U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Diamant.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1871 en is laatst upgedate op 25/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1537 woorden.

3.1 De Diamant (1954)



3.1.1 Titelverklaring

Het verhaal draait om de grootste diamant ooit gevonden, en om de belevenissen van zijn bezitters.



3.1.2 Motto, thema, motief

Motto: geen

Thema, Motief

 De tegenstelling tussen de eeuwigheid en onsterfelijkheid enerzijds en het eindige leven en de dood anderzijds: tussen de eeuwigbestaande diamant en de sterfelijke mens.

 De hebzucht van de mens, en hoe de mens zich door voortdurende strijd om de diamant vernietigt.

 de diamant als symbool van aardse rijkdom, macht, religie en goddelijke verering.

"De diamant, uit niets anders dan koolstof bestaat hij. Maar waar koolstof het meest voorkomende element der natuur is, bouw-stof van al het levende, daar is de diamant het zeldzaamste juweel. Waar koolstof het zachte, zwarte, vieze, ondoorzichtige is, daar is de diamant het hardste, het helderste en het reinste. Zo is dus de diamant de goddelijke christallatie van het profaanste tot het heiligste, van het minste tot het meeste. En daarmee, daarmee is de diamant de mani-festatie van het vierdimensionaal-goddelijke in onze driedimensionale wereld. Aldus is de diamant voor het amorfe mensdom evenveel de toegangspoort tot het christal God, als de weg tot vergeestelijking van het lichaam."

De diamant staat symbool voor het boeddhisme en het hele boek is als het ware dubbelzinnig; de siddharta was een boeddha uit 500 v. chr, witte olifanten keren steeds terug in het verhaal, de diamant splijt in een groot en klein stuk etc.



Perspectief

De alwetende verteller



3.1.3 Genre

Roman, fantasy and fiction. Als geboren verteller laat Mulisch met grote verbeeldingskracht in dit boek zien dat hebzucht alleen maar kan leiden tot vernietiging van de mensheid. Tussen de regels door kun je het oordeel van Mulisch herkennen: een maatschappij met een gevaarlijke, onverantwoordelijke lichtzinnigheid. Opvallend zijn de regelmatige stijlwisselingen: van de hoogdravende heroïsche verteltrant schakelt Mulisch met grote regelmaat over op een nuchter, soms anachronistisch taalgebruik.



3.1.4 Samenvatting

Het verhaal gaat over een diamant, de grootste ooit gevonden, die door de tijd langs vele bezitters de wereld afreist. De meeste bezitters zijn op oneerlijke wijze aangekomen. Overal, waar de diamant ook is, roept deze dezelfde reacties op. Zo is de diamant elke keer het middelpunt van strijd of religieuze overtuiging, en sterft een groot deel van de eigenaren een gewelddadige dood, hetzij door eigen toedoen, hetzij door dat van een ander.



Het boek, voorafgegaan door een proloog, is opgedeeld in vier hoofdstukken die de naam dragen van de grootste rivier van de streek waarin de diamant zich in die periode bevindt.



Eerste deel: aan de Ganges

In het begin van het verhaal wordt de diamant gevonden door Dipthadarma, "een eenvoudig man uit Gaisakha in Magala". Hij laat de diamant zien aan een yogi. Deze toont hem dat de diamant kan zweven, en raadt hem aan deze 'gedachte' in 7, nog liever 22 delen te slaan. Dipthadarma weigert en beweert nog liever te sterven. De yogi adviseert hem dan westwaarts te gaan. Dat doet hij en brengt de steen bij koning Asatya. Deze had eerder tegen zijn volk gezegd dat hij de grootste diamant reeds bezat. Om zijn geloofwaardigheid niet in twijfel te brengen, vermoordt hij niet alleen de vinder van deze grotere diamant, maar alle leden van de hofhouding die de steen gezien hebben. Hij verstopt de steen gedurende de rest van zijn leven.

Tientallen jaren later komt de steen in bezit van koning Vishvadhatar, wiens macht tanende is. Deze laat de ruwe diamant slijpen en aanbrengen tussen de ogen van een kolossaal boeddhabeeld, waarna zijn macht weer buiten twijfel is en het rijk Magala zeer welvarend wordt. De koning wordt bezocht door een afgezant van de chinese keizer Tsjan K'ien die een kopie in bergkristal mag maken. Uit het boeddhabeeld wordt de steen gestolen door Apahavin.

Tweede deel: aan de Tiber

Apahavin brengt de steen naar de heleres Amemti aan de Nijl, welke hem op haar beurt verhandelt op de markt van Alexandrië. Daar valt de steen in twee delen. Amemti verkoopt de twee delen van de steen voor een spotprijs, het ene deel aan de Indiër Anvaptas, het andere aan de Jood Jithream. Deze laatste verkoopt in Rome de steen aan de romeinse veldheer Amittus, waarna Jithream door Germanen wordt vermoord. Jaflet, een opstandeling tegen de romeinen, steelt de steen dan weer van Amittus. Nadat Jaflet een groot leger opstandelingen heeft verzameld leidt hij een veldslag tegen Rome en Amittus. Bij deze veldslag wordt hij getroffen door een duizendponder van zijn eigen artillerie, die hem en de steen zo diep de grond in slaat dat hij niet meer te vinden is.

Derde deel: aan de Yang-Tze

Het verhaal vervolgt dan met het grootste deel van de steen, dat aan Anvaptas is verkocht. Hij wil de steen overhandigen aan Dapta, die dan inmiddels koning van Magala is, maar deze weigert de steen. Dan trekt Anvaptas verder, en sterft in het gebregte. Daar wordt de steen gevonden door een mongoolse herder. De herder wordt gedood en van zijn steen beroofd door bedienden van een chinese koopman. De steen komt terecht in de hoofdtooi van Kwan-yin, "in haar armen haar goddelijke kind", die eerder verschenen was in de droom van keizer Ming als Miau-Sjan. De droomuitlegger van de koning adviseert hem om haar Kwan-Yin te noemen en te laten zoeken naar Dipthadarma's heilige diamant. De diamant wordt bij de koopman gevonden en hem afgenomen, de koopman sterft de verdrinkingsdood. Rond Kwan-Yin ontstaat een tempelorde. Vijf eeuwen later vraagt de dochter van keizer Wei-Tsoeng, de schone Kyim-sjang haar vader om de diamant uit de tempel van Kwan-Yin. Wei-Tsoeng stemt na enige aarzeling toe, waarna de diamant uit de tempel gehaald wordt en de tempels in brand worden gestoken. Dan kan Kim-sjang trouwen met koning Srong-btsan-gampo van Tibet. Het orakel dat na de huwelijksplechtigheid geraadpleegd wordt zweeft, "maakt loopings" en ziet Kim-sjiang aan met ogen "als brandende temples". Kim-sjiang beseft haar zonde. Nadat ook Kim-sjiang en Srong-btsan-gampo een roemloze dood zijn gestorven komt de diamant in het bezit van "een energieke heilige", waarna hij enkele eeuwen verblijft in een orde van kloosterlama's.

Dan komen de Tartaren en de opperlama brengt de Siddharta na een dodelijk vermoeiende tocht bij de abdis van een nonnenklooster, waarna hij sterft. Vervolgens worden ook de nonnen door de Tartaren aangevallen. De abdis vervloekt de steen, waarna deze roetzwart wordt. De nonnen redden zich door te doen alsof ze in een horde zwijnen zijn veranderd. Achter de horde volgt een mens, met de zwarte diamant. Deze aanblik doet de Tartaren zo schrikken dat ze zich massaal in het ravijn storten. Vervolgens stort ook zuster Laya zich - met de zwarte diamant - in een kloof, "waarna de kloof zich met een eenvoudig gebaar der aarde sloot".

Vierde deel: aan de Seine

In de eeuw van de fabrieksschoorstenen wordt in Rome een nieuwe verkeersader aangelegd. Een roodharig jongetje vindt, gravend in de bedding van de nieuwe weg, het andere deel van de Siddharta. De steen komt in een Italiaans museum te staan, waar hij wordt ontvreemd door een oude dame, Olga Boechowa, die hem meeneemt naar Parijs. Olga verzint een geheime esoterische leer rond de steen, de "loge du Diamant" welke vele volgelingen krijgt. Mme Boechowa sterft voor de eerste wereldoorlog. Na de tweede wereldoorlog, als de groei van het genootschap tanende is, wordt de voorzitster van de Parijse loge opgepakt en veroordeeld wegens roofmoord. Dit blijkt echter een listige opzet te zijn van de rijke kunsthandelaar Jacques de Villetaneuse, die hiermee bewerkstelligt dat de diamant ter veiling aangeboden wordt, waar hij deze koopt voor hondervijftig miljoen francs. De Villetaneuse, waanzinnig geworden van geluk, besluit zelfmoord te plegen, samen met de steen. Op het laatste moment echter weet zijn neef Fernand de steen te grijpen, waarna hij zijn oom alsnog het raam uit duwt.

Fernand vlucht naar Oost-Duitsland, waar ook hij waanzinnig wordt en zich voor zijn hoofd schiet. De diamant komt in handen van de Amerikanen die besluiten de diamant te laten splijten. Bij de splijting schiet de diamant weg door het open raam en wordt niet meer teruggevonden.

Boer Krijn blijkt de diamant in zijn schillenkar te hebben gekregen. Hij gelooft niet dat de diamant echt is, maar heeft gehoord dat een echte diamant in het vuur verbandt. Nadat hij dat uitgeprobeerd heeft beseft hij dat de diamant echt was en beneemt hij zich het leven.







3.1.5 Tijd, Ruimte, perspectief

Tijd

Het boek strekt zich uit over een periode van vijfentwighonderd jaar geleden tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw.

Ruimte

Het verhaal begint in India. Na omzwervingen komt de diamant in Egypte, waar hij in twee delen splijt. Daarna vertelt het boek twee verhalen. Het ene deel leidt naar China, waar de diamant, door een vervloeking veranderd in steenkool, verzwolgen wordt door de aarde.

Het andere deel loopt via een strijd in het Rome van rond het begin van de jaartelling, door tot in de twintigste eeuw, waar de diamant bij een opgraving in Italie gevonden wordt. Via Frankrijk komt de diamant in handen van een Nederlandse boer die hem in het vuur gooit. De diamant verbrandt.





3.1.6 Personen

Er is in het boek niet één duidelijke hoofdpersoon, of het zou de diamant, de Siddharta, zelf moeten zijn.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen