U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Raymond Karel Maria De Belser - De Ontaarde Slapers.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=10094 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1105 woorden.

De ontaarde slapers



De hoofdpersonen


In deze novelle zijn twee hoofdpersonen: Silvester en zijn vrouw Margriet.

Silvester is een nuchtere man die niets teveel zal doen. Dat is dan ook de reden waarom hij werkloos is. Zijn lui-heid wordt duidelijk geïllustreerd door het lange wachten met de repara-ties waar zijn vrouw hem toe aanspoort. Wat er om hem heen gebeurt schijnt hem koud te laten. Ondanks deze schijnbare onverschillig-heid heeft hij wel dege-lijk een duide-lijke visie op het leven. Het nut van het leven ziet hij overigens niet. Deze man neemt vaak zijn toevlucht tot leugens, en niet zelden met suc-ces. Zo weet hij bijvoor-beeld een zakka-lender van de pastoor-deken los te krij-gen. Hij schaamt zich geheel niet voor zijn leugens, het is juist zijn trots.

Zijn vrouw Margriet is zo mogelijk nog luier dan Silvester, maar zij is niet overal zo onverschillig voor als haar man. Ze heeft namelijk een ziekelijke angst voor een oorlog, waar-van ze overal voortekens ziet. Wanneer ze bijvoorbeeld hoort, dat de metaalarbeiders in staking zijn, ziet ze dit als een niet mis te verstaan voorteken van de oorlog. De angst die ze voor oorlog heeft uit Margriet door het daar altijd over te hebben. De oorlog is echter het enige onderwerp dat haar echt interes-seert, net als haar man weet zij vaak niet eens welke dag het is.



Verschillen met jeugdliteratuur

Dit verhaal is op een langdradiger manier geschreven dan ik van de jeugdliteratuur gewend ben. Ik denk dat dit vooral komt doordat de gebeurtenissen in het verhaal uitvoeriger be-schre-ven worden, ook al zijn ze niet echt belangrijk voor het verhaal.

De hoofdpersonen raken niet in echt spannende situaties ver-zeild; in dit boek wordt meer het leven van alledag be-schre-ven, maar dan van bijzondere mensen.

Wat me opvalt is dat de (hoofd)personen in dit verhaal veel nadrukkelijker hun eigen gedachten hebben, en daardoor ook veel meer een typische persoonlijkheid worden.

Ook het taalgebruik verschilt met het taalgebruik in jeugd-boeken. In dit boek schuwt men geen moeilijke woorden meer, terwijl in jeugdboeken sommige woorden min of meer uitgelegd of ontweken wor-den. Men is minder bang van lange zinnen.



De schrijver

De ontaarde slapers is het debuut van Raymond de Belser, alias Ward Ruyslinck. Hier een overzicht van zijn leven tot aan zijn debuut als schrijver.

17-6-1929 geboren te Berchem in de buurt van Antwerpen

1939 Zijn vader schrijft een roman: "'t Dorpsratte-ken"

1940 vergeefse vlucht naar Noord-Frankrijk

1941 atheneum te Berchem

1947-1948 Germaanse filologie aan Gentse universiteit

22-9-1948 dood vijf jaar oudere broer Roland aan een acuut longoedeem

1951-1952 militaire dienstplicht

1957 officieel prozadebuut met "De ontaarde slapers"

Deze tijd was zijn beroep adjunct-bibliothecaris bij het Museum Platin-Moretus en het prentenkabnet te Antwerpen.

Raymond de Belser maakte veel reizen, o.a. naar Oosteurope-se landen, Corsica en Argentinië.



Selectieve bibliografie:

1957 De ontaarde slapers (Novelle)

1958 Wierook en tranen (Novelle)

1959 De madonna met de buil (Novellen)

1961 Het dal van Hinnom (Roman)

1962 De stille zomer (Novellen)

1964 Het reservaat (Roman)

1965 De paardevleeseters (Novellen en luisterspel)

1966 De oeroude vijver (Novellen)

Golden Ophelia (Roman)

1968 Het ledikant van Lady Cant (Roman)

1969 De Karakoliërs

1970 De Apokatastasis, of het Apocriefe boek van Galax Niksen (Roman)

1972 De heksenkring (Roman)

1973 De verliefde Akela (Novellen)

1974 Het ganzenbord (Roman)

1976 In naam van de beesten (Dossier)



Samenvatting

Enige kilometers van de voorstad in een armzalig huisje ontwa-ken Silvester en zijn vrouw Margriet. Die morgen stormt het, wat te horen is aan een dakpan die rammelt. Margriet herinnert haar man eraan dat hij die dakpan nog goed moet leggen, zoals hij nog meer klusjes moet doen: het broodmes slijpen en de zinken waskom solderen. Silvester moppert dat Margriet zijn knoop maar eens vast moet maken.

Silvester staat als eerste op om het uitkeringsgeld te ha-len,zij het met grote tegenzin. Tot zijn grote schrik hoort hij op het stempellokaal, dat hij zich moet gaan melden als hulp-tuinier op het kasteel "de Vier Torekens". Met grote tegenzin gaat hij door de storm op pad. Als beschutting gaat hij achter een volgwagen in een lijkstoet lopen. Nabestaanden vragen of hij mee wil komen en Silvester doet alsof hij een oude vriend is van de overleden man. Na de begrafenis vervolgt hij zijn tocht naar het kasteel. Aldaar wordt hij ontvangen door de huishoudknecht die de tuinman roept. Silvester slaagt erin niet aangenomen te worden. Hij probeert nog wel aan een eendeëi te komen, maar dat mag de tuinman niet geven van zijn baas, de baron.

Als Silvester thuiskomt, treft hij zijn vrouw aan, die nog in bed ligt. Hij vertelt haar, dat de metaalarbeiders in staking zijn gegaan. Hier schrikt Margriet van, ze ziet het als een voor-teken van de oorlog. 's Middags besluit Silvester de dakpan recht te gaan leggen, een karwei waar hij zich lang tegen verzet heeft. Als hij klaar is met dit karwei en naar binnen gaat, treft hij Margriet slapend aan.

Het verhaal gaat verder op een lentemorgen vlak voor Pasen. Margriet ontdekt dan, dat ze 22 jaar getrouwd zijn, maar ze vindt, dat "de verjaring van een groot ongeluk in stilte herdacht moet worden." Als Harry, de broodbezorger, brood komt brengen, vraagt ze hem of er oorlog is uitgebroken. Hij ant-woordt ontkennend, maar later op de dag hoort Margriet van een meisje dat de burgemeester overleden is, wat door haar wordt gezien als een nieuw voorteken van de oorlog. Als Silvester thuiskomt, vertelt hij haar dat hij de pastoor-deken een zakkalender af heeft weten te troggelen.

Als Pasen voorbij is, horen ze op een middag plotseling ge-weerschoten. Margriet raakt helemaal in paniek, en zelfs als ze hoort dat het alleen oefeningen zijn, bedaart ze niet. In een pauze gaat Silvester naar de officier, van wie hij te horen krijgt dat er ook nog een schijnaanval gaat plaatsvinden op hun huis. De officier vindt het ook sneu, maar hij heeft zo z'n bevelen gehad. Even later begint de aanval. Als Margriet een gehelmd hoofd voor het raam ziet, smijt ze er een schoen naartoe, dwars door het raam. Even later zijn de soldaten weg. De aanval op het huis had op Silvester en Margriet een bepaal-de uitwerking: vooral Margriet werd vreselijk onrustig. Later gaat Silvester naar het akkersmaalbos om hout te sprokkelen. Margriet blijft thuis. Als ze langs het huis een lege patroon-huls ziet liggen, peinst ze over de onontkoombaarheid van oorlog.

Harry vertelt haar dat zijn vader vreselijk gewond is door elektrokutie, nadat hij gedroomd had dat de man door de blik-sem was getroffen. Als de broodbezorger even later weg is, hoort Margriet een enorme knal, waarvan zij denkt dat die de oorlog inluidt. Een tijdje later stapt een rijkswachter bin-nen, die haar meedeelt dat Silvester het slachtoffer is gewor-den van een granaat uit de vorige oorlog, waar hij opgestapt is. De myco-loog is getuige. Nadat de rijkswachter en de padde-stoeldeskun-dige vertrokken zijn, pakt Margriet een lang touw en stik-draad...
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen