U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - Twee Vrouwen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1901 en is laatst upgedate op 02/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1435 woorden.

Titel

Twee vrouwen (1975)



Auteur

Harry Mulisch



Titelverklaring

De titel slaat natuurlijk op Sylvia en Laura, de twee hoofdpersonen van dit verhaal.



Samenvatting

Laura Tinhuizen is de dochter van een Leidse professor die boeken heeft geschreven over de Provence en de Troubadours. Er heeft altijd een hechte band tussen vader en dochter bestaan. Daarentegen is de verhouding tussen Laura en haar moeder afstandelijk, bijna kil. Haar vader die betrekkelijk jong gestorven is, ligt nu in de Provence begraven. Haar oude moeder wordt verpleegd in een verzorgingstehuis in Nice. Na enkele jaren kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd, trouwt Laura als ze 23 is met de toneelcriticus Alfred Boeken. Omdat het huwelijk kinderloos blijft, besluiten ze na zeven jaar uitelkaar te gaan. Alfred hertrouwt met Karin bij wie hij twee kinderen krijgt.

Tijdens haar huwelijk krijgt Laura een baan als conservatrice van een klein museum in Amsterdam. Na haar echtscheiding leeft zij als een alleenstaande vrouw die kortstondige verhoudingen heeft met verschillende mannen. Zo heeft zij vijf gelukkige jaren doorgebracht. Als zij op een dag in februari Sylvia Nithart ontmoet, veranderd haar hele leven. Aangetrokken door iets in Sylvia's uiterlijk, zoekt Laura contact met haar, ook al beseft ze al gauw dat ze innerlijk niets met haar gemeen heeft. Er ontwikkelt zich een lesbische verhouding tussen de 35 jarige Laura en de 20 jarige Sylvia uit Petten, die in een kapsalon in Egmond werkt. Sylvia terkt bij Laura in. Vanaf het begin van hun verhouding voelt Laura zich de "knecht" en Sylvia de heer. Hun verhouding wordt voor hun moeders en Sylvia's vader verborgen gehouden. Tegen haar moeder zegt Sylvia dat ze verloofd is met Thomas Boeken en dat ze met hem samen woont. Ze zegt dat Thomas de "zoon" van Laura is. In mei vliegen Sylvia en Laura naar Nice waar Laura haar moeder op wil zoeken. Hoewel Laura Sylvia op het hart had gedrukt uit de buurt van haar moeder te blijven, stelt Sylvia zich aan de oude vrouw voor als buurmeisje van Laura. Mevrouw Tinhuizen doorziet de situatie onmiddelijk en daardoor krijgt ze een aanval van woede en slaat met haar stok naar beide vrouwen.

Terug in Amsterdam hervatten Sylvia en laura hun dagelijkse leven als een gelukkig echtpaar. Maar de onmogelijkheid om samen kinderen te krijgen werpt een extra barrière op. In de zomer aan het begin van het Holland Festival, gaan ze naar de première van een toneelstuk van een schrijver die Laura nog kent uit de tijd van haar huwelijk met Alfred. Het stuk is getiteld: "Orpheus vriend". Tijdens een borrel na afloop van de voorstelling maakt Sylvia kennis met Laura's exman Alfred Boeken. Na het bezoek aan de schouwburg trekt Sylvia zich steeds meer in zichzelf terug. Ze vertelt Laura dat ze voor een paar dagen naar haar ouders gaat. Een paar dagen later hoort Laura van Karin echter dat Sylvia en Alfred samen een kamer hebben in een hotel in Amsterdam. Ze zoekt Sylvia en Alfred in het hotel op maar het gesprek heeft geen resultaat. Eind juli komt Sylvia langs om haar paspoort te halen, want ze gaat met Alfred naar Londen. Na deze gebeurtenis komt Laura in een diep dal te zitten; ze krijgt een hoge bloeddruk en komt nauwelijks de deur meer uit en zondert zich van de hele wereld af. Als Laura eindelijk weer een beetje zichzelf wordt en met behulp van medicijnen haar bloeddruk wat heeft weten te verlagen, komt Sylvia in augustus onverwachts weer terug. Stralend van blijdschap verteld ze Laura dat ze zwanger is. Ze heeft Alfred alleen gebruikt om een kind te krijgen, Laura zal de vader zijn. Laura wil dat samen met Sylvia en Alfred uitpraten en Alfred zegt dit ook te willen. Bij deze ontmoeting, waar Laura niet bij is want die was nog op haar werk, schiet Alfred haar dood.



Opbouw

Het boek is niet chronologisch geschreven, er zijn voortdurend flashbacks. Laura vertelt het verhaal als ze op weg is naar haar overleden moeder maar waar ze nog niet is aangekomen; soms lees je een stukje van de tegenwoordige tijd en dan weer een flashback. Het verhaal speelt zich in deze tijd af, in Amsterdam, en de vertelde tijd duurt ongeveer een jaar. Het boek is opgebouwd uit allemaal kleine hoofdstukken sommige met een titel. De gebeurtenissen worden verteld vanuit het ik perspectief; je beleeft de dingen zoals Laura die ziet. Het is makkelijk leesbaar en heeft een gesloten eind.



Perspectief

Het verhaal wordt verteld via een vertellend ik-perspectief.



Thema

Thema: "De tragische afloop van een liefde tussen twee vrouwen"



Motto

Het motto, een (gedeelte van een) citaat van Sappho, (....weer doorsidderde mijn hart Eros, zoals de wind op de bergen in eiken valt) viel voor mij niet te verklaren. Het zegt mij eerlijkheidshalve bekennend niets en ik kon er ook niks over vinden.



Tijd

Gewoon het heden, dus gezien het jaar waarin het geschreven is +- 1975



Eigen mening

Het was een goed boek, het is jammer dat ik zo slecht diepere gedachtes achter gebeurtenissen in romans kan herkennen waardoor dit verhaal mij meer aansprak op het verhaal zelf (ik ging meeleven in de situatie) dan de dieper gaande achterliggende gedachte die naar mijn gevoel constant "op het puntje van mijn tong lag" maar die ik voor mezelf niet een gestalte, een verwoording kan geven. Het boek was uitnodigend dun, waardoor de drempel met lezen te beginnen niet zo hoog was als bij een dik(ker) boek, de vloeiende overgang van de ene naar de andere gebeurtenis (die met genoeg afwisselende zinnen beschreven waren) zorgde voor prettige leesbaarheid Ook de sfeer was goed te merken. Ook vind ik het goed en dapper om in '75 over twee homoseksuelen te schrijven, iets wat toen en zelfs nu nog vaak een soort van taboe is, en dit zo realistisch weer te geven dat het meteen duidelijk wordt hoe belachelijk (en vernietigend) de vooroordelen over homoseksualiteit zijn. Ik denk dat het boek veel mensen aan het denken heeft gezet.



Schrijver

Harry Kurt Victor Mulisch werd op 29 juli 1927 in Haarlem geboren. Hij is de eerste en enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren in 1892 in Goblonz, Oostenrijk-Hongarije, thans Jablonec, Tjechoslowakije) en Alice Schwarz (geboren in 1908 in Antwerpen). Zijn grootouders van moederszijde waren voor de oorlogsgebeurtenissen van de 1e wereldoorlog naar Nederland gevlucht; zijn grootvader was bankdirecteur in Amsterdam geworden. Via hem krijgt Harry's vader (in WO I was hij commandant, daarna naar Nederland geëmigreerd) een betrekking. In het ouderlijk huis zorgt Frieda Falk (in Polen geboren) voor de huishouding. Hoewel thuis Duits gesproken wordt, krijgt Harry een Nederlandse opvoeding. Hij bezoekt de lagere school van 1933 tot 1939 en het Christelijk lyceum van 1940 tot 1944 in Haarlem. In 1939 scheiden zijn ouders; moeder gaat in Amsterdam wonen en Harry blijft bij zijn vader en Frieda in Haarlem. In de oorlogsjaren is Harry's vader directeur bij Lippmann-Rosenthal & Co, het bankiershuis dat verplicht Joodse bezittingen 'beheerde'. In die functie kan hij zijn Joodse ex-echtgenote en zijn zoon uit Duitse handen houden. Na de oorlog wordt hij gearresteerd en verblijft 3 jaar in een interneringskamp; hij overlijdt in 1957. Harry's moeder emigreert in 1951 naar San Fransisco en verkrijgt de Amerikaanse nationaliteit. Harry Mulisch debuteert met een kort verhaal, 'de kamer', in Elzeviers Weekblad (1947). Na enkele baantjes wijdt hij zich vanaf 1949 aan de 'schrijverij'. Hij werkt 2 jaar aan de roman Archibald Strohalm, die bekroond wordt met de toen nog gezaghebbende Reina Prinsen Geerligsprijs (1951). In 1955 verlaat hij het huis van zijn vader; sedert 1958 woont hij in Amsterdam. Uit zijn huwelijk met Sjoerdje Woudenberg in 1971 worden 2 dochters geboren, Anna en Frieda. Van 1958 tot 1962 is Mulisch redacteur van Podium; in 1962 richt hij Randstad op. Sedert 1965 is hij redacteur van De Gids. In de ruim 30 jaar van zijn schrijversschap heeft Mulisch meer dan 50 afzonderlijke publicaties op zijn naam gebracht, waaronder romans, verhalen (-bundels),toneelstukken, poëziebundels, partituren, autobiografieën, tijdgeschiedenissen en studies. Zijn werk werd veelvuldig bekroond. Behalve de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving hij ook de Bijenkorf Literatuurprijs (1957, voor Het zwarte licht), de Anne Frankprijs (1957), de Visser Neerlandiaprijs (1960, voor Tanchelijn), de Vijverbergprijs (1963, voor De zaak 40/61), de Constantijn Huygensprijs (1977) en in 1978 de Nederlandse Staatsprijs voor Letterkunde, de P.C. Hoofdprijs. Harry Mulisch kreeg grote bekendheid door het boek 'Het stenen bruidsbed' (1959), daarin speelt het kenmerkende thema van Mulisch, dood en vernietiging, een grote rol. Ook schrijft hij met veel verbeeldingskracht. Ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag (1977), die gevierd werd met openbare feesten in 's-Gravenhage en Amsterdam, werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen