Oprichter, in 1967, van het tijdschrift Raster. Naast gedichten publiceerde hij verhalen en romans. In zijn eerste poëzie verwerkte hij al gegevens uit verschillende culturen. Dezelfde belangstelling blijkt ook uit zijn vertaalwerk. Hij verzamelde en vertaalde Japanse noh-spelen (1969), canto’s van Ezra Pound (1970), poëzie van de Azteken (1972) en verhalen uit de cultuur van de Eskimo’s.



Prijzen: Van der Hoogtprijs voor poëzie (1968) Multatuliprijs voor de roman Het geheim van een opgewekt humeur (1967) Constantijn Huyghensprijs voor zijn gehele oeuvre (1996)



Plaats en ruimte

Het verhaal speelt zich af rond de jaren ’90 in de Gelderse stad Zutphen. Op het moment van de gebeurtenissen is er kermis in de stad.



Personages

Edgar Moortgat: er wordt niet zo heel veel over deze hoofdpersoon geschreven. Wel wordt duidelijk dat hij een nadenkende man is en een erg filosofische blik op het leven heeft.



Andrea Pastís: ‘…dun zwart haar had en tamelijk forse oren. Dat laatste werden niet verdoezeld door zijn kortgeknipte baard en volle wangen. Hij had een hoofd dar er rond voor uitkwam boordevol gedachten te zijn, gedachten die de eetlust opwekken en woorden uitlokken. Zijn ogen werden verdedigd door een bril met een donker montuur – oculi de vitro cum capsula, ogen van glas met een omranding, zoals het in zijn boek over Lombardus heet. Een brede mond met volle lippen onderstreepte zijn vlezige neus, die extra geaccentueerd werd door de wel zeer onmodieuze bril. (Blz. 49-50).

‘….ontkwam ik niet aan de vergelijking van zijn neus met een pastinakenwortel. Zijn druk gebarende hand, waarmee hij dikwijls door zijn dunne haren streek, vestigden de aandacht op een trouwring en een eenvoudig polshorloge met een wijzerplaat. Tussen de vingers van zijn linkerhand stak een sigaret, die zodra hij was opgebrand steevast door een nieuwe werd vervangen. Het was een van de schaarse tekenen dat hij jarenlang waarschijnlijk onder hoogspanning had gewerkt en geleefd. Zijn loshangende colbert liet een zacht blauw overhemd, bretellen en een roze stropdas met witte stippen zien. Een ouderwetse dassenklem hield het roze uitroepteken op zijn plaats. Ik zou het geheel een tikje gewaagd hebben genoemd, als het donkere kostuum niet voor een afzwakkend effect had gezorgd. Pastís, van wie ik wist dat hij de zestig naderde, was zeker niet zwaarlijvig maar had toch een enigszins een gezet postuur. Zijn handen waren daarmee in overeenstemming, wat bij gezette mensen lang niet altijd het geval is. Ze trokken niet alleen de aandacht door zijn neiging tot gesticuleren, ze deden dat ook door hun stevige aanblik. Het waren niet de handen van een intellectueel; ze verrieden eerder een geschiktheid voor het bouwvak of boerenbedrijf. Hij belichaamde het tegendeel van de bleekzuchtige geleerde, die nog steeds als prototype van de wetenschap door alle beeldverhalen waart.’ (blz. 50)



Engel Vrauwdeunt: deze vriend van Edgar Moortgat draagt altijd een vette zwarte jas en is een beetje een duister type.



Samenvatting van de inhoud

Het boek gaat over een bezoek van een Italiaan, Andrea Pastís, aan de stad Zutphen. Hij is al erg vroeg in de stad wat de hoofdpersoon, Edgar Moortgat, al vreemd vindt want normaal is een schrijver er alleen om te signeren en is zo snel mogelijk weer weg. Het blijkt dat hij een diefstal aan het voorbereiden is met een andere man. De hoofdpersoon en een van zijn vrienden gaan op onderzoek uit en komen het te weten. Als de Italiaan aan het stelen is volgt de hoofdpersoon hem en komt er achter wat de man steelt. Het schijnt om oude stukken literatuur te gaan wat oorspronkelijk uit een gebied in Italië komt en bij een bepaald volk hoort. Als de hoofdpersoon en zijn vriend de Italiaan ermee confronteren doet hij ontwijkend. Uiteindelijk als er een achtervolging is geweest tussen de Italiaan en de hoofdpersoon, verandert de Italiaan in een kraai en verdwijnt vanaf de toren van een kerk terug naar Italië waar de stukken literatuur vandaan komen en waar het volk van de Italiaan vandaan komt.



Het verhaal eindigt met een magisch tintje. Er verandert een persoon in een kraai en die verdwijnt. Het verhaal heeft een gesloten einde. De missie van de hoofdpersoon is volbracht en alle verhaallijnen zijn bij elkaar gekomen. De persoon waar het om draaide is verdwenen, dus is er geen verhaal mee om op verder te gaan.



Opbouw

Het boek heeft een hoofdstukindeling. De hoofdstukken zijn genummerd en hebben een betekenisvolle titel. De titels geven belangrijke lijnen in het verhaal weer. De hoofdstukken zijn steeds een afgerond geheel. De lengte van de hoofdstukken zijn niet opvallend en hebben een normale lengte. Het boek is verdeeld in twee delen. Het eerste deel wordt verteld in de t.t. Deel twee wordt begonnen met ‘Zo langzaam als de hiervoor beschreven gebeurtenissen zich aan mij hadden voorgedaan, zo snel scheen alles wat erop volgde zich te voltrekken’.



Vertelperspectief

Het boek is geschreven in het ik-perspectief. De hoofdpersoon Edgar Moortgat beschrijft het verhaal vanuit zijn persoon.



Deel twee lijkt mij een grote flashback. Tussen deel een en deel twee lijkt een behoorlijke tijd te hebben gezeten als je kijkt naar de eerste zinnen van deel twee. Het geeft wel een leuk effect. Want als je bij deel twee bent met lezen, heb je eerst helemaal niet in de gaten dat deel een grote flashback was.



Er zijn een aantal tekstgedeelten die anders gedrukt zijn. Dit zijn of boeken van de schrijver in het verhaal of het is een woord in een andere taal.



Motieven

Een aantal leidmotieven: diefstal, de kraai, het volksgeloof en de dood.

In het boek is het hoofdonderwerp de diefstal van literatuur. De kraai heeft een aantal betekenissen en die komen gedurende het hele boek voor zoals diefstal. Bij het volksgeloof gaat het om de afkomst van de Italiaan en de betekenissen van de literatuur die gestolen wordt.



Thema

Het thema in dit boek is waarschijnlijk de belangrijkste levensvragen. Er komen in het boek dingen naar voren die goed in de levensvragen verwerkt zouden kunnen worden.



Titelverklaring

De titel slaat op de hoofdpersoon Andrea Pastís, de Italiaan, en op de Gelderse Hanzestad Zutphen waar het hele verhaal zich afspeelt.



Eigen literaire recensie

Het boek ‘Een Italiaan in Zutphen’ vind ik een heel boeiend boek omdat je als het ware met het boek in je hand zo door de stad heen zou kunnen lopen omdat de gebeurtenissen en de plaats waar een situatie zich afspeelt behoorlijk gedetailleerd worden aangegeven. Ik vind het boek op een hele aparte manier geschreven want als je deel 1 leest heb je het idee van ieder ander boek, maar als je dan bij deel 2 aankomt, wordt er over deel 1 in de verleden tijd gesproken. Als je deel 1 aan het lezen bent heb je helemaal niet het idee dat het een al gebeurd verhaal is, maar dat je midden in de gebeurtenissen zelf zit. Hierdoor zou je als lezer in de war kunnen raken maar het is wel een aparte manier om een boek te schrijven. Ik vind deze manier van de schrijver goed bedacht want zo kom je voor verrassingen te staan en blijft het leuk om zo’n boek te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen