U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1864 en is laatst upgedate op 19/01/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2713 woorden.

Tekstbeleving

Het boek "De aanslag" van Harry Mulisch vond ik een heel mooi boek. Het verhaal gaat over Anton Steenwijk, die, na een aanslag door het verzet op een met de Duitsers collaborerende Nederlander in de Tweede Wereldoorlog, zijn vader, moeder en broer verliest: zij werden door de Duitsers doodgeschoten, omdat het lijk van de NSB'er voor hun huis lag. Maar de man werd voor het huis van de buren doodgeschoten en die buren verplaatsten het lijk tot voor hun huis. Zo werd de familie Steenwijk slachtoffer van de represailles van de Duitsers in plaats van de buren. Het verhaal draait om deze gebeurtenis. De vragen die bij Anton opkomen (wat was er met zijn broer gebeurd, die het lijk nog probeerde terug te leggen; waarom legden de buren het lijk voor hún huis en niet voor het huis van de andere buren; wie was de vrouw bij wie hij een nacht in de cel doorbracht?) vormen de loop van het verhaal. Hoewel Anton het hele gebeuren na de oorlog goed van zich af kan zetten, wordt hij er door toevalligheden toch steeds weer aan herinnerd. Dat laatste, die toevalligheden, vormen het enige minpunt van het verhaal. Sommige ontmoetingen met bepaalde personen zijn iets te toevallig. Maar verder is het boek erg mooi. Het onderwerp, WO II en de gevolgen daarvan voor mensen die haar hebben meegemaakt, ligt dicht bij de verbeelding van veel jongeren, zo ook bij die van mij. Mulisch geeft de gedachten en gevoelens van Anton goed weer. Hij schrijft duidelijk. De opbouw is eenvoudig. Kortom, het verhaal is goed te volgen. Gedurende het verhaal kom je steeds meer antwoorden op verschillende vragen tegen en ook hoe Anton daarop reageert. Het is niet moeilijk je in hem in te leven, omdat het een gewone jongen en later in het verhaal een gewone man is. Wat hem is overkomen, had elk ander persoon, dus ook jouzelf, kunnen overkomen. Dit maakt het verhaal levensecht.

"De aanslag" is een boeiend, makkelijk te lezen boek. Ik heb het boek in ongeveer twee dagen uitgelezen. Dit komt doordat het verhaal in het begin vragen oproept die je eigenlijk meteen beantwoord wilt zien, maar om dat te bereiken moet je het verhaal uitlezen. Mulisch heeft met "De aanslag" een mooi en onderhoudend boek afgeleverd en ik kan heel goed begrijpen waarom dit boek zo populair is bij jongeren.



Korte inhoud

"De aanslag" heeft 254 bladzijden en is verdeeld in zes delen: een proloog en vijf episoden. De episoden spelen zich af in respectievelijk 1945, 1952, 1956, 1966 en 1981. De episoden zijn onderverdeeld in hoofdstukken. Anton Steenwijk is de hoofdpersoon en de lezer wordt meegevoerd in zijn leven, zowel in wat hij meemaakt als wat hij denkt en voelt.



Samenvatting

1945 Anton Steenwijk woont met zijn ouders en broer Peter in Haarlem. Ze wonen in een vrijstaand huisje aan een kade, waar nog drie andere huisjes staan. Het tweede huis van links, 'Buitenrust' geheten, is van de familie Steenwijk.

Op een winteravond als ze aan het mens-erger-je-nieten zijn, klinken buiten opeens schoten en een schreeuw. Als versteend kijken ze elkaar aan, maar Peter pakt een carbidlamp en kijkt door het raam wat er is gebeurd. Fake Ploeg, hoofdinspecteur van de politie (en dus een verrader), is neergeschoten door het verzet. Zijn lichaam ligt voor het huis van de buren. Maar op dat moment komen diezelfde buren naar buiten, verslepen het lichaam van Ploeg tot voor het huis van de Steenwijks en gaan weer naar binnen. Peter wordt kwaad en panisch en roept dat ze het lichaam weg moeten halen. Maar zijn ouders blijven rustig en zeggen dat ze niks misdaan hebben en dat ze nergens bang voor hoeven te zijn. Maar Peter weet dat de Duitsers zich op hen zullen vergelden als het lichaam voor hun huis ligt. Hij gaat naar buiten naar het lichaam van Ploeg, maar op dat moment komen de Duitsers eraan. Peter pakt nog snel het pistool van Ploeg en vlucht weg. Er klinken schoten. De Duitsers vallen hun huis binnen en nemen Anton en zijn ouders mee. Daarna gooien ze alle ruiten in en steken het huis in brand. Anton wordt afgevoerd naar de gevangenis van Haarlem en moet een nacht doorbrengen in een cel. Hij komt bij een verzetsvrouw in de cel terecht met wie hij een deel van de nacht praat. Ze vertellen elkaar hun namen niet. Aan het eind van de nacht wordt Peter eruit gehaald en wordt hij door de Duitsers naar Amsterdam gebracht, waar naar toe ze onderweg worden beschoten door een Engels vliegtuig. In Amsterdam komt hij bij een oom en tante te wonen. Wat er met Peter en zijn ouders is gebeurd, weten zijn oom en tante en hijzelf op dat moment niet.



1952 Anton zijn ouders zijn dood. Vlak na de oorlog ging zijn oom naar Haarlem om over hen te informeren en hij kreeg te horen dat ze direct diezelfde avond waren gefusilleerd. Ook de broer van Anton was die avond doodgeschoten, al kwamen ze daar pas een half jaar na de oorlog achter. Nu, in 1952, woont hij nog steeds in Amsterdam bij zijn oom en tante en is hij tweedejaars student.

Als hij een uitnodiging krijgt voor een feestje in Haarlem bij een studiegenoot, is hij eerst van plan niet te gaan, omdat hij niet terug wil naar Haarlem. Maar hij bedenkt zich en gaat toch. Op het feestje maalt de hele tijd de gebeurtenis van 1945 door zijn hoofd en hij besluit, met wat twijfel en tegenzin, terug te gaan naar de plek waar eens hun huis stond. De andere drie huizen staan er nog. Op de plek waar hun huis stond groeit nu slechts onkruid. Dan komt mevrouw Beumer, hun vroegere buurvrouw naar buiten omdat ze Anton herkent en ze vraagt of hij wat komt drinken. Ze praten wat en hij hoort dat meneer Korteweg en zijn dochter Karin, de buren die het lijk versleept hadden, vlak na de oorlog zijn geëmigreerd. Meneer Korteweg vonden ze beiden altijd al een beetje een vreemde man. Nadat zijn vrouw was overleden had hij op de zolder van zijn huisje aquaria met hagedissen. Dat had Karin ooit aan Anton verteld. Ze had het idee dat hij de hagedissen belangrijker vond dan haar. Zo praten Anton en mevrouw Beumer nog wat tot Anton op een gegeven moment zegt dat hij weg moet. Onderweg gaat hij nog langs het monument, waarop o.a. de namen van zijn ouders staan.



1956 Anton is afgestudeerd en is anesthesist. Hij woont inmiddels op kamers in Amsterdam. Er zijn geregeld protesten in de stad tegen het communisme en het is al een tijdje onrustig in de stad. Als er weer een protest in de stad is, is Anton toevallig buiten bij de menigte. Hij wil naar zijn kamer, maar in de portiek van het huis waar zijn kamer zich bevindt, is het vol van de mensen die daar de politie proberen te ontwijken. Als de menigte eindelijk goeddeels weg is, kan Anton rustig naar binnen. Maar voordat hij naar binnen gaat, kijkt hij nog even om naar al die mensen en dan ziet hij daar Fake Ploeg, de zoon van de Fake Ploeg die voor zijn huis is neergeschoten. Ze herkennen elkaar, groeten elkaar en Anton nodigt Fake uit binnen te komen. Waarom hij dat doet weet hij niet, maar hij doet het. Anton heeft nog bij Fake in de klas gezeten op de basisschool. Binnen weten ze eerst niet wat te zeggen, maar dan komen ze toch in gesprek. Ze voeren een lange en heftige discussie over het communisme en over de vader van Fake. Fake zegt dat zijn vader niks wist van de systematische moorden van de Duitsers en dat hij alleen bij de Duitsers was vanwege zijn idealen. Op het moment dat Fake weggaat, zegt Fake nog wel dat hij niet is vergeten wat Anton een keer voor hem heeft gedaan op de basisschool. Anton heeft hem een keer geholpen toen Fake in de problemen kwam vanwege het feit dat zijn vader NSB'er was. Toch liggen hun meningen erg, erg ver uiteen over het communisme en vooral over wie er schuld heeft aan de dood van Antons familie.



1966 Anton is anesthesist in een ziekenhuis en woont met zijn vrouw Saskia en vierjarige dochter Sandra in Amsterdam. In juni 1966 moest Saskia naar de begrafenis van een vriend van haar vader en zij had Anton gevraagd mee te gaan. Anton besloot dat ze dan daarna naar het strand moesten gaan en nam daarom Sandra ook mee. Na de begrafenis zitten alle genodigden nog na te praten. De gesprekken gaan voornamelijk over de oorlog. In een stilte vangt Anton een zinnetje op van twee mannen naast hem: 'Ik schoot eerst in zijn rug (…) terwijl ik hem voorbijfietste.' Op dat moment komen in Anton alle herinneringen weer naar boven en hij vraagt de man die het voorgaande had gezegd of er nog een vierde, vijfde en zesde schot kwamen. De man vraagt Anton verbaasd en lichtelijk wantrouwend wat hij daarvan weet. Maar Anton vraagt door en informeert of het over Fake Ploeg gaat. De andere man weet niet zoveel uit te brengen. Dan zegt Anton dat het voor zijn huis gebeurde. De man trekt wit weg en sleurt Anton dan mee naar buiten. Op een bankje in het park gaan ze zitten praten. De man is Cor Takes en is inderdaad de man die Ploeg dood schoot. Ze praten over de gebeurtenis, Takes legt uit waarom het verzet Ploeg vermoordde, ondanks de onvermijdelijke represailles en hij noemt het toeval dat het voor het huis van Anton gebeurde. Als Anton zegt dat het voor het huis van de buren is gebeurd en dat die het lijk versleept hebben, vraagt hij zich af of je het toeval een handje mag helpen. Maar Takes vraagt aan Anton of hij weet waarom de buren het lijk niet voor het huis van de andere buren van de buren hebben neergelegd. Daar heeft Anton eigenlijk nog nooit over nagedacht en dat vindt Takes onbegrijpelijk. Ze raken dieper in gesprek en dan komt Anton erachter, dat hij die avond bij de vriendin van Takes in de cel heeft gezeten. Hoewel hij dat niet kan bewijzen, is Anton daar vrij zeker van.

Later zoekt Anton Takes nog een keer op om rustig te praten. Takes wil vooral weten wat zijn vriendin, Truus, in de cel nog heeft gezegd tegen Anton, maar deze kan zich dat echt niet meer herinneren. Als hij weer weggaat, worstelt hij met de vraag waarom de buren het lijk voor hún huis legden…



1981 Anton is gescheiden van Saskia en heeft een andere vrouw, Liesbeth, en een zoon, Peter. Door een toevalligheid komt Anton terecht in een demonstratie tegen kernwapens in Amsterdam. Hij heeft namelijk erge kiespijn en wil dat zijn tandarts hem onmiddellijk komt helpen. Deze heeft daar eigenlijk geen zin in omdat hij vrij is, maar hij biedt aan te helpen op de voorwaarde dat Anton meeloopt in de demonstratie. En zo gebeurt het ook. Dan herkent een mevrouw van ongeveer zestig jaar Anton. Het is Karin Korteweg, het buurmeisje van Anton in Haarlem dat met haar vader het lijk versleepte. Ze geraken in een ongemakkelijk gesprek, waarin een paar dingen duidelijk worden voor Anton. De vader van Karin riep, toen het lijk van Ploeg voor zijn huis lag, 'De hagedissen.' en Karin moest meekomen om het lijk te verslepen. De hagedissen van meneer Korteweg waren voor hem heel erg belangrijk na het overlijden van zijn vrouw. Op het moment dat Karin en haar vader het lijk richting het huis van de familie Steenwijk sleepten, vroeg Karin waarom ze het niet bij de andere buren voor het huis konden leggen, want daar woonden toch alleen maar een oude man en vrouw die iedereen een beetje vreemd vond. Maar haar vader antwoordde daarop dat daar joden zaten. Dit was voor Anton een heel verrassende, enigszins verwarrende gewaarwording. De familie Aarts, aan wie iedereen de pest had omdat ze zich met niemand bemoeiden, hadden het leven gered aan een joods gezin. Na de oorlog zijn Karin en haar vader naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd. Haar vader was bang voor Anton, omdat die wellicht wraak wilde nemen. Ook had haar vader psychische problemen, omdat hij alleen vanwege de hagedissen het lijk had verplaatst en daardoor waren drie mensen gedood door de Duitsers. Hoewel Korteweg dit niet kon weten omdat de Duitsers normaal 'alleen' huizen in de brand stoken, werd hij hierdoor gekweld. Karin verteld verder aan Anton dat haar vader vlak na die gebeurtenis al zijn hagedissen, waar hij zolang zo goed voor had gezorgd, had doodgetrapt, en dat hij drie jaar na de oorlog zelfmoord pleegde, omdat hij niet in het reine kon komen met zijn geweten.

Voor Anton zijn een paar dingen erg duidelijk geworden en eindelijk kan hij de dood van zijn ouders en broer echt afsluiten. Er zullen geen nieuwe vragen meer bijkomen, want de antwoorden zijn gevonden en hoewel hij zich nooit in de gebeurtenis heeft willen verdiepen, heeft hij door een paar toevallige ontmoetingen en samenlopen van omstandigheden toch het hele verhaal boven water gekregen.



Titel

"De aanslag". Deze titel verwijst uiteraard naar de aanslag op Fake Ploeg, waarop het hele verhaal gebaseerd is.



Motto

'Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.' (C. Plinius Caecilius Secundus, Epistulae, VI, 16). Dit motto heeft betrekking op de eerste epi- sode, die in januari 1945 speelt. Bijna heel Europa is dan al bevrijd, maar in onder andere Haarlem is het nog oorlog en door de hongerwinter is de oorlog op dat moment op zijn ergst.



Genre

Psychologische oorlogsroman



Thema

De invloed die de Tweede Wereldoorlog kan hebben in iemands leven lang tijd na die oorlog.



Motieven

-herinnering

-verdriet

-schuld

-toeval



Idee en wereldbeeld

Harry Mulisch stelt de vraag aan de orde wie er uiteindelijk schuld heeft aan de dood van de familie Steenwijk (m.u.v. Anton) en ook of je alles op rekening van het toeval kan schrijven, of dat iedereen een deel van de schuld met zich mee draagt. Het beantwoorden van deze vraag laat hij aan de lezer over.



Plaats

De eerste episode speelt zich af in Haarlem. De andere vier delen voornamelijk in Amsterdam.



Vertelsituatie

Er is geen zgn. ik-persoon; als lezer wordt jou precies vertelt wat hoofd- persoon Anton Steenwijk denkt en voelt. Dat wordt van 'buitenaf' beschreven.



Hoofdpersoon

Anton Steenwijk is de hoofdpersoon. Als enige overlevende van een repre- saille van de Duitsers na een aanslag op een NSB'er voor hun huis neemt die gebeurtenis een belangrijke plaats in zijn leven in. Gedurende de vijf delen van het verhaal maak je mee hoe Anton er mee leeft en hoe hij ermee omgaat.



Andere personen

-de ouders van Anton

-Peter (de broer van Anton)

-Saskia (de eerste vrouw van Anton)

-Sandra (de dochter van Anton)

-Liesbeth (de tweede vrouw van Anton)

-Peter (de zoon van Anton)

-de vroegere buren uit Haarlem

-zijn oom en tante

-Cor Takes

-Fake Ploeg jr.



Achtergrondinformatie

Auteur

Harry Mulisch is op 27 juli 1927 geboren in Haarlem. Zijn vader kwam uit Oostenrijk-Hongarije, zijn moeder uit België. In 1936 scheiden zijn ouders en blijft hij bij zijn vader wonen. Hij doorloopt het christelijk gymnasium in Haarlem. In 1947 pu- bliceert hij zijn eerste verhaal en in 1949 is hij full-time schrijver. Hij heeft na vijftig jaar een zeer omvangrijk oeuvre, dat een groot aantal genres omvat: verhalen, romans, to- neel, poëzie, studies, verslagen, scenario's en autobiografieën. In 1958 wordt hij redac- teur van het tijdschrift 'Podium', later richt hij 'Randstad' op en in 1965 is hij redacteur van 'De Gids'. In 1963 wordt het boek 'De zaak 40/61' bekroond met de Vijverberg prijs. In 1977 en 1978 ontvangt Mulisch de belangrijkste literaire prijzen van Nederland: de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs. In 1982 verschijnt zijn meest succesvolle roman: "De aanslag". Over Mulisch en zijn werk zijn veel studies verschenen.



Jaar van uitgave van de eerste druk : 1982

Jaar van uitgave van de gelezen druk : 1991



Ander literair werk (alleen romans): Archibald Strohalm (1952), De diamant (1954), Het zwarte licht (1956), Het stenen bruidsbed (1959), De verteller (1970), Twee vrouwen (1975), De aanslag (1982), Hoogste tijd (1985), De elementen (1988).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen