U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1865 en is laatst upgedate op 25/01/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2504 woorden.

Harry Mulisch - De Aanslag

Groningen Wolters Noordhoff, Penta Pocket, Bulkboek Amsterdam, 1999, eerste druk: 1982.

Motivering

Ik heb dit boek gekozen, omdat ik het vorig jaar heb gelezen en ik daarna de verfilming ook heb gezien. En natuurlijk omdat ik het een heel mooi boek vind.

Samenvatting

Proloog

Aan de rand van Haarlem staan langs de rivier het Spaarne vier villa's. In "Buitenrust" woont de familie Steenwijk: vader (griffier bij de rechtbank), moeder, Peter (17 jaar) en Anton (12 jaar). Links van hun huis staat de villa van de familie Beumer en rechts het huis van meneer Korteweg en zijn dochter Karin.



Eerste Episode, 1945

De eerste episode van het boek gaat over de aanslag. Op een avond in Januari 1945 zit het gezin Steenwijk in de huiskamer mens-erger-je-niet te spelen, als ze plotseling zes schoten horen. Fake Ploeg, een NSB-er, is doodgeschoten op de stoep bij de buren van de familie Steenwijk. Even later komen buurman Korteweg en zijn dochter Karin naar buiten, en leggen het lijk voor het huis van de familie Steenwijk. Peter rent naar buiten en wil het lijk wegslepen, maar op dat moment komt de politie eraan. Peter pakt het pistool van Fake en rent weg.

Als de politie arriveert, worden Antons vader en moeder gefusilleerd en het huis wordt in brand gestoken. Anton wordt meegenomen en brengt een nacht door in een politiecel. Daar zit op datzelfde moment ook een vrouw, ze troost Anton en praat met hem over fascisten ("ze zullen zeggen, dat het de schuld is van de illegaliteit") en over de redenen om hen te haten.

De volgende dag wordt Anton naar het Ortskommandantur gebracht en mag hij bij zijn oom en tante in Amsterdam wonen.

Tweede Episode, 1952

Anton wordt opgevoed door zijn oom en tante, een kinderloos doktersechtpaar aan de Apollolaan in Amsterdam. Na de oorlog blijkt, dat zijn ouders en Peter in de fatale nacht ter plekke zijn doodgeschoten. Anton reageert beheerst; hij gaat niet op onderzoek uit.

Na het gymnasium gaat hij medicijnen studeren.

Als hij tweedejaars is, wordt hij door een studiegenoot uitgenodigd op een feestje in Haarlem. Zo komt hij in 1952 voor het eerst weer terug in de stad die hij in januari 1945 heeft verlaten. Het feestje wordt voor hem een teleurstelling, omdat een paar brallerige studenten kwetsende opmerkingen maakt. Anton wordt hierdoor herinnerd aan hetgeen hij in de oorlog heeft meegemaakt.

De aansporingen om zich als vrijwilliger aan te melden voor de oorlog in Korea doen hem besluiten het feestje vroegtijdig te verlaten.

Op de terugweg komt hij langs de kade waar zijn ouderlijk huis heeft gestaan. Mevrouw Beumer, zijn oude buurvrouw roept hem binnen. Zij vertelt dat Antons moeder op die fatale januariavond een Duitser is aangevlogen en dat zij en zijn vader daarna zijn doodgeschoten.

Anton vertrekt zwijgend en loopt langs het monument dat is opgericht voor de slachtoffers van de januaritragedie. Hij leest de namen van de gefusilleerden, waaronder die van zijn ouders. De naam van Peter staat er niet bij.

Bij navraag blijkt dat zijn oom hem wel verteld heeft over het monument, maar dat hij de onthulling niet wilde bijwonen. Anton voelt voor het eerst iets van angst voor het afgesloten verleden.



Derde episode, 1956

Het is 1956. Anton woont op kamers in Amsterdam en is co-assistent anesthesie. In de stad is veel oproer, waar de politie aan te pas moet komen. Als Anton tijdens de rellen naar huis gaat, ontmoet hij Fake Ploeg jr. Ze hebben een gesprek, en Anton hoort dat Fake niet heeft mogen studeren, omdat zijn vader NSB-aanhanger was. Fake is er heilig van overtuigd, dat zijn vader net zo onschuldig is gedood als de ouders van Anton. Dat kan er bij de laatste niet goed in. Het gesprek eindigt als Fake een steen tegen de spiegel van Anton gooit. Even later ontploft dan ook nog de oliekachel waardoor de kamer vol roet komt. (Vergelijk met eerste episode waar de Duitsers de ruiten in gooiden en het huis in brand staken).



Vierde Episode, 1966

Anton is nu drieëndertig. Hij heeft zijn artsenexamen anesthesie gehaald. Hij is sinds 1961 getrouwd met Saskia en is groter gaan wonen. Hij werkt in een ziekenhuis. Ook heeft hij een dochtertje van vier, Sandra.

Anton wordt weer aan de aanslag herinnerd op de begrafenis van een journalist, een vriend van zijn schoonvader. Als hij na de begrafenis met Saskia, Sandra en zijn schoonvader naar een café‚ gaat, hoort hij de man links van hem zeggen: 'ik schoot eerst in zij rug, toen een keer in z'n schouder en in z'n buik, terwijl ik hem voorbij fietste.' Anton hoort dan in gedachte de vijf schoten. Hij zegt er iets over tegen de man die lijkwit wordt.

De man, Cor Takes, en Anton gaan zitten praten en hij hoort voor het eerst in 21 jaar iets over de vrouw waarmee hij die nacht van de aanslag in de cel heeft gezeten. Zij blijkt Truus Koster te heten en was de vriendin van Cor Takes. Deze heeft een foto van haar en geeft Anton zijn adres. Anton wil eerst niet langsgaan bij Takes, maar hij doet het later toch. Als hij haar foto ziet weet hij, waarom hij met Saskia getrouwd is: zij heeft in haar ogen dezelfde blik als Truus Koster.

Laatste Episode, 1981

We zijn weer vijftien jaar verder. Anton is in een ander ziekenhuis gaan werken, waar hij meer verdient. Hij heeft vier huizen.

In 1967 is hij gescheiden van Saskia, en in '68 getrouwd met Liesbeth, die kunstgeschiedenis studeert. Een jaar later wordt er een zoon geboren: Peter. Anton gaat met Sandra, als zij zestien is naar Haarlem. Bij het monument ziet hij onder de namen van zijn ouders ook de naam J. Takes staan, de broer van Cor, die bij de doodgeschoten gijzelaars hoorde. Daarna gaan ze naar de erebegraafplaats in de duinen, waar Truus Koster begraven ligt.

Het boek eindigt met een grote demonstratie tegen atoomwapens in 1981. Anton wordt eerst gedwongen er ook aan mee te doen, maar hij gaat steeds vrijwilliger meelopen.

In de demonstratie ontmoet hij Karin Korteweg, zijn buurmeisje uit Haarlem. Ook met haar praat hij over de Aanslag. Karin en haar vader blijken Fake Ploeg bij Steenwijk op de stoep te hebben gelegd, omdat Korteweg bang was voor hagedissen, die hij met moeite gedurende de oorlog in leven gehouden had.

Als Anton vraagt waarom ze Ploeg niet bij de andere buren gelegd hebben, zegt Karin, dat zij dat ook wilde doen, maar dat haar vader had gezegd dat daar al sinds 1943 Joden ondergedoken zaten.

Als Anton dit allemaal gehoord heeft, overdenkt hij een aantal dingen; "wie was er schuldig en wie onschuldig?" "Zouden zijn ouders en Peter gedood zijn door toedoen van hagedissen?" Anton gaat dan met zijn zoon in de demonstratie verder, en rekent als het ware af met het verleden. (Hij denkt: "Wat doet het er toe? Het is allemaal vergeten").



Analyse



Tijd+ structuur

De proloog vertelt ons over de situatie waarin we ons gaan bevinden: informatieve opening. Maar bij de eerste episode, val je wel midden in het verhaal: opening in de handeling.



Het verhaal wordt chronologisch verteld met flashbacks en vooruitwijzingen. De vertelde tijd duurt 36 jaar. Het boek is geschreven in de verleden tijd.



Flashback:

 Als Anton bij Takes thuis is en hij de herinneringen van de Aanslag voor de geest haalt. De functie hiervan is om Anton tot in de details in te lichten over de situatie.



Flashforwards:

 Als Anton Fake jr. vraagt om boven te komen weet Fake dat er geen ontkomen aan is. Indirecte flashforward.

 Het begin van de vierde episode, de inleiding van Anton als student en zijn omgang met meisjes. Directe flashforward.





In de grafiek op de vorige pagina zie je mijn spanningsgrafiek.

De eerste stijging is de Aanslag, met even verderop de spanning met het slapen in een cel, het vervoer en dergelijke.

Daarna zie je nog één stijging, dat is het bezoek van Fake jr. aan Anton.



Er is sprake van een gesloten eind. De zaken zijn allemaal afgehandeld en alles is duidelijk voor Anton. Maar zijn leven is nog niet afgelopen, dat gaat door.





Ruimte

Het begin in Haarlem, later in Amsterdam en Italië.



Er is sprake van een functionele ruimte beschrijving. Namelijk de kamer in Amsterdam en het huis in Haarlem. Daardoor kan je ook het verband met de aanslag en de steen van Fake zien.



Het sociale milieu:



 Anton Steenwijk: Anton wil alles wat met de oorlog te maken heeft vergeten. Als er iets gebeurt wat met de oorlog te maken heeft, verzet hij zich daar niet tegen. Anton is rustig, beschouwend, intelligent en gevoelig. Hij interesseert zich voor kunst. Hij heeft geen belangstelling voor politiek en geschiedenis. Hij heeft geen vijanden en eigenlijk ook geen vrienden. Hij koesterde ook geen wraakgevoelens tegen de Duitsers of tegen de moordenaars van Fake Ploeg.

 Vader Steenwijk: hij is griffier bij de rechtbank. Dit verklaart ook zijn houding tijdens de aanslag (alleen toekijken, niet ingrijpen).

 De Graaff: zijn opvattingen over politieke gebeurtenissen worden bepaalt door de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog. De Amerikanen zijn goed en hun vijanden zijn slecht.

 Sandra: staat model voor de generatie die 1980 volwassen wordt; wonen in een kraakpand, ongehuwd moeder worden.

 Liesbeth: geeft Anton het gevoel los te kunnen komen van de oorlog.

 Truus Coster: de verzetsvrouw. Zij heeft samen met Cor Takes de aanslag gepleegd. Zij zat samen met Anton in de cel van het politiebureau.

 Cor Takes: hij heeft zichzelf buiten de maatschappij geplaatst, is aan de drank en woont boven een voormalig hoofdkwartier van het verzet, een soort heiligdom. De oorlog duurt voor hem nog steeds voort.

 Fake Ploeg: zoon van de vermoorde NSB-er. Hij heeft zich omhooggewerkt van de vernederingen die hij als zoon van een NSB-er na de oorlog heeft moeten ondergaan. Zijn houding over de actuele gebeurtenissen wordt bepaald door die vernederingen en de wil zijn vader te rechtvaardigen. Hij wil in tegenstelling tot Anton de oorlog niet vergeten.

 Karin Korteweg: haar leven wordt volledig bepaald door haar schuldcomplex en dat van haar vader. Ze is niet getrouwd en leeft van de ‘steun’.



Het sociale milieu is zeker functioneel, want daar draait het boek in feite om. Om de schuldvraag.









Perspectief

Er is sprake van een alwetende verteller, die het verhaal "stuurt". Toch zien we de meeste gebeurtenissen door Anton's ogen. De verteller wijst soms vooruit en plaatst bepaalde gebeurtenissen in historisch verband.

Het is een personaal verhaal.



Verhaalfiguren

 Anton Steenwijk: -intelligent;

-rustig;

-beschouwend;

-round- character;



 Cor Takes: -wil alles in zijn eigen voordeel goedpraten;

-anti- nationaal socialisme; lid van het verzet;

-voor hem duurt de oorlog nog steeds voort;

-flat- character;



 Fake Ploeg jr.: -vindt dat zijn vader onschuldig is vermoord;

-standvastig;

-wil in tegenstelling tot Anton, de oorlog niet vergeten;

-flat- character;



 Truus Takes: -voorzichtig;

-anti- nationaal socialisme; lid van het verzet;

-zorgzaam;

-flat- character;



Naar mijn idee is er in dit verhaal niet sprake van speaking names.



Contrasterende figuren zijn:

 Fake Ploeg en Anton Steenwijk;



Parallelle figuren:

 Truus Coster en Cor Takes;



Titelverklaring

De aanslag op Fake Ploeg veroorzaakt de dood van Antons ouders, maar niet alleen dat. Ook het verloop van zijn verdere leven.

Onbewust is Anton zijn hele verdere leven met deze aanslag bezig. Het is dus ook een aanslag op Antons gedachten.



Het motto



Het motto is:

Overal was het al dag, maar hier was het nacht,

neen, meer dan nacht.

C.Plinius Caecilius Secundus

Epistalae, VI, I6.





Het motto is ontleend aan een brief van een Romeinse senator, die verslag doet van de rampzalige uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79.

Pompeï werd bedolven en kwam in een absolute duisternis. Zo'n ramp is "de aanslag" voor Anton: hij komt terecht in een diepe duisternis.

Symboliek

Symbolisch zijn onder andere:

 Het motto;

 De daarbij horende aanslag en de kei van Fake Ploeg jr.



Motieven

 Licht/ duisternis: literair- historisch motief;

 Herinnering: leidmotief;

 Zoektocht: literair- historisch motief;

 As: leidmotief;

 Geschiedenis: verhaalmotief;

Thema

De schuldvraag staat centraal. De vraag: "wie heeft de ouders en broer van Anton vermoord?"



Waardeoordeel

Ik vind het een ontzettend intrigerend boek. Het heeft een pakkend begin en voldoende afwisseling en actie. Er komt wel toeval in voor, maar dat is niet teveel. Een voorbeeld: dat Fake bij Anton in de portiek actie staat te voeren.

Het taalgebruik is erg goed. Makkelijk te lezen. De lengte van de zinnen zijn goed, de woordkeus en de afwisseling.

Het verhaal is origineel, er zijn vele oorlogsboeken geschreven, maar dit blijf ik één van de mooiste vinden.

Het onderwerp is nu nog vrij actueel. Maar over honderd jaar zullen mensen zeggen: "waar draait dit allemaal om, waarom is die aanslag zo intrigerend voor een heel boek?"



De Schrijver

Op 29 juli 1927 wordt Harry Kurt Victor Mulisch in Haarlem geboren. Hij is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren in 1892 in Oostenrijk - Hongarije en overleden in 1957) en Alice Schwarz (geboren in 1908 in België). Na de scheiding van zijn ouders in 1936, bleef hij in Haarlem wonen bij zijn vader. Daar zorgde Frieda Falk, (Poolse van geboorte) voor de huishouding en zijn opvoeding. Hij was de enige thuis, die (goed) Nederlands sprak. In het jaar dat Nederland door Duitsland werd bezet, ontstond er voor hem een merkwaardige situatie: zijn joodse moeder werkte bij de Joodsche Raad en zijn vader was directeur van Lippman-Rosenthal, de bank die in beslag genomen joodse bezittingen ‘beheerde’. Vanwege die functie werd hem na de oorlog een verblijf voor drie jaar aangewezen met een verbod dit te verlaten. Deze toestand heeft onder anderen veroorzaakt dat de tweede wereldoorlog een belangrijke rol in zijn boeken speelt. Tijdens de oorlog hield hij zich nauwelijks bezig met literatuur. Dat begon pas in 1946. Een jaar later debuteerde hij in Elseviers Weekblad met het korte verhaal De kamer. Hierna schreef hij veel romans, verhalen en toneelstukken, maar hij had hiervan veel vernietigd, omdat hij er

ontevreden over was. In 1951 kreeg hij de Reina Prinsen Geerlingsprijs voor zijn roman Archibald Strohalm. In 1958 werd hij redacteur van het tijdschrift Podium. Omdat hij ontevreden was over dat blad richtte hij in 1962 Randstad op. In 1965 werd hij redacteur van De Gids. In 1971 trouwde hij met Sjoerdje Woudenberg. Hij werd vader van twee dochters; Anna in 1971 en Frieda in 1974. In 1977 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1977 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs en in 1978 de Nederlandse staatsprijs voor letterkunde.





Optionele verwerkingsopdracht





Anton,



je leven beïnvloed,

door één moment,

zes schoten,



een zoektocht,

veel vragen,

weinig antwoorden,



geen ouders meer,

geen broer meer,

op één slag alleen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen