U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1854 en is laatst upgedate op 03/04/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1659 woorden.

Titel

De Aanslag



Ondertitel

Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.

C. Plinius caecilius secundus

Epistulae, VI, 16



Jaar van verschijning

1982



Samenvatting

Het gaat in dit verhaal vooral om Anton. Hij was een jongen die samen met zijn ouders op de kade van Haarlem woonde. Ze zaten midden in de oorlogswinter van de 2e Wereld Oorlog, en met z'n allen maakten ze een moeilijke tijd door. Op een avond zaten ze net met z'n allen 'mens erger je niet' te spelen, toen ze opeens een paar schoten hoorden en toen ook nog een schreeuw. Ze keken voorzichtig naar buiten en zagen dat het Fake Ploeg was. Een smerige en zeer wrede NSB'er. Opeens werd hij door de buren voor hun huis gelegd, en de oudere broer van Anton besefte dat het lichaam weer weg moest. Anders zouden de Duitsers denken dat zij hem hebben neergeschoten. Het ging niet gladjes en iedereen zij tegen Peter (oudere broer) dat hij binnen moest blijven. Maar uiteindelijk ging Peter toch naar buiten, toen plotseling de Duitsers er aankwamen. Ze gingen hun huis binnen en Anton's vader en moeder werden meegenomen. Peter was nergens te bekennen, en later bleek dat ook hij doodgeschoten was. De ouders van Anton waren ook afgemaakt, wat hij pas later te horen kreeg. Het huis werd opgeblazen en Anton werd meegenomen door de Duitsers.

Hij werd in de plaatselijke gevangenis gegooid voor één nacht. Daar was het stikdonker, maar ondanks dat was er toch contact tussen hem en de andere gevangene. Later zou weer blijken dat zij ook betrokken was bij de moord op Ploeg. Toen hij te horen kreeg dat zijn ouders dood waren, moest hij bij zijn oom en tante in gaan trekken. Die woonden in Amsterdam en Anton bleef daar de hele tijd, totdat hij op kamers ging, wonen. Hij was in die tijd nog nooit naar Haarlem teruggekeerd. Totdat hij een uitnodiging kreeg voor een feestje. Hij ging daar heen, terwijl hij dat eigenlijk helemaal niet wilde, en toch ook niet gedwongen werd. Hij kwam er wel achter dat er een monument was geplaatst (al een hele tijd geleden). Die was bedoeld voor iedereen die -onschuldig of tijdens het verzet- was gestorven in de 2e Wereld Oorlog. Daar stonden de namen van zijn ouders en zijn broer ook op.

Later ging Anton op kamers wonen, maar toen gebeurde er niet veel belangrijks. Alleen dat hij de zoon van Ploeg tegenkwam, maar de ontmoeting duurde niet lang. Want er waren conflicten over vroeger.

Hij trouwde later met Saskia, en hij had een gelukkig huwelijk. Ze kregen ook een dochtertje: Sandra genaamd. Een paar jaar later gingen ze met z'n drieën naar een begrafenis toe. Hij hoorde toen toevallig een gesprek over de moord op Ploeg en kwam met de moordenaar in contact. Hij kwam erachter dat de vrouw die hij in de cel had ontmoet medeplichtig was, en de zogenaamde vriendin van de man die Ploeg had neergeschoten.

Na een aantal jaar scheidde hij van Saskia en hertrouwde met Liesbeth. Ze kregen een zoon, die zij naar de broer van Anton noemde: Peter.

Anton kwam bij toeval in een demonstratie terecht waar hij zijn vroegere buurmeisje had ontmoet. Het was het buurmeisje die samen met haar vader, Ploeg voor hun huis had gelegd. Hij kwam veel te weten over wat de redenen waren van de verplaatsing, etcetera. Maar het belangrijkste ding van wat hij wilde weten moest hij vragen; 'Waarom hebben jullie dat lijk bij ons neergelegd, en niet bij de andere vervelende buren?'. Het antwoord daarop was; 'Ik wilde hem wel bij die anderen neerleggen, maar daar zaten Joden ondergedoken.' Anton moet veel tijd nodig hebben gehad om alle gegevens te verwerken, maar ja (dit dacht hij ook vaak) het komt, zoals het komt.



Personen

Er is in dit boek eigenlijk maar een hoofdpersoon; dat is natuurlijk Anton Steenwijk.

Anton Steenwijk. Hij groeit in het verhaal op van jongen, tot 50'er. In het begin van deze periode was het een stille jongen, die in zichzelf overal de baas van was. Hij wist goed wat hij moest doen en was vrijwel altijd redelijk in zijn beoordelingen. Hij had ook veel twijfels, en als hij dacht dat je beter niet kon reageren op iets, dan deed hij dat ook niet. Ik zit mijzelf nu te verbazen, over de hoeveelheid van karaktereigenschappen die in dat vrij kleine stukje tekst staat.

Later werd hij veel onzekerder. Dat was eigenlijk al vanaf het Voorval. Hij durfde dingen niet, en wilde al het verleden achter zich laten. Hetgeen wat overbleef van vroeger, dat was het negeren. (Als hij dacht dat je beter geen aandacht ergens aan kon schenken, en dan deed hij dat ook niet.) Hij was soms ook roekeloos bezig, bijvoorbeeld toen hij met Saskia trouwde. Dat ging allemaal veel te snel.



Tijd

Het verhaal is helemaal chronologisch geschreven. Je kan je verplaatsen in Anton, en zo ga je het belangrijkste deel van zijn leven door. Soms is er ook sprake van een tijdsindeling, want dan spreken ze over dat hij met Saskia getrouwd is en dan is het ineens een paar jaar later. Dan hebben ze ineens een dochter gekregen, etcetera. Dat is zo gedaan omdat dat geen belangrijke stukken vormen. Het verhaal speelt zich af vanaf rond het einde van de oorlog, tot ongeveer 60 jaar later.



Ruimte

Er is hier duidelijk sprake van een belangenruimte. Dat kan je zien aan de dingen waar hij iedereen ontmoet. Hij ontmoet een persoon in een bepaalde plaats, tijdens een bepaalde gebeurtenis. De ruimte is daarvoor van belang. Zo is ook de plaats waar de 4 huizen staan van belang, want als het daar geen rustige buurt was geweest dan zou Ploeg daar ook niet vermoord zijn.



Perspectief

In dit boek is er sprake van het 'personale verhaal', alles wordt door de schrijver verteld. Ondanks dat kan je je volledig inleven in het persoon waarover verteld word. De schrijver trekt zich echter terug in de hoofdpersoon; Anton.



Thema

Het thema is hierin niet zo moeilijk te ontdekken. Het wordt duidelijk weergegeven en ik ben tot de conclusie gekomen dat het moet zijn: In het leven komt veel toeval voor, maar kan je het wel toeval noemen? Ik heb dit thema gekozen omdat er duidelijk veel toeval in voorkomt. Hij ontmoet iedereen toevallig. Maar ik vind het woord toeval niet helemaal juist. Want het komt veel te veel voor. Het lijkt net alsof er in Anton zelf iemand is, die zegt wat hij moet doen, en zo zorgt dat het verhaal precies klopt.



Motieven

Je kan het 'toeval' een algemeen motief noemen. Dat komt een beetje overheen met het verhaalmotief, de dobbelsteen. Als je met een dobbelsteen zes wilt gooien moet je geluk hebben.

Nog een algemeen motief vind ik de gebeurtenis in het verleden. Daarmee bedoel ik de moord op Ploeg die veel veranderingen teweeg bracht. Die gebeurtenis zette eigenlijk alle handelingen in gang die in het boek werden beschreven.



Titelverklaring

De titel is 'de Aanslag'. Met de Aanslag wordt natuurlijk de moord op Ploeg bedoeld, die van belang was voor het hele verhaal. In verband met het thema wordt het wat moeilijker, omdat er niet echt een verband bestaat. Door die aanslag kwam het toeval. Dat is het enige wat ik als verband kan bedenken.



Structuur

De structuur van het boek is duidelijk. Het boek is in de eerste plaats onderverdeeld in verschillende tijden, de episodes genoemd. Daarnaast zijn de episodes nog eens onderverdeeld in hoofdstukken. Dat zijn dan meestal grote tijdsverschillen die anders te onduidelijk zijn.



Stijl

Ik vind de zinnen die de schrijver op papier heeft gezet mooi. Ze hebben wat weg van poëzie. Het zijn dus ook naar mijn mening poëtische zinnen. Mij viel op dat er ook Latijnse dingen in voorkwamen, die waren schuin gedrukt. En als Anton ergens iets las was dat ook duidelijk in beeld. Het boek was alleen wat oud, en qua schrijfwijze heb ik er ook niets van geleerd, want het was gewoon achterhaalde spelling.



Genre

Zoals ik al zei heeft de genre iets weg van poëzie. Het is het dus niet, alleen soms kreeg ik het gevoel alsof ik een lang gedicht las. Het gaat hier verder duidelijk om een psychologische roman, omdat het alles met de geest van Anton te maken heeft.



Auteur

Harry Mulisch is geboren in 1927. Hij heeft dan ook de oorlog meegemaakt. Vroeger had hij als droom 'de steen der wijzen' uit te vinden. Hij trachtte dat te doen door middel van onderzoeken in een geschikte ruimte. Dat stelde overigens niet veel voor, en hij heeft later toch maar besloten om te gaan schrijven. Hij heeft in zijn boeken wel zijn ideaal gebruikt. De mensheid leren en verbeteren. Hij heeft hier dus over de oorlog geschreven, die hij die zelf had meegemaakt, dat heeft als voordeel dat hij er dus helemaal op in kon gaan.

(Ik hoorde van mijn vader dat hij zichzelf laatst heeft bekroond tot de beste schrijver van Nederland! (Dat is nog eens wat.))



Waardeoordeel

Ik vond het boek erg mooi. De schrijfstijl sprak mij wel aan, en ik ging er diep in op. Ik heb het ook deels in de bus gelezen en toen was ik zo verdiept, dat ik nog bijna m'n halte miste. Het mooiste en ontroerendste stuk vond ik toch het eerste. De aanslag dus. Je zou er bijna tranen van in je ogen krijgen als je leest dat die Duitsers het huis in de fik steken, en daar vervolgens nog bij grinniken ook. Ik heb het boek niet als een boek gelezen, maar als een film. Ik zag alles letterlijk gebeuren. Ik vind het niet erg dat de toeval een grote rol speelt, en bovendien maakt de schrijver het nog bijna onzichtbaar ook. Een heel mooi, zielig en ontroerend verhaal die iedereen één keer in z'n leven gelezen moet hebben!
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen