U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1851 en is laatst upgedate op 04/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1923 woorden.

Uitgeverij:De Bezige Bij.

Aantal pagina's:254.

Ander werk (Romans): oArchibald Strohalm, 1952. oDe diamant, 1954. oHet zwarte licht, 1956. oHet stenen bruidsbed, 1959. oDe verteller, 1970. oTwee vrouwen, 1975. oDe aanslag, 1982. oHoogste tijd, 1985. oDe elementen, 1988.



Samenvatting

Het boek is geschreven in vijf episodes, die plaatsvinden tussen 1945 en 1981. De hoofdpersoon is Anton Steenwijk. In 1945 is Anton twaalf jaar. De familie Steenwijk woont aan de rand van Haarlem, waar langs het Spaarne vier villa's staan met nogal burgerlijke namen. De Steenwijken wonen is 'Buitenrust'. Het gezin bestaat uit Moeder en Vader Steenwijk en de kinderen Peter en Anton. Pa is griffier bij de rechtbank. Anton's broer, Peter, is 17 jaar. Naast hun huis woont aan de ene kant de familie Beumer en aan de andere kant de Hr. Korteweg en zijn dochter Karin.

Vlak voor de bevrijding, in januari 1945, vindt er voor het huis van de Kortewegs 's avonds een aanslag plaats op Fake Ploeg, hoofdinspecteur van politie, de grootste moordenaar en verrader van Haarlem en omstreken. De Kortewegs verslepen het lijk naar het huis van de familie Steenwijk, die op het moment van de aanslag aan het Mens-erger-je-niet-en waren. Als de Duitsers komen nemen ze wraak op de familie Steenwijk. Anton wordt apart gehouden van zijn familie. Hij ziet ze niet meer terug. Pas later zal hij vernemen wat er met ze gebeurd is. Wel ziet hij dat het huis in brand gestoken wordt. Peter, die het lijk terug had willen schuiven, wordt aangetroffen met het pistool van Fake Ploeg. Hij wordt doodgeschoten. Ook de ouders van Anton worden kort hierna geëxecuteerd.

Anton wordt in het politiebureau een nacht opgesloten in een cel waar ook een vrouw aanwezig is. Als hij vertelt, wat er gebeurd is, reageert zij heftig. Ze vraagt of hij weet wie er dood geschoten is en dat hij niet moet vergeten wat die man op zijn geweten had. Maar ze heeft het heel moeilijk met de gevolgen voor Anton.

Anton ziet zijn familie niet meer terug. Hij wordt naar zijn oom en tante in Amsterdam gebracht. Hier groeit hij verder op. Na zijn middelbare school gaat hij studeren en wordt anesthesist. Nog tijdens zijn studie (episode 2, 1952) komt hij na een bezoek aan een feestje van een medestudent weer op de kade waar hij vroeger woonde. Als hij voor de open plek staat waar vroeger zijn ouderlijk huis stond nodigt Mevr. Beumer hem uit om binnen te komen. Tijdens dat gesprek hoort hij dat er een monument is opgericht op de plek waar vroeger de aanslag had plaatsgevonden. Inderdaad vindt hij op de plaquette de namen van zijn ouders en van zijn broer.

Episode 3 vindt plaats in 1956, een jaar waarin veel gebeurtenissen plaatsvinden die met het communisme te maken hebben. Tijdens een demonstratie komt hij vlak voor zijn huis in contact met Fake Ploeg, de zoon van de vermoorde hoofdinspecteur van politie Fake Ploeg. Binnen vertellen ze elkaar wat hen beide is overkomen. Voor Fake is er geen verschil tussen de dood van zijn vader en de dood van Anton's ouders. Voor hem waren ze allemaal onschuldig. Zijn vader had wat betreft de communisten gelijk gehad: wat ze nu hoorden zei hij toen ook al en hij was tenslotte vermoord door de communisten, die vlak voor het eind van de oorlog nog een daad wilden stellen.

De vierde episode vindt plaats in 1966, hij is inmiddels zes jaar getrouwd. Zijn vrouw, Saskia de Graaff, heeft hij in Loden leren kennen en hij was meteen verliefd op haar. Haar vader was toen ambassadeur in Athene, maar is nu gepensioneerd en de familie De Graaff woont in Gelderland. Anton en Saskia hebben een dochter Sandra. Tijdens de begrafenis van een vriend van Anton's schoonvader, in een dorp ten noorden van Amsterdam, maakt Anton kennis met verschillende oude vrienden van zijn schoonvader en met diverse oud-verzetsmensen. Ze zijn anti-communistisch en ook nog steeds anti-fascistisch. Voor hen zijn de gebeurtenissen tijdens de oorlog nog steeds actueel. Opeens hoort hij hoe iemand beschrijft hoe hij een ander had doodgeschoten tijdens het voorbijfietsen. Het blijkt inderdaad over Fake Ploeg te gaan. De man heet Cor Takes, die tijdens de oorlog de schuilnaam Gijs had. Voor Cor was Fake een hufter die terecht doodgeschoten was. Het was natuurlijk vervelend dat er represailles op waren gevolgd, maar zoiets was nu eenmaal onvermijdelijk. Hadden ze het daarom achterwege moeten laten? Ook zijn jongste broer (J. Takes volgens het monument op de kade) was er bij betrokken en door de Duitsers in gijzeling genomen en vervolgens doodgeschoten. Cor vraagt aan Anton of hij weet waarom de Kortewegs het lijk van Ploeg niet voor het huis de andere buren hadden gelegd, Anton heeft geen idee. Opeens vertelt Cor dat ze met z'n tweeen waren: hij en een vriendin. Anton begrijpt dat dát de vrouw was geweest die hij in de kelder van het politiebureau had ontmoet. Voor Cor is het een grote verrassing dat Anton haar heeft gekend. Anton weet nog dat zij gewond was. Haar gezicht heeft hij in het donkere vertrek niet gezien. Van Cor verneemt hij dat ze Truus Coster heette. Drie weken voor de bevrijding in de duinen is zij geëxecuteerd. Ze zijn allebei erg emotioneel aangetogen.

Na de begrafenis gaan ze nog naar het strand, waar Anton behoorlijk verbrandt. Als hij thuis ligt bij te komen overdenkt hij wat hem allemaal is overkomen. Hij begrijpt dat hij toch een beeld heeft hoe Truus eruit gezien moet hebben: ze moet heel erg op Saskia lijken en dat is waarschijnlijk ook de reden dat hij op Saskia verliefd geworden is. Anton gaat Takes opzoeken in Amsterdam. Voor Takes is de oorlog nog helemaal niet afgelopen. Dat blijkt wel als hij een krantenartikel laat zien waarin staat dat het voormalig hoofd van Gestapo in Nederland wegens ziekte is vrijgelaten. In een kamer hangt ook nog een kaart met daarop de oorlogsfronten ingetekend zoals die op het eind van de oorlog waren. Naast de kaart ziet Anton de foto van een vrouw: ze lijkt inderdaad sprekend op Saskia. Het is Truus.

De laatste episode is 1981. Anton is inmiddels hertrouwd met Liesbeth nadat hij van Saskia is gescheiden. Hij heeft nu ook een zoon, Peter. Met Sandra is hij nog een keer bij het monument op de kade geweest en op de begraafplaats in Haarlem bij het graf van Truus. Sandra begreep niet waarom hij zo vriendelijk over Truus sprak. Anton reageerde toen met de woorden: 'iedereen heeft gedaan wat hij heeft gedaan en niets anders'. Tijdens dit zeggen beseft Anton dat deze woorden van Truus zijn geweest.

Het boek eindigt met een kennismaking tussen Anton en Karin Korteweg tijdens een demonstratie tegen de atoombewapening. Van Karin hoort hij het laatste ontbrekende puzzelstukje: de vader verplaatste het lijk omdat zijn hagedissen anders kapot zouden gaan, omdat door de represailles De Steenwijks vermoord werden heeft Karins vader in '48 zelfmoord gepleegd. De reden dat Ploeg niet voor het andere huis werd gelegd was dat daar Joden ondergedoken zaten. De familie Steenwijk had dat nooit geweten.



Typering hoofdpersoon

Anton is een hele nuchtere jongen. Op het eerste gezicht heeft de dramatische gebeurtenis op het eind van de oorlog weinig indruk op hem gemaakt. Hij is niet uit het veld geslagen en maakt een stabiele indruk. Toch laat de oorlogservaring zich niet wegdrukken. Met tussenpozen moet hij toch meer weten over wat er toen gebeurd is. Zo krijgen we vijf episodes, waarin Anton op onderzoek uitgaat, maar steeds gescheiden door grotere tussenruimtes.

Anton heeft geen oordeel over goed of fout. Als hij op onderzoek uitgaat wil hij hoogstens meer weten. Anderen, zoals de zoon van Ploeg en Cor Takes, die hij ontmoet, zijn veel duidelijker in hun oordelen over anderen. De belangrijkste herinnering die Anton aan de oorlog heeft overgehouden is het onbewust bewaarde beeld van Truus. Omdat Saskia op haar lijkt trouwt hij met haar. Het is treffend, dat, kort nadat hij voor het eerst een foto van Truus heeft gezien, van Saskia scheidt, alhoewel de reden niet wordt vermeld. Het lijkt wel alsof er een betovering is verbroken. Hij heeft gehouden van het beeld van de vrouw die de oorzaak is geweest van de ramp die zijn familie trof.



Een ander persoon

· Fake Ploeg zijn grootste wil is zijn vader, NSB-er in de oorlog, te rechtvaardigen. Hij lijkt op zijn vader en ook diens ideeën heeft hij overgenomen. Hij is heel erkentelijk voor de houding die Anton ten gunste van hem aannam op de lagere school.



Thema

· De afweging van schuld (met de grenzen tussen goed kwaad) en verantwoordelijkheid.



Motieven

· Stenen spelen een belangrijke rol. Het visgraatmotief van de straat op de kade is een terugkerend beeld als Anton zich het lijk van Ploeg herinnert. Als de zoon van Ploeg bij hem op bezoek is gooit deze in zijn opwinding een steen die hij nog bij zich heeft tegen een spiegel, als om een herinnering af te weren. Saskia ontmoet hij in Londen, bij de 'Stone of Scone', de steen waarop de Engelse koningen vroeger gekroond werden. Tenslotte is ook het monument op de kade een steen.

· De aangetrokkenheid tot Truus, ook in de vorm van Saskia

· De dobbelstenen die Anton bij zich had op de avond in '45.



Achtergrond Mulisch

· Mulisch is op 29 juli 1927 geboren in Haarlem als zoon van Karl Mulisch (Oostenrijks-Hongaars) en Alice Schwarz (Joodse Belg). Zijn ouders scheiden in '36, hij blijft bij zijn vader in Haarlem wonen. Een Poolse vrouw zorgt daar voor het huishouden in die situatie is hij de enige die goed Nederlands spreekt. In 1940 werkt zijn moeder voor de Joodsche Raad en is zijn vader directeur van een bank die ingenomen bezittingen van Joden beheerd. O.a deze situatie deelt mee aan zijn interesse aan de 2e WO.



Tijdsbepalingen

Het verhaal verloopt over een periode van ca. 37 jaar.

Dit is opgebouwd uit 5 episodes/periodes:

1. 1945: De avond van de gebeurtenis en de dood van Peter en zijn ouders + een deel van de volgende dag

2. 1952: Een terugblik naar '45. Een dag

3. 1956: een dag tijdens een hevige rellen na de Russische inval in Hongarije waar hij Fake tegenkomt

4. 1966: Twee dagen

5. 1981: Een dag tijdens een vredesdemonstratie.



De tussen periodes worden opgevuld met in het kort wat er in die periodes gebeurt.



Plaatsbepalingen

· Het verhaal speelt zich af in Haarlem: op hun kade en op een feest Amsterdam in zijn appartement en een dop even buiten Amsterdam voor de begrafenis. Verder enkele andere plaatsen waar kort iets gebeurde.



Perspectief

· Het vertellen gebeurt uit de positie van een al-wetende verteller, dit wordt al in het begin duidelijk met zijn keus voor een sprookjesopening. Hij beschrijft omgevingen(vooral in het begin) heel erg nauwkeurig.



Mijn mening

· Ik heb dit boek een klein half jaar geleden gelezen en is denk ik een van die boeken die je je leven lang bijblijft. Uitvoerige beschrijvingen ervaar ik over het algemeen als zeer irritant, maar door een bepaalde manier kan ik het van Mulisch in deze roman erg goed hebben. Het verhaal intrigeerde me ook door de constant veranderende kijk op de wiens schuld het nou is, terwijl ik voor mijzelf wel constant vond dat de schuld gewoon bij de Duitsers lag. Ook het overslaan van die grote periodes tussen de verschillende gebeurtenissen lag mij enorm. Hierdoor kon je lekker door lezen zonder uit het verhaal te komen. Dit boek komt voor mij als cijfer in de buurt van een dikke 8 ½.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen