U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1857 en is laatst upgedate op 10/05/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1621 woorden.

Titel

De aanslag



Auteur

Harry Mulisch



Jaar van uitgave

1982



Titelverklaring

De titel spreekt voor zich; het leven van de familie Steenwijk krijgt een totaal andere wending door de aanslag op Fake Ploeg. De aanslag is voor Anton een ramp; hij komt terecht in een diepe duisternis. Het motto van het boek is ontleend aan de uitspraak van een Romeinse Senator - ‘Overal was het al dag, maar hier was het nacht.’ - die verslag doet van de uitbarsting van de Vesuvius in 79.



Thema

In de tweede wereldoorlog wordt een foute politieman doodgeschoten. Dit heeft zeer ingrijpende gevolgen voor het gezin Steenwijk. De problemen van schuld en verantwoordelijkheid die hiermee verbonden zijn, beheersen het hele boek.



Motieven

Het menselijk leven dat door het lot wordt bepaald (symbool: de dobbelsteen)

de goede haat, de verkeerde haat

de verwoestende werking van het vuur; dit motief komt verschillende keren terug.

het opsporen van verborgen achtergronden in het leven (symbool: het oplossen van cryptogrammen)

het vergeten van afschuwelijke gebeurtenissen (Anton wordt anesthesist: specialist in het ‘vergeten’)

tegengestelde motieven: liefde - haat, goed - kwaad, schuld - onschuld, licht - duisternis.



Tijd en plaats

Het verhaal beslaat een tijdsbestek van bijna 37 jaar en is verdeeld in een proloog en vijf episodes. Elke episode duurt één of enkele dagen. Plaatsen van handeling: Haarlem en Amsterdam.



Personages

Hoofdpersoon is Anton Steenwijk;

hij is lang, slank, heeft donker haar en loopt wat ‘sloffend’

hij verliest op 12-jarige leeftijd zijn ouders en broer Peter. (17 jaar)

hij studeert medicijnen; en wordt anesthesist; ‘specialist in het vergeten’

hij wordt steeds geconfronteerd met de gevolgen en feiten van de NSB’er Fake Ploeg.

hij is twee keer getrouwd; met Saskia de Graaff, stewardess (krijgen samen een dochtertje: Sandra) en met Liesbeth (zoontje: Peter)

hij is geïnteresseerd in kunst, niet in geschiedenis of politiek

hij lijdt aan migraine en -rond zijn veertigste- aan neerslachtigheid.

hij is niet haatdragend of agressief

hij heeft ontmoetingen met Fake Ploeg (anticommunist), Cor Takes (was wiskundeleraar) en met Karin Korteweg (verpleegster)



Inhoud

Proloog

Aan de rand van Haarlem staan -langs het Spaarne- vier villa’s. In ‘Buitenrust’ woont de familie Steenwijk: vader (griffier bij de rechtbank), moeder, Peter en Anton (12 jaar). Links van hun huis staat de villa van de familie Beumer en rechts het huis van Meneer Korteweg en zijn dochter Karin.



Eerste episode, 1945

Op een avond in januari wordt de familie Steenwijk opgeschrikt door 6 schoten. Voor het huis van de Fam. Korteweg ligt het lijk van Fake Ploeg, hoofdinspecteur van politie. Korteweg en Karin slepen het lijk naar het huis van de Fam. Steenwijk. Peter rent naar buiten om het dode lichaam weer weg te slepen. De Duitsers komen; Peter vlucht weg en neemt het pistool van Fake Ploeg mee. Anton en zijn ouders worden uit hun huis gehaald en de villa wordt in brand gestoken, nadat eerst de ruiten kapot zijn geslagen. Anton wordt in een auto gestopt en weggevoerd. Wat er met zijn ouders gebeurt, weet hij niet. Hij wordt in een politiecel in Heemstede gegooid; in deze cel zit al een vrouw. Ze troost Anton en praat met hem over de fascisten ('Ze zullen zeggen, dat het de schuld van de illegaliteit is.') en over de noodzaak hen te haten. Anton wordt de volgende dag overgebracht naar de Ortskommandant in Haarlem, die hem naar zijn oom en tante in Amsterdam laat gaan. Tijdens de rit van Haarlem naar Amsterdam wordt het konvooi beschoten door een Engels vliegtuig, waarbij enige doden vallen. In Amsterdam komt Anton bij een Duitse generaal terecht, die vriendelijk voor hem is. Oom Peter haalt hem op.



Tweede episode, 1952 : Anton wordt opgevoed door zijn oom en tante, een kinderloos doktersechtpaar, aan de Apollolaan in Amsterdam. Na de oorlog blijkt dat zijn ouders in de fatale nacht ter plekke zijn doodgeschoten. Anton reageert beheerst; hij gaat niet op onderzoek uit. Na het Gymnasium gaat hij medicijnen studeren. Als hij tweedejaars is, wordt hij door een studiegenoot uitgenodigd op een feestje in Haarlem. Zo komt hij in 1952 voor het eerst weer terug in de stad die hij in januari 1945 heeft verlaten. Het feestje wordt voor hem een teleurstelling, omdat een paar brallerige studenten kwetsende opmerkingen maken; Anton wordt hierdoor herinnerd aan de dingen die hij in de oorlog heeft meegemaakt. De aanmoedigingen om zich als vrijwilliger aan te melden voor de oorlog in Korea, doen hem besluiten het feestje vroegtijdig te verlaten. Op de terugweg komt hij langs de kade waar zijn ouderlijk huis heeft gestaan. Mevrouw Beumer roept hem binnen. Ze vertelt Anton dat zijn moeder op die fatale januari-avond een Duitser is aangevlogen en dat zij en haar man daarna zijn doodgeschoten. Anton vertrekt zwijgend en loopt langs het monument dat is opgericht voor de slachtoffers van de januaritragedie. Hij leest de namen van de gefusilleerden, waaronder die van zijn ouders. De naam van Peter staat er niet bij. Bij navraag blijkt dat zijn oom hem wel heeft verteld over het monument, maar dat hij de onthulling niet wilde bijwonen. Anton voelt voor het eerst iets van angst voor het afgesloten verleden.



Derde episode, 1956

Na zij kandidaatsexamen gaat Anton op kamers wonen in de binnenstad van Amsterdam. In 1956 vallen de Russen Hongarije binnen. Dagenlang is het onrustig rond het hoofdkwartier van de CPN in Amsterdam. Tijdens een relletje ontmoet Anton Fake Ploeg jr. in het portiek van zijn huis. Fake heeft een kei in z’n hand. Op de kamer van Anton ontwikkelt zich een heftig gesprek. Omdat zijn vader in de oorlog ‘fout’ was, heeft Fake niet kunnen studeren; hij werkt nu in een winkel voor huishoudelijke artikelen. Hij is fel anti-communistisch (“ het zijn niet toevallig diezelfde rotcommunisten geweest, die mijn vader hebben vermoord.”). Anton verwijt Fake dat het de vrienden van zijn vader waren, die Antons familie hebben uitgeroeid. Fake wordt woedend en verbrijzelt de spiegel met z’n kei. Kort daarop ontploft de oliekachel, waardoor de kamer vol roet komt. (Er is sprake van een herhaling van hetgeen er in januari ’45 is gebeurd; de Duitsers sloegen de ruiten in en staken het huis van Antons ouders in brand.)



Vierde episode, 1966

In 1959 doet Anton eindexamen. Hij krijgt een assistentsschap in de anesthesie en gaat in de buurt van het Leidseplein wonen. Hij werkt in het Wilhelmina Gasthuis. In Londen ontmoet hij de stewardess Saskia de Graaff; een jaar later trouwen ze. Ze kopen de helft van een huis in de buurt van het Concertgebouw. De vader van Saskia is ambassadeur in Athene, in de oorlog speelde hij een belangrijke rol in het verzet. Begin juni 1966 wordt Sjoerd begraven; hij was een bekende journalist, die tijdens de oorlog ook in het verzet zat. Omdat hij een vriend was van de Fam. de Graaf, gaan Anton, Saskia en hun dochtertje Sandra ook naar de begrafenis. Na afloop van de plechtigheid komt Anton in contact met de verzetsstrijder Cor Takes; deze heeft Fake Ploeg doodgeschoten. Anton wil eigenlijk niet meer over het gebeurde uit de oorlog praten, maar Cor moet zijn hart luchten. Hij probeert zijn daad te rechtvaardigen door te vertellen over de gruweldaden van Meneer Ploeg. Over het gezeul met het lijk van Ploeg weet hij niets. Hij vertelt over zijn vriendin: Truus Coster. Zij blijkt de vrouw te zijn met wie Anton die nacht in de cel heeft gezeten. Anton hoort nu dat zij drie weken voor de bevrijding is geëxecuteerd. Takes geeft Anton z’n adres en telefoonnummer. Anton gaat met z’n gezin en schoonouders ergens lunchen. Daarna gaat hij met Saskia en Sandra naar het strand. Door de onthullingen van Takes is hij helemaal uit z’n evenwicht; hij wil de foto van Truus - die in het bezit is van Takes - zien. In een foto van Saskia herkent hij het beeld -dat hij sinds 1945 in z’n hoofd heeft- van Truus. De volgende dag gaat Anton naar Takes, die nog helemaal met zijn gedachten in het (oorlogs-)verleden leeft. Het vrijlaten van oorlogsmisdadiger Lages maakt de verzetsheld woedend. Anton ziet de foto van Truus. Takes vertelt over z’n verhouding met haar; zij was het die de laatste twee schoten op Ploeg afvuurde. Ploeg heeft haar daarna nog met een schot verwond. Anton is zeer geëmotioneerd.



Laatste episode, 1981

Anton en Saskia zijn gescheiden en Anton is hertrouwd met Liesbeth, die kunstgeschiedenis studeert. Ze hebben een zoon: Peter (1969). Anton verdient veel geld en heeft vier huizen. Hij is vaak in Italië. Hij wordt neerslachtig en heeft soms ook last van een crises. In 1978 gaat hij met Sandra naar Haarlem. Op de plaats waar eens het verbrande huis stond, is een bungalow gebouwd. Ze bezoeken het monument en het graf van Truus Coster op de erebegraafplaats in Bloemendaal. Sandra legt een roos op het graf; door de emotie weet Anton nu plotseling weer wat Truus in de cel tegen hem heeft gezegd. Als Anton dat aan Takes wil vertellen, blijkt het huis van de verzetsman te zijn gesloopt. Tijdens de vredesdemonstratie op 21 november 1981 in Amsterdam ontmoet Anton Karin Korteweg. Van haar verneemt hij, dat zijn broer Peter in januari 1945 bij de Korteweg’s is binnen gevlucht. De Duitsers hebben hem neergeknald. Korteweg en z’n dochter zijn naar de Ortskommandant gebracht. Anton herinnert zich dat hij Korteweg daar even heeft gezien. Hij hoort nu ook waarom Korteweg het lijk weg wilde hebben: hij was bang voor zijn hagedissen. Toen bleek welke represaillemaatregelen de Duitsers namen, heeft hij ze zélf doodgetrapt. Hij wilde het lijk niet voor het huis van Aarts leggen, omdat daar drie joden ondergedoken zaten. Nu weet Anton alles. Hij laat Karin hulpeloos achter en wordt opgenomen in de stroom demonstranten. Samen met Peter loopt hij verder.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen