U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Saartje Tadema.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13327 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3107 woorden.

Leesverslag

Onderdeel jeugdliteratuur




Titel: Saartje Tadema

Auteur: Thea Beckman

Aantal pagina’s: 222

Jaar van uitgave: 1998

ISBN: 90-208-7138-2



Samenvatting:



Hendrik Tadema was een timmerman geweest op de grote werf van VOC – schepen. Hij had een goed betaalde baan, een vrouw genaamd Sijtje, en drie kinderen.

Bij het te waterlaten van het zestiende schip waaraan Tadema had gewerkt ging iets mis en kwam Hendrik Tadema om het leven.

Sijtje Tadema was allang voor het ongeluk ziekelijk geweest en kon het verlies van haar man niet verwerken. Op 16 mei 1712, tien maanden na de dood van haar geliefde, stierf ook zij en liet drie weeskinderen achter.

Dirk was bijna elf. Saartje (op latere leeftijd ook wel Sara genoemd) was 7 jaar oud. En Jakob (ook wel Kobbetje genoemd) was twee-en-een half jaar oud.

Dirk, Saartje en Jakob werden na het overlijden van hun moeder een week lang ondergebracht bij hun buurvrouw:’ vrouw Geraads’.



Na die week werden de weeskinderen gescheiden van elkaar. Dirk en Saartje gingen naar het Amsterdamse Burgerweeshuis. En Kobbetje, te jong voor het weeshuis, werd ondergebracht bij een minnemoei. Dit gebeurde tot hij oud genoeg was voor het weeshuis.

Saartjes eerste bezoek aan haar nieuwe onderkomen was erg indrukwekkend. Ze kwam op verschillende binnenhoven en moest samen met Dirk bij de regenten komen die over hen moesten beslissen naar welke school ze moesten.

Saartje moest naar de kinderschool en Dirk ging naar de timmerschool. Beide waren blij met de beslissing die over hen was genomen.

Saartje was die eerste dag ook vrouw Alkemade tegen gekomen (de binnenmoeder van het kindergebouw) die Saartje opdroeg haar streng te gehoorzamen.



Saartje Tadema maakte op haar eerste dag een ‘vriendin’, Elsje. Maar Elsje was niet een vriendin zoals Saartje van haar verwachte. Bij een ruzie met Liesbeth nam Elsje het niet voor Saartje op, maar voor Liesbeth, terwijl Liesbeth begonnen was! Vanaf dat moment was het Saartje duidelijk wat zij aan haar nieuwe ‘vriendin’ had. En echte vriendinnen, waar ze goed mee kon opschieten maakte ze verder niet.

Ze maakte zelfs een vijand. Liesbeth, werd de vijandin van Saartje. Saartje maakte Liesbeth wel meteen duidelijk dat ze niet met Saartje konden sollen.

Saartje verlangde naar school, ze had altijd al naar school willen gaan. Om daar vervolgens nieuwe dingen te leren en vragen te stellen waar ze zelf geen antwoord op wist.

Saartje had zichzelf al leren lezen, schrijven en een paar tafeltjes kon ze al uit haar hoofd. Kortom ze lag behoorlijk voor op de andere kinderen van haar leeftijd. Daarom was zij degene, die anderen vaak moest helpen.



Het weesmeisje kon zich niet goed aanpassen aan de vaste tijden, gewoonten en regels van het weeshuis. Het was allemaal zo anders dan dat het er vroeger bij haar thuis aan toe ging! Daar was niet zo’ n strak schema geweest, omdat haar moeder tijden lang ziek was geweest en haar vader vaak lange dagen maakte met het werken aan de VOC - schepen.

Dirk paste zich wel goed aan, hij nam de dingen zoals ze zich voordeden. De regelmaat deed het verdriet om zijn gestorven ouders slijten. Hij maakte op zijn eerste dag wel een vriend, namelijk Klaas. Vanaf dat moment waren ze beste vrienden, en onafscheidelijk.

Saartje begreep ook niets van de kinderschool. Er waren veel te weinig boeken, om ieder kind mee te laten lezen. Kapotte telramen werden niet vervangen. Ook was er een tekort aan ganzenpennen, schrijfplankjes, schriften en papier. En ondanks al dit gemis verwachtte meester Jansen toch dat ieder kind snel leerde lezen en schrijven.



In de loop van het verhaal krijgt Saartje toch een vriendin, Geesje. Zij is iets ouder en begrijpt Saartjes hunkering naar boeken. Ook Geesje had een broer in het jongenshuis, en de bezorgdheid die Saartje en Geesje allebei over hun broers hadden, schiep een band tussen hen. Ondanks dat Geesje in het meisjeshuis woonde en Saartje nog in het kinderhuis waren ze heel goed bevriend met elkaar.

In de klas trok Saartje Tadema het liefst met Pieter op, hij hunkerde net als Saartje naar boeken en nieuwe uitdagingen. Samen hadden ze inmiddels alle boeken van de kinderschool uitgelezen.

Toen Andreas van Gulik merkte dat ze naar een nieuw boek verlangden, leende hij hun een boekje met mooie plaatjes en korte teksten op rijm. Samen beleefden ze hier vele kostelijke uren mee.

Ook Geesje wil Saartje wel aan een leesboek helpen en smokkelt een leesboek mee uit het meisjeshuis. Tevergeefs want als Saartje het boek in de klas aan het lezen is komt er plotseling een van de regenten binnen. Het boek wordt ontdekt, tot Saartjes spijt. De schoolmeester verdenkt haar van diefstal en ze krijgt daar een behoorlijke straf voor.



Voor de afwisseling in leerstof maakt de ondermeester speciaal voor Saartje een wereldkaart. Als een klasgenootje deze kaart ontdekt, ontstaat er ruzie, en wordt de kaart door meester Jansen afgepakt. Deze wil de kaart verbeteren en wil hem daarna inlijsten en aan de muur hangen. Saartje is het daar absoluut niet mee eens, en wil meester Jansen vanaf dat moment wegwerken.

Ze verzint een list. Meester Jansen zou de rokken van meisjes hebben opgetild en de meisjes daarna op de billen hebben geslagen. Saartje laat deze list doorschemeren bij de regenten. Uiteindelijk worden zowel meester Jansen als ondermeester Andreas van Gulik ontslagen, dankzij Saartje. Vanaf dat moment vindt ze het leven op school een stuk plezieriger.

Als Jakob oud genoeg is voor het weeshuis en daar voor de eerste keer komt, herkent hij Saartje niet eens meer. Hij was mager en gedroeg zich schuw tegen over alles en iedereen. Als hij na een week weer een beetje gewend is en ook met Saartje wil spelen wordt Saartje overgeplaatst naar de meisjesschool. Voor de tweede keer in zijn leven heeft Kobbetje het gevoel dat zijn zus hem weer in de steek laat.



Deze overplaatsing had ook voordelen, Saartje kwam nu bij haar beste vriendin op school. En er was nu zoveel nieuws te ontdekken, nieuwe boeken, kinderen, regels, lessen etc. Ook moesten ze leren breien, naaien, verstellen, borduren, wassen en strijken.

Jaren verstreken. De lange jaren in het weeshuis hadden Saartje geleerd te doen alsof ze nederig en dankbaar was; dat voorkwam veel moeilijkheden. En de binnenmoeder vond dat goed gedrag moest worden beloond, dus toen Geesje een pakje moest afleveren in de stad mocht ze Saartje meenemen.

Zo kwam het dat ze steeds vaker naar de stad mochten gaan en kwamen ze vaak later dan afgesproken terug in het weeshuis. Ze konden zich er iedere keer weer uit praten met een smoesje.

Geesje leerde ook een jongen (David Katebreier) kennen, en werd hevig verliefd. De teleurstelling was dan ook heel groot, toen David vertelde dat hij van zijn vader niet met Geesje mocht trouwen. David zou met een andere vrouw moeten trouwen en zij mocht wel bij hen inwonen als hun dienstmeid. Maar dat vond Geesje niets.



De timmerloods waar jongens als Dirk en zijn vriend Klaas hun opleiding kregen was door de jaren heen behoorlijk bouwvallig geworden. De regenten besloten daarom om de werkplaats te laten vernieuwen. Dat bracht een zomer lang veel herrie, ongemak en aanpassingen met zich mee. De

jongens die dus niet in de timmerloods konden werken werden uitgeleend aan andere timmerwerkplaatsen in de stad. Voor Dirk en zijn maatje was dit een groot feest, ze moesten hard werken maar dat deerde hen niet, ze kwamen nu tenminste buiten!

Op de werf maakten de jongens kennis met volwassen mannen. Sommigen herinnerden zich de verongelukte vader van Dirk nog. Hij kreeg daarom allerlei lekkernijen toegestopt.

Er komt in de zomer van de verbouwing ook een opstand in het jongenshuis. Vier zeventienjarige jongens waren niet terug gekeerd naar het weeshuis, ze waren in een verdachte kroeg blijven hangen en de nacht doorgebracht met meisjes van lichte zeden. Overal zijn verklikkers, ook in het weeshuis. Dit lekte dus ook snel uit.



Toen de regenten het hoorden besloten ze dat de alle jongens, op hun enige vrije dag in de week een uitgaansverbod kregen. De jongens namen het niet en kwamen in opstand, gooiden tijdens het avondmaal borden naar buiten, begonnen te vechten met knechten die hen in bedwang moesten houden etc.

Ook Dirk en Klaas hoorden bij de opstandelingen. Zij waren dan niet de jongens die een nacht met de meisjes van lichte zeden waren omgegaan maar ze waren wel tegen het uitgaansverbod! Aan het eind van de avond was de rust in het tehuis weer terug gekeerd. De vier jongens die met lichte meisjes waren omgegaan waren flink gestraft.

Dirk en Klaas werden een paar maanden na de opstand vast aangesteld op de VOC - werf als timmergezellen. Al woonden ze nog in het jongenshuis en moesten ze het grootste deel van hun loon afstaan aan de boekhouder van het jongenshuis. Klaas droomde toch vaak over, hoe het zou zijn om te gaan varen op de VOC - schepen.

Geesje werd oud genoeg om het weeshuis te verlaten, en ging werken als kamermeisje. Nu verloor Saartje haar enige vriendin, en begon ze steeds meer te verlangen naar het bruisende leven in Amsterdam, een leven buiten het weeshuis.



Nog voor haar zestiende verjaardag vroeg Saartje aan de binnenmoeder of er geen kans is dat ze bij iemand kon intrekken. Helaas vindt de binnenmoeder dat ze eerst haar belijdenis moest doen. Dus deed ze in het voorjaar van 1723 haar belijdenis.

Saartje kreeg sinds lange tijd ook weer eens een kans om haar broer Dirk te spreken. In het gesprek merkten ze beide dat ze uit elkaar waren gegroeid en dat ze elkaar nauwelijks meer kenden.

Op haar zeventiende jaar was Saartje inmiddels een vlug, trouw hulpje van de binnenmoeder geworden. En ook zij kreeg verschillende minnaren, al hoewel ze die allemaal afwimpelde.



Saartje verlangde nog steeds naar het leven buiten het weeshuis, dus ging ze werk zoeken bij de Herberg-op-het-IJ.

De herbergier, Willem van Enkhuizen twijfelde om haar aan te nemen. Enkele gasten in de herberg (een daarvan was Auke Jorritsma) haalden hem toch over om Saartje aan te nemen als hulp. De vrouw van de herbergier (Elisa) had pas een kind gekregen, en kon dus wel wat hulp gebruiken. Dus ook zij was het er mee eens.

Toen de herbergier tijdens een vergadering van de regenten kwam vragen of Saartje bij hem mocht komen werken en inwonen, werd dit (na overleg) goed gekeurd.



Saartje wilde het goede nieuws ook aan haar broer vertellen, en dacht dat hij wel blij voor haar zou zijn, maar het tegenovergestelde gebeurde. Dirk was het er niet mee eens dat zijn zus een herbergmeid zou worden. Hij werd zo boos dat hij zelfs zij dat Saartje geen zuster meer van hem was. Saartje trok zich er niet zo veel van aan want ondanks dat Dirk het er niet mee eens was, was ze blij met haar baan. Ze kon weg uit het weeshuis!

Langzamerhand leerde ze de stamgasten van de herberg beter kennen,

Gerrit Cornelisz probeerde meerdere malen indruk op haar te maken en haar mee uit te vragen, wat Saartje iedere keer weer afsloeg.



De winter die kwam was een hele strenge, de dagen werden kort en somber, de nachten bitter koud. Het werd kouder - en kouder. Sloten, vaarten vroren dicht, en na een week zelfs de grachten.

Eind februari viel plotseling en hevig de dooi in, met veel opluchting voor de Amsterdammers. Het ijs op het IJ begon te kruien, hoger en hoger groeiden de bergen ijs. De steeds verder groeiende berg kwam steeds dichter bij de herberg die op houten palen was gebouwd.

Saartje was niet bang om haar leven te verliezen. Als dat kruiende ijs tegen de herberg zou gaan duwen, konden ze nog wel op tijd wegkomen. Maar dan ze zou wel haar werk, haar eigen hokje, haar bed verliezen!



Ook Willem van Enkhuizen maakte zich zorgen (hij had zijn vrouw en zoon al eerder weggestuurd voor het gevaar). Ze voelden zich allebei klein en machteloos. Gelukkig duurde het gevaar maar vier dagen, toen was het over.

De dagen gingen voorbij, en toen het weer juni was kwam ook Auke weer terug. En nam hij Saartje mee uit. De volgende ochtend toen Saartje naar beneden kwam was hij alweer vertrokken. Toen Saartje zijn kamer aan het schoonmaken was, vond ze een duur boek onder zijn kussen. Ze wilde het boek bewaren tot hij terug kwam. (Toch kon ze de nieuwsgierigheid niet weerstaan en las het boek helemaal uit)

In diezelfde zomer kreeg Willem van Enkhuizen een tweede baby, een meisje.



Toen eind september 1732, was Auke er plotseling weer. Saartje straalde helemaal toen ze hem weer terug zag. De volgende avond dat ze Auke weer zag, ving ze een gesprek op van hem en een oude schipper. Auke vertelde de schipper dat hij ging trouwen! Saartje vond zich zelf op dat moment zo stom! Hoe had ze kunnen denken dat zij en Auke later zouden gaan trouwen?

Later werd het haar duidelijk. Hij moest weer op reis, en in de winter zou hij zijn huis (in Harlingen) en zijn schip (de Grutte Warld) gaan opknappen. En in het voorjaar, zou hij Saartje komen halen om met hem te trouwen. Samen zouden ze daarna naar Zweden gaan zodat zij ook iets van de wereld kon zien.

“Toen Auke haar gezicht tegen zich aan drukte en haar kuste, wist ze op dat moment dat er een einde was gekomen aan haar jarenlange eenzaamheid.”



Wie is de hoofdpersoon en geef een korte omschrijving:



Saartje Tadema is de hoofdpersoon. Ze is een meisje met een eigen wil, ze kan goed leren en stelt vragen waar de meeste mensen geen antwoord op hebben. Ze wil veel van de wereld zien. Saartje verandert in een zekere zin wel in de loop van het verhaal. De lange jaren in het weeshuis hadden Saartje geleerd te doen alsof ze nederig en dankbaar was. Al dacht ze over sommige dingen toch anders. Dit kwam toen ze pas in het weeshuis was niet bij haar op, dat leverde dan ook veel vervelende straffen op.



Geef een korte beschrijving van de andere personen:



- Dirk maakte op de eerste dag al een hele goede vriend, hij paste zich ook sneller aan, en was blij om timmerman te worden. Later in het verhaal merken Saartje en Dirk dat ze elkaar helemaal niet meer kennen, dat ze uit elkaar zijn gegroeid. Een binnenmoeder moest Dirk erop wijzen dat zijn broertje ook in het tehuis was, Dirk herkende Jakob niet meer.

- Jakob is een schuwe jongen, hij herkende Saartje helemaal niet meer toen hij voor het eerst in het weeshuis kwam.

- Geesje is een meisje met dezelfde interesse als Saartje, ze zijn hele goede vrienden ondanks dat zij ouder is dan Saartje.

- De herbergier is de werkgever van Saartje .

- Auke Jorritsma is een Friese schipper, hij ontmoet Saartje in de Herberg-op-het-IJ. Aan het einde van het verhaal vraagt hij Saartje ten huwelijk en zij antwoord dan ‘ja’.



Waar speelt het zich af?



In Amsterdam, het grootste gedeelte speelt zich af in het Amsterdamse Burgerweeshuis en op het einde in de Herberg-op-het-IJ.



In welke tijd speelt het verhaal zich af?



Op 16 mei 1712 worden Saartje, Dirk en Jakob weeskinderen, het speelt zich dus af in de 18e eeuw.



Hoeveel tijd verloopt er ongeveer tussen het begin en het eind?



Ongeveer twintig jaar.



Staan de gebeurtenissen in volgorde waarin ze zich afspelen?



Ja, de gebeurtenissen gebeuren in volgorde. Eerst gaat het over het ongeluk van Hendrik Tadema, dan over het overlijden van Sijtje Tadema. Daarna over Saartje als weesmeisje. Vervolgens over Saartje als ze gaat werken in een herberg. En als laatste gaat het over Saartje als ze ten huwelijk wordt gevraagd door Auke Jorritsma.



Wat vond je van het boek?



Het was mooi, aangrijpend, en het boek zette mij aan het denken.

Ik vond het een mooi boek omdat ik me heel goed kon inleven hoe Saartje zich op sommige momenten moet hebben gevoeld. Bijvoorbeeld toen ze gescheiden werd van Dirk en Jakob, en de dagen die hierop volgenden dat ze zich alleen voelde.

Aangrijpend was het omdat de kinderen Tadema zo uit elkaar zijn gegroeid, dat ze elkaar nauwelijks meer kennen. Dit werd hun duidelijk in het eerste gesprek na jaren.



Het verhaal zette me ook aan het denken. Over hoe het leven in die tijd geweest moet zijn. En het viel mij op dat de tijd waarin het verhaal zich afspeelt veel verschilt van de tijd waarin we nu leven.



Vond je de opbouw begrijpelijk?



Ja, onder andere omdat de gebeurtenissen in volgorde stonden waarin ze zich afspeelden



Viel je wat op aan het taalgebruik?



Ja, er werden zo min mogelijk dezelfde woorden gebruikt, en het was niet moeilijk geschreven.



Welke situatie of gebeurtenis heeft indruk op je gemaakt?



Het moment dat Saartje en Dirk voor het eerst in het weeshuis komen en het moment dat Auke, Saartje ten huwelijk vraagt.



Vertel iets over de auteur



Thea Beckman werd op 23 juli 1923 in Rotterdam geboren. Ze was enig kind, en het gezin kende financiële problemen vanwege de werkloosheid van de vader. Op jonge leeftijd wilde zij schrijfster of ontdekkingsreiziger worden.

Ze behaalde het mulo-diploma en had een aantal kantoorbaantjes. Thea Beckman trouwde in 1945 en kreeg drie kinderen(deze zijn zelf inmiddels al volwassen)Sinds 1956 woont zij met haar gezin in Bunnik.



Haar hobby’s zijn reizen, veel lezen, piano spelen en katten vertroetelen. Ook geschiedenis(Middeleeuwen) en de toekomst boeit haar. Ze publiceerde ook journalistieke stukken in dames bladen en de Haagse Post, vooral om iets bij te verdienen.

’s Avonds studeerde ze voor het atheneumdiplomaen studeerde ook voor psychologie. In 1981 studeerde zij af in de sociale psychologie.



In de jaren zeventig, toen haar kinderen geen zorg meer nodig hadden, ging ze boeken schrijven. Hiermee werd haar droom om schrijfster te worden uit.

Thea Beckman schrijft voor kinderen van alle leeftijden. Voordat ze aan een boek begint, bezoekt ze het gebied waarin het zich afspeelt en zoekt allerlei achtergrond informatie. Haar boeken volgen zich snel op. Ook zijn bijna alle boeken van Thea Beckman vertaald o.a. in het Spaans, Engels, Duits, Hongaars, Deens, Ijslands, Fries, Japans, Fins en Russisch.



De boeken van Thea Beckman zijn: De ongeloflijke avonturen van Tim en Holderdeboler (1957), Bertus en het Wonderkrijte(1964),Mickey en de vreemde rovers (1966), Met Korilu de Griemel rond (1970), Mickey en de Fiebeldewiebels (1972), Heremijntijd...wat een lastpost (1973), Kruistocht in spijkerbroek(1973), Mijn vader woont in Brazilie (1974), Geef me de ruimte! ( 1976), Triomf van de verschroeide aarde (1977), Het rad van fortuin(1978) Stad in storm (1979), Wij zijn wegwerpkinderen(1980), Zwerftocht met Krilu: herdruk van Met Korilu de Griemel rond (1981), De Gouden Dolk (1982), Hasse Simonsdochter (1983), Wonderkinderen (1984), Kinderen van Moeder aarde( 1985), Het helse paradijs (1987), Een bos vol spoken (1988), De val van Vredeborch (1988), Het Gulden Vlies van Thule(1989), Het geheim van Rotterdam (1990), Het wonder van Frieswijck, kinderboekenweekgeschenk (1991), De stomme van Kampen (1992), De verloren schat (1993), De doge-ring van Venetie (1994), Saartje Tadema (1996), Vrijgevochten (1998)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen